Verhaal Klaar Het Spijlenbed

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
Dit is een experiment waarin ik alleen de laatste paragraaf van een mogelijk verhaal heb uitgeschreven, en daarmee een uitnodiging om zelf te gaan fantaseren wat hieraan vooraf zou kunnen zijn gegaan.
Ik hoor graag of dit lezers hier inderdaad aan het denken heeft gezet, en de uitkomsten van hun fantasieën zijn hier ook welkom.
Zelf heb ik ook wel een idee hoe het zo gekomen kan zijn, maar ik wil in ieder geval eerst het experiment de tijd geven. Daarna beslis ik wel of ik (ook) mijn idee verder uitwerk.

6 juni: aangezien er nauwelijks reacties zijn gekomen, ben ik begonnen het verhaal zelf verder uit te schrijven: zie verderop.


----
Het spijlenbed - einde

"Dat is jouw nieuwe bed nu. Je denkt toch niet dat we zo'n duur spijlenbed hebben aangeschaft voor die paar dagen? Het zal je helpen om 's nachts te slapen in plaats van de halve nacht op je telefoon bezig te zijn."
Oh nee, dat had ik niet verwacht! Dat betekent natuurlijk ook dat ik 's nachts niet naar de WC kan, en dus ook de rest van de spullen gebruikt zullen blijven worden. En, alhoewel mijn ouders het niet uitspraken, gaat dat natuurlijk ook inhouden dat ik niet meer de mogelijkheid zal hebben om met mezelf te spelen 's nachts. Ik besef me dat het er voortaan behoorlijk anders aan zal toegaan hier!
 
Laatst bewerkt:

toet

Superlid
Ik probeer even.

Eerste optie: een jongere (M/V/X?) zat in een neerwaartse spiraal: slechte schoolresultaten ==> boze ouders ==> zoekt troost in gsm en 16+ activiteiten 's nachts ==> te moe op school ==> slechte schoolresultaten...
De ouders proberen deze cirkel op veel verschillende manieren te doorbreken en doen dit door uiteindelijk naar extreme maatregelen te grijpen.

Tweede optie:
Een weeskind wordt omwille van zijn leeftijd overgeplaatst naar een andere leefgroep in een ander tehuis. Administratief loopt er echter van alles mis.
Bij de formulieren die op voorhand opgestuurd worden zijn een aantal kruisjes onder de rubrieken 'zelfstandigheid', 'incontinentie', 'aan en uitkleed gedrag', 'leeftijd'... verkeerd geplaatst.
Daardoor is er een zeer grote mismatch tussen waar het kind dacht terecht te komen en waar het effectief terechtkomt.
Bij deze tweede optie moet 'ouders' gelezen worden als de pleegouders of de zorgouders.

Ik ben benieuwd naar jou idee.

Mvg,
Toet(je)
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
@beddenplasser, mijn doel was om een idee neer te zetten waar mensen over kunnen fantaseren, dat voldoende steun biedt om in een bepaalde richting te gaan denken, maar daarbinnen voldoende vrijheid biedt om nog verschillende kanten op te kunnen.

Op zich laat ik vrij hoe de lezers hiermee omgaan, maar ik zou het leuk vinden als geïnteresseerden:
- laten weten of mijn opzet geslaagd is en ze er over zijn gaan fantaseren
- eventueel ook opschrijven wat voor ideeën er zijn ontstaan bij het fantaseren, zoals Toet deed
- eventueel zelfs hun ideeën uitschrijven en hier publiceren

Het idee dat iedereen een stukje mee zou schrijven is niet wat ik in gedachten had - dan had ik beter een start van een verhaal kunnen schrijven dan een eind.
Het lijkt me erg interessant om te zien hoe uiteenlopend de fantasieën kunnen zijn.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
Ik moet concluderen dat het experiment niet geslaagd is: maar 1 persoon heeft laten weten dat hij er over is gaan denken, en wat daar het resultaat van was, en met hem werk ik al veel samen.
Daarom ben ik zelf begonnen met uitschrijven wat mijn idee hierbij was.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
Het plan
'Maar waarom moet ik daarvoor mijn kamer opgeven en op de bank slapen?' vraag ik vertwijfeld. Op zich begrijp ik wel dat Marco hier een paar nachten opgevangen wordt, terwijl zijn moeder voor een geplande ingreep in het ziekenhuis ligt. En dat zijn vader zijn werk en de zorg voor de overige kinderen niet kan combineren met de aandacht een mongooltje nodig heeft. (Ja, ik weet dat ik hem niet zo mag noemen, maar termen als autist en Downsyndroom bekken toch niet?) Maar laten mijn ouders dan hun bed beschikbaar stellen - zij hebben het tenslotte aangeboden, niet ik! Maar nee, de bank is niet geschikt voor 2 personen, en ze leggen me nogmaals uit waarom hij niet op de bank kan slapen:

'Josie, je weet toch dat voor Marco dit een hele moeilijke periode zal zijn, en dat hij waarschijnlijk zal proberen weg te lopen om terug naar zijn vertrouwde omgeving te gaan, en als dat niet lukt ander ongewenst gedrag zal vertonen? Daarom hebben we een spijlenbed geregeld, en de enige plek waar die kan staan is in jouw kamer. Jouw bed wordt toch te klein nu, dus dan doen we die weg, en krijg je meteen een volwassen bed als Marco weer weg is.' Nou dat zou tijd worden. Eindelijk begon ik een beetje meer te groeien, maar nog steeds ben ik niet groter dan bijvoorbeeld Marco, alhoewel die 2 jaar jonger is. Misschien is het wel waard om een paar nachten op de bank te slapen, als ik daardoor mijn kinderachtige bed eindelijk kan vervangen. Misschien wel iets romantisch met een mooi houten hoofdboord?

'Mag ik er dan zelf een uitzoeken?'

'We kijken wel even nadat Marco weer weg is.' Nou, dat was in ieder geval geen nee. Ik weet wel dat mijn ouders het niet zo ruim hebben, maar een goed bed vinden ze toch ook wel belangrijk, hoop ik.



'Josie, er is nog iets. We zijn er niet gerust op dat we in een keer alles goed doen bij Marco, want daar hebben we helemaal geen ervaring mee. We kunnen natuurlijk niet hebben dat het hem lukt weg te komen, want dat zou levensgevaarlijk voor hem zijn. Maar we willen het ook zo comfortabel mogelijk voor hem maken. Daarom willen we graag wat dingen van te voren oefenen, en we hoopten dat jij daarbij de rol van Marco wilde spelen.' Oh, dat is slim van ze. Gebruik maken van mijn belangstelling voor het toneel door het een rol te noemen. Maar ik ga mijn huid duur verkopen.

'En wat krijg ik daar dan voor terug?'

'Als je weet te ontsnappen of je luier uit te doen, krijg je die nieuwe telefoon voor je verjaardag.' Oh, dat klinkt interessant! Wel verrassend, aangezien mijn ouders nu al klagen dat ik veel te veel tijd op mijn telefoon doorbreng. Maar een luier? Ik dacht dat ik daar zo langzamerhand van af was - zelfs de luierbroekjes zijn de afgelopen jaren ’s nachts niet meer nodig, behalve als ik ergens anders slaap - op een één of andere manier zorgt het onbekende dat ik soms 's nachts toch nog urine verlies.

'OK, misschien wil ik wel proberen dan, zolang niemand me hoeft te zien, of er over hoort. Maar hoe lang moet dat dan, en moet ik de luiers ook gebruiken?'

'We willen alles wat er op een dag gebeurt uitproberen, dus de test duurt 24 uur. Dat geeft je ruim de tijd om je telefoon te verdienen. Wat de luiers betreft; voor zover bekend is Marco's stoelgang regelmatig, en kunnen we dat inplannen met een luier-verschoning. Dat zou bij jou ook wel moeten lukken, lijkt me. Maar omdat Marco nog wel eens zijn luier uit wil doen of er in zitten met zijn handen, als hij zijn zin niet krijgt, zal jij ook niet zelf je luier uit kunnen doen, en we moeten ook oefenen met controleren of de luier nat is, en verschonen, dus de plas gaat in de luier.'

Na nog wat meer details te hebben besproken, besluit ik de uitdaging aan te gaan. Marco komt op een dinsdag aan, en ik zal zijn rol innemen op de zondag ervoor.



De uitdaging begint
De vrijdag voordat Marco komt arriveert het spijlenbed dat mijn ouders ergens tweedehands op de kop hebben getikt, samen met verschillende andere dozen waarvan ik niet goed weet wat er in zit, en die mijn ouders in beslag nemen voordat ik gelegenheid heb om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.

Zaterdag overdag, terwijl ik op toneelrepetitie ben, wordt die in mijn kamer opgebouwd. Wanneer ik terugkom van repetitie is oom Anton, de vader van Marco, er ook, dus die heeft blijkbaar meegeholpen. Ik mag nog niet mijn kamer in, dus is het best een verrassing.



Die avond na het avondeten zal het dan gaan beginnen voor mij. Ik zie er wel een beetje tegenop, vooral de luiers, maar daar probeer ik maar niet te veel aan te denken, en me te concentreren op mijn rol, en de smartphone die ik ga verdienen. In ieder geval zal ik goed verzorgd worden, geen taken hebben zoals afwassen, en mag ik me misdragen - wellicht ga ik me wel vermaken. We hebben alleen wel afgesproken dat ik geen geweld gebruik tegen mijn ouders – Marco doet dat ook nooit.

Tijdens het avondeten ben ik toch wel gespannen erover, en krijg ik maar met moeite wat eten binnen. Daarna gaan we met z'n drieën naar mijn kamer, die ondertussen aardig verbouwd is. Maar voordat ik alle verschillen goed in me op kan nemen, zegt mijn vader, terwijl hij de tijd controleert, 'Josie, de tijd gaat nu in. Dus tot morgen 18:50 wordt je behandeld als Marco.'

In de verwachting dat ze nog niet direct zo alert zijn, probeer ik meteen weg te stuiven; als ik de voordeur aan kan raken heb ik mijn telefoon al meteen verdiend. Maar mijn vader heeft de kamerdeur dichtgedaan, waardoor ik niet door kan rennen, en voordat ik hem open heb wordt ik bij mijn middel gegrepen, 'Oh nee, jongedame, jij blijft gezellig hier bij ons!' En zonder moeite wordt ik opgetild en gedeponeerd op de werktafel die normaal in de schuur staat. Papa's yoga mat ligt er nu op. Ik moet er op gaan liggen; hij is niet lang genoeg om er helemaal op te passen, dus mijn onderbenen hangen over de rand naar beneden. Dan wordt er een riem, die blijkbaar aan de zijkanten van de tafel is vastgemaakt, over mijn buik vastgegespt, 'zodat ons meisje er niet afvalt en zich bezeert.' Natuurlijk heeft het niets te maken met dat het me verhindert snel weg te komen of te voorkomen dat ik een luier omkrijg, denk ik sarcastisch. Ik probeer nog of ik de riem openkrijg, maar dan worden mijn handen gepakt en boven mijn hoofd in lussen vastgezet. Ik kan ze niet zien, maar ze voelen aan als sjaals ofzo. Mijn ouders lijken er goed over nagedacht te hebben, en voorlopig zie ik geen mogelijkheden meer om het ze moeilijk te maken. Snel is mijn broek uit en doet mijn moeder mij een luier om, terwijl mijn vader op een afstandje klaar staat om te hulp te schieten als het nodig is, maar tot die tijd mij wat privacy probeert te geven. Het lijkt er op dat mijn moeder weer terugvalt in hoe ze me vroeger een luier omdeed, met opmerkingen als 'Kan mijn grote meid een mooi bruggetje maken,' en 'Daar komt de eerste plakstrip, tsjoeke tsjoeke tsjoeke, en vastgekoppeld.' Ik begin al te klagen over de kinderachtige behandeling, 'Maaaammmm', maar moet er vervolgens ongewild toch om lachen, en besluit haar haar pleziertje te gunnen. Ondanks dat ik vastgebonden lig is het wel een intiem momentje, en kan ik even genieten van de liefde waarmee ze het doet.

Over de luier gaat nog een plastic broekje, en dan word ik losgemaakt van de tafel, en weer op mijn benen gezet. Nu komt mijn vader er ook weer bij staan, en één van de twee houdt me steeds vast. Mijn T-shirt en BH worden uitgetrokken, en een ander, mij onbekend T-shirt aangetrokken. Deze is alleen een stuk langer, en blijkt tussen mijn benen met knoopjes te sluiten: het is een romper. "Oom Anton heeft al wat spullen van Marco langsgebracht vandaag," krijg ik als uitleg. 'Zo, en dan nu je pyjama.'

'Maar het is nog harstikke vroeg!'

'Je hoeft ook nog niet naar bed; we gaan gewoon zo lekker TV kijken in de pyjama. Dan hoef je je straks niet opnieuw te verkleden.' Ik haal mijn schouders op; ik verwacht ook geen normale kleding voor overdag, dus het zal wel niet veel uitmaken als ik nu al in pyjama rondloop. Dus ik stap in de voor mij opgehouden broekspijpen; gezien de hoeveelheid stof lijkt het me een eendelig slaappak. Van dat soort onesies heb ik er al een of twee van, maar die zijn meer voor de winter. Deze voelt wat dunner. Als ik er ingestapt ben, komen mijn blote voeten niet met de vloer in aanraking: het pak blijkt aangezette voetjes te hebben. Als die verder omhoog getrokken wordt, blijkt de sluiting niet voor te zitten maar achter, en moet ik dus mijn armen er naar voren toe insteken. Ook mijn handen komen niet uit de mouwen, maar in een soort wanten uit, waarbij zelfs de duimen in hetzelfde compartiment zitten. Ik begrijp niet zo goed waar dat goed voor is, maar ja, het is alleen een dagje om te testen, dus ik laat het allemaal maar gebeuren. De rits op mijn rug wordt omhooggetrokken, en vervolgens wordt er nog wat gefrommeld en hoor ik een klik als van een steeksluiting. Natuurlijk kan ik niet zien wat ze gedaan hebben, en daarom probeer ik met mijn hand te voelen wat daar zit. Maar ik kan er niet makkelijk bij, en merk al snel dat voelen met de wanten een stuk minder goed werkt.

Ik krijg ook niet uitgebreid de tijd, want ze staan alweer klaar met het volgende. Een bundel van zwarte banden aan een blauw stuk dat van waterafstotend materiaal gemaakt lijkt. Ik moet mijn armen erdoor steken, en het blauwe stuk komt voor mijn borst te zitten, met banden onder mijn oksels, rond mijn middel en over mijn schouders, die op mijn rug vastgezet worden. Er blijkt een lijn aan te zitten, waarmee mijn ouders kunnen voorkomen dat ik er vandoor ga; alhoewel het er niet echt uitziet als een kindertuigje, werkt het hetzelfde. Als verklaring krijg ik, "Dit is het oude Crelling harnas van Marco. Deze is ondertussen wat klein voor hem, dus ze hebben een grotere maat gekocht, waardoor wij alvast met deze kunnen oefenen. Gelukkig ben jij wat smaller, en het past je nog prima." Jippie.

Blijkbaar zijn ze nu tevreden met hoe ik ingepakt ben, en mag ik voor ze uit lopen naar beneden. Ik grijp nog snel mijn mobiel, goed oplettend dat ik hem niet laat vallen vanwege de wanten die duidelijk minder grip geven. De voetjes van het slaappak geven niet zoveel grip op de vloer, en mijn moeder, die de looplijn aan het harnas vasthoudt, dwingt me ook om erg langzaam en voorzichtig de trap af te gaan. Ik voel me ook te onzeker om te proberen me los te trekken en de voordeur te bereiken, maar als ik onderaan de trap ben verandert dat. Helaas heeft mijn moeder de lijn stevig vast, en als de lijn strak staat wordt ik abrupt tegengehouden, en val ik bijna achteruit. Het grote PVC stuk op mijn borst zorgt wel dat trekken niet gevoelig is, maar mijn moeder is een stuk groter en zwaarder dan ik, en ik kom niet vrij. Proberen of ik het harnas los kan krijgen lijkt me handiger als mijn ouders niet direct achter mij staan, en meteen zullen zien als ik wat probeer.



Normaal kruip ik in mijn stoel, maar deze keer wordt ik naar het midden van de bank gedirigeerd, en daar haalt mijn vader een stuk ketting achter de kussens vandaan, die vastgeklikt wordt aan mijn harnas. Het klinkt als met een hangslotje. Ik probeer uit hoeveel ruimte die me laat; ik kan overal op de bank zitten, en opstaan, maar kan maar een paar passen weg van de bank. "Sorry, een ketting en slot is niet zo'n vriendelijke oplossing, maar we moeten wat improviseren, en oom Anton verzekerde ons dat het voor Marco niet uit lijkt te maken. Hij zal wel proberen weg te komen, maar als hij merkt dat hij geen kans heeft zal hij wel snel kalmeren, en hij lijkt zich dan verder wel comfortabel te voelen." Voor mij is het natuurlijk ook raar om zo in mijn vrijheid beperkt te worden, maar dat voelt anders, want dit is alleen maar een test en een uitdaging. Ik weet zeker dat het totaal anders zou aanvoelen als dit serieus bedoeld was om mijn vrijheid in te perken. Nu is het eigenlijk meer een spel, en ik probeer net als Marco eerst weg te komen door aan de ketting te trekken, uit het harnas proberen te wriemelen, etc., maar niets werkt. Mokkend ga ik uiteindelijk op de bank zitten, waar mijn ouders aan beide kanten naast me komen zitten.

We kijken eerst het 8-uur journaal, maar dat interesseert me maar beperkt, dus pak ik mijn telefoon. Al bij het ontgrendelen gaat het fout: de wanten voorkomen dat ik mijn vingerafdruk kan scannen, en zelfs swipen werkt niet. "Mam, ik kan mijn berichten zo niet checken!" klaag ik. "Ja schat, ik zie het. Dat lijkt me wel eens goed voor je, dus leg die maar weg, en geniet eens van een avondje rust." Rust? Ik word er alleen maar onrustig van dat ik niet naar de binnenkomende appjes kan kijken, en mijn vrienden zullen wel verbaasd zijn dat er geen antwoord komt. Het is maar goed dat dit alleen 1 avond is; anders zou ik gek worden.

Na het journaal kijken we naar de film Up, die eigenlijk best vermakelijk is. Mijn ouders lijken bijna een wedstrijdje te doen om het me naar de zin te maken; mijn moeder komt met een glas fris met een rietje, mijn vader pakt een bakje chips. "Ik heb maar even een rietje gepakt; met je handen ingepakt is het anders wellicht wat lastiger om niet te morsen," legt mijn moeder uit, en mijn vader voert mij de chipjes om mijn wanten niet vies te laten worden. Lekker dicht tegen ze aangekropen, en aangehaald worden, voel ik me weer als kind, lekker ontspannen samen zijn zonder me druk te maken over of zoiets wel toepasselijk is voor een tiener, en frustratie over alle beperkingen die ze me nog opleggen ondanks dat ik al een jong volwassene ben - ik speel tenslotte een rol, dus ik mag anders zijn dan normaal.

Lekker warm, vertroeteld, en met een gezellige film ben ik helemaal vergeten dat ik in een luier in een kinderlijk slaappak zit die mijn handen veel minder bruikbaar maakt, met een harnas eroverheen die vastgeketend is aan de bank. Eigenlijk mijn best zou moeten doen om te ontsnappen, maar ik voel me nu te ontspannen en slaperig om me daarvoor in te spannen.

Zodra de film afgelopen is moet ik naar bed, en protesten dat het nog vroeg is worden genegeerd. Als ik aangeef dat mijn luier nog droog is, wordt er snel even een washandje over mijn gezicht gehaald, moet ik mijn tanden poetsen, en vervolgens het bed in. Dat spijlenbed ziet er toch wel vervaarlijk uit. Het is echt een volwassen maat, dus waarschijnlijk 2 meter lang, en ook een stuk breder dan mijn oude bed, misschien wel 1 meter. Maar het opvallendste is natuurlijk het houten hek dat er aan alle kanten omheen zit. Dat gaat een heel eind de hoogte in, en ik zou moeten springen om vanaf de vloer de bovenkant aan te kunnen raken. Er uit klimmen lijkt dan ook geen optie. Aan de zijkant zit een deur, waardoor ik naar binnen moet kruipen. Als die achter mij dicht wordt gedaan, hoor ik hem in het slot klikken. Op het bed liggen mijn vertrouwde kussen en dekbed, en mijn moeder heeft blijkbaar ook wat van mijn knuffels tevoorschijn gehaald en in de hoeken gestald. Eerst wil ik er een venijnige opmerking over maken, dat mijn moeder me nog steeds als kind ziet, maar eigenlijk voel ik me toch wel ongemakkelijk, zo opgesloten in een kooi als een wild dier, en kan ik hun gezelschap wel gebruiken. Het kan dan slechts een test zijn, maar uiteindelijk ben ik wel echt opgesloten tot morgenochtend, en dat geeft me toch even een koude rilling. Mijn ouders kijken bezorgd hoe ik reageer, en als ze zien dat ik me behoorlijk ongemakkelijk voel, rolt mijn vader mijn bureaustoel naast het bed, pakt mijn hand door de tralies, en zegt dat hij bij me zal blijven zolang ik me niet comfortabel voel. Ik schaam me een beetje dat die opmerking zorgt dat mijn ogen vochtig worden, en vreemd genoeg voel ik me meer verbonden met mijn ouders dan in jaren.

'Josie, we hebben hier een babyfoon naast je bed gezet - als er iets is mag je ons altijd roepen.' Normaal zou ik dat natuurlijk een grove inbreuk op mijn privacy gevonden hebben, maar nu is het eigenlijk alleen geruststellend. En wat heb ik sowieso aan privacy als ik toch niets kan? Alles samen duurt het eigenlijk helemaal niet lang voordat ik aan mijn situatie gewend ben, en alhoewel het wel fijn is dat mijn vader me gezelschap houdt, wordt het ook wel eens tijd dat ik mijn nieuwe telefoon ga verdienen, en als ik wat wil proberen kan ik mijn vader natuurlijk missen als kiespijn. Dus ik doe alsof ik geleidelijk in slaap aan het vallen ben, geef mijn vader een glimlach en zeg, 'Papa, dank je. Het gaat nu wel. Welterusten," draai me op mijn andere zij en sluit mijn ogen. Zachtjes zegt hij ook welterusten, rolt de stoel terug en verlaat de kamer.



Ik wacht nog een paar minuten om zeker te weten dat ze niet terugkomen, en dan ga ik voorzichtig op verkenning uit - ik moet zachtjes doen, want als ze me horen met de babyfoon komen ze me vast tegenhouden voordat ik ontsnapt ben. Zoals ik al dacht zijn de zijkanten ruim te hoog om een poging te wagen om overheen te klimmen, zeker met de gladde wanten en voetjes van mijn slaappak. Het deurtje in de zijkant is ook behoorlijk stevig uitgevoerd, en na wat duwen en trekken is het me duidelijk dat brute kracht hier niets gaat uithalen. Ik zie niets van een hendel of dergelijke om hem te openen, en als ik voel aan de buitenkant naast de deurposten kom ik wel iets van een rondvormige oneffenheid tegen, maar ik kan niet goed voelen wat het is, en er lijkt niets waar ik tegen kan duwen of trekken. Voorlopig zie ik dus geen mogelijkheden het bed op eigen kracht te verlaten, en ga ik mij eerst eens richten op het andere deel van de uitdaging: het uittrekken van de luier. Daarvoor moet natuurlijk eerst het slaappak uit, anders kom ik daar nooit bij. Bij de paar jurken die ik heb met een rits op de rug lukt het me wel om die zelf open en dicht te krijgen, alhoewel het wel een stuk makkelijker is als mama dat doet. Natuurlijk is het met bedekte handen nog uitdagender, en zo'n pak in een stuk kan je ook maar beperkt naar boven trekken, zeker als de luier het kruis extra laag houdt. Ik krijg uiteindelijk toch beweging in de rits, en kan hem een stukje naar beneden schuiven. Maar dan wil hij niet verder, en er lijkt iets van een sluiting over de rits te zitten tussen, zo'n 5 cm onder de bovenkant. Dat is natuurlijk die klik die ik gehoord heb. Maar ik kan hem maar net aan aanraken, en kan niet goed achterhalen hoe die open zou moeten. Als ik op het geluid afga die hij maakte toen hij dicht ging, is het zo'n steeksluiting die je aan beide zijkanten tegelijk moet induwen. In dit geval zou ik dan met 1 arm van boven en tegelijk met de andere vanaf beneden moeten duwen, maar dat haal ik bij lange na niet. Verdraaid, dit is toch wel een stuk lastiger dan ik had gedacht! Mijn armen zijn doodmoe, en ik heb nog niets bereikt.

Ik kan nog 1 ding bedenken om te proberen: als ik mijn armen naar binnen kan krijgen, kan ik misschien de luier toch nog afkrijgen, ondanks dat hij dan nog wel in de onesie zit. Dat zou toch ook moeten tellen als ontsnapping? Dus ik doe een poging om met 1 arm aan de andere handschoen te trekken, en tegelijk mijn elleboog door de oksel van het pak te trekken. Maar die is niet rekbaar, en te strak aan de bovenkant en om mijn armen, en ook dat moet ik opgeven.

Moe en teleurgesteld laat ik me op mijn rug vallen. Daarbij raakt mijn arm een van de knuffels die mijn moeder in het bed gezet had, mijn beer ‘meneer Paddie’, en in een opwelling pak ik hem, waarvoor ik wel beide handen blijk nodig te hebben. Ik houd hem even voor me om hem te bekijken - hij ligt tenslotte al jaren achterin de kast. Opeens is de geur zo vertrouwd dat ik blij ben dat hij er is, en ik druk hem tegen me aan. Ik merk dat ik me eigenlijk wel goed voel; de pyjama is heel zacht en lekker warm, ik heb weer mijn oude vertrouwde knuffel, en het meest rare is dat het spijlenbed mij weliswaar binnen houdt, maar daarmee lijkt ook de rest van de wereld op afstand gehouden te worden. Het is alsof ik in een cocon zit waarin ik geborgen en veilig ben. De beer brengt fijne herinneringen van vroeger naar boven, en voor ik het weet ben ik in slaap gevallen.

<wordt vervolgd>
 
Laatst bewerkt:

toet

Superlid
Dit is een richting van het verhaal waar ik totaal niet aan gedacht had, ik ben benieuwd wat de ouders van Josie nog in petto hebben voor haar de komende dag.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
De ochtend van de uitdaging
Als ik wakker wordt komt er al volop daglicht door de gordijnen. Geleidelijk aan besef ik weer wat er aan de hand is: waarom mijn handen bedekt zijn, er een dik luierpakket tussen mijn benen zit, en ik mijn oude teddybeer vasthoud. Snel leg ik de beer weer in de hoek waar mijn moeder hem gezet had – stel je voor dat ze zouden zien dat ik de hele nacht met meneer Paddie in mijn armen geslapen heb! En dat luierpakket is een stuk dikker dan gisteravond. Ik ben helemaal niet wakker geworden tussendoor, dus blijkbaar heb ik hem gevuld zonder dat ik er erg in had. Daar ben ik wel bezorgd over, want dat was onder controle, maar ik stel mezelf gerust dat het ook wel vreemde omstandigheden zijn, ondanks dat ik in mijn eigen kamer ben, en dat ik de luier ook had moeten vullen als ik wel wakker was geworden. Ik gaap en rek me eens goed uit. Zo’n groot bed is wel een luxe; wat zal het fijn zijn als ik straks zoiets zelf kan uitzoeken. Meestal heb ik best moeite om ’s ochtends een beetje wakker te worden, zeker als ik vroeg op moet om naar school te gaan, maar nu voel ik me uitgeslapen en benieuwd wat de dag gaat brengen.

Nu ik klaarwakker ben, en vol energie zit, besluit ik nog een nieuwe poging te doen om te ontsnappen. Zo moeilijk kan het toch niet zijn om die steeksluiting op mijn rug open te maken, zodat ik de rits van mijn onesie naar beneden kan doen? Maar net als gisteravond lukt het me wel met 1 hand tegelijk de sluiting aan te raken, maar niet om aan beide kanten tegelijk te duwen. Als mijn slaapkamerdeur dan opengaat, trek ik snel mijn handen terug. Ondanks dat we van te voren hebben afgesproken dat ik zal proberen te ontsnappen, voel ik me toch betrapt. Om dat te verhullen, zeg ik vrolijk ‘Goeiemorgen’. Ze komen weer allebei binnen – blijkbaar zijn ze nogal beducht over mijn ontsnappingsvaardigheden.

‘Hoi schatje, lekker geslapen?’

‘Ja, eigenlijk wel.’

‘Goed om te horen. En was het fijn met meneer Paddie?’

Oeps, ze weten het toch al! Ik word knalrood en stotter, ‘hoe …?’

‘Toen we naar bed gingen hebben we nog even binnen gekeken of alles goed ging. Je lag er zo schattig bij dat ik je wel op had willen eten.’

Laat het maar aan mijn moeder over om het weer raar te maken. Mijn vader slaat snel een ander spoor in, ‘Ben je nog wakker geweest in de nacht? En had je toen moeite te bedenken wat er aan de hand was? Heb je ons nog proberen te roepen over de babyfoon?’

‘Nee, eigenlijk heb ik in één stuk door geslapen, en toen ik net wakker werd wist ik redelijk snel wat en waarom.’

‘En heb je de luier droog kunnen houden?’ Opnieuw weet mijn moeder me feilloos oncomfortabel te krijgen.

‘Nee, die is nat.’ Het heeft geen zin om er doekjes om te winden, nadat ik al gezegd heb dat ik niet wakker ben geworden gedurende de nacht, dus voeg ik zachtjes toe, ‘Ik heb het niet gemerkt.’

‘Oh, schatje, dat is jammer. Maar het is natuurlijk allemaal zo ongewoon dat ons dat ook niet verbaast. Als alles weer een beetje normaal is gaat dat vast snel weer over.’

‘Ja, dat verwacht ik ook.’ Laat ik maar een beetje optimistisch proberen te blijven er over. ‘Hoe laat is het? Ik heb trek.’ Normaal kijk ik op mijn telefoon voor de tijd, maar ja, dat lukt nu dus niet. Sterker nog, ik geloof dat ik hem zelfs vergeten ben mee naar boven te nemen gisteravond. Ik moet echt al half in slaap geweest zijn, want normaal verlies ik die geen seconde uit het oog.

‘Het is tien over acht. Best vroeg voor jouw doen, op een zondag. En je bent al zo wakker!’

Ja, daar had ik weinig tegen in te brengen – vaak genoeg voel ik me pas lekker wakker tegen lunchtijd. Maar goed, voordat ik echt ga slapen is het dan meestal ook een stuk later. De regel van mijn ouders dat er na 21:30 geen computer of mobiel meer gebruikt wordt, en na 22:00 geen TV is allang verwaterd; daar houden ze zichzelf ook niet aan. En als ik naar bed ga moet ik altijd even kijken of er nog nieuwe berichtjes zijn, en dan is het vaak lastig om hem weer weg te leggen; nog even die link volgen, nog even dat filmpje kijken, en voordat ik het weet zijn er weer een paar uur voorbij. Gisteravond kon dat niet, en sliep ik dus veel vroeger dan normaal. Maar ja, dat ga ik natuurlijk niet mijn ouders aan de neus hangen. Dus verzin ik maar een nietszeggend antwoord, ‘Ja, het bed slaapt wel goed. Lekker veel ruimte.’

‘Kom, laten we jou eens gereed maken voor de dag, dan gaan we daarna aan een lekker zondags ontbijt.’ Dat spreekt me wel aan, alhoewel ik tot mijn verbazing ook een momentje wat weerstand voel om mijn veilige omgeving en mijn comfortabele slaappak op te geven. Maar dat is natuurlijk onzin, en ik ga ongeduldig op mijn knieën bij het deurtje zitten. Mijn vader pakt een ding van metaal uit zijn zak; een soort overmaatse sleutel die me doet denken aan wat ze gebruiken om die openbare prullenbakken open te maken. Die stopt die in de bobbel die ik gisteravond voelde, geeft er een draai aan, en het deurtje gaat open.

Met de kamerdeur weer dicht en beide ouders in de weg is het zinloos proberen weer weg te komen, en dus laat ik ze gedwee mijn pyjama uittrekken; eerst de steeksluiting en dan de rits. Het is nog een beetje fris, maar de romper die ik er onder aan heb voorkomt dat het opeens al te koud aanvoelt op mijn rug. Als mijn handen uit de mouwen komen voelt dat wel heel fijn – de wanten zijn weliswaar niet zo heel dik, en ik kan er nog wel dingen mee grijpen, maar ze beperken toch al behoorlijk wat ik kan doen, natuurlijk in het bijzonder mijn mobiel. De voetjes aan het slaappak waren eigenlijk wel heel comfortabel, en ik heb helemaal geen koude voeten gehad in bed. Als het pak helemaal uit is stopt mijn moeder mijn voeten snel in mijn konijnensloffen. Die zijn eigenlijk vooral voor de winter, maar nu is het ook nog wel lekker. Over de romper gaat een vestje.

Ik snap niet zo goed wat ze aan het doen zijn – moet mijn luier dan niet eerst uit? Maar word ik op dan de geïmproviseerde verschoontafel getild, en weer vastgezet. Ze nemen geen enkel risico; ik zal mijn nieuwe telefoon echt moeten verdienen. Als mijn moeder rond mijn kruis begint te wriemelen, bedenk ik me weer dat de romper daar knoopjes heeft, en dat ze gewoon de luier kan verschonen terwijl mijn bovenlichaam en voeten lekker warm blijven.

‘Nou, je hebt aardig wat geproduceerd vannacht!’ Bedankt Ma, herinner me er nog maar eens aan. Als de luier af is, en het gebied wat schoongeveegd, word ik tot mijn verbazing weer losgemaakt en op mijn voeten gezet. Dan wordt ik meegenomen naar de badkamer, waar ik op de WC gezet wordt. Ik moet goed naar achteren gaan zitten, en dan halen ze een riem tevoorschijn die achter aan de pot is vastgemaakt, en die wordt om mijn middel gegespt. Vervolgens komt mijn moeder ook nog met een hangslotje op de proppen, die ze door een gaatje in de riem en de gesp heen haalt, en dan dichtklikt.

‘Zo meisje, nu braaf je grote boodschap doen, zodat je dat niet in je luier hoeft te doen.’

‘Maammmm’

‘Sorry, Josie, ik liet me even meeslepen. Maar probeer het alsjeblieft; het wordt een hoop meer gedoe als je straks pas moet.’

Pa voegt nog even toe, ‘Een van de mogelijke vervelende gedragingen van Marco waar we rekening mee moeten houden, is dat hij met zijn handen in de poep gaat zitten. Vandaar dat we moeten zorgen dat hij niet zelf op kan staan van de WC.’

Dan verlaten mijn ouders de badkamer, en blijf ik achter, vastgegespt op het potje. Althans, dat is hoe mijn moeder dat blijkbaar ziet. In ieder geval krijg ik even privacy om mijn behoefte te doen. De riem zit strak om mijn middel, en zorgt dat ik niet meer dan een paar centimeter omhoog kan komen. Het slotje blijkt effectief, en ik krijg de riem ook niet open. Ik denk even terug naar het moment dat mijn moeder hem dichtklikte. Dat gaf even een rilling over mijn rug, en ik voelde mijn hart sneller kloppen. Gisteravond was ik waarschijnlijk ook al met een slot aan de bank vastgeketend, maar toen was alles nog zo nieuw en onwennig, en dat gebeurde achter mijn rug. Nu het zo recht onder mijn neus gebeurde, maakte het blijkbaar een stuk meer indruk. Het voelt spannend, wat ik wijt aan de uitdaging, en ik probeer er nog maar eens aan te trekken. Maar dat helpt me natuurlijk niets, dus ga ik me maar concentreren op het daadwerkelijk gebruiken van de WC; ik wil tenslotte niet het risico lopen dat ik straks mijn luier ook nog bevuil. Teveel persen schijnt niet goed te zijn, maar gelukkig begint het na een beetje op gang helpen al snel.

Als het klaar is probeer ik mezelf af te vegen, maar de riem houdt me te dicht bij de toiletpot, en ik kan er niet goed bij. Uiteindelijk heb ik geen keus anders dan mijn ouders te roepen dat ik klaar ben. Als ze weer binnenkomen leg ik uit dat ik klaar ben, maar het gebied nog vies is.

‘Ja schatje, dat gaan we nu regelen. Veeg jezelf zo even ruwweg schoon, dan gaan we daarna het gebied nog even goed reinigen voordat de nieuwe luier aangaat.” Ze maakt het slotje weer open, en laat me opstaan en afvegen. Weer terug op de verschoontafel wordt alles met een washandje grondig gereinigd, en daarna volgt talkpoeder. ‘Voor luiers alleen ’s nachts is het niet nodig, maar als je nu ook overdag een luier aanhebt, kunnen we maar beter zorgen dat je geen luieruitslag krijgt. Weet je nog dat je dat vroeger al een keer hebt gehad? Dat was bijna even erg als toen je eerste tandjes doorkwamen.’

De geur van het poeder is nog wel vertrouwd, maar wat mijn moeder beschrijft was ongetwijfeld toen ik nog heel jong was, en daar heb ik geen herinneringen meer aan. Maar goed, het klinkt niet erg aangenaam, dus ik ben blij dat mijn moeder voorzorgsmaatregelen neemt. Natuurlijk is het nogal balen om weer in een luier rond te moeten lopen, maar dat heb ik er in dit geval wel voor over, en op zich geeft het ook wel een goed gevoel om mijn ouders en mijn neefje hiermee te helpen. Toch zal ik blij zijn als vandaag voorbij is.

Na de luier en de plastic broek wordt mijn romper weer dichtgeknoopt. Ik bedenk me dat rompers normaal drukknoopjes tussen de benen hebben, maar dit zijn kleine knoopjes met knoopsgaten. Die gaan natuurlijk niet, zoals drukknoopjes, open als je maar hard genoeg aan het materiaal trekt – dat zal dus wel weer een veiligheidsdingetje zijn. Daarna sta ik op, half benieuwd, half beducht over wat ik voor vandaag aan zal krijgen. Ja, Bingo! Mijn moeder is er weer in geslaagd het ergste te vinden uit mijn kledingkast: mijn Minnie Mouse tuinbroek. Toen we een paar jaar geleden in Disneyland waren, was ik daar helemaal enthousiast over, en bleef ik zeuren totdat mijn ouders er een voor me kochten. Natuurlijk moest ik beloven hem dan ook te dragen, en kochten ze hem minstens één maat te groot, zodat hij nog lang mee zou kunnen. Maar eenmaal weer thuis realiseerde ik me dat ik me met zoiets niet kan vertonen op de middelbare, en bleef die in de kast tenzij ik er echt niet onderuit kwam om hem te dragen. Knalrood met witte polkadots, een grote Minnie Mouse op het bovenstuk, en zelfs de gespen van de schouderbanden hebben dezelfde vorm als Minnie’s hoofd. Ik kan me niet meer voorstellen hoezo ik dit ooit wilde hebben.

Ik heb geen keus, en het is voor het goede doel, dus ik zet me over mijn afkeur heen, en stap er in, hopende dat hij ondertussen te klein is. Maar niets daarvan, hij past zelfs nog over het dikke luierpakket, en de rits aan de zijkant gaat zonder problemen dicht. Voor de schouderbanden moet wel flink gesjord worden, en als ze gespen eindelijk om de metalen knopen klikken merk ik dat ze aardig strak zitten. Er zit nog speelruimte in de banden, dus probeer ik ze te verlengen, maar mijn handen worden weggeduwd. ‘Sorry Josie, de banden zijn nu niet verstelbaar; anders zou je ze over je schouders kunnen trekken als je ze lang genoeg maakt. Ik moest gokken hoe lang ze moesten worden, en ze zij nu helaas wel wat strak, maar volgens mij gaat het nog wel, en we hebben nu niet de gelegenheid om ze weer aan te passen.’

Vervolgens komt mijn vader met een paar zwarte kabelbinders, en doet die zo om de gespen dat ze niet meer open kunnen. De losse eindjes worden afgeknipt, en dan zijn ze bijna niet zichtbaar meer, half verborgen achter de knoop. Ik begrijp ondertussen waarom het belangrijk voor ze was dat ik al mijn grote behoefte heb gedaan; het zal vast wel even duren om alles weer uit te krijgen. Ik verwacht het harnas er ook weer overeen te krijgen, maar ze lijken klaar, en we gaan naar beneden voor het ontbijt. Hierbij grijpt mijn moeder het rugstuk van mijn tuinbroek, en daarmee heeft ze me minstens zo goed vast als met een harnas. Met de schouderbanden is een tuinbroek eigenlijk toch al een beetje een broek met een harnas er boven, en daar wordt nu dus goed gebruik van gemaakt. Van wegrennen kan geen sprake zijn, en ze kan me ook prima sturen zo.

Aan de ontbijttafel hangen er aan mijn stoel korte bandjes in de hoeken van zitting en rugleuning, die om mijn riemlussen gedaan worden, en opnieuw met slotjes worden dichtgemaakt. Daarmee kan ik niet alleen niet opstaan, maar moet ik ook goed rechtop blijven zitten, wat ik niet gewend ben, zeker niet als ik net wakker ben. Eigenlijk zit dat misschien wel beter; ik kan makkelijker bij de uitgestalde etenswaren. Nadat mijn eerste honger gestild is, probeer ik onopvallend uit of ik mezelf los kan maken, maar opnieuw hebben mijn ouders de veiligheid goed op orde, en kan ik de bandjes aan de riemlussen van mijn tuinbroek niet loskrijgen.

Maar misschien hebben ze toch één ding over het hoofd gezien. Als mijn vader, die naast me zit, even de keuken inloopt om iets te pakken, zie ik mijn kans schoon, schuif mijn stoel naar achteren, en sta op. De stoel zit als aan mijn achterwerk geplakt, waardoor mijn heupen gevouwen blijven, en mijn hoofd en knieën naar voren staan, maar ik kan toch nog aardig lopen vanuit mijn onderbenen. Ik probeer een sprintje te trekken naar de voordeur: ik hoef tenslotte niet naar buiten: aanraken is genoeg. Omkijken lukt niet goed; ik moet opletten waar ik loop, dus ik weet niet goed hoe snel mijn ouders reageren, maar ik kom de woonkamer zonder problemen door. Maar net als ik de hal bereik, en de deur nog maar een paar meter weg is, wordt mijn stoel vastgepakt en teruggezet op zijn 4 poten. Verdraaid, mislukt. En ik was al zo dichtbij!

‘Sorry Josie, dat was een goede poging, maar net niet goed genoeg. Blijf zo doorgaan, dan weten wij waar we eventueel nog extra maatregelen moeten nemen.’ Mijn vader pakt me bij mijn pols, en leidt me terug naar de tafel. Hij maakt geen aanstalten om me los te maken zodat ik makkelijker terug kan lopen.

Ik probeer nog, ‘Pap, niet zo snel,’ in de hoop dat ik alsnog losgemaakt wordt, maar hij antwoordt gewoon, ‘Je was zonet anders snel genoeg,’ en blijft me voorttrekken. Bij de tafel staan ze even te kijken wat ze kunnen verbeteren, en besluiten mij te parkeren in de andere hoek van de tafel, die normaal leeg blijft omdat je daar lastig wegkomt zonder dat mijn moeder moet opstaan. Ze laten mij daarvoor wel weer een moment los, maar ik besef dat het geen nut zal hebben weer proberen weg te rennen, en daarnaast zijn mijn kuiten gevoelig van de spijl tussen de poten waar ze tijdens het lopen tegenaan botsten. Nadat ik in de veilige hoek ben geïnstalleerd maken we het ontbijt rustig af, en daarna wordt ik losgemaakt en wordt ik weer naar de bank gebracht, waar dezelfde ketting van gisteravond nu aan de achterkant van mijn tuinbroek wordt vastgeklikt. Daarvoor zit er nu blijkbaar een connectie-punt op het achterstuk. Dit keer heb ik een stuk minder speelruimte, en kan ik nauwelijks opstaan.

Zoals gebruikelijk op zondagochtend drinken we nog gezamenlijk koffie. Sinds kort mag ik ook 1 kopje per dag, met veel melk. Eigenlijk vind ik het nog niet zo lekker, maar met genoeg suiker smaakt het een beetje als mokka. En het is natuurlijk wel stoer om met de volwassenen mee te drinken; van mijn vriendinnen ben ik de eerste die dat mag. Na een poosje verdwijnt mijn vader in zijn kantoortje; hij heeft nog veel te doen. Mijn moeder houdt mij gezelschap, en als we even niets meer te bepraten hebben, gaat de TV aan, en zapt ze wat rond. Als er toevallig Barbie Dreamtopia langskomt doet dat haar denken aan een pop die ik vroeger had, en praten we daar even over.

Dan gaat de voordeurbel. Ik kijk mijn moeder verschrikt aan – er zou toch niemand langskomen? Blijkbaar is het ook voor haar onverwacht, want ze haalt haar schouders op en gaat kijken wie daar is. Ik meen de stem van de buurvrouw te horen, en er is blijkbaar iets, want er ontstaat een druk gesprek. In ieder geval lijkt mijn moeder haar niet binnen te vragen, maar ik kijk toch even kritisch naar mezelf. De tuinbroek is natuurlijk hopeloos, maar lijkt in ieder geval goed te verbergen dat er een luier onder zit, en de kabelbinders die zorgen dat ik hem niet uit kan doen zijn ook nauwelijks zichtbaar. Zolang ik met mijn rug tegen de leuning van de bank zit kan je de ketting waarmee ik op mijn plek gehouden wordt ook niet zien. Er moet wel wat anders op TV; ik kan natuurlijk niet gezien worden in zo’n tuinbroek terwijl ik ook nog naar zo’n kinderlijk programma kijk. Maar de ketting is te kort, en ik kan de afstandsbediening op de salontafel niet bereiken. En mijn telefoon, die daar nog steeds ligt, ook niet.

Ik ga maar weer snel tegen de leuning zitten om in ieder geval de ketting te verbergen, en dan maar hopen dat er inderdaad niemand binnenkomt. Na een tijdje ontspan ik wat meer; ze schijnen in de deuropening te blijven praten. Ik heb niets beters te doen, dus kijk ik dan maar naar de avonturen van Barbie, en al snel wordt ik toch het verhaal in gezogen. Dan komen toch de stemmen dichterbij, en komen de twee vrouwen de kamer in. Ik pak snel een kussen en houd die in mijn armen, zodat in ieder geval de bovenkant van de tuinbroek bedekt is. Mijn moeder zegt, ‘Josie, we moeten even in de tuin kijken; er is iets met de schutting. Blijf maar lekker TV kijken,’ en loopt dan snel door naar de keuken, waar de deur naar de tuin zit. De buurvrouw zegt even hallo tegen me, en omdat mijn moeder tegen haar blijft praten terwijl ze doorloopt, snelt ze dan achter haar aan. Ik zie geen verbazing bij haar over mijn outfit of TV programma, maar ze is ook maar kort in mijn gezichtsveld.

Noodgedwongen richt ik me weer op Chelsea en haar oudere zus Barbie. De volgende episode is al bezig tegen de tijd dat de twee vrouwen weer terugkomen, en opnieuw lopen ze snel door de woonkamer, om nog even bij de voordeur afscheid te nemen. Dan komt mijn moeder terug de kamer in. Stilletjes gaat ze weer op haar plek zitten, en kijkt met mij de aflevering uit. Dan zet ze de TV uit, en zegt, ‘Ik ben blij dat er iets op stond wat je leuk vond.’ Voordat ik mezelf kan verdedigen gaat ze verder, ‘De buurvrouw had ontdekt dat de schutting beschadigd was bij de recente storm, en moest ook even aan onze kant kijken en foto’s nemen voor de verzekering. Ik heb geprobeerd haar af te wimpelen, en gezegd dat jij je vandaag niet zo lekker voelt en even rust nodig hebt, maar ze accepteerde geen nee, omdat ze blijkbaar de schade snel moest melden.’

Ik voel me nog wel boos, maar mijn moeder heeft haar best blijkbaar gedaan, en ze heeft ook de buurvrouw zo snel mogelijk door de woonkamer geloodst, dus heb ik weinig om haar kwalijk te nemen. Behalve, ‘Je had me ook niet deze stomme tuinbroek aan moeten doen; ik zie er uit als een klein kind, dat ook nog naar Barbie op TV kijkt. De buurvrouw zal wel gedacht hebben, en straks vertelt ze het de hele buurt.’

‘Nou overdrijf je, schatje. Die tuinbroek staat je juist leuk, en draagt heel comfortabel als je je niet zo lekker voelt, zoals ik haar vertelde. Daarnaast was ze alleen met de schutting bezig, en heb ik er helemaal niets van gemerkt dat er haar iets is opgevallen. Nogmaals, ik had het liever niet gehad, maar ik denk serieus dat er niets aan de hand is.’

‘Ik hoop het maar,’ antwoord ik wat bedrukt.

Daarop komt mijn moeder naast me zitten op de bank, geeft me een stevige omhelzing, en geeft een aai over mijn hoofd. ‘Het komt allemaal wel goed, lieverd. We waarderen het erg dat je ons hiermee helpt. En eerlijk gezegd heb ik je in tijden niet zo ontspannen gezien, zoals je net TV zat te kijken. Geen gejaag of commentaar, niet elk moment op je telefoon kijken, en niet continue die oordopjes in met muziek. Ik wou dat je vaker zo was.’ Ook al voel ik op een bepaalde manier wel dat ze gelijk heeft, en dat het eigenlijk wel lekker is om zo even te ontspannen, ga ik dat natuurlijk nooit toegeven. Maar ik weet ook niet goed wat ik er op moet zeggen, dus kom ik niet verder dan mijn tong naar haar uit te steken. Mijn moeder negeert het; misschien merkt ze toch aan me dat ik het wel een beetje met haar eens ben. Ze geeft me opnieuw een knuffel.

En dan moet ik plotseling huilen. Mama vraagt bezorgd wat er is, maar ik weet het zelf ook niet goed. Tussen de snikken door zeg ik, ‘Weet ik niet. Het is allemaal zo vreemd. En dan de buurvrouw. En nu ben je plotseling zo lief voor me…’

‘Waarschijnlijk is het gewoon de stress die er even uit moet. Laat maar lekker gaan, dat lucht op.’ Ze blijft me stevig vasthouden en wiegt me wat heen en weer.

Na een poosje is het redelijk plotseling ook weer over, en mijn moeder geeft me wat zakdoekjes om mijn tranen te wissen en mijn neus te snuiten. ‘Dank je Mama, het gaat nu weer.’ Ik slaak een diepe zucht, en voel me op een één of andere manier lichter. Het heeft inderdaad opgelucht.

‘Ik moet helaas nog wat aan het huishouden doen, want ik heb vandaag niets aan jou,’ beweert mijn moeder met een knipoog. ‘Wil je verder Barbie kijken, of toch liever een poosje op je mobiel?’

Ha Ha. Tenminste, ik ga er van uit dat mijn moeder hier een grapje maakt. Daarom doe ik even mee, en doe alsof ik een peuter ben die ergens niet bij kan, en strek ik mijn armen uit naar mijn mobiel, ‘Mobi, Mobi.’ Natuurlijk is het niet zo moeilijk om te doen alsof ik er niet bij kan, want mijn tuinbroek houdt me inderdaad tegen. Als ik dan mijn telefoon eindelijk weer in mijn handen heb, begin ik snel mijn achterstand weg te werken van alle berichtjes.

Ondertussen is er behoorlijk wat druk op mijn blaas, na de koffie. Ik realiseer me dat vragen of ik naar de WC kan geen zin heeft, en dat ik het in mijn luier moet doen. Maar hoe ongemerkt dat tijdens de nacht blijkbaar ging, hoe lastig is het om overdag bewust los te laten terwijl je aangekleed op de bank zit. Ik probeer een houding te zoeken waarin het lukt, maar daarin ben ik nogal beperkt. Uiteindelijk lukt het toch door op de rand van de bank te zitten in dezelfde houding alsof ik op de WC zit. Wat een opluchting. Door de grote stroom voel ik het vocht ook naar de zijkanten lopen, en lijkt het er op dat de luier het niet snel genoeg kan absorberen. Ik probeer op te springen om te zorgen dat het niet op de bank doorlekt, maar wordt abrupt tegengehouden, en val terug. Dan bedenk ik me dat het totaal de schuld van mijn ouders zal zijn als mijn kleren en de bank vies worden, en dat zij dat dan ook maar moeten oplossen. Ik voel echter nog geen nattigheid aan de buitenkant van de tuinbroek, en geleidelijk verdwijnt ook het natte gevoel van de luier. Het enige dat overblijft is dat die nu duidelijk dikker is geworden.

Ik concentreer me maar weer op mijn mobiel. De links naar leuke filmpjes sla ik nog maar even over; ik weet niet hoe lang ik de tijd krijg, en ik moet natuurlijk ook nog een poging doen te ontsnappen. Daar begin ik maar snel mee nadat ik de meest urgente berichtje heb bekeken en beantwoord. De ketting zit nog steeds stevig vast aan de bank, aan een ring verstopt achter de kussens, en de andere kant van de ketting zit met een klein hangslotje aan een D-ring die blijkbaar aan het achterpand van mijn tuinbroek is gezet. Dat voelt allemaal te stevig om los te krijgen. Dan maar kijken of ik mijn tuinbroek niet uit kan krijgen. De gespen zitten met de kabelbinders echter stevig vast, en ik heb niets binnen mijn bereik waarmee ik die zou kunnen doorknippen of -snijden. De schouderbanden zitten te strak om ze over mijn schouders heen te kunnen trekken, en zoals mijn moeder al noemde kan ik ze ook niet langer maken. Het voelt frustrerend om mijn eigen kleren niet eens uit te kunnen doen, maar tegelijkertijd moet ik mijn ouders wel bewonderen om hun grondigheid.

Maar misschien hebben ze toch een fout gemaakt: ik kan de rits aan de zijkant namelijk wel openmaken, en daarmee misschien mijn luier bereiken. Daarvoor moet ik wel eerst de romper uit de weg krijgen, en die zit met knoopjes vast in mijn kruis, dus gewoon trekken helpt niet. Het lukt me echter om met 1 arm de tuinbroek in te komen, en mijn kruis te bereiken. Doordat de schouderbanden zo strak zitten, en de luier is opgezwollen, is er maar heel weinig ruimte voor mijn hand, maar na veel gepriegel krijg ik toch het eerste knoopje van de romper open. Dan heeft mijn arm even rust nodig, dus trek ik hem weer naar buiten, en doe voor de zekerheid de rits weer even dicht. Dat is maar goed ook, want voordat ik er mee verder kan gaan komen beide ouders de woonkamer weer in en gaan we lunchen. Ik wordt weer vastgezet op de stoel in de hoek. Er zijn wat extra lekkere dingen, en zelfs een waterijsje toe – ze lijken wel hun best te doen om het nog een beetje leuke dag voor me te maken.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
De laatste loodjes
Na de lunch vraagt mijn moeder naar de staat van mijn luier. Ik was het alweer bijna vergeten, maar meld haar dat het aanvoelde alsof die overliep toen ik een grote plas deed, maar dat ik geen natte plekken op mijn kleding lijk te hebben. Ze zegt toe dat ze me zo gaat verschonen, maar eerst hebben ze nog een voorstel, ‘Josie, we hadden je toegezegd dat je niet naar buiten hoefde. Maar ondertussen is het best mooi weer geworden, en vinden we het ook wel jammer om de hele dag binnen te blijven. Daarnaast was het eigenlijk niet zo slim van ons om dat toe te zeggen, omdat we dan geen oefening hebben met Marco, en die zullen we ook niet de hele tijd binnen houden.’

Ik doe al mijn mond open om te protesteren; ik kan me tenslotte niet veroorloven dat iemand me zo ziet, vooral niet iemand die me kent. Maar ik word afgekapt, ‘Luister alsjeblieft eerst even naar het hele verhaal voordat je protesteert. We gaan dit niet doen zonder jouw toestemming. We hebben zitten denken over hoe we dit zouden kunnen doen, en tot nu toe hebben we het volgende bedacht: je kan een jasje aandoen over je tuinbroek en het harnas; dan is alleen de lijn nog zichtbaar. We zullen sowieso naar een gebied gaan waar het heel rustig is, en misschien wel helemaal niemand tegenkomen. En als we dan toch iemand tegenkomen, en je blijft dan heel dicht bij ons, dan zien ze de zwarte lijn helemaal niet, of anders zullen ze niet zien dat het een lijn van een harnas is, en dat jij daarmee vastgehouden wordt. En om het voor jou interessant te maken, geeft het ook weer extra mogelijkheden om je telefoon te verdienen: als je er gedurende de trip in slaagt om meer dan 5 meter van ons weg te komen, heb je de uitdaging ook gewonnen.’

Dat zet me aan het denken. Een rode broek met witte stippen ziet er nog steeds wel wat opvallend uit, maar als het bovenstuk door een jas afgedekt is, denk ik niet dat mensen die al te opvallend of kinderlijk zullen vinden. En als de lijn inderdaad niet opvalt als ik dichtbij blijf, en we gaan ergens heen waar het heel onwaarschijnlijk is dat we bekenden tegenkomen, dan zou het wel moeten lukken om hiermee weg te komen. Tot nu toe heb ik nog weinig voortgang geboekt met ontsnappen, dus die extra kansen kan ik waarschijnlijk goed gebruiken. En eerlijk gezegd heb ik er ook niet zo’n zin in om de hele middag op de bank vast te zitten. Dus ga ik uiteindelijk maar akkoord.

Dan nemen ze me mee naar boven me om te verschonen. Daarvoor moet natuurlijk eerst de tuinbroek uit. Daarbij blijkt dat de kabelbindertjes, waarmee de gespen vast zitten, verstopt zitten achter de metalen knopen aan het voorstuk, en ze zo strak zijn aangetrokken dat mijn vader er nauwelijks bij kan om ze kapot te knippen. Uiteindelijk lukt het hem ze door te snijden met zijn hobbymes, waarbij hij een plank tussen de tuinbroek en mijn lichaam houdt om zeker te weten dat hij mij niet raakt, mocht hij uitschieten. Dat zou ik niet graag bij mezelf doen, zelfs als ik gelegenheid zou hebben en een mes of schaar. Dan kan de broek uit, en word ik weer op de tafel vastgemaakt. Daar ontdekt mijn moeder het met veel moeite losgemaakte knoopje van mijn romper, en toont het aan mijn vader. Verdraaid, nu gaan ze vast ook die mogelijkheid blokkeren. Was ik nou maar eerder ermee begonnen om de romper los te krijgen, dan was het me misschien nog gelukt voor de lunch.

Als ik vast lig gaat mijn moeder verder met verschonen, terwijl mijn vader de kamer verlaat. Mam rapporteert dat er geen lekkage is opgetreden; blijkbaar hebben de anti-lekranden goed hun werk gedaan. Bij de schone luier toont ze me dat dit extra opstaande randjes zijn tegen mijn bovenbenen, die de plas lang genoeg zouden moeten tegenhouden om geabsorbeerd te worden. Maar dat heeft natuurlijk zijn grenzen, dus het zou beter zijn als ik steeds een beetje plas, zodra ik aandrang krijg, in plaats van het zo lang mogelijk proberen uit te stellen. Hmm, dat moet ik misschien maar proberen, want ik wil zeker niet dat ik zo meteen buiten met een natte en naar urine stinkende Minnie Mouse tuinbroek rondloop. Maar het klinkt wel makkelijker gezegd dan gedaan, als ik terugdenk aan hoe moeilijk het vanochtend was om het te laten lopen.

Als mijn moeder klaar is komt mijn vader weer terug de kamer in, en dan word ik weer op mijn benen gezet. Ik probeer wel op te letten of ik nog eens een kans krijg om te ontsnappen, maar ik zie geen mogelijkheden. En tot mijn verbazing voel ik bij mijzelf eigenlijk geen weerstand om zo behandeld te worden; je zou denken dat het vreselijk moet zijn om weer een luier aan te krijgen, en daarvoor ook nog vastgebonden te worden, maar de liefdevolle verzorging door mijn ouders voelt eigenlijk wel goed, en zelfs mam lijkt een balans gevonden te hebben waarbij ze me wel goed verzorgt, maar niet te kinderlijk behandelt. Net als bij de kapper werkt de verzorging ontspannend, en daardoor ben ik minder geneigd om een wilde ontsnappingspoging te wagen.

Als mijn tuinbroek weer aan is, weeft mijn vader dit keer een riem door de riemlussen, trekt hem strak aan, en haalt een kabelbinder door de gesp. ‘Zo, dat zal de romper wel dicht houden.’ Dan haalt hij 2 kleine hangslotjes uit zijn zak en klikt die om de gespen van de schouderbanden. Ik begrijp dat ze niet opnieuw met messen aan de slag willen om de kabelbinders door te snijden, en daar ben ik ook blij mee, maar dit valt wel een stuk meer op. Maar goed dat ik voor naar buiten een jasje er overheen aan mag doen. Opnieuw zorgt het dichtklikken van de slotjes voor een rilling over mijn rug, en het kloppen van mijn hart. Dan gaat het blauw/zwarte tuigje aan, en daaroverheen een dun zomerjasje. Als je goed kijkt zie je wel een beetje de bobbels van de hangslotjes, maar mijn ouders stellen me gerust dat dat niemand zal opvallen, en dan nog zouden ze niet weten wat de oorzaak is van die bobbels.

In de auto word ik op de achterbank gezet – daar is niets bijzonders aan als beide ouders aanwezig zijn. Maar de autogordel wordt door een soort driehoekig stuk kunststof gestoken die mijn borst bedekt tussen de heup- en de schoudergordel en zich over de hele breedte uitstrekt. Daarna wordt er een rood stukje plastic gezet over de gordelsluiting, en wordt de gesp er in vastgeklikt. Het stuk zit nu over de rode knop heen die je moet indrukken om de gordel los te maken, en de sleuven in het plastic zijn te smal om daar met de vingers tussendoor te komen. Onderweg probeer ik natuurlijk of ik los kan komen; als ik iets smals zou hebben, zoals sleutels, bestek, of wat dan ook, zou ik die waarschijnlijk gewoon door zo’n sleuf kunnen steken, maar ik heb niets, en met mijn vingers kan ik niets bereiken. Door het driehoekige stuk voor mijn borst lukt het me ook niet om mijn arm onder de schoudergordel door te halen, zodat mijn bovenlichaam in ieder geval vrij zou zijn. Maar goed, daar was ik nog steeds weinig mee opgeschoten als de heupgordel mij nog steeds op de plek houdt, en ik heb ook het kinderslot op de deur gehoord, dus die krijg ik ook niet open. En ik zie mezelf sowieso niet uit een rijdende auto springen.

Op de parkeerplaats waar we tot stilstand komen staat er inderdaad bijna geen auto, en is er niemand te zien. Uit routine druk ik op de knop om mijn autogordel los te maken, maar dat lukt natuurlijk niet, en dus moet ik rustig wachten tot een van mijn ouders me komt losmaken. Dat laat op zich wachten, want eerst worden de spullen bij elkaar gezocht, een zonwerend scherm achter de voorruit gezet tegen de hitte, en pas als alles klaar is komt mijn vader naar mij toe. Hij zorgt eerst dat hij de lijn aan mijn harnas te pakken krijgt, voordat hij met zijn autosleutel de rode knop van de gordel indrukt en mij losmaakt. Dan mag ik uitstappen. De lijn is best kort, dus ik word dicht bij hem gehouden, terwijl mijn moeder verder de auto afsluit.

Het is eigenlijk perfect weer; lekker zonnetje, maar ook een windje zodat het niet te warm wordt met mijn jasje – die gaat tenslotte in geen geval uit. We vertrekken over een klein paadje, mijn moeder voorop, dan ik, en mijn vader achteraan. De lijn wordt nu wat langer gehouden, zodat we elkaar niet voor de voeten lopen, maar ik word er toch nog regelmatig aan herinnerd dat ik goed vastgehouden word; als ik even wat te snel ga, of wat meer naast het pad ga lopen, voel ik dat de lijn weer strak komt te staan en ik niet verder kan. Natuurlijk is dat frustrerend, maar vreemd genoeg voel ik me ook beschermd en geborgen. In combinatie met de luier en de tuinbroek voel ik me meer zoals ik toen ik nog jong was, en ik betrap mezelf na een poosje erop dat ik aan het huppelen ben, wat ik vroeger heel vaak deed.

Na een half uurtje lopen hebben we pas 1 andere persoon gezien, met een hond, maar die liep op een pad dat de onze kruiste, en was niet heel dichtbij. Toch zorgde ik goed dat ik dicht bij papa bleef zodat de looplijn niet zou opvallen. Een kwartiertje later komen echter een vrouw en een meisje ons tegemoet op het pad. Het meisje lijkt een jaar of zeven, en dartelt vrolijk rond, waarbij de vrouw, die ongetwijfeld haar moeder is, haar af en toe terugroept als ze te ver weg dwaalt. Toevallig heeft ze ook een tuinbroek aan, in roze, en staartjes in het haar. Ik realiseer me dat ze er precies uitziet als ik me voel, zowel de kinderlijke kleding als de uitgelatenheid. Alleen zit zij niet aan de lijn, alhoewel ik me kan voorstellen dat haar moeder dat wel zou willen, als dat sociaal wat aanvaardbaarder zou zijn geweest, want nu is ze continu aan het opletten en haar dochter terug aan het roepen.

Ongegeneerd komt het meisje op ons af, en zegt, ‘Hallo, ik ben Marlies.’ Ik ben natuurlijk vlak bij mijn vader, in de hoop dat de lijn niet zichtbaar is, maar ze komt naar me toe en zegt, ‘Wat een leuke broek!’ Ze steekt zelfs haar hand uit om de stof te voelen. Een moment heb ik de neiging om mijn jasje even omhoog te trekken om te laten zien dat het ook een tuinbroek is, maar dan realiseer ik me direct hoe ongelofelijk stom dat zou zijn en laat ik mijn handen, die stiekem al onderweg waren, mijn jasje alleen even rechttrekken. Ik heb er wel vertrouwen in dat, zolang ze recht voor me staat, ze de lijn op mijn rug niet zal zien, maar des te bezorgder ben ik dat ze de bobbel van de luier zal opmerken, of hem zelfs voelt als ze aan mijn broek zit, dus deins ik een beetje terug. Daarbij bots ik tegen mijn vader, want ik realiseerde me even niet dat ik vanwege de lijn al zo dicht bij hem sta. Ik moet even verstappen om mijn balans te herpakken, waarover het meisje even verbaasd kijkt. Dan roept haar moeder, ‘Marlies, val die mensen niet lastig. Kom eens hier.’ En ze steekt haar hand uit. Met tegenzin loopt het meisje naar haar toe en laat haar moeder haar bij de hand pakken.

Bij het passeren mompelt de vrouw nog een verontschuldiging naar ons, terwijl mijn moeder zegt dat het geen probleem was, en wat een schattig meisje het is. Die zwaait nog even naar ons, en dan zijn ze voorbij. Als ze ver genoeg weg zijn slaak ik een zucht van verlichting – ik was toch wel behoorlijk gespannen van de ontmoeting. Eigenlijk jammer; in andere omstandigheden had ik het wel leuk gevonden om even met het meisje op te trekken, en bijvoorbeeld van madeliefjes een bloemenkrans voor ons haar te maken. Maar nu ben ik alleen opgelucht dat we weer alleen zijn, en geleidelijk valt de spanning weer weg en kan ik weer genieten van de natuur en de zon.

We zijn alweer een aardig eindje op de terugweg als ik me opeens mijn moeders advies herinner om steeds een beetje te plassen. Maar hoe doe je dat, terwijl je loopt en eigenlijk nog niet echt aandrang hebt? Op een bepaald moment staan we even stil om over een vennetje uit te kijken, en dan lukt het eindelijk als ik naar het water staar, en me bedenk hoe ik daar met wat vriendinnen in zou zwemmen en we elkaar nat zouden spatten.

Ik heb ook nog steeds geen ontsnappingspoging gedaan. Al een beetje moe van de wandeling, en wat rozig van de warme zon, moet ik mezelf er even toe zetten om wat te ondernemen, door te denken aan de prijs. Alleen, wanneer zou ik de beste gelegenheid hebben? Nu me proberen los te rukken, als mijn vader wellicht niet meer zo alert is? Maar hij heeft de lijn om zijn pols gewikkeld, dus hem gewoon uit zijn hand trekken zal niet lukken. En ik moet het natuurlijk van de verassing hebben, want qua kracht ben ik geen partij voor hem. Uiteindelijk besluit ik dat ik wellicht de beste kans heb als ze me in de auto proberen te krijgen. Tot die tijd mag ik van mezelf nog even ontspannen en genieten.

Als ik dan in de auto gezet wordt vanuit de rechter achterportier, schuif ik snel door, open de linker portier, en probeer weg te stuiven. Maar mijn vader heeft de lijn nog steeds om zijn pols gewikkeld, en als ik net mijn voeten op de grond heb wordt ik abrupt tegengehouden, en botst mijn hoofd tegen de portierrand. Mijn vader roept ook ‘auw’; blijkbaar was de ruk aan zijn pols ook pijnlijk. Er springen tranen in mijn ogen, ik neem aan van de pijn en de onverwachte klap, maar wellicht ook een beetje teleurstelling dat het ontsnappen weer mislukt is, en dat ik mijn vader ook nog pijn heb gedaan. Met een hand op de pijnlijke plek stap ik weer in, ga braaf op mijn plek zitten en laat me insnoeren. ‘Sorry Papa, ik wilde je geen pijn doen,’ verontschuldig ik me.

‘Het is goed, meisje, het was de afspraak dat je dingen zou proberen, en nu weet ik dat zo’n band om mijn pols ook gevoelig kan uitpakken. Laat me even naar jouw hoofd kijken. Nou, ik zie geen bloed of verdikking, dus het lijkt niet ernstig. Maar laat ons weten zodra je duizelig of misselijk bent, hoofdpijn krijgt of dubbel ziet.’

‘Er is niets aan de hand. Het doet niet eens echt pijn; het was meer de schok.’ Maar ik laat hem zijn gang gaan en mijn hoofd bekijken. De liefde die uit zijn bezorgdheid blijkt voelt prettig. Ik vraag me af waarom zulke intimiteit, die vroeger zo gewoon was, tegenwoordig zo lastig te bereiken is.

Als mijn vader tevreden is dat er niets serieus aan de hand is, word ik vastgegespt, en dan pas maakt hij de lijn los van zijn pols, en wrijft er even over. Ook daar lijkt er nauwelijks schade, gelukkig. Alleen een beetje rood. Dan rijden we naar huis, waar ik weer even op de bank geïnstalleerd word en zelfs mijn telefoon weer even krijg, terwijl het avondeten bereid wordt. Wel luxe om niet mee te hoeven helpen met tafel dekken en zo.

Tijdens de maaltijd brengen mijn ouders ter sprake dat ik zoveel fitter en uitgeslapener ben vandaag. Hun conclusie is helaas dat ze verwaarloosd hebben om de regels over schermtijd in de avond te handhaven, maar dat ze dat vanaf nu wel weer zullen doen. Voor alle duidelijkheid herhalen ze dus nog maar eens: geen computer of telefoon na 21:30, en geen TV na 22:00. Ik wil protesteren, maar het is een bestaande regel, en door er tegenin te gaan zou ik toegeven dat ik me er niet aan gehouden heb. Daarnaast kan ik moeilijk ontkennen dat ik afgelopen nacht goed geslapen heb. Maar goed, ze komen er toch niet achter als ik op mijn kamer of in bed af en toe nog even op mijn telefoon bezig ben, dus het zal allemaal wel loslopen, en over een paar weken zijn ze het vast weer vergeten.

Na het eten kijkt mijn vader op de klok, en constateert dat de test voorbij is. Het is duidelijk dat ontsnappen niet gelukt is, en ik baal er behoorlijk van dat alle vernederingen en pogingen om mijn nieuwe telefoon te verdienen voor niets zijn geweest. Dat vinden mijn ouders blijkbaar ook wel, want ze komen met een nieuw voorstel. ‘Josie, we hebben vandaag erg gewaardeerd dat je ons zo geholpen heb om de komst van Marco voor te bereiden, en we snappen dat het teleurstellend is dat je er niets aan overhoudt. Nu heb je de uitdaging niet gewonnen, en gaan we je de nieuwe telefoon niet toch geven, maar we willen je wel de gelegenheid geven deze alsnog te verdienen. Het is namelijk zo dat als Marco hier komt, hij zich best alleen zal voelen, weg van zijn ouders en broer en zus. Wij proberen natuurlijk ons best voor hem te doen, maar moeten ook streng voor hem zijn en zijn vrijheid beperken. Daarom denken we dat het voor hem heel fijn zou zijn als jij kan meehelpen om hem hier thuis te laten voelen, en als een zus voor hem kan zijn. Als je dat wilt doen, en onze verzoeken daartoe zonder protesteren uitvoert, krijg je je telefoon alsnog.’

Oh, dat klinkt wel interessant. Maar dan moet ik wel beter weten wat ze van me verwachten. ‘Maar moet ik dan nog een aantal dagen met luier en die stomme kleding rondlopen?’

‘Oh nee, je weet toch dat Marco’s broer en zus ook geen beperking hebben? Nee, wat we in gedachten hebben is dat je hem af en toe gezelschap houdt, hem troost als hij verdrietig is, en dat soort dingen. Alles is verder normaal; je kiest gewoon zelf wat je aantrekt, je gaat gewoon naar school, doet je huiswerk, enzovoorts. Marco blijft ook gewoon naar dagbesteding gaan, dus het gaat alleen om de namiddag en avond waarin we af en toe een beroep op je zullen doen. Je moet wel beschikbaar zijn buiten de schooltijden, dus je kan die paar dagen dan niet naar vriendinnen of het winkelcentrum gaan.’

Een paar dagen gedwongen thuis, en opgescheept zitten met een mongooltje dat nauwelijks kan praten? Dat zal wel even afzien worden, maar als het maar af en toe is, is het waarschijnlijk niet veel erger dan een paar keer babysitten, en daarmee zou ik nooit genoeg verdienen om zelfs maar de simpelste smartphone te kunnen kopen. ‘Maar hoe lang blijft hij dan?’

‘Dat weten we nog niet zeker. Het hangt er volledig van af hoe snel zijn moeder weer naar huis mag. De verwachting is 3 dagen, maar er kan altijd een spoedoperatie tussendoor komen waardoor haar ingreep later plaatsvindt dan gepland, en als er complicaties zijn kan het ook zijn dat ze haar daar nog een dagje langer willen houden. Maar goed, ze is verder in prima gezondheid, dus dat lijkt niet waarschijnlijk. Laten we zeggen dat de deal voor maximaal 5 dagen is. Mocht het toch nog langer duren, heb je je mobiel dan al verdiend, en hoef je er dus geen gehoor aan te geven als we voor Marco beroep op je doen.’

‘OK, daar kan ik mee leven.’

‘En wat de luier betreft; vanwege afgelopen nacht willen we wel dat je de komende nachten weer even een luierbroekje draagt, voor het geval dat. Als die droog blijven, stoppen we daar ook weer snel mee, maar de komende dagen zijn natuurlijk toch allemaal wat anders, zeker als je op de bank slaapt, dus kunnen we maar beter even voorzichtig zijn.’

Dat is niet echt een verrassing voor mij, en het is toch maar voor even, want als alles weer normaal is zal ik zeker ook weer droog blijven, net als hiervoor. Dus daar ga ik ook mee akkoord, alhoewel ik wel even een afkeurend gezicht trek om te laten blijken dat ik er niet echt gelukkig over ben.

Dan wordt ik eindelijk losgemaakt van de eetkamerstoel, en mag ik weer mijn eigen gang gaan. Mijn moeder vraagt nog, ‘Zal ik je uit je luier helpen, of houd je hem nog even aan tot je naar bed gaat?’

Stomme vraag – ik ga toch niet vrijwillig rond blijven lopen als een peuter? En daarnaast is het me ondertussen gelukt om al verschillende kleine plasjes te doen, dus erg schoon is die ook niet meer. Mijn vader opent beneden al de slotjes op de schouderband-gespen, en knipt de kabelbinder van mijn riem door. Dan lopen mijn moeder en ik naar boven, kleed ik me uit, en klim ik op de geïmproviseerde verschoontafel. Natuurlijk hoef ik dit keer niet vast, maar ik grap even, ‘Ben je niet bang dat ik er van af rol?’ waarop mijn moeder toch nog de riem om mijn middel losjes vastgespt.

‘Mam! Dat was een grapje.’

‘Weet ik, kind, maar je had wel gelijk; veiligheid voor alles. En voor mij is het goed om dat als routine aan te houden voor met Marco. Kom, het is zo gebeurd. Nog even schoonmaken, en je kan weer normaal ondergoed aan. Zou je nog wel je tuinbroek willen aanhouden, alsjeblieft? Hij staat je zo leuk, en je hebt hem veel te weinig gedragen.’

Ach, dat kan er ook nog wel bij. Als hij niet meer op slot zit, er geen luier meer onder zit, en toch verder niemand me meer ziet… Hij zit tenslotte wel lekker, en ik vind hem eigenlijk niet meer zo afstotelijk als vanochtend. Dus ik haal mijn schouders op, waarop mijn moeder de knoopjes van de onesie weer dichtmaakt, de riem van de tafel losmaakt, en me de ruimte biedt van de tafel af te komen. Ik doe zelf de broek weer aan, alhoewel mijn moeder het niet kan nalaten om even te helpen met een gedraaide schouderband. Die zijn natuurlijk nog steeds vastgezet zodat ik ze niet kan verlengen, maar zonder de luier er onder gaat dat best, en voel ik hem alleen bij bepaalde bewegingen nog een beetje trekken in mijn kruis.

Dan is de test echt voorbij, en kan ik de rest van de avond weer doen waar ik zin in heb. Dat is natuurlijk beneden meteen weer mijn mobiel claimen; de zak op het borststuk van de tuinbroek is daar eigenlijk een ideale opbergplaats voor. Ik moet even glimlachen bij het idee dat hij dan zowel letterlijk als figuurlijk dicht bij mijn hart is. Ik kruip weer in mijn normale stoel, en er blijkt wel weer een leuke film op TV, dus kijk ik met mijn ouders mee. Terugdenkend aan gisteravond krijg ik de neiging om weer gezellig tussen hen in te kruipen op de bank, maar ik vind dat niet passend voor een bijna volwassene, en ik wil mijn moeder ook niet aanmoedigen me verder als een kind te behandelen, dus blijf ik in mijn stoel.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
een ‘normale’ nacht
Als de film afgelopen is, zegt mijn moeder, ’Ik ga naar bed. Kom, Josie, het is ook voor jou tijd om te gaan slapen. Het is een intensieve dag geweest.’

Dat kan ik niet ontkennen, en zonder protest sta ik op. Maar dan bedenk ik me opeens, ‘Maar op mijn slaapkamer staat nog het spijlenbed! Waar moet ik dan slapen vannacht? We moeten nog mijn oude bed terugzetten.’

‘Schatje, we kunnen nu niet weer alles gaan ombouwen. Je mag kiezen of je al op de bank gaat slapen, of dat je in het spijlenbed slaapt. Die kan dan natuurlijk open blijven.’

Hmm, dat ik daar helemaal niet eerder aan gedacht heb. Het is pas overmorgen dat Marco aankomt, dus heb ik nog 2 nachten de keus. Daarna is het sowieso de bank. Die is natuurlijk niet zo comfortabel als een echt bed, en ook duidelijk smaller dan het spijlenbed. Maar het grootste nadeel lijkt me dat ik waarschijnlijk in de ochtend al wakker gemaakt zal worden door wie ook maar als eerste op is, ook als ik zelf nog niet op hoef. En ook ’s avonds is mijn privacy weg, en heb ik veel meer kans betrapt te worden als ik toch nog even op mijn mobiel bezig ben. Het spijlenbed is natuurlijk ook niet geweldig, maar ik heb er wel goed in geslapen, en als ik gewoon mijn normale nachtkleding kan dragen en de deur blijft open, is dat wellicht toch de minst slechte optie.

Boven doe ik mijn avondroutine, trek een lang T-shirt aan en een luierbroekje eronder. De bed-deur bind ik met een sjaal vast zodat die wagenwijd open blijft staan, zodat ik er niet mee hoef te worstelen als ik ’s nachts naar de WC moet, en hij niet per ongeluk in het slot kan vallen. Mijn moeder roept nog even of ik al een luierbroekje heb aangetrokken, wat ik bevestig. Maar waar ik gisteravond snel in slaap viel, lig ik nu nog lang wakker. Gedachten over de afgelopen dag, en wat er in de komende week van me gevraagd gaat worden houden me bezig. In het bijzonder denk ik nog eens terug aan mijn vreemde reactie op het dichtklikken van de hangslotjes en de deur van dit bed. Naast het negatieve gevoel dat ik daarmee echt vast zat, was er ook iets van opwinding, die ik niet kan thuisbrengen. Ik weet niet of het door die gedachten komt, of wellicht door de tuinbroek die regelmatig wat wreef over mijn gevoelige plekjes, maar ik merk dat die aandacht willen, en geleidelijk glijdt mijn hand tussen mijn benen.

Dan bedenk ik me dat ik niet dat soort sporen wil nalaten in het luierbroekje, dus die trek ik even uit voordat ik verder ga met mezelf te bevredigen. Het duurt niet zo lang tot een heel fijn hoogtepunt, en daarna ga ik even naar de WC om alles weer schoon te maken, en doe ook meteen even een plas om zeker te weten dat het luierbroekje droog zal blijven.

Op de terugweg zie ik mijn telefoon op mijn bureau liggen, en aangezien ik me nog steeds niet slaperig voel neem ik die even mee naar bed, en voordat ik het weet ben ik weer volop filmpjes aan het kijken en berichten aan het lezen. Ik weet wel dat ik morgen weer naar school moet, maar het heeft ook geen zin om maar naar het plafond te liggen staren als de slaap niet komt.

Dan gaat plotseling mijn deur open en komen mijn ouders binnen. Snel stop ik mijn telefoon onder het kussen, maar dat schijnt niet meer te helpen. ‘Josie, we hebben je vanavond nog gewaarschuwd dat we mobiel gebruik na half tien niet toestaan, en het is nu al half een!’ Ik probeer nog te ontkennen, maar het heeft geen zin. ‘We horen je al een hele tijd bezig met geluiden van filmpjes en lachen, na dat andere.’

Horen? Hoezo? Hun slaapkamer grenst niet aan de mijne. Dan realiseer ik me opeens dat de babyfoon nog naast mijn bed staat, en dat het groene lampje brandt. ‘Hebben jullie me zitten bespieden? Krijg ik dan helemaal geen privacy in mijn eigen slaapkamer?’ reageer ik behoorlijk boos, onpasselijk over dat mijn ouders meeluisterden terwijl ik met mezelf speelde, en ook in de hoop de aandacht af te leiden van mijn mobielgebruik.

Mijn vader probeert een beetje te sussen, ‘Josie, sorry, het was niet onze bedoeling je in de gaten te houden. We waren alleen bang dat je het misschien toch nog moeilijk had in dit bed, of dat de deur per ongeluk dicht zou gaan en je ons nodig zou hebben. En dat als we hem nu uit zouden zetten, we er misschien niet aan dachten om hem weer aan te zetten als Marco hier is. We hadden echt niet verwacht om je op deze manier bezig te horen.’

Mijn moeder laat zich echter niet afleiden, ‘Ja, dat was niet onze bedoeling, maar het blijkt wel nodig geweest te zijn. Het is me nu wel duidelijk waarom je vandaag zoveel fitter was, en normaal zo moeilijk uit je bed kan komen, en dat je schoolresultaten de laatste tijd ook niet zijn om over naar huis te schrijven. En is dat het luierbroekje dat daar naast je ligt?’ Ouch. Die had ik nog even uitgelaten totdat ik ging slapen, en nu denken ze natuurlijk dat ik daarmee ook bewust ongehoorzaam ben geweest.

Dan stoot ze mijn vader aan, die vervolgt, ‘We hebben geconstateerd dat je blijkbaar nog wat hulp nodig hebt om op tijd te gaan slapen, en blijkbaar ook om je luierbroekje te dragen zoals afgesproken. Daarom hebben we besloten dat je in ieder geval vannacht en morgennacht op dezelfde manier zal slapen als afgelopen nacht.’

‘Dat kan je niet maken, ik ben geen kleuter!’

‘Heb je dan liever dat we je een week je telefoon afnemen?’

‘Een week lang? Dan kan je me net zo goed meteen begraven!’

‘Nou niet overdrijven. Uiteindelijk vond je afgelopen nacht toch niet zo erg? Het is wel een straf natuurlijk, maar tegelijk zal het je helpen om een beter dag/nacht ritme op te bouwen, dus we vonden het eigenlijk wel passend.’

Ja, vergeleken met een week lang geen mobiel valt het misschien ook nog wel mee, en op deze manier merkt in ieder geval verder niemand dat ik straf heb. Terneergeslagen zeg ik dan maar, ‘OK dan.’

Ik moet weer op de verschoontafel, waar mijn moeder de buikriem strakker doet dan daarstraks. ‘Werk je mee of moeten je handen ook nog vast?’

‘Nee, doe dan maar als het zo nodig moet.’

Het is duidelijk dat mijn moeder nog boos is, want het is een groot verschil hoe ze me nu een luier omdoet vergeleken met de afgelopen dag. Niet dat ze me pijn doet of zoiets, maar het is bijna mechanisch, en ik merk ik de liefde van eerder veel meer mis dan ik zou verwachten, en dat ik me daar slecht over voel. ‘Het spijt me, Mam, en Pap. Ik kon gewoon niet slapen, en ik dacht dat een beetje afleiding beter zou zijn dan maar liggen piekeren.’

‘Ik ben blij dat je inziet dat het niet goed was wat je gedaan hebt. Maar pak in het vervolg gewoon een boek als je niet kan slapen.’

‘Een boek?’

‘Ja, dat werkt een stuk beter. Dat internetten maakt je alleen maar meer wakker, net als het blauwe licht van het scherm. Gewoon een leuk, ontspannend boek werkt prima om je gedachten weg te halen bij waar je ook maar over aan het piekeren bent. En je merkt vanzelf als je slaperig wordt, omdat je dan niet meer zo goed op de tekst kan concentreren. Dan leg je het boek weg, en val je zo in slaap.’

Hmm, ik moet voor de talen op school al veel lezen, en dat vind ik bepaald niet ontspannend. Dus om nou ’s avonds ook nog een keer een boek te pakken? Lijkt me niet. Maar ik knik dat ik het begrepen heb; dit lijkt me niet het moment om er tegenin te gaan.

Terwijl mijn vader het lezen van een boek aanprijst, gaat mijn moeder verder met de luier, en mijn excuses lijken geholpen te hebben, want ze doet het weer wat liefdevoller. Als ze nog even over mijn buik strijkt als ze klaar is, merk ik dat mijn ogen zelfs wat vochtig worden, en wrijf ik even met mijn hand over de hare om mijn waardering te laten voelen. Raar dat ik dankbaar kan zijn terwijl ik gestraft wordt, maar toch voelt het niet verkeerd.

Dan wordt ik weer in het slaappak met voeten en wanten gehesen, en wordt die achter zorgvuldig gesloten. Nadat ik in bed geklommen ben, wordt het deurtje losgemaakt en achter me dichtgeklikt. Ik pak de spijlen nog even vast, en rammel eraan alsof ik een gevangene ben, wat eigenlijk ook zo is. Maar mijn ouders trekken zich niets aan van dit woordeloze protest, en verlaten de kamer. Nog steeds gefrustreerd over deze onwaardige behandeling zoek ik een manier om me te uiten. Dan valt mijn oog weer op meneer Paddie, de teddybeer die nog steeds braaf staat waar hij vanochtend achtergelaten is. Ik begin hem te vertellen wat me allemaal dwars zit, zo zachtjes dat mijn ouders als het goed is niet mee kunnen luisteren via de babyfoon, en hij luistert geduldig en spreekt me niet tegen. Geleidelijk kom ik weer tot rust, en voel ik opnieuw de geborgenheid van het bed. Ik wil eigenlijk niet in slaap vallen, om mijn ouders te bewijzen dat hun aanpak onzin is, maar dat zijn mijn laatste gedachten voordat ik wegzink in een diepe slaap.

De volgende ochtend wordt ik wakker gemaakt door mijn moeder, die me uit bed haalt, me bevrijdt van het slaappak en de luier, en me verder mijn normale routine laat doen om naar school te gaan. Ik ben niet zo fit als gisteren, wat niet verwonderlijk is aangezien het tegen 1 uur was voordat ik in slaap viel, maar ik heb geloof ik wel diep geslapen, want ik ben toch ondertussen redelijk wakker. Helaas was mijn luier toch weer een beetje nat.

’s Avonds is het al voor tienen naar boven, en wordt ik op dezelfde manier klaargemaakt voor bed. Ik weet al dat ik geen kans heb om er wat tegen te doen, dus laat ik het allemaal maar gebeuren. Na opnieuw een goede nachtrust en een natte luier vertrek ik weer naar school, wetende dat als ik terugkom Marco er al zal zijn. Ik zie er niet erg naar uit, maar in ieder geval is mijn straf om in het spijlenbed te slapen afgelopen, want daar zal hij de komende nachten in liggen. En ik ben toch ook wel een beetje benieuwd hoe het zal gaan lopen, en om hem in het bed en het tuigje te zien die zo effectief tegen mij gebruikt zijn.
 

toet

Superlid
Het was een fijne verrassing om dit vervolg te lezen. Ik ben benieuwd hoe het verhaal verder loopt en hoe lang Marco uiteindelijk gaat blijven.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
Bezoek
Daar ligt hij dan in het spijlenbed, veilig in zijn eigen slaappak en met de bed-deur afgesloten. Ik zit naast hem, en houd zijn hand vast door de spijlen. Op ‘verzoek’ van mijn ouders, alhoewel dat natuurlijk niet erg optioneel is als ik anders mijn telefoon niet krijg. Maar eerlijk gezegd vind ik het ook niet erg; ik weet hoe ik me de eerste keer voelde toen ik in dit bed lag, en hoe fijn het was dat mijn vader even bij me bleef totdat ik er aan gewend was.

En uiteindelijk is omgaan met Marco niet zo vervelend als ik had gedacht. Ja, zijn intelligentie is beperkt, hij praat niet veel, en ik moet er wel aan wennen om te verstaan wat hij zegt, maar het is ook wel een lieve jongen, en ik heb ook al een beetje moeten lachen als hij ondeugend is. Volgens mij begrijpt hij meer dan we denken, en doet hij alsof hij het niet begrijpt als hij ergens geen zin in heeft.

Vanmiddag, toen ik thuis kwam van school, heb ik natuurlijk even ‘Hoi’ gezegd, maar moest ik eerst mijn huiswerk maken. Maar toen mijn moeder ging koken was het mijn taak om hem gezelschap te houden. Hij zat op de bank, met zijn harnas vastgemaakt net als bij mij zondag. In eerste instantie was hij niet erg open, en gaf hij nauwelijks antwoord. Uiteindelijk ben ik daarom maar gewoon wat gaan vertellen over mezelf, over op school en zo, en geleidelijk merkte ik dat hij zich meer ging ontspannen, en toen ik een grappig voorval vertelde, moest hij zelfs lachen. Daarna was het ijs gebroken, en kwam hij ook wat dichter bij me zitten. Blijkbaar had hij besloten dat ik OK was, want sindsdien lijkt hij me blindelings te vertrouwen, en ook nu ziet hij er tevreden uit zolang hij mijn hand vast kan houden.

Dan klopt hij naast hem op het matras en zegt vragend, ‘Josjie’. Hij spreekt mijn naam altijd een beetje anders uit dan het hoort, maar dat lijkt het beste te zijn dat hij ervan kan maken, dus ben ik al snel gestopt om hem te verbeteren. Blijkbaar wil hij dat ik even naast hem kom liggen. Op zich maakt het voor mij niet zoveel uit, of ik nu even naast hem zit of lig, totdat hij in slaap is. Ik leg hem uit dat dat voor mij wel OK is, maar dat ik mijn ouders nodig heb om de deur te openen, dus dat ik nu eventjes weg moet om het te regelen. Hij knikt, maar houdt tegelijk mijn hand vast. Als ik het nog een keer uitleg, laat hij uiteindelijk mijn hand los.

Voordat ik op zoek kan gaan naar mijn ouders komt mijn moeder al binnen; ik vermoed dat ze al over de babyfoon opgevangen heeft waar Marco om vraagt, want ze begint meteen, ‘Josie, dat is heel aardig van je om aan te bieden bij hem te liggen vannacht. Ik denk dat dat voor hem een hoop zal schelen om zich op zijn gemak te voelen. Kom, dan doe ik je een luier aan.’ Ik had mijn mond al open gedaan om te protesteren dat het maar voor eventjes zou zijn, maar mijn moeder maakte even het gebaar van een telefoon aan haar oor, om me te herinneren dat ik daarvoor zonder protesteren moet meewerken. Ook over de luier klagen heeft geen zin; het bed zal natuurlijk op slot moeten, en de afgelopen 2 dagen was mijn luier nat genoeg dat een luierbroekje niet genoeg zal zijn. Ik laat even de afschuw blijken op mijn gezicht: ik zou tenslotte vandaag weer niet meer opgesloten zijn in bed en slaappak, en nu moet het toch weer. Dan klim ik gelaten op de tafel, en krijg ik weer een dik pak bescherming om.

Terwijl ik daar nog lig, fluistert mijn moeder in mijn oor, ‘Het slaappak hoeft vandaag niet, maar je neef mag dan geestelijk een wat jongere leeftijd hebben, lichamelijk is het een puber, met bijbehorende hormonen. Dus voor je eigen bescherming doe ik de een van je onesies aan, en doe ik een slotje op de rits, zodat hij geen kans heeft tijdens de nacht eens te gaan verkennen hoe een meisjeslichaam er uit ziet en voelt.’ Ik kan me niet voorstellen dat die timide, lieve jongen seksuele gedachten en gevoelens zou hebben, maar protesteren heeft geen zin, en is ook lastig terwijl hij er gewoon bij is. Eigenlijk ben ik al blij dat ik het slaappak niet aan hoef, met de voetjes en wanten, en dat het een van mijn eigen pyjama’s is. Als ik toch het bed niet uit kan lijkt er geen reden waarom ik de onesie uit zou willen trekken. Het blijft irritant dat ik de controle over mijn eigen kleding moet opgeven, maar na 3 nachten begint dat ook al te wennen. Als ik de onesie aanheb, pakt ze een slotje uit haar zak, haalt die door de opening in de ritstrekker, en blijkbaar door iets aan beide zijden van de rits; ik kan het niet goed zien, maar als ik even later voel merk ik dat er 2 kleine D-ringen aan weerszijden van de rits zitten. Die zaten er eerder toch nog niet?

Dan gaat het bed-deurtje open; Marco kijkt even op, en lijkt in te schatten of hij kan ontsnappen, maar omdat ik meteen het bed inklim en de deur achter meteen weer dichtgedaan wordt, is dat sowieso geen optie. Dan geeft hij me een brede glimlach en als ik naast hem ben gaan liggen pakt hij mijn hand opnieuw. Het bed dat me zo ruim leek, blijkt voor twee personen toch wel wat krap, en het is onmogelijk om niet tegen elkaar aan te liggen. Na wat zoeken eindigen we allebei op de zij, dezelfde richting op kijkend; een beetje alsof hij bij mij op schoot zit. Hij heeft mijn bovenste arm gepakt en houdt die stevig tegen hem aan, alsof ik hem omhels. Het is wat vreemd voor me om zo tegen elkaar aan te liggen met een neef, maar ik kan me wel voorstellen dat hij zich zo geborgen en veilig voelt, en eigenlijk voelt het voor mij ook wel fijn.

Niet zo lang daarna hoor ik Marco’s ademhaling rustig en langzaam worden, en concludeer ik dat hij al slaapt. Mijn plan was om hem op zo’n moment alleen te laten, maar dankzij mama kan dat nu niet. En het is nog vroeg, dus zal het nog wel even duren voordat de slaap zal komen. Maar ja, er is niets te doen, en zelfs meneer Paddie is er niet – die heb ik weggehaald omdat die te persoonlijk is om Marco mee te laten spelen. Marco houdt ook nog steeds mijn arm gegijzeld, dus moet ik ook zo blijven liggen. Luisteren naar zijn adem werkt echter ook ontspannend op mij, en voordat ik het weet ben ik ook in slaap gevallen.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
Festiviteit
De volgende ochtend wordt ik als eerste uit bed gehaald, omdat ik vroeg naar school moet; Marco zal iets later opgehaald worden voor de dagbesteding. Hij houdt nog even mijn hand vast als ik uit bed probeer te komen, maar dat lijkt meer zijn manier van zeggen dat hij het jammer vindt dat ik wegga, dan dat hij me serieus wil tegenhouden. Nadat mijn onesie en luier uit zijn kan ik verder mijn eigen gang gaan. Het is wel weer even omschakelen naar omgaan met leeftijdgenoten en mentaal uitgedaagd worden, maar dat went weer binnen de kortste keren.

Woensdag is maar een korte dag op school, dus vroeg in de middag ben ik alweer thuis. Ook voor Marco is de opvang alleen ’s ochtends, en daarom wil mijn moeder met hem naar een soort festiviteit voor mensen met een beperking. Het zou een soort braderie moeten zijn met kraampjes en activiteiten, als herdenking van een één of andere figuur die veel voor de rechten van mensen met een beperking gedaan zou hebben. Mijn moeder wil graag dat ik meega, zowel voor Marco als dat ze zelf af en toe wel een paar extra handen zal kunnen gebruiken. Dit is tenslotte de eerste keer dat ze met hem naar buiten gaat. Ik had gehoopt wat meer tijd voor mezelf te hebben, in plaats van de hele middag omringd te zijn door gehandicapten, maar ja, veel keus heb ik niet, dus hoop ik er maar het beste van.

Als we dan langs de kapstok naar buiten lopen, hangt nog daar het blauw-zwarte harnas waarmee we zondag geoefend hebben. Als Marco die ziet, wijst hij ernaar en roept, ‘Josjie ook!’ Zou hij nou echt vinden dat ik ook een harnas aan moet? Ik kijk vragend naar mijn moeder, die haar schouders ophaalt, en snel even haar broer, de vader van Marco, belt. Daarna verklaart ze me dat Marco’s jongere zus af en toe nog accepteert om haar oude harnas te dragen om Marco zich minder alleen te laten voelen. Woordeloos schud ik mijn hoofd; moet ik nu echt gaan kiezen tussen in het openbaar voor schut lopen en het risico lopen gezien te worden door iemand die me kent, en de nieuwe telefoon waar ik ondertussen al zoveel moeite voor gedaan heb??

Gelukkig zie ik bij mijn moeder ook twijfel op haar gezicht. Marco blijkt feilloos door te hebben dat er geen harde nee is, in ieder geval nog niet, en herhaalt zijn verzoek nog een keer, en zet het kracht bij door het harnas van de kapstok te pakken en tegen mij aan te duwen, en mij met grote ogen smekend aan te kijken.

‘Wat als we het zo doen: je draagt het harnas onder je jas, maar we gebruiken de lijn alleen van en naar het terrein. Als we aankomen maak ik onopvallend de lijn los, en ziet niemand er verder wat van.’

Hmm, als we het zo doen zou het nog wel mee kunnen vallen, en mijn moeder lijkt hier nog best redelijk – ik krijg de indruk dat ik het nog mag weigeren zonder meteen mijn telefoon te verspelen. Stom genoeg maakt dat het moeilijker om tegenin te gaan, en met Marco me zo smekend aankijkend geef ik toe. Een seconde later denk ik alweer, ‘waarom heb ik dat in vredesnaam toegestaan’, maar wil ik ook niet terugkomen op wat ik gezegd heb, en laat ik dus maar mijn moeder het harnas bij me aandoen. Dan de jas eroverheen. Ze maakt ook meteen de lijn vast; ik dacht dat ze bedoelde om dat alleen te doen als we daar aangekomen waren, maar besef me dat het voor Marco juist belangrijk is om niet de enige te zijn als we vertrekken, dus protesteer ik niet. Met de auto op onze eigen oprit ziet toch niemand het.

Marco wordt op de achterbank gezet met dat driehoekige stuk voor zijn borst en het beschermkapje over de sluiting. Ik moet ook op de achterbank, maar met de gewone autogordel. Mijn moeder verklaart dat ze maar 1 veiligheidsset hebben, maar draagt me op niet zelf de gordel los te maken. De lijnen blijven gewoon aan onze harnassen hangen.

Tijdens de rit zie ik wel dat Marco, als hij denkt dat hij niet in de gaten gehouden wordt, uitprobeert of hij los kan komen, maar net als bij mij lukt dat niet. Het is blijkbaar wel even een stukje rijden; dat vind ik wel gunstig, want hoe verder we weg zijn, hoe minder kans bekenden tegen te komen.

Als we aankomen, blijkt het een ruim opgezette speeltuin te zijn, waar je schijnbaar normaal voor toegang moet betalen, want er staat een groot hek om het terrein, en mensen van de organisatie bij de ingang. Ik weet mijn neiging te onderdrukken om de autogordel los te maken, en wacht braaf tot mijn moeder haar spullen gepakt heeft. Dan maakt ze eerst mij los, en pakt de lijn. Dan gaan we samen naar de andere achter-portier en helpt ze Marco er uit. Ik ga met mijn rug naar de auto staan, zodat voor anderen de lijn niet opvalt. Marco heeft daar natuurlijk geen reden toe, en begint meteen richting de ingang te lopen, tot de lijn strak staat. Dan komt hij even terug, pakt mijn hand, en trekt me mee. Ik schat in dat hij hier al eerder geweest is, want ik zie geen enkele schuwheid, alleen enthousiasme.

Omdat mijn moeder nog even bezig is de auto af te sluiten, en ik tenslotte mee ben om haar te ondersteunen, rem ik Marco even af tot ze klaar is, en we gezamenlijk naar de ingang lopen. Marco trekt hard genoeg aan mijn hand dat ik niet dicht bij mijn moeder kan blijven, en mijn lijn ook redelijk strak staat. Maar er zijn meer kinderen van allerlei leeftijden die ook aangelijnd zijn, of zelfs in een overgrote wandelwagen of rolstoel zitten. Ik zie dan ook niemand vreemd naar mij kijken.

Marco is als eerste bij de ingang, en krijgt daar een bandje om zijn pols, zoals je ook wel ziet bij all-in vakanties. Daarna willen ze bij ook zo’n bandje omdoen, dus zeg ik snel dat ik begeleiding ben. Daar kijken ze nogal van op, aangezien ze ook mijn lijn gezien hebben, en kijken dan naar mijn moeder. Die zegt, ‘Josie, neem toch zo’n bandje, dan kan je overal mee meedoen en bij Marco in de buurt blijven. Je krijgt er spijt van als je de hele middag vanaf de kant moet blijven toekijken.’

Hmm, ofwel met de geestelijk beperkten meedoen, ofwel rondhangen met de ouders. Dat laatste is over het algemeen ook niet erg interessant; die hebben het over allerlei dingen die me totaal niet interesseren. Er is ook wel een aantal kraampjes langs de kanten, maar zover ik kan beoordelen zijn dat vooral benodigdheden en dienstverleners voor gehandicapten; daar ben ik vast snel op uitgekeken. En ook met bandje kan ik natuurlijk best af en toe aan de kant gaan zitten en op mijn telefoon bezig zijn. Natuurlijk denkt iedereen dan wel dat ik ook een beperking heb, maar ik zie geen andere kinderen of jongeren zonder bandje, dus waarschijnlijk denken ze dat toch wel, en misschien zijn er ook wel een paar dingen die wel aardig zijn om mee te doen. Dus steek ik mijn pols maar uit, en snel zit daar ook zo’n bandje om. Hij wordt met een tang vastgedrukt, en zit strak genoeg dat hij niet over mijn hand zal kunnen. Ze moeten natuurlijk voorkomen dat de deelnemers hun bandje verliezen of bewust afdoen.

Dan koppelt mijn moeder de lijnen los, en kunnen we ons vrij bewegen binnen het terrein. Zou ze al geweten hebben dat ook Marco hier los kan lopen? Dan was haar belofte aan mij dat de lijn alleen voor onderweg was natuurlijk snel gemaakt. Ik heb echter geen tijd om daar verder over te denken, want Marco trekt me mee naar de grote glijbaan. Overal staan mensen met een T-shirt van de organisatie om alles veilig en vredig te houden. Er wordt niet expliciet op de bandjes gecontroleerd, maar ik zie ze er wel op letten, en ik denk dat ik zonder bandje toch snel aangesproken zou worden.

Eerst ben ik nog erg zelfbewust, en doe ik mijn best om niet te kinderlijk over te komen, maar Marco’s enthousiasme werkt aanstekelijk, en het duurt niet lang voordat ik me gewoon laat gaan en plezier maak. De attracties hier zijn misschien niet zo spannend als een achtbaan, maar het is het toch eigenlijk wel leuk. Na een tijdje voel ik me weer helemaal kind, en laat ik zelfs mijn gezicht schminken met een vlinder. Marco krijgt een soort Spiderman masker.

Als ik even later van een klimrek afspring, heb ik bijna een ongelukje. Ik kan mijn plas nog maar net ophouden. Ik ren snel naar het gebouwtje, waar ongetwijfeld de toiletten zijn. Ik roep nog even naar Marco dat ik naar de WC moet, maar snel terug ben. Hij klopt even op zijn luier met een voldane gelaatsuitdrukking. Ik kan hem niet helemaal ongelijk geven – je eigen WC bij je dragen heeft zo zijn voordelen.

In het gebouwtje vind ik snel waar ik terecht kan. Een vrijwilliger, die waarschijnlijk nog iets jonger is dan ik, vraagt of ik hulp nodig heb. Voor een moment voel ik me beledigd, maar dan realiseer ik me dat haar vraag voor veel deelnemers relevant zal zijn, en bedank ik haar zo vriendelijk als ik op dat moment kan opbrengen. Ze wijst me een hokje aan dat ik kan gebruiken. Het lukt me niet om de deur op het slot te zetten, en de vrijwilligster zegt dat vandaag de deuren niet op slot mogen. Ik kan me voorstellen waarom, en begrijp nu ook waarom ze een hokje aanwees: zij houdt natuurlijk in de gaten dat niemand een bezet hokje binnengaat.

Als ik klaar ben, en het gebouwtje weer uitloop, komt mijn moeder me tegemoet. ‘Josie, waar was je? Ik was je kwijt, en Marco liep alleen rond.’

‘Mam, ik was gewoon even naar de WC. Het was urgent, dus ik moest rennen.’

‘Oh, ik snap het. Maar je had het me toch even moeten laten weten; nu was ik je kwijt, en ik ging ervan uit dat jij Marco in de gaten zou houden. Als jij niet bij hem bent moet ik dat wel weten, want dan moet ik beter op hem letten.’

‘Ja, ik snap het, maar dan had ik het in mijn broek gedaan.’

Na een korte pauze reageert mijn moeder, ‘Had ik je toch een luier om moeten doen. En aan de lijn houden, zodat ik je niet uit het oog kan verliezen.’

Dit gaat echt te ver, en ik open mijn mond om te zeggen hoe belachelijk ik haar reactie vind; het is totaal iets anders dat ik zelf even met die gedachte speelde dan als mijn moeder dat zo zegt. Dan barst ze in lachen uit. Ze had me gewoon voor de gek gehouden – iets dat mijn moeder maar zelden doet, en ik dus ook niet bedacht op was. Nog even ben ik boos, maar dan moet ik hartelijk meelachen. Marco komt ook aangelopen, en lacht mee, alhoewel hij natuurlijk geen idee heeft waarover.

Als we eindelijk uitgelachen zijn, zegt ze, ‘Ik ben blij dat je meegekomen bent, en het zo naar je zin hebt,’ en geeft me een kus op mijn voorhoofd, zorgvuldig mikkend om de schmink-vlinder niet te verstoren.

‘Ga even naast elkaar staan, dan neem ik een foto. Jullie gezichten zien er geweldig uit.’

‘Mam, ik wil niet dat anderen zien dat ik mijn gezicht heb laten schminken.’

‘Ach kom, daar is toch niets mee mis?’

‘Mam! Ik ben bijna volwassen!’

‘OK dan, dan beloof ik dat ik de foto alleen met je vader en met het gezin van Marco deel.’

Daarop geef ik mijn verzet maar op; Pa weet toch alles al, en mijn oom en tante zijn vast vooral dankbaar dat ik Marco zo steun. We poseren voor een paar foto’s, en dan wil Marco weer snel naar de volgende attractie.

‘Josie, ik heb nog wat versnaperingen in de auto laten liggen. Zou je die even voor ons willen halen? Dan houd ik Marco in de gaten.’ Ze geeft me haar autosleutels, en ik ga zonder protest: ik heb wel zin in iets lekkers. Maar bij de ingang word ik tegengehouden: deelnemers mogen niet zonder begeleiding het terrein verlaten. Ik leg uit dat ik alleen even iets uit de auto wil halen, en laat zien dat ik daarvoor de sleutels gekregen heb, maar ze weigeren voor mij een uitzondering te maken. Dat stomme polsbandje werkt nu toch tegen me. Onverrichterzake ga ik terug naar mijn moeder, die begrijpt dat ze me niet door mochten laten, en dus maar zelf gaat, terwijl ik me weer bij Marco voeg.

Tegen het eind van de middag begint het wat rustiger te worden, en roept mijn moeder ons ook: het is tijd om naar huis te gaan. Marco protesteert en bedelt om nog langer te mogen blijven. Zelf merk ik dat ik eigenlijk ook nog geen zin heb om te stoppen – thuis moet ik natuurlijk meteen weer aan mijn huiswerk. Maar juist daarom, en omdat ze voor het avondeten moet gaan zorgen, vind mijn moeder dat we niet langer kunnen blijven.

Bij de uitgang maakt mijn moeder de lijnen weer vast aan onze harnassen, en worden de polsbandjes afgeknipt. Ik overweeg nog even te protesteren over de lijn – Marco heeft die ondersteuning na vanmiddag echt niet meer nodig, maar ik heb het toegezegd, en het is maar een klein stukje. En als ik het ter sprake breng terwijl hij er bij is, doet hij vast alsof het wel nodig is.

De terugreis verloopt zonder bijzonderheden, en thuis word ik meteen naar mijn kamer gestuurd voor mijn huiswerk, nadat het harnas is afgedaan. Marco wordt weer op de bank geïnstalleerd, en die mag lekker TV kijken, waarbij hij genoeg speelruimte krijgt om ook te kunnen liggen, na deze drukke dag.

Zodra mijn vader ook terug is schuiven we aan voor het avondeten. Hij kijkt me daarbij goed aan en er verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht. Het duurt even voordat ik me realiseer dat ik nog steeds de schmink op heb. Die gaat er meteen na de maaltijd af. Eigenlijk wel een beetje zonde – het is erg goed gelukt. Toch maar even een selfie nemen; ik ga natuurlijk niet die van mijn moeder vragen.



’s Avonds wil Marco opnieuw dat ik bij hem slaap, en hij blijft stennis maken totdat we uiteindelijk toegeven. Uiteindelijk vond ik het ook wel gezellig gisternacht, en het bed lijkt me zelfs met 2 personen comfortabeler dan de bank. Ik klaag alleen wel bij mijn moeder dat de fleece onesie te warm is.

‘Ik heb nog wel een alternatief, maar ik was bang dat je die niet erg acceptabel zou vinden. Ik pak hem even.’

Ze komt terug met een eendelig pak van een dunnere stof, met halflange armen en benen. Hij heeft afwisselend oranje en witte horizontale banen, en doet daarmee denken aan een ouderwets gevangenen pak. Hij blijkt ook nog te sluiten met een rits tussen de benen. Ik begrijp waarom mijn moeder niet meteen met deze op de proppen kwam, maar hij lijkt me wel een stuk koeler, en als toch verder niemand me ziet…

Na de luier krijg ik het pak over mijn hoofd heen aangetrokken. Hij lijkt al wat aan de kleine kant, en het is een beetje getrek voordat hij op zijn plek zit. Ik betwijfel of ik hem alleen daarom al zonder hulp uit zou kunnen krijgen, maar nadat mijn moeder de twee trekkers van de rits dicht heeft getrokken zet ze er nog een slotje op, ‘voor de zekerheid’. Ik denk dat ze weer doelt op mogelijke ongepaste acties van Marco, maar misschien heeft ze ook nog steeds het idee dat ik mijn luier uit zou willen doen, alleen maar omdat ik die even schoon wilde houden zondagnacht. Het slotje bungelt zo recht onder mijn kruis, wat eigenlijk wel passend is, omdat het ook mijzelf alle toegang daar ontzegt.

Marco kijkt weer blij, en ook voldaan, als ik weer in bed bij hem kruip, en dezelfde positie inneem als gisteren. Het is hem weer gelukt zijn zin te krijgen. Hij kruipt dicht tegen me aan, en valt dan snel in slaap. Bij mij duurt het ook niet lang.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
Terug naar normaal?
Daar ligt hij dan in het spijlenbed. Voor de laatste keer. Het is vrijdagochtend, en ik moet weer vroeg op school zijn. In de loop van de ochtend zou mijn tante uit het ziekenhuis ontslagen moeten worden, en wordt Marco na de dagbesteding naar zijn eigen huis teruggebracht. Natuurlijk moet mijn tante nog rustig aan doen, maar ze zijn er blijkbaar van overtuigd dat het goed genoeg is dat ze weer thuis is, en dat mijn oom voorlopig nog wel het zwaardere werk en de boodschappen kan overnemen.

Het zal wel heel fijn zijn om gewoon weer helemaal de beschikking te hebben over mijn kamer, en een eigen groot bed te krijgen. En ik heb nu officieel mijn telefoon verdiend! Geen onzin meer met luiers, harnassen, opgesloten zijn in bed en in mijn pyjama’s. Aan de andere kant ben ik toch wel een beetje gesteld geraakt op Marco, en was het ook wel eens fijn om niet het enige kind in huis te zijn. Zeker woensdagmiddag hebben we een hoop plezier gehad. Gisteren was het weer een lange schooldag, en hoefde ik dus niet zoveel op hem te passen, maar voor het eten hebben we toch nog even wat spelletjes gespeeld. Wat me verrast heeft is hoe fijn het is om tegen iemand alles te kunnen vertellen, zonder risico dat hij oordeelt, het doorvertelt of tegen me gebruikt.

Ik heb eigenlijk niet eens meer mijn best gedaan om op de bank te gaan slapen; zo voor de laatste nacht heb ik hem ook nog maar gezelschap gehouden. Ik ga het bijna nog missen om gezellig tegen zo’n stevige jongen aan te liggen ‘s nachts. Stom genoeg zijn mijn ogen vochtig als ik door de spijlen heen afscheid van Marco neem, en dit keer doet hij echt zijn best om mij vast te houden, maar ik kan niet te laat op school komen, dus trek ik me uiteindelijk los, en laat hem alleen achter.



Als ik ’s middags thuis kom is er inderdaad geen Marco meer, en zijn zijn spullen ook weer opgeruimd. Op mijn kamer staat alleen nog het spijlenbed. Ik neem aan dat mijn vader die straks wel uit elkaar gaat halen als hij terug is van werk. Mijn oude bed zal nog wel even teruggezet worden totdat we een nieuw bed voor me hebben kunnen regelen, lijkt me.

Maar als hij na het avondeten daar geen aanstalten toe lijkt te maken, vraag ik toch eens na wanneer hij het spijlenbed weg gaat halen. Maar tot mijn verrassing krijg ik te horen, 'Dat is jouw nieuwe bed nu. Je denkt toch niet dat we zo'n duur spijlenbed hebben aangeschaft voor die paar dagen? Het zal je helpen om 's nachts te slapen in plaats van de halve nacht op je telefoon bezig te zijn.'

Oh nee, dat had ik niet verwacht! Dat betekent natuurlijk ook dat ik 's nachts niet naar de WC kan, en dus ook de rest van de spullen gebruikt zullen blijven worden. En, alhoewel mijn ouders het niet uitspraken, gaat dat natuurlijk ook inhouden dat ik niet meer de mogelijkheid zal hebben om met mezelf te spelen 's nachts. Ik besef me dat het er voortaan behoorlijk anders aan zal toegaan hier!

EINDE
 

beddenplasser

volwassen peuter
heel fijn verhaal. en inderdaad knap toegewerkt naar dit einde. wat mij betreft vraagt dat om een stijlherhaling.
 

carg85

Doe wat goed voelt, met respect voor anderen
Ik heb ondertussen nog een kort verhaal geschreven, dat net als dit verhaal, niet echt een ABDL verhaal is. Het gaat over het gebruik van een tuigje om te voorkomen dat de hoofdpersoon zich bij slaapwandelen bezeert. Aangezien ik verwacht dat dit maar een beperkt gedeelte van de leden hier zal aanspreken, heb ik het in het Engels geschreven (voor mijn website) en lijkt het me niet de moeite waard om er een Nederlandse vertaling van te maken en hier te publiceren. Een fan heeft wel een Duitse vertaling gemaakt. Voor wie het wel interesseert, het verhaal, The Dangers of Sleepwalking, is te vinden op de verhalen pagina van mijn website, in beide talen.
 
Thread starter Similar threads Forum Replies Date
hiawatha Aluminium spijlenbed met schuifbare zijkanten Volwassen Baby's / Luierliefhebbers 5
Similar threads

Bovenaan