GUARD [DL]

DiapiDiapi

Luierliefhebber
Al jarenlang lees ik de verhalen op het forum; eigenlijk is dat mijn voornaamste reden om het te bezoeken. Ik heb nooit echt de tijd gehad om zelf de pen op te pakken, ondanks dat ik graag schrijf. Als eigen baas is je werktijd helaas heilig. Nu kan ik eindelijk aan de slag. De zaak is verkocht. :)

Er staat een groot verhaal aan te komen, waarvoor ik inmiddels bij de laatste twee hoofdstukken ben aangekomen. Daarna volgt er nog een flinke revisieronde om één en ander op orde te brengen. Gisteren ontstond er echter een tweede, kort verhaal dat ik tussendoor wilde schrijven. Ik hoop dat jullie er plezier aan beleven.

Mijn eerste korte verhaal, [BODY], vind je hier.

Groet, Diapi


GUARD


Op de tafel ligt een cadeautje voor Marin klaar. Vijf vrolijke kleuren in lijnen van afwisselende dikte maken hem duidelijk dat het om een vrolijk presentje van Jochem gaat. En als dat al niet genoeg is, dan helpt het kaartje wel.

Hey schat, als jij je net zo voelt als ik dan ga je me enorm missen dit weekend. Hopelijk doet dit je aan mij denken de komende dagen. Doe je het rustig aan? Tot maandag! Kus!’

Vrij nemen van zijn werk om Jochem gedag te zeggen vannacht kon even niet. De komende zomer willen ze drie weken naar Tenerife en meer vrije dagen heeft hij niet dit jaar.

Hij wil het kaartje opzij leggen, maar laat het per ongeluk vallen. Vermoeid gaat hij door de knieën om het op te rapen. Hij neemt het pakje in zijn handen. Luiers. Marin moet lachen. Ja hoor, het is vooral Jochems fetisj die hij gaat missen natuurlijk. Hij trekt het plakband open alsof het de plakstrips van Jochem zijn en haalt het papier weg van het cadeautje. Twee dikke luiers.

Het cadeautje is voor Jochem zelf. Maandag komt hij terug van zijn werkbezoek in Duitsland en hij wil dan vast door Marin verschoond worden. Het is hun vaste ritueel ’s avonds. Om acht uur als ze samen zijn, net voor het naar bed gaan als ze bezoek hebben.

Marin legt de luiers terug op tafel en gaat op de bank zitten. Hij zet de televisie aan. Niet dat er iets te zien is om vijf uur in de ochtend, maar het is fijn om wat bewegende beelden in de kamer te hebben. Hij wil zijn biertje pakken, maar bedenkt dan pas dat hij die nog niet uit de koelkast heeft gepakt.

Opstaan, een biertje opentrekken en weer zitten. Het geluid van de televisie laat hij op nul staan. Jochem heeft er geen last van, die zit in de bus halverwege Berlijn. Marin zelf heeft er geen behoefte aan. Hij staart voor zich uit totdat om half zes zijn telefoon oplicht. Half zes, tijd om naar bed te gaan. Hij staat op. In het voorbijgaan naar boven pakt hij de twee luiers mee. Zijn biertje staat nog onaangeroerd op tafel.

Hij sjokt de trap op en legt de luiers op de rand van de wasbak. Wanneer hij zijn tanden poetst duwt hij zijn cadeautje per ongeluk van de wasbak af. Hij staart naar de twee luiers op de grond, nog keurig in hun opgevouwen vorm. Allebei zijn ze wit van kleur met blauwe randen en staan er vrolijke figuren op afgebeeld. Hij overweegt ze te laten liggen en ze pas in de morgen op te rapen.

Wanneer hij in bed stapt, kondigt het daglicht zich al aan. Misschien moeten ze toch maar eens verduisterende gordijnen kopen. Als hij tot diep in de nacht door moet werken, dan is het geen overbodige luxe. Hij kijkt nog één keer naar de twee luiers die hij op het nachtkastje van Jochem heeft gelegd en draait zich dan om.



De koffie wil best smaken, maar het is vreemd om hem zonder Jochem te drinken. Twee plakken brood op tafel in plaats van vier. Marin vraagt zich af of hij de laatste plak kaas weg moet gooien, die is misschien niet goed meer na het weekend. Het is voor het eerst in jaren dat de twee elkaar meer dan een dag niet zien.

Marin heeft gezegd dat hij er wel zin in heeft en dat hij van plan is met zijn zus af te spreken. Nu zit hij met zijn telefoon in handen naar het berichtje van Jochem te staren.

Hey schat, we zijn net bij het hotel aangekomen. Ik kreeg de slaap niet te pakken in de bus. Esmee bleef maar doorkakelen met Annet. Hopelijk lees je dit vanmiddag pas, ik bel je wanneer ik wakker ben! Kus!’

Vanmiddag, tja, dat kan over een uur zijn of tegen de avond pas. Marin heeft er maar weinig zin in zijn zus te zien vandaag. Hij wil Jochem liever geen leugentje om bestwil vertellen, dus misschien moet hij Lieke toch maar bellen. Of hij moet het maar gewoon afwachten. Jochem zal druk zijn vanavond. Het zal spannend zijn voor hem om zijn presentatie te geven voor het Duitse publiek.

Marin gaapt en kijkt nog eens op zijn horloge. Half elf, veertien minuten later dan toen het bericht van Jochem binnenkwam. Laat hem maar lekker slapen. Samen met Anton en Jeroen in een hotelkamer. Drie nachten zonder luiers, ook dat is jaren geleden.

Ze woonden nog niet samen, die laatste keer. Jochem werkte al bij de bank, Marin had net besloten zich om te laten scholen. In het jongerenwerk was geen droog brood te verdienen en met zijn schilderijen was er weinig grip op een stabiel inkomen. De beveiliging was misschien niet het meest glamoureuze werk dat er beschikbaar was, maar als hij de opleiding zou voltooien dan zou het goed verdienen zijn.

Een leuke ontmoeting en een bijzonder gesprek in de eerste week. Het was al snel duidelijk dat dit tot een relatie zou gaan leiden. Bij Jochem thuis lagen de luiers en als het zo uitkwam dan nam hij er af en toe één mee wanneer hij bij Marin bleef slapen. Toen ze besloten samen te gaan wonen, waren de luiers geen punt van discussie. Die hoorden bij Jochem.

Nu zijn ze drie jaar verder en hebben ze het goed samen. Marin is drie minuten verder en hij weet niet wat hij met zijn dag aan moet. Een tweede kop koffie helpt hem overeind; het bladeren in een magazine helpt hem het eerste uur van de middag door.

Het is afwachten tot Jochem wakker wordt. Marin zet de televisie aan en gaat languit op de bank liggen. De kwalificaties van de Formule 1 beginnen zo. Het is een beetje vermaak, maar bovenal wat afleiding.



Even na vieren klinkt er plotseling een bekende melodie in de woonkamer, luider dan de nabeschouwing op de televisie. Marin schrikt wakker uit een onbedoeld dutje en een vervelende nachtmerrie. Hij heeft anderhalf uur geslapen.

Slaperig kijkt hij om zich heen. Hij grijpt naar zijn telefoon; het is Jochem. Driemaal probeert hij het groene cirkeltje omhoog te schuiven, de vierde maal is het pas raak.

“Hey… schat.” Marin komt zo goed en kwaad als het kan overeind.

“Guten Mittag. Aus Berlijn!”

“Aus Berlijn? Je hebt je talen mooi op orde hoor.”

“Ja toch?”

“Heb je lekker geslapen?”

“Mijn hemel, ik had het nodig na vannacht.”

“Is je hotelkamer oké?” Het zijn de verplichte vragen, haast mechanisch. Alsof elk gesprek tussen geliefden op afstand over koetjes en kalfjes moet gaan… maar Marin vindt het wel prima zo.

“Jawel, de jongens lieten me met rust. Ze hebben achter in de bus gezeten en hebben nergens last van gehad.”

“Dus toch een luier om?”

“Nee,” Jochem lacht. “Laat ik het risico maar niet nemen met meine Windeln. En jij?”

“Ik? Wat bedoel je?”

“Of jij een luier omgedaan hebt?”

“Ha, nee joh. Ik heb ze voor je klaarliggen op je nachtkastje.”

“Ik ben dichter bij je als je hem omdoet. Als een fijne knuffel voor je.”

“Geef me die knuffel maandagochtend maar. Ben je klaar voor vanavond?”

“Absoluut, ik heb er zin in. We vertrekken met tien minuten. Ik zal je achteraf appen hoe het is gegaan. Ben jij oké met weer een nachtdienst?”

“Het moet maar hè.”

“Niks moet, een paar dagen vrij nemen is ook oké.”

“Maar nergens voor nodig.”

Het blijft eventjes stil aan de lijn.

“Sorry,” zegt Marin. “Het was een leuk cadeau. Ik kan niet wachten tot maandag.”

“Ik denk niet dat je het begrepen hebt. Ik wil er voor je zijn. Hoe heb jij geslapen vannacht?”

“Niet anders dan alle andere dagen.”

“Slecht dus?”

“Ja.”

“Marin…”

“Het is oké, ik slaap gewoon slecht. Daar heb ik wel vaker last van. Dat weet jij ook.”

“Dit is anders. Dat weet jij ook.”

“Ik wil er niet over praten.”

“Dat weet ik en dat respecteer ik.”

“Oké…”

Het blijft langer stil aan de lijn.

“Ik moet gaan. De taxi is er zo.”

“Oké. Heel veel succes straks… Ik zal aan je denken.”

“En ik aan jou. Let goed op jezelf, schat. Ik kan het zelf niet doen nu.”

“Ik doe mijn best.”

“Dat heb ik ook gedaan. Denk als je thuiskomt aan mijn cadeautje, wil je?”

“Ik hou van je.”

“Ik ook van jou. Ik spreek je morgen, oké?”

Marin werpt de telefoon van zich af. Hij is niet boos op Jochem, het is geen onverschilligheid. Hij is boos op zichzelf, maar heeft geen zin eraan toe te geven of er iets aan te doen.



Om negen uur neemt Marin het over van zijn collega. In zijn gebouw is hij de enige vanavond. Drie collega’s zitten op andere locaties in de buurt. Het IT-bedrijf is een grote werkgever in de stad en weet goed te boeren. Dat moet ook wel, want anders zijn de veertig camera’s waar Marin zicht op heeft niet nodig.

Nadat hij de deur achter zijn collega sluit en hem nog een keer nazwaait, pakt hij nogmaals zijn sleutelbos. Voor de zekerheid controleert hij of hij de deur echt op slot heeft gedaan. Je kunt nooit voorzichtig genoeg zijn.

Hij begint aan zijn rondje door de gangen van de eerste verdieping. Hij rammelt links en rechts aan de deuren. Als ze opengaan, werpt hij een uitgebreide blik in de ruimte erachter en doet hij vervolgens de deur op slot. Daarna de trap op, naar de tweede verdieping, de derde en de vierde.
Wanneer hij terugkomt op de begane grond, schrikt hij van een lichtflits. Hij duikt opzij en kijkt nog eens de gang in. Hij ziet niks, hij hoort niks en schijnt dan voorzichtig met zijn zaklantaarn in de richting van waar hij het zag gebeuren. Weer die lichtflits, maar nu tegelijkertijd met de zijne. Het is een spiegel.

“Verdomme,” mompelt Marin.

Hij neemt een moment om van de schrik bij te komen en gaat daarna verder naar zijn kantoor. Alle beveiligingslampjes staan op groen. Hij drukt op het enige rode lampje en zet een mok klaar om de koffie op te vangen.

Nog een blik op de schermen en dan gaat hij zitten. Hij stuurt een bericht naar zijn collega’s; hier is alles in orde. De komende uren mag hij zelf bepalen hoe hij zich wil vermaken, zolang hij af en toe maar op zijn schermen kijkt. Marin doet om één uur nog een ronde door het gebouw. Hij krijgt een appje van Jochem binnen; de presentatie was goed gegaan en hij ging nu met collega’s Berlijn in voor een drankje.

‘Gefeliciteerd, schat. Ik ben trots op je. Dat meen ik, je bent geweldig. Ik heb lang niet altijd door hoe lief je bent geloof ik. Geniet ervan en ik spreek je morgen.’ Marin drukt op verzenden en richt zich weer op zijn schermen. Hij wil zich niet te veel laten afleiden en legt zijn telefoon ondersteboven naast zich neer, vlak naast zijn schetsboek. Die wilde hij er voorheen nog wel eens bij pakken om de tijd te doden.



Het cadeaupapier ligt nog op tafel, het geopende biertje van gisteren staat weer in de koelkast. Marin neemt er een slok van. Die kan nog best opgedronken worden. Van Jochem heeft hij om half drie een berichtje gekregen. Hij was terug in het hotel na een leuke avond en hij ging slapen. Marin gaat weer op de bank zitten, de televisie gaat weer aan en om half zes staat hij op om naar bed te gaan.

Elke stap de trap op is zwaar, en doodop doet hij nog een plas voordat hij naar bed gaat. Zes uur. Een half uur heeft hij nodig om in bed te gaan liggen. Het is stil in de slaapkamer, de rustige ademhaling van Jochem ontbreekt. Hij snurkt nooit en ligt er altijd vredig bij.

Straks in de zomer, wanneer ze zonder dekens slapen, ziet Jochem er altijd zo lief uit. Zijn vriend in een dikke luier naast hem. Hij vindt het prima als Jochem zijn luier gebruikt waarvoor die bedoeld is. Vaak valt zijn dikke luierkant dan echt op. Jochem houdt ervan en Marin houdt van hem.

De twee luiers liggen onaangeroerd op Jochems nachtkastje. Marin staart er een tijdlang naar. Hij kan de slaap zoals gewoonlijk niet vatten. Om half zeven pakt hij zijn telefoon op om een spelletje te spelen en om kwart over zeven gaat hij nogmaals naar de wc.



Het is zondagmiddag, de eerste van drie vrije dagen na vier nachtdiensten. Jochem volgt een cursus en gaat daarna uit eten met zijn directe én Duitse collega’s. Marin probeert het huis schoon te maken en op te ruimen. Erg nodig is het niet. De schoonmaakster is donderdag nog geweest en de mannen zijn het gewend om spullen niet te laten slingeren.

De televisie, een magazine, even appen met Jochem en op de fiets naar de winkel om boodschappen te doen. De uren kruipen voorbij totdat Jochem laat op de avond belt. Jochems dag wordt besproken en het succes van de presentatie gisteravond wordt gevierd. Marin is blij voor zijn man en doet zijn best het te laten merken. Jochem weet het, maar weet er ook doorheen te prikken.

“Schat, ik wil dat je naar me luistert.”

“Ja… oké.” Marin zit ongemakkelijk op de bank.

“Ik weet dat je er niet over wilt praten, maar het moet. En het spijt me dat ik nu niet bij je ben, maar het is nodig. Ik hoor dat je op omvallen staat. Je
bent kapot.”

“Ja.”

“Het was een geplande inbraak. Jij was in je eentje, je kon er niks aan doen dat ze je te pakken namen.”

“…”

“Het was verschrikkelijk en niet zomaar iets dat nou eenmaal bij je werk hoort. Het is jouw werk om er melding van te maken en de politie te bellen,
niet om de klappen op te vangen.”

“Ik weet het.”

“Je weet het, maar je voelt het niet.”

“Ja.”

“Marin, je mag het voelen. Je schaamt je, je bent boos en je bent bang en dat is allemaal oké.”

“Ik…”

Jochem blijft stil om Marin de tijd te geven.

“Verdomme… ik voel me zo bang, Jochem. Ik kan het niet meer.”

“En dat hoeft ook niet. Ze hadden je beter moeten helpen. Ze hadden je niet met je koppigheid moeten laten gaan. Ik hou van je. Je bent alles voor
mij en die klootzakken hebben jou verpest. Ik wil je weer zien lachen.”

“Ik wil niks liever dan dat.”

“Schat… doe straks een luier om. Vertrouw me alsjeblieft. Ga op tijd naar bed. Morgen ben ik er weer. Rond twaalf uur komen we aan. Als ik thuis
ben, dan bellen we je baas op. Je hebt een pauze nodig, of misschien moet je er gewoon helemaal mee stoppen.”

“Je hebt gelijk.”

“Dat weet ik.”

“Ga slapen, alsjeblieft.”

“Ja.”

“Ik hou van je.”

“Ik hou ook van jou, Jochem. Het spijt me dat ik zo koppig ben.”

“Maak je daar niet druk om. Stop met je druk maken om alles. Ga naar bed en vanaf morgen gaan we ervoor zorgen dat alles weer beter wordt.”

“Dankjewel.”

“Ik mis je. Ik kan niet wachten om weer bij je te zijn morgen.”

“Slaap lekker, schat. Ik zie je morgen.”

“Jij ook… doe een luier om.”

Met een druk op de knop verdwijnt Jochems stem. Dat is de man op wie hij verliefd is geworden. Bereid om ruimte te geven, maar duidelijk als het
nodig is. Marin legt de telefoon op tafel en glimlacht.



“Hey, word eens wakker.”

Marin opent voorzichtig zijn ogen. Het is nog donker buiten. Vreemd.

“Het is zeven uur. Ik wil je echt heel graag zien, spreken en een knuffel geven.”

Zeven uur? Links van hem staat Jochem naast het bed.

“Hey, wat doe jij hier al?”

Jochem pakt de wekker met een brede lach op. Negentien, nul, drie… Dat is bijna twee keer de klok rond.

“Heb ik zo lang geslapen?”

“Ja, ik was om kwart voor één thuis. Je hebt me niet eens opgemerkt toen ik je een kus gaf. Ik heb je in weken niet zo fijn zien slapen.”

“Ik had hulp,” zegt Marin. Hij slaat zijn deken open en laat zijn geluierde billen zien. “Een knuffel van jou.”
 
Laatst bewerkt:
Bovenaan