Hoofdstuk 01: Borg
“Ik vrees dat je bent opgelicht, meid..”
Sterre staart de agent even aan, terwijl ze haar woorden in stilte laat indalen. Dit kan niet waar zijn..
Zodra ze bij het pand aankwam, wist Sterre eigenlijk meteen dat er iets niet in de haak was. De politie was al aanwezig om verschillende, ruziënde mensen uit elkaar te houden. Ook nu wordt er behoorlijk gediscussieerd. Iedereen denkt recht te hebben op die ene kamer.
Maar die kamer bestaat helemaal niet..
Althans, er is een lege woning. Helaas blijkt de eigenaar nergens iets van te weten. Sterre en al de andere studenten die hier staan zijn rondgeleid door een oplichter in een ruimte die niet eens van hem was. Twee maanden huur en een maand borg vooraf betaald. Weg. Dat kéér alle slachtoffers. Weg.
De droom van een nieuwe start, ver van haar familie, ver van haar verleden.. Weg.
“Maar, wat moet ik nu dan doen?”
“Aangifte.”
“Oké, wat wilt u weten?”
“Niks. Maak eerst maar telefonisch een afspraak. Wij gaan dat niet onderzoeken.”
“Maar.. u bent nu toch hier?”
“Ja en we hebben je naam toch genoteerd? Meer kunnen we niet doen. Het is niet alsof dit prioriteit heeft, hè?”
Welnee..
Verslagen draait Sterre zich om. Van binnen kookt ze. Hoe durven ze?! Ze is woest op die oplichter, woest op haarzelf voor haar goedgelovigheid en al helemaal furieus op die kakagent die haar werk niet wil doen! Het liefst zou ze eens lekker uithalen. Al die boosheid concentreren in één, heerlijke vuistslag. Het kost haar een hoop wilskracht om weg te lopen. Die gevolgen wil ze niet. Al zou dan in elk geval nog een dak boven haar hoofd hebben..
Na een paar stappen en het véél te hard dichtslaan van de deur, zit ze weer in haar gammele Fiat Panda. Of, ja, die van haar vader. De achterbank staat vol met dozen en in de kofferbak liggen twee grote.. ja, koffers..
Sterre zucht in frustratie. Haar hele leven in een auto gepropt. Haar eerste schooljaar aan de universiteit had een opluchting moeten worden. Ze heeft bijna zes maanden lang uitgekeken naar dit moment, waarop ze de control-, alt- en delete-knoppen eindelijk had mogen indrukken. En nu? Zo trots als ze op zichzelf was over hoe ze de verhuizing zelfstandig voor elkaar had gekregen.. zo belabberd voelt ze zich nu. Dag één. Opgelicht. Dakloos. Alleen.
“Kutstad!”, vloekt ze.. alsof Nijmegen het allemaal schuld is. Een harde klap op het dashboard maakt het beter. Een scheut pijn trekt door haar hand. Beledigd staart Sterre naar vingers, alsof zij haar ook al hebben verraden.
Al snel beseft Sterre dat ze hier niet kan blijven zitten en duimen tot alles beter wordt. Dit is niet gewoon een rotmoment dat kan vervliegen, dit wordt alleen maar beter door actie te ondernemen. Ze moet zelf met een oplossing komen. Het universum zal deze niet in haar schoot werpen omdat ze zo zielig is.
Aankloppen bij haar familie is geen optie. Sterre heeft al lang geleden geleerd dat ze daar niet meer op hoeft te rekenen. Bovendien zou ze de bijbehorende schaamte niet aankunnen. Aan die mensen moeten toegeven dat ze zichzelf heeft laten oplichten? Nooit.
Daarnaast is het ook niet zo dat Sterre veel vrienden of kennissen heeft. Laat staan dat er iemand in de buurt woont waarbij ze terecht zou kunnen. Terwijl ze door haar contactenlijst scrollt, merkt Sterre ook nog eens dat haar telefoon bijna leeg is. Er is geen tijd voor een ideale oplossing. De resterende batterijduur zal ze in moeten zetten voor een snelle, praktische oplossing. Ook al is deze maar tijdelijk.
Een snelle zoekopdracht in Google vertelt Sterre dat er bijna geen hotels met vrije kamers zijn. Uiterst verrassend is dat het alléén nog de premium ketens zijn die extra gasten aankunnen. Zeker op een vrijdag – begin van het weekend blijkbaar – betaal je de hoofdprijs. Sterre bulkt niet van het geld, maar haar spaarrekening kan haar in elk geval een tijdje uit de brand helpen.
Het moet maar. In het hotel kan ze in elk geval op adem komen en haar zooi in orde krijgen. Geld valt nog wel te regelen, maar onderdak is een groter probleem. Dan maar de korte pijn..
Met nog precies genoeg brandstof om morgen het tankstation te halen, komt Sterre twintig minuten later aan bij het hotel met de goedkoopste vrije kamers. De parkeerplaats is nagenoeg leeg, waardoor Sterre haar Panda handig naast de ingang kwijt kan. Uit voorzorg besluit ze haar spullen in de auto te laten tot ze weet in welke richting ze deze zal moeten slepen.
“En tot wanneer had u willen blijven?”
“Dat weer ik nog niet precies..”
De receptioniste kijkt Sterre geërgerd aan.
You have ONE job. Sterre kan de gedachte horen..
“..maar in elk geval tot maandag.”
“Tot maandag of tot en met maandag?”
“Tot en met de nacht van zondag op maandag”, verzucht Sterre. “Is het mogelijk om het verblijf daarna te verlengen?”
“Ik zou het niet weten.”
“Hoe bedoelt u?”
“We hebben op dit moment nog kamers vrij, echter kan ik natuurlijk niet in de toekomst kijken. Dan zou ik hier niet staan.”
“Als je dat toontje aanhoudt, dan sta je zo ook niet meer..”, gromt Sterre in gedachte. Hardop zegt ze maar niks. Een knikje dat precies zo beleefd is dat de receptioniste de haat kan voelen, maar er niets van kan zeggen.
“Drie nachten – dat wordt dan EUR 436,50.”
“Is prima”, reageert Sterre, terwijl ze haar pinpas uit haar telefoonhoesje haalt.
“U wilt pinnen?”, vraagt de receptioniste met een glimlach vol gemaakt medelijden.
“Ja?”
“Wij accepteren alleen betalingen via
credit card.”
“En als ik die niet heb?”
“Dan kunt u niet betalen.”
“Maar ik heb het geld gewoon hier.. hebben jullie geen pinapparaat?”
“Jawel.”
“Maar..?”
“Die gebruiken we niet, want we accepteren alleen betalingen via
credit card. Dat is een ander apparaat.”
“Waarom hebben jullie dan überhaupt een pinapparaat?!”
“Zodat mensen die iets drinken in ons
Grand Café gewoon met hun pinpas af kunnen rekenen.”
“Dan doe mij maar een cappuccino uit het
GRAND CAFÉ ter waarde van EUR 436,50!”
“Cappuccino is EUR 4,25.. en fraude is illegaal.”
“Vertel het mij..”, zucht Sterre. “Kunt u nou niet voor één keer een uitzondering maken? Ik zit echt in nood om een slaapplek.”
“Wat vervelend. Ik zou natuurlijk wel een uitzondering kunnen maken, maar.. tja, dat wil ik niet. Er is een daklozenopvang achter het station. Succes en een fijne dag!”
Zonder ook maar een seconde te wachten, draait de receptioniste zich om en verdwijnt ze richting een kantoortje. Sterre blijft achter. Ze heeft zich nog nooit zo alleen gevoeld als nu. Haar boosheid wordt alleen maar groter. Het liefst zou ze die wandelende nulsterrenrecensie de liftschacht in hebben geduwd..
Zo beheerst mogelijk beent Sterre richting de uitgang. Weg hier. Terwijl ze langs de liften loopt, hoort ze een belletje en kijkt op. Bij de rechterlift schuiven de deuren langzaam open. Er stapt een man uit en Sterre herkent hem meteen. Hij is ouder geworden, maar het is hem toch echt..
“Victor?”
De man kijkt verbaasd op – bijna te verbaasd voor iemand die zijn eigen naam hoort. Heel even moet hij nadenken, terwijl hij zijn ogen een beetje dichtknijpt.
“Sterre..?”
Zijn frons verandert in een hartelijke glimlach. Hij lijkt daadwerkelijk blij om haar te zien.
“Hoe kom jij hier nou terecht?”
Als Victor haar een gemoedelijke, vriendelijke omhelzing wil geven, barst Sterre in huilen uit. Enigszins ongemakkelijk houdt hij haar even vast. Na al die jaren gaat dat nog steeds even makkelijk. Hij was altijd al langer dan zij en niet elke groeispurt is even effectief.
“Gaat het wel?”
Niet veel later zitten Sterre en Victor in het Grand Café aan een tafeltje dat verscholen in een donkere hoek staat. Voor iedereen lijkt het gewoon een ontmoeting zoals duizenden andere, maar voor hen is het een ontmoeting úít duizenden.
Het is tenslotte zes jaar geleden dat ze elkaar voor het laatst hebben gezien. Sterre stond op het punt om naar de brugklas te gaan en had wat extra voorbereiding nodig. Victor verzorgde dat jaar grotendeels in zijn eentje de lokale zomerschool. Hij was docent in opleiding en kon zo extra studiepunten verzamelen. De reguliere docenten vonden het een uitstekend idee, vooral omdat zij daardoor nauwelijks iets hoefden te doen.
Sterre had altijd een hekel aan school gehad, maar tijdens die weken veranderde haar blik op leren. Victor wist het leuk te maken. Hij verstopte wiskundesommen in verhaaltjes over My Little Pony en wist iedereen aan het lezen te krijgen met teksten over Minecraft of Fortnite. Iedereen luisterde, omdat hij ook de tijd nam om naar hun belevenissen te luisteren. Het voelde niet eens echt meer als les krijgen, maar de resultaten waren duidelijk.
Als het indertijd aan haar moeder had gelegen, zou Sterre haar luiheid haar naar de mavo hebben geleid. Deze motivatie heeft ervoor gezorgd dat Sterre niet alleen de havo, maar daarna ook het vwo heeft afgemaakt. Iets waar ze hem nooit voor heeft kunnen bedanken. Een half jaar later was Victor ineens verdwenen en niemand wist precies waarheen. Nijmegen, blijkbaar.
“Dus.. jij woont in Nijmegen tegenwoordig?”
Sterre speelt met het lepeltje en probeert om het grote onderwerp heen te draaien.
“Niet echt. Ik ben hier gewoon een tijdje”, antwoordt Victor. “En jij dan?”
“Ik zou hier gaan studeren. Communicatie.”
“Gadver. Maar wat bedoel je met ‘zou’?”
“Mijn kamer.. ik..”, treuzelt Sterre.
“Wat is er met je kamer?”
“Die.. is er dus niet. Ik dacht dat ik er een gevonden had, maar het was een oplichter.”
“Ai. Dat verklaart waarom je op hotel bent.”
“Ik ben niet op hotel. Ze wilden me geen kamer geven omdat ik alleen maar kan pinnen.”
“Wat een onzin. Ik heb de drankjes net ook gepind.”
Sterre rolt haar ogen. Ze zegt maar niks. De stilte hangt ongemakkelijk rond het tafeltje, onzichtbaar door al het geroezemoes om hen heen.
“Maar, vertel, wat doe jij tegenwoordig? Geef je nog steeds les?”
“Ook. Soms.”
“En verder?”
Victor kijkt een beetje ongemakkelijk om zich heen.
“Ik mag er niet zoveel over vertellen. Zwijgcontractjes. Momenteel ben ik een tijdje vrij.”
Sterre voelt direct dat er iets niet klopt aan zijn uitleg, maar besluit om te zwijgen. Het is tenslotte haar zaak niet. Het is ook weer niet zo onlogisch. Victor was vroeger al heel getalenteerd, dus het is geen verrassing dat hij ooit een keer schimmige
recruiters achter zich aan zou krijgen. Toch.. het mysterie intrigeert haar.
“Zou je me moeten vermoorden als je het vertelt?”, grapt ze.
Hij glimlacht.
“Ik zou je nooit vermoorden. Daar heb ik personeel voor.”
Het gesprek blijft een beetje ongemakkelijk, omdat zowel Sterre als Victor beleefd probeert te zijn maar intussen heel goed weet welke vraag er uiteindelijk gesteld zal gaan worden.
“Zal ik je dan maar uit de brand helpen?”, stelt Victor voor tegen de tijd dat de kopjes bijna leeg zijn.
“Alleen als je het echt niet erg vindt. Ik kan je het geld gewoon overmaken, of stuur gerust een Tikkie. Dan is het meteen afgehandeld.”
“Daar hebben we het morgen wel over. Ik ga je niet in je auto laten slapen.”
“Ik weet gewoon niet hoe ik je moet bedanken”, fluistert Sterre, met een mix van schaamte en dankbaarheid.
“Kies maar gewoon iets anders dan Communicatie”, glimlacht Victor, terwijl hij snel geruststellend over haar onderarm wrijft.
“Weet je het echt zeker?”
“Sterre, je bent net negentien geworden. Natuurlijk weet ik zeker dat ik je help in plaats van dat er
godweetwat met je gebeurt in die auto vannacht.”
“En de rente.. die moet je er wel bijtellen..”
“Als je nog eens over rente begint, dan vrees ik dat ik alsnog mijn personeel zal moeten inschakelen.”
Terwijl Sterre Victor naar de receptie volgt, blijft ze zichzelf maar afvragen in hoeverre dat een grapje moet voorstellen. Is hij geheim agent geworden, ofzo? Sinterklaas? Batman?
“Goedenavond, meneer Heijnen. Wat kan ik voor u doen?”
Sterre spitst haar oren. Heijnen? Zijn achternaam was toch..? Nou, ja, dat weet ze ook niet meer precies. Maar sowieso iets anders dan Heijnen..
“Ah, ja, Anne-Fleur was het toch?”
“Marie-Claire..”
“Prima. Kun je een extra suite bijboeken op mijn kaart?”
De receptioniste kijkt geërgerd naar Sterre en daarna weer naar Victor. Het bevalt haar totaal niet dat Sterre toch een weg het hotel in heeft gevonden. Na hun eerdere confrontatie was de smaak van de overwinning nou net zo zoet..
“Natuurlijk, maar u bent bekend met onze huisregels omtrent.. ‘betaald bezoek’?”
De stilte is oorverdovend.
Sterre herkent de blik in zijn ogen. Toen ze tijdens de zomerschool van de trap was gestruikeld en haar knie had opengehaald, keek hij precies hetzelfde. Vuurspuwende pupillen. Hij had de trap zo uit het gebouw kunnen slopen. Was het woede? Net zoals Sterre die zelf zo goed kent? Of iets anders?
“Sterre, ga anders maar vast wat spullen uit de auto halen. Ik handel het hier wel af.”
Er valt een ijzige kalmte in zijn stem waar te nemen. Sterre heeft er sowieso geen moeite mee om uit deze situatie te stappen, maar nu durft ze zeker niet meer te weigeren. Als ze vijf minuten later met haar koffers terugkeert in de lobby, is de receptioniste spoorloos verdwenen.
Victor staat met zijn armen over elkaar bij de balie, waar een meneer in een deftig pak druk bezig is om te regelen waar hij om vraagt. Blijkbaar heb je daar hier alleen een strenge blik voor nodig in plaats van een
credit card. Had Sterre dat nou eerder geweten..
“Ik heb gezegd dat je mijn zusje bent, dus mochten ze zoiets zeggen weet je ervan”, meldt Victor als ze eenmaal in de lift staan.
“Oh, oké. Hoezo?”
“Anders hadden ze moeilijk kunnen doen met identificatie. Nu kon het meteen worden afgehandeld.”
“Oké, Heijnen dus?”, vist Sterre.
“Lang verhaal. Je kunt in elk geval bestellen wat je wilt. Alle
room service is van het huis.”
Sterre knikt en neemt de kamersleutel aan.
“Dat heb je goed geregeld.”
De deuren van de lift gaan open en Victor wijst Sterre naar haar kamer.
“Hier moet je zijn, ik zit één deur verder. Misschien toch je familie inlichten?”
“Dat gaat ‘m niet worden. Ik heb eigenlijk geen contact meer met mijn moeder.”
“Ah. Dat is naar.”
Sterre besluit om maar niet te reageren. Het zou alleen maar meer vragen bij Victor oproepen. Ze is dolblij hem precies op dit moment weer te zijn tegengekomen, maar nu is ze vooral ontzettend moe.
“Ja, naja. En mijn vader is overleden..”
“Ik heb ervan gehoord, ja. Sorry.”
“Hoe dan?”
“Iedereen roddelt, Sterre. Zulke dingen verspreiden zich rap. Je weet waar ik ben als er iets is. Slaap goed.”
Sterre kijkt Victor nog even na tot hij zijn kamerdeur heeft gesloten. Hij is zo anders geworden dan in de tijd van de zomerschool. De hartelijkheid is niet verdwenen, maar de onbezorgdheid wel. Het is net alsof hij de wereld op zijn schouders moet dragen. Herkenbaar..
Als Sterre haar hotelkamer binnenstapt, is ze overdonderd door de grootte. Een
queensize bed, grote televisie, zithoek en een luxe badkamer. Zelfs de minibar is tot de nok toe gevuld. Dit is ‘van de nood een deugd maken’ voor gevorderden..
“Allemaal dankzij Annie Flair..”, mompelt Sterre, terwijl ze een klein flesje drank uit de minibar neemt. “Thanks,
bitch!”
Ze laat zich met gespreide armen achterover op het bed vallen. Twee shotjes zijn uiteindelijk genoeg om Sterre haar slaap aan de overhand te helpen. Amper een half uur later is ze in een diepe slaap beland. De ellende van deze dag heeft zijn tol wel geëist..
Als Sterre de volgende ochtend wakker wordt, kan ze niet geloven hoe lekker het bed ligt. Langzaam maar zeker komt ze bij onder de zachte, dikke deken. Het bed is voor iemand van haar postuur groot genoeg om in te verdwalen. Alles is als een grote, veilige cocon om haar heen, waar ze de rest van de wereld héél even kan vergeten. Met alle energie die ze nog op kan brengen, probeert ze haar duim te negeren. Haar mond blijft gesloten. Die gewoonte probeert ze sowieso af te leren.
Ineens schrikt Sterre op. Het is alsof het haar brein eindelijk is gelukt om de rest van haar lichaam te bereiken. De boodschap? “Voel je het nu ein-de-lijk ook?!”
Sterre springt snel uit bed en slaat het dekbed open. Een grote natte plek in het beddengoed – en de spijkerbroek die ze gisteren niet eens meer heeft kunnen uittrekken van vermoeidheid – maakt pijnlijk duidelijk wat er is gebeurd. Nattigheid.. het houdt niet op..
“Niet dit weer..”, verzucht Sterre geïrriteerd. “
Fu..”
“..
uck!”, roept Victor, terwijl zijn vuist de betegelde muur op zijn badkamer raakt. Hij heeft de hele nacht liggen woelen en denken.
Met een pijnlijke hand pakt hij de sigaret op, die hij stiekem op de badkamer van zijn hotelkamer aan het roken is. Met de afzuiging op de maximale stand, moet het te verbergen zijn – zo is zijn vaste redenering.
Na een laatste teug, draait hij de koude kraan open. Hij dooft de peuk, werpt die in het toilet en spoelt door. Hij kan het Sterre nog steeds horen zeggen alsof ze naast hem staat..
“Ja, naja. En mijn vader is overleden.”
Hij weet het maar al te goed..
Victor wast zijn handen compulsief. Keer op keer. Niet om zijn vuist te koelen, maar net alsof er nog altijd bloed aan kleeft..
Wordt vervolgd...
Bedankt voor het lezen! Een comment of like voor de moeite is altijd welkom!