Sofie (TB, ML, TL, WL, NL, GL, VN, BP)

Hoe goed is dit verhaal?


  • Totaal stemmers
    54

Snakebite

Outwit - Outplay - Outlast
Sofie (Hoofdstuk 08)

Hoofdstuk 08: Nattigheid

“Hé, gaat het wel een beetje?”, vraagt Thijs, terwijl Sofie haar handen voor haar gezicht houdt. Ze probeert uit alle macht de tranen binnen te houden, maar het wil maar niet lukken. Bovendien wordt haar ademhaling onregelmatig.

Thijs knielt naast Sofie neer en legt een hand op haar schouder. Rustig probeert hij te ontcijferen wat er in vredesnaam met haar aan de hand is. Maar dat wil Sofie niet, en in een nutteloze poging dat te voorkomen, draait ze haar hoofd weg. Maar Thijs heeft haar tranen al gezien, en het feit dat haar ademhaling niet meewerkt geeft ook een duidelijke hint.

“Wat is er, Thijs?”, hoort Sofie ineens iemand vragen. Het is een meisje, dat haar fiets naast die van Thijs heeft neergezet.
Thijs antwoordt dat hij het ook niet weet, maar dat het meisje aan het hyperventileren is. Sofie krijgt het als in een roes mee. Normaal nadenken kan ze even niet meer. Eigenlijk denkt ze helemaal nergens meer aan.

“Laat mij maar even. Mijn broertje heeft daar ook wel eens last van. Ik weet wat ik moet doen”, zegt het meisje tegen Thijs. Ze wisselen snel van plaats, en het meisje pakt Sofie’s hand vast. Voorzichtig knijpt ze erin, in de hoop dat Sofie haar hoofd weer terugdraait. Dat doet ze, waardoor er eindelijk oogcontact is.

“Thijs, is dit niet het meisje dat pas bij jullie is komen wonen?”, vraagt het meisje verbaast. Thijs knikt, maar Sofie krijgt het nog steeds maar amper mee. Haar ademhaling wordt steeds enger, en de paniek begint langzaam in te zetten.

Het meisje kijkt Sofie strak aan. Haar blik is bezorgd, en haar stemgeluid streng. “Oké, meid. Luister goed naar me. Als je precies doet wat ik zeg, dan is het zo voorbij. Je gaat nu vier tellen lang inademen door je neus, en dan vier tellen uitademen door je mond, oké? Snap je wat ik bedoel?”

De woorden dringen vaag door tot Sofie, en ze knikt. Samen met het meisje begint ze het proces van in- en uitademen. De cyclus wordt steeds herhaald. Vier seconden in door de neus, en dan opnieuw vier seconden uit door de mond. Misschien doen ze het wel twintig keer. Maar het helpt. Langzaam maar zeker stabiliseert de ademhaling van Sofie, en ebt de paniek weg uit haar lichaam.

En ineens is het weg.

Alles voelt weer normaal. Het is alsof Sofie uit een roes is wakker geworden. Haar ademhaling is weer normaal, en de paniek is verdwenen. Maar daarvoor komt iets heel anders in de plaats. Schaamte.

Opnieuw barst Sofie in tranen uit, en ze laat haar hoofd tegen de muur van de fietsenstalling hangen.

“Ik denk dat het nu wel goed komt”, zegt het meisje tegen Thijs. “Ga maar naar de les; ik blijf even bij haar. Kun je dat doorgeven aan de docent?”

Thijs zegt dat hij dit zal doen, en geeft het meisje een zoen. “Tot straks, Lieverd.” Even kijkt hij Sofie nog aan.

“Ik hoop dat je je snel weer goed voelt”, zegt hij.

Zodra Thijs weg is, veegt Sofie de tranen van haar gezicht af. Ze probeert zo stoer als ze kan om weer op te staan, maar halverwege haar poging zakt ze terug.

“Ik zou nog even wachten”, reageert het meisje. “Zo’n hyperventilatie slaat een hoop energie uit je lichaam.”

Voorzichtig durft Sofie haar weer aan te kijken. “Dankjewel”, fluistert ze. “Ik heb zoiets nog nooit eerder gehad. Ik zou niet weten wat ik had moeten doen.”

“Kan gebeuren”, reageert het meisje. Ze is totaal niet onder de indruk van de situatie, terwijl Sofie stiekem helemaal van slag is. Blijkbaar is ze het echt gewend.

Het meisje pakt haar tas bij zich en rommelt er even doorheen. Al snel vindt ze een flesje water en geeft het aan Sofie. “Neem jij die maar mee. Je moet nu veel drinken. Dat is goed voor je. Des te eerder ben je weer een beetje op krachten.”
Sofie pakt het flesje dankbaar aan en begint gretig te drinken. Pas nu merkt ze hoeveel dorst ze hiervan heeft gekregen.

“Ik heet Debbie, trouwens”, lacht het meisje ineens. “Mijn vriendje Thijs woont bij jullie in het gebouw. Volgens mij heb ik je daar wel eens rond zien lopen.”

“Sofie”, stelt ze zich voor. “Dat kan, maar ik kom eigenlijk niet zo heel vaak van mijn kamer af. Druk met uitpakken, en ..”
“En één van je huisgenoten is een kolossaal kreng?”, maakt Debbie de zin af, waarna ze allebei in de lach schieten.
“Behoorlijk, ja”, antwoordt Sofie.

“Ja, ik ken Nathalie wel”, vertelt Debbie. “Ze is zo paranoïde. Om de zoveel tijd is ze haar spullen kwijt en dan beschuldigt ze daar jan en alleman van. Echt belachelijk. Niet goed voor de sfeer. Thijs is blij dat hij op de zolderverdieping zit en er niet veel van meekrijgt.”
“Dat kan ik me voorstellen”, reageert Sofie snel. Maar intussen schieten er andere gedachten door haar hoofd. “Dus, dáárom was Nathalie zo boos op me. Ze maakt hetzelfde mee als ik. Er verdwijnen bij haar ook spullen. Ongetwijfeld heel persoonlijke.”, denkt Sofie.
Maar echt helder nadenken lukt Sofie nog niet helemaal. Misschien kan ze beter wachten tot een later moment om die informatie eens goed te overdenken.

“Komt het door haar dat je zo gestrest bent?”, vraagt Debbie bezorgd.

Sofie schudt snel haar hoofd. Ze wil er niet nog meer mensen bij betrekken. Zeker als die een connectie hebben met huisgenoten, zoals Thijs.

“Wil je erover praten? Het hoeft niet, maar als je alles maar wegstopt, dan krijg je situaties als deze”, legt Debbie uit. “Dan komt alle stress in één keer naar boven en loopt het de spuigaten uit.”

Sofie weet dat Debbie gelijk heeft, maar het lukt haar niet om te vertellen wat er allemaal aan de hand is.
“Oké, waar is je mobiel?”, vraagt Debbie, zodra ze merkt dat Sofie nu niet zal gaan praten.

Sofie haalt haar telefoon uit haar broekzak en geeft hem aan Debbie. Even later krijgt ze hem terug. “Ik heb mijn nummer in je toestel geprogrammeerd”, legt Debbie uit. “Je kunt me altijd bellen, als je er wel klaar voor bent om te praten. Of als er niemand anders is. Ik beloof je dat ik er verder mijn mond over zal houden.”
“Dan beloof ik om je te bellen”, zegt Sofie. De bezorgdheid van Debbie raakt haar. Dat een vreemde zo vriendelijk voor haar is, heeft Sofie nog nooit meegemaakt. Misschien is het de stad wel. In Drenthe zou zoiets niet snel voorkomen.

“Gaat het inmiddels weer een beetje?”, informeert Debbie. Sofie knikt, en veegt nog een laatste, verdwaalde traan van haar wang.
“Nou, dan houd dat flesje water bij je. Stap op de fiets, ga naar huis en kruip in bed. Rust uit en als je wakker bent, kun je de dingen een beetje overdenken. En mij een app’je sturen over hoe het met je gaat”, instrueert Debbie haar.
“Zal ik doen”, zegt Sofie. Maar in bed kruipen is het laatste waar ze nu behoefte aan heeft. Dat levert alleen maar meer stress op. Dan moet ze een luierbroekje aantrekken, en dat herinnert haar toch weer constant aan alles wat er fout gaat. Om nog maar te zwijgen over het feit dat dit laatste broekje gestolen is.
Nee, Sofie heeft geen behoefte om herinnerd te worden aan al die nattigheid.

Nattigheid ..

“Ah, nee, toch”, roept Sofie ineens uit, terwijl ze haar blik op haar broek richt. Tussen haar benen is een flinke donkere plek te zien. De realisatie dringt langzaam door – ze heeft in haar broek geplast.

Debbie merkt het ook pas op het moment dat Sofie ervan schrikt. Maar ze reageert opnieuw ijzig kalm.
“Rustig maar, Sofie”, sust ze. “Dat kan wel eens gebeuren. Ik heb het zovaak bij mijn broertje gezien. Je bent door de stress nog maar gefocust op één ding: je ademhaling. Dan kunnen dit soort .. ongelukjes gebeuren.”
De tranen dreigen opnieuw bezit te nemen van Sofie’s wangen, maar deze keer kan ze het met heel veel moeite voorkomen.
“Kom”, zegt Debbie. “Sla je jas gewoon om je heup heen. Het is toch niet zo koud, en voor je het weet ben je thuis. Je hoeft je niet te schamen, oké?”
Maar dat doet Sofie natuurlijk wel. De hele weg naar huis kijkt ze bezorgd om zich heen, of er niemand is die de natte plek op haar broek kan opmerken. Uiteraard gebeurt dat niet, nu de jas om haar middel is geknoopt, maar het voelt alsof iedereen het ziet.
Eenmaal terug op haar kamer, sluit Sofie de deur gelijk af. Snel doet ze haar kleren uit, en gooit ze direct op de vloer. “Debbie heeft gelijk”, denkt ze bij zichzelf. “Ik moet slapen.”

Pas als het luierbroekje zijn plek heeft gevonden om haar lichaam, keert er enige vorm van kalmte terug. Met verder alleen een hemdje aan, zit Sofie op de rand van haar bed. Snel neemt ze nog een paar slokken water uit het flesje van Debbie. Inmiddels is het bijna leeg. Het is lang geleden sinds Sofie voor het laatst zoveel heeft gedronken voor het slapen.

Na een half uur woelen, beseft Sofie dat ze de slaap niet zal vatten. Ze besluit om Debbie een berichtje te sturen, om haar gerust te stellen. Dan ziet ze dat haar mobiel bijna leeg is. Haar oplader ligt in de afgesloten bureaulade, met het speentje ernaast.

Terwijl Sofie de telefoon en de oplader insteekt, blijft het speentje haar aankijken. Wat het precies is, kan Sofie niet uitleggen. Iets intrigeert haar. Eigenlijk al sinds ze het speentje vond.
“Op dit moment wil ik alles wel proberen om in slaap te komen”, mompelt Sofie. Zo snel als ze kan, stopt ze de speen in haar mond. Het is bijna alsof ze een pleister wegtrekt. Echt lekker smaakt het niet, merkt ze, terwijl ze weer in bed gaat liggen. Maar om de één of andere reden werkt het sabbelen sussend.

Enkele minuten later valt Sofie eindelijk in slaap.
 

luierfan_boy

Zeg niet wat je weet, maar weet wat je zegt.
Mooi hoofdstuk weer. Ik heb laatst ook voor het eerst zo'n hyperventilatie meegemaakt op Schiphol, dus ik kan oprecht zeggen dat je het heel mooi beschreven hebt!
 

Snakebite

Outwit - Outplay - Outlast
Jasper-DL zei:
Echt een erg mooi verhaal! Je hebt echt talent, complimenten! !1
Dankjewel! :) Ik weet niet of het een talent is, om eerlijk te zijn. Het is gewoon een passie. ^-^

Luier 86 zei:
vind het weer geweldig, compliment!! snakebite.
Blij dat ik je na al die tijd nog niet teleur heb kunnen stellen. ;)

luierfan_boy zei:
Mooi hoofdstuk weer. Ik heb laatst ook voor het eerst zo'n hyperventilatie meegemaakt op Schiphol, dus ik kan oprecht zeggen dat je het heel mooi beschreven hebt!
Thanks! Ik heb het zelf nooit gehad, maar mijn ex-vriendin wel. Met 'dank' aan enige ervaring kunnen beschrijven, dus. :)

paddy123 zei:
Altijd fijn zo'n verhaal voor het slapen gaan
Fijn om te horen! Hopelijk is het niet omdat het verhaal zo saai is, dat je ervan in slaap valt. :p

luieluieraar zei:
Thanks! ^-^

swantonboy zei:
Fantastisch verhaal! Bijna net zo goed als Peetoom! Beste schrijver deze site!
Dankjewel! Groot compliment, maar er zit veel talent op deze site. Al zou ik natuurlijk wel eens willen weten hoe díé verkiezing zou aflopen. :p

sweetdiaperlover zei:
Leuk super mooi verhaal!!
Thanks, dude! :)
 

paddy123

Daddy, opzoek naar een little.
Nee hoor, niet omdat het zo saai is.
Meer omdat ik zo verslaaft ben dat ik elke avond voor ik ga slapen kijk of er een nieuw hooftstuk is :)
 

Punked

Toplid
Echt een mooi verhaal. Je kunt ook merken dat het door een daddy geschreven is. Sophie is echt een super schattig en kwetsbaar meisje die een daddy nodig heeft.
 

Snakebite

Outwit - Outplay - Outlast
paddy123 zei:
Nee hoor, niet omdat het zo saai is.
Meer omdat ik zo verslaaft ben dat ik elke avond voor ik ga slapen kijk of er een nieuw hooftstuk is :)
Haha, gelukkig maar! Tsja, je kunt het jezelf makkelijker maken door alleen nog op woensdagavond te checken. ;)

dl-twente zei:
Dat was weer een mooi stukje verhaal !1 nu weer wachten :'(
Thanks! ^-^ Aw, gelukkig is een weekje snel voorbij. :)

Punked zei:
Echt een mooi verhaal. Je kunt ook merken dat het door een daddy geschreven is. Sophie is echt een super schattig en kwetsbaar meisje die een daddy nodig heeft.
Dankjewel! Blij dat je het een mooi verhaal vindt. :) Ik weet eerlijk gezegd niet of het verhaal van Sofie de 'Daddy'-kant op zal gaan. Voorlopig in ieder geval niet, maar misschien heb je me wel op een goed idee gebracht. ;)

tbdlA14 zei:
Supergeweldig!
Superbedankt! :p
 

Snakebite

Outwit - Outplay - Outlast
Sofie (Hoofdstuk 09)

Hoofdstuk 09: Vriendschap

Het eerste dat Sofie doet, zodra ze wakker wordt, is op haar mobiele telefoon de tijd controleren. Bijna half elf, wat betekent dat Sofie minstens de klok rond heeft geslapen. Dat is haar nog nooit gebeurd. Niet dat Sofie niet van uitslapen houdt, of van slapen in het algemeen, maar zó lang heeft ze het nog nooit volgehouden. Het zal alle stress wel zijn geweest. Gisteren is het er tenslotte allemaal sterker uitgekomen dan ooit.

Voorzichtig wrijft Sofie de slaap uit haar ogen, en terwijl ze dat doet, stoot ze tegen iets aan, dat in haar bed ligt. Nieuwsgierig vist ze het object onder de deken vandaan. Tot haar schrik herkent Sofie de speen, en meteen herinnert ze zich dat die er niet per toeval ligt. Voordat Sofie gisteren in slaap is gevallen, heeft ze hem bewust in haar mond gestopt.
Alhoewel, ‘bewust’. Misschien is dat niet het goede woord. Met alle spanningen die door Sofie’s lijf gierden, kan er niet echt sprake zijn geweest van een ‘bewuste’ actie. Eigenlijk heeft ze gisteren gewoon toegegeven aan haar nieuwsgierigheid. Al sinds de speen op haar kamer is achtergelaten, is Sofie benieuwd geweest naar de smaak ervan.

En nu kan ze het zich niet meer herinneren.

Sofie twijfelt een tijdje. Heeft ze de speen alleen even geprobeerd, en toen aan de kant gelegd? Of is ze ermee in slaap gevallen? Ze heeft zo vast geslapen, dat het onmogelijk is om zich dat te herinneren.
“Whatever”, mompelt Sofie, voordat ze de speen even snel in haar mond stopt. Aangezien die taboe toch al doorbroken is, kan ze net zo goed even haar nieuwsgierigheid bevredigen.
Eigenlijk smaakt de speen niet echt naar iets – heel synthetisch. Daarnaast ergert Sofie zich aan het ringetje, dat bij iedere keer sabbelen fanatiek tegen de speen zelf aantikt. Maar het sabbelen zelf heeft een kalmerend effect, moet Sofie toegeven. Ze kan zich voorstellen dat het werkt om kleine kinderen rustig te krijgen.

Dan herinnert Sofie zich dat ze had beloofd om Debbie een berichtje te sturen. Eigenlijk had ze dat gister al willen doen, toen ze thuiskwam. Maar, haar hoofd stond er niet naar. Natuurlijk een beetje lullig tegenover het meisje dat gisteren zo bezorgd om haar was, dus besluit Sofie om direct alsnog maar een bericht te sturen.

“Bedankt voor je hulp gisteren. Voel me inmiddels weer wat beter. Liefs, Sofie.”

Sofie bedenkt zich dat het berichtje misschien al een verdieping boven haar wordt afgeleverd. Debbie is tenslotte de vriendin van Thijs, die hier op de zolderverdieping woont. Aan de ene kant fijn, omdat Sofie nu waarschijnlijk makkelijker contact met Debbie kan leggen. Zeker als ze vaker bij Thijs zou blijven slapen.
Maar, aan de andere kant, is het wel erg dichtbij. Sofie heeft er alles aan gedaan om haar bedplassen geheim te houden voor haar huisgenoten. Nu weet de vriendin van één van hen al dat er bepaalde dingen spelen bij Sofie. Bovendien heeft Debbie gezien hoe ze tijdens de paniekaanval in haar broek had geplast.
De natte broek en onderbroek liggen nog in een hoek van de kamer. Inmiddels zal de urine wel ver zijn opgedroogd in de kleding. Sofie hoopt maar dat ze dat nog goed eruit krijgt gewassen. Thuis ging het met nat beddengoed altijd prima, maar Sofie heeft geen idee of het met een spijkerbroek ook lukt om de geur te neutraliseren. Zo’n ongelukje als gisteren heeft ze tenslotte al niet meer gehad sinds de kleuterschool.

Sofie besluit om maar op te staan en de rotzooi wat op te ruimen. Zowel op haar kamer, als in haar hoofd. Op beide plekken is het momenteel erg rommelig.

Zodra Sofie het dekbed van zich afslaat, ontdekt ze nog iets vervelends. Haar luierbroekje is doorweekt. Niet zomaar nat, maar dusdanig doorweekt dat het gelekt heeft. Op de matrashoes is een kleine vlek zichtbaar.
Even vloekt Sofie binnensmonds. Halverwege bedenkt Sofie zich dat ze binnensmonds vloekt, omdat ze de speen nog altijd in heeft, en dat hardop vloeken belemmert. Gefrustreerd haalt ze de speen uit haar mond, en gooit hem op haar bureau.

Hoe heeft ze dat nou niet kunnen merken?

Gefrustreerd staat Sofie op, en scheurt ze haar luierbroekje los. Aangezien ze haar vuilniszak vandaag toch weg moet gooien, besluit ze het broekje gewoon in haar prullenbak te gooien. Voordat ze dat doet, bekijkt Sofie het ding eens goed. Hij zit echt helemaal vol. Duidelijk had er geen druppel meer bij gekund. Het broekje is bovendien minstens twee keer zo dik als toen ze het aantrok.
Sofie bedenkt zich dat het misschien maar goed is dat ze tegenwoordig van die broekjes draagt. Als al die urine in haar bed gelopen was, had ze een probleem gehad. Dat zou zo hebben gestonken dat minstens één huisgenoot iets gemerkt zou hebben.
Maar, wat Sofie zo frustreert? Dat zij er zelf niets van gemerkt heeft. Ze is minstens tien minuten wakker geweest, voordat ze haar ongelukje ontdekte. Voelde ze dat haar luierbroekje nat was? Ja. Maar zo nat? Het is Sofie compleet niet opgevallen.
Nog meer ergert Sofie zich aan het feit dat ze totaal niet gemerkt heeft dat ze op de speen is blijven sabbelen terwijl ze Debbie sms’te. En erna. Alsof het maar normaal was.

“Echt terug naar kleuterschoolniveau”, moppert Sofie, terwijl ze het broekje in de prullenbak gooit, en deze snel sluit.

Meteen haalt ze het natte beddengoed af, en maakt een stapeltje bij de deur. Gelukkig is de matras niet nat geworden, dankzij de matrasbeschermer onder het hoeslaken. Sofie trekt haar hemdje uit, en gooit het op de stapel. De natte kleren van gisteren gaan er ook bij.
Snel trekt Sofie haar badjas aan. Naakt je bed opmaken is ook zoiets. Zodra haar bed weer fris is opgemaakt, pakt Sofie de speen van de grond. Zonder te treuzelen, legt ze die terug in haar bureaula, en sluit ze deze af.
“Weg met dat ding”, mompelt Sofie, terwijl ze haar toilettas pakt en haar mobiel erin doet. Voorzichtig legt ze het ding op de stapel natte kleren, en loopt ze ermee naar de badkamer. Gelukkig komt ze onderweg niemand tegen. Daar heeft Sofie nu geen zin in, en al helemaal niet in Nathalie. Dat wantrouwige kreng.

Terwijl Sofie haar was in de machine stopt, en het apparaat laat starten met zijn werk, denkt ze nog eens terug aan gisteren. Aan wat Debbie haar over Nathalie heeft verteld. Dat heeft voor Sofie het één en ander opgeklaard, maar ook voor nieuwe vraagtekens gezorgd.
Dat er bij Nathalie blijkbaar ook spullen zijn verdwenen, zorgt bij Sofie voor een tweestrijd. Aan de ene kant kan het zo zijn, dat ze in hetzelfde schuitje zitten. Dat ze allebei bestolen en gemanipuleerd worden. Dan is het ook logisch dat Nathalie Sofie verdacht vond, toen ze de loper in haar handen had.
Aan de andere kant, kan het ook zo zijn dat Nathalie de diefstal op haar kamer verzint. Dat ze zelf de dief is, en zo probeert om de aandacht van zich af te leiden. Tot zo’n stunt acht Sofie Nathalie inmiddels wel in staat.

Inmiddels is Sofie onder het warme water van de douche gestapt. Ze ontspant een beetje, terwijl ze tevreden de urinegeur van haar lichaam afwast.

Het is moeilijk voor Sofie om te geloven wat er op zo’n korte tijd van haar geworden is. Bedplasser was ze thuis ook. Maar, inmiddels draagt ze luierbroekjes, merkt ze niet hoe nat ze deze maakt en heeft ze een speen. Niet dat ze deze zelf aangeschaft heeft, maar weggooien doet ze ‘m ook niet.
Daarnaast is Sofie nog nooit zo gestrest geweest als sinds ze op kamers woont. Erg gek is dat ook niet. Menigeen zou thuis ook knettergek zijn geworden van het spelletje dat met Sofie wordt gespeeld. Het is allemaal erg heftig. Zo heftig dat ze er gisteren een paniekaanval en ongelukje door heeft gehad.
Thuis, in Drenthe, heeft Sofie het eigenlijk ook nooit zo moeilijk gehad als hier, op kamers in Maastricht. Natuurlijk is haar jeugd niet perfect geweest – en dat hoeft ook niet – maar eigenlijk heeft ze nooit iets te klagen gehad.
Sofie denkt terug aan hoe ze thuis was. Stil. Zo’n meisje is ze altijd al geweest. Maar ook was ze meestal opgewekt en open. Hier moet ze alles voor zichzelf houden. Althans, dat wil ze. Thuis was het bedplassen een normaal onderdeel van Sofie’s routine. Hier is het een geheim.
Afgezien van de dief, is dat misschien juist wel het probleem. Dat het voor alles en iedereen een geheim is. Wellicht helpt het wel om dit met iemand te delen? Iemand die ze kan vertrouwen. Maar wie?

Tijdens het afdrogen, hoort Sofie een bekend geluid. Ze heeft een berichtje op haar telefoon gekregen. Waarschijnlijk van Debbie.
Wat was die gisteren lief voor haar. Zo kalm, en zorgzaam. Zelfs Sofie’s natte broek kon Debbie niet schelen. Ze wilde Sofie oprecht helpen. Zo iemand had Sofie hier in Maastricht nog niet ontmoet, ondanks het feit dat de meeste inwoners erg relaxed zijn.
Afgedroogd en omgekleed leest Sofie het berichtje dat ze van Debbie heeft gekregen. Inmiddels zit ze in de keuken aan haar ontbijt. Haar spullen heeft ze nog niet teruggebracht naar haar kamer. Daarvoor heeft ze net iets teveel honger. Lang leve de cornflakes.

“Gelukkig dat het nu beter met je gaat. Denk aan wat ik je heb gezegd: negeer Nathalie voorlopig maar gewoon. En je mag me altijd bellen.”

En dat is wat Sofie dan ook maar besluit om te doen. Ze belt Debbie. De behoefte om haar geheim te delen is te groot geworden om te negeren. Debbie leek gisteren geen probleem te hebben met haar natte broek, dus dan kan het accepteren van bedplassen toch niet zo’n grote stap meer zijn?

Debbie neemt al snel op. Sofie vraagt haar of ze zin heeft om vanmiddag langs te komen, aangezien ze haar graag wil bedanken en wat wil kletsen. Aangezien beiden een vrije dag hebben, kan het prima. Debbie lijkt er zin in te hebben, en vraagt Sofie bovendien of ze een gratis krat ice-tea wil hebben. Deze is over van het feest van een dispuut waar Debbie lid van is. Tegen ice-tea zegt Sofie nooit ‘nee’, en accepteert Debbie’s aanbod dankbaar.

Sofie is opgelucht en een beetje trots op zichzelf. Ze heeft toch een grote stap durven zetten. Ook al is het maar de eerste. Snel eet Sofie de rest van haar cornflakes op, voordat ze zich met haar spullen terug begeeft naar haar kamer.

Maar daar slaat haar de schrik om het hart. Voor de zoveelste keer, sinds ze in Maastricht woont. Er is opnieuw iemand op haar kamer geweest. Dat is overduidelijk.
De verpakking van de gestolen luierbroekjes ligt op Sofie’s opgemaakte bed. De acht broekjes die er nog inzaten, zijn verspreid in de kamer opgehangen. Op ieder broekje staat iets geschreven. Vier doodenge, en zeer pijnlijke letters.

“BABY”
 

Luier 86

Toplid
ik zou haast nathalie verdenken. ook met bespieden, al kan het ook een twist zijn, debbie vanaf thijs zijn locatie.
 
Bovenaan