Verhaal Klaar De Kameleon en het Raadsel van de Verdwenen Plasticbroekjes

Bedplasser91

Plasticbroekjesfan!
De Kameleon en het Raadsel van de Verdwenen Plasticbroekjes

De boeken over de Kameleon heb ik als jongen verslonden. Ik las graag in bed voordat ik in slaap viel, en ''s morgens pakte ik vaak als eerste mijn boek, als er tijd was om nog even te blijven liggen. Ik had elke morgen in bed geplast. Ook toen ik al 14, 15 was, zo'n beetje de leeftijd van de tweelingbroers Hielke en Sietse Klinkhamer. En wat had ik dan graag gewild dat mijn helden ook in hun bed geplast zouden hebben en net zo nat wakker werden als ik! Maar dat gebeurde in de boeken natuurlijk nooit.... Daarom heb ik dat verhaal nu zelf maar geschreven.

“Opstaan jongens!” schalde de stem van smid Klinkhamer omhoog. “De ochtendstond heeft goud in de mond!”
Hielke sprong als eerste uit zijn bed. Zijn tweelingbroer Sietse begon te lachen.
“Ik wist het wel! Als ik nat ben, ben jij het ook!”
Duidelijk was onder Hielkes plasticbroekje te zien dat zijn luier doorweekt was.
“Laat ook eens kijken dan” sprak Hielke, en nu gooide ook Sietse de dekens van zich af. Ook zijn luier was behoorlijk nat en het was slechts aan Sietses plasticbroekje te danken dat zijn bed niet doorweekt was.
Sietse hield zijn vinger voor zijn mond om aan te geven dat zijn broer stil moest zijn. Daar plaste hij al met kracht nog eens in zijn luier! Die kon dat niet allemaal meer verwerken en je zag het dan ook duidelijk in het plasticbroekje lopen. Hielke bleef niet achter, en zo stonden de jongens van Klinkhamer samen genietend nog eens in hun luiers en plasticbroekjes te plassen, zoals eigenlijk altijd hun gewoonte was als ze nat waren. Een gewoonte die ze uiteraard voor hun moeder geheim hielden!

Even later al kwam Moeder Klinkhamer de kamer van de tweelingbroers binnen en keek misprijzend naar de volgeplaste luiers en plasticbroekjes, die de jongens aan hadden. Ze zuchtte eens, Dat werd weer wassen. Nu ja, het kon erger. Haar jongens plasten meestal maar twee of drie keer in de week in bed. Kees, de zoon van de molenaar van de Woudaap, deed het volgens zeggen nog elke nacht. En dan was er nog Louw, een vriend van de jongens, die niet alleen 's nachts nog in bed plaste, maar ook vaak overdag met een verdacht natte vlek voorin zijn broek rondliep!

Terwijl Hielke onder de douche zijn plasticbroekje naar beneden schoof en zich van zijn natte luier ontdeed, zette Sietse de ontbijttafel klaar. Van de jongens Klinkhamer werd verwacht dat ze in het huishouden hun steentje bijdroegen. De smid kwam binnen en monsterde Sietses natte plasticbroekje.
'Weer in bed geplast, jongen?'
'Ja heit', antwoordde Sietse, 'en Hielke was ook nat.'
'Ha', lachte vader Klinkhamer, 'ik had niet anders verwacht! Als de één het doet, doet de ander het ook. Geeft niets hoor jongen, toen ik zo oud was als jullie, plaste ik ook nog elke nacht in bed.'
'Man toch' zuchtte vrouw Klinkhamer, 'moedig die jongens nog maar aan ook!'
'Vrouw', sprak de smid, 'het zijn jongens. Bedplassen hoort er gewoon bij. Wees blij dat ze het niet meer elke nacht doen! Mijn moeder moest nog elke dag luiers wassen!'
‘Ja, maar de jongens zijn al veertien, nog even en dan worden ze vijftien, dat is toch echt te groot om nog in bed te plassen!’
‘Maak je nou maar geen zorgen vrouw, voordat de jongens in militaire dienst moeten, zijn ze wel van het bedplassen af. En anders leren ze dat wel in de kazerne, hahaha!’
‘Jij zit ook helemaal nergens mee, man!’ lachte vrouw Klinkhamer, en streek de smid door het al ietwat grijzende haar.

‘Is de tafel zo goed, mem?’ vroeg Sietse, en toen zijn moeder knikte, ging hij gauw zijn tweelingbroer aflossen onder de douche.
Hielke verscheen in de kamer met de beide plasticbroekjes in zijn hand. Hij had zijn plasticbroekje afgespoeld onder de douche en toen Sietse verscheen, had die gauw hetzelfde gedaan. Hun natgeplaste luiers hadden de jongens netjes in de luieremmer gedeponeerd.
Daarna hadden ze zich allebei aangekleed en hun geliefde overalls aangetrokken. Het was nog geen zondag. De kerk kon wachten en die zondagse kleren al helemaal!
 

Bedplasser91

Plasticbroekjesfan!
De Kameleon en het Raadsel van de Verdwenen Plasticbroekjes - deel 2

Hielke liep snel door naar de achterdeur en verdween in de grote tuin. Met een snelle beweging die de routine verried hing hij de natte plasticbroekjes op de waslijn. Hij zette ze met een paar wasknijpers vast en keek er tevreden naar. Zo, daar hingen ze veilig en uit het zicht! Voor het huis, aan het water, stond ook een waslijn. En als de jongens niet oppasten, hing hun moeder hun luiers en plasticbroekjes daar net zo makkelijk op, waar iedereen ze kon zien! En dan konden ze er zeker van zijn dat Gerben Zonderland er wel weer een paar opmerkingen over zou maken....

Na het ontbijt vroegen de jongens aan hun vader of ze even mochten gaan varen.
Het is zulk mooi weer, zei Sietse, en Hielke voegde er aan toe: “We hebben ons huiswerk al af!”
“Zo zo”, zei de smid, “Netjes hoor, op zaterdagmorgen al klaar met jullie huiswerk!”
De jongens knikten ijverig.
“Ik liet het zelf meestal tot zondagavond liggen!” lachte Klinkhamer.
“Laat maar even zien, en als het echt klaar is, dan mogen jullie er wel met de Kameleon op uit!”
Toevallig hadden Hielke en Sietse maar weinig huiswerk op gekregen. De goedige Meester Brouwer wist wel dat zijn leerlingen uit het dorp in het weekend wel andere dingen te doen hadden. En dat beetje huiswerk hadden de jongens inderdaad vrijdagavond al gemaakt, vlak voor bedtijd. Ze hadden hun luiers en plasticbroekjes al aan, klaar voor de nacht, en zaten nog even samen aan hun bureautje. Dat had hun vader een keer van de rijke meneer Siegerdsma gekregen, toen die een nieuw bureau aanschafte!

Klinkhamer bladerde snel door de schriften en boeken van de jongens. Het werk zag er prima uit.
“Goeie jongens!” bromde de smid. Dom waren zijn jongens niet. Wel vriendelijk en hulpvaardig, ook speels en soms ondeugend. Echte jongens. En dat bedplassen, nou ja... er waren ergere dingen!
“Ga maar jongens, het is in orde! Maar denk er om, voor donker weer thuis!”
“Ja, heit!”
“Hebben jullie genoeg benzine?”
“Ja heit! We hebben van de week de tank nog gevuld!”
“Zo zo!” lachte de smid. “Was de geldziekte bij jullie uitgebroken?”
“Nee heit, we hebben van de week bij boer Nauta in het hooi geholpen, en die heeft ons tien gulden gegeven. Meer dan genoeg voor een volle tank!”
“Da’s veel geld! De boer is maar weer gul voor jullie. Welnu dan, veel plezier!”
En terwijl de smid het nieuwste lied van de Beatles floot, liep hij terug naar de smederij. Ook op zaterdag was er altijd wel wat te doen voor een dorpssmid.

Hielke en Sietse liepen naar buiten, waar hun trouwe boot Kameleon aan het steigertje lag. Mooi was de boot misschien niet, maar wel snel! Er zat een motor in van een auto. Die hadden de jongens ooit van de dokter gekregen, toen die in de sloot gereden was. De auto van de dokter was daarna gesloopt en de dokter had een nieuwe gekocht, weer een mooie, grote Amerikaan. Eentje met vleugels achterop! De motor van de Kameleon was zeker snel, maar als de jongens snel voeren – en ze deden niets liever! – was ‘ie niet zuinig. Dus wat benzinegeld was altijd welkom.

De dokter, die naast de smid woonde, zat in zijn voortuin een pijp te roken. Vriendelijk stak hij zijn hand op en de jongens groetten terug. Ze kenden elkaar al zo lang als Hielke en Sietse zich konden herinneren. Niet dat ze als gezonde Friese jongens de dokter vaak nodig hadden! Toen de tweeling een jaar of tien was, had moeder hem wel eens gevraagd of haar jongens niet wat laat waren met droog worden ‘s nachts. Maar de dokter had haar gerustgesteld en gezegd dat bedplassen een jongenskwaaltje was dat vanzelf over zou gaan. Lachend had de dokter gezegd dat als hij van elke jongen in het dorp voor elke natte nacht een dubbeltje zou krijgen, hij allang miljonair zou zijn. En dus maakte vrouw Klinkhamer zich niet langer zorgen. Al vond ze soms wel dat het maar lang duurde tot het bedplassen over zou gaan…..
 

Bedplasser91

Plasticbroekjesfan!
De Kameleon en het Raadsel van de Verdwenen Plasticbroekjes - deel 3

De Kameleon startte meteen en met Hielke aan het stuur stoof de boot het meer op. Al gauw hadden ze het dorp achter zich gelaten.
“Zullen we kijken of Kees mee wil?” vroeg Sietse. Hielke knikte en zette koers naar de overkant van het grote water, waar molen De Woudaap stond. Die was niet te missen.
Kees was ook niet te missen! Toen ze de molen naderden, zagen ze hoe Kees rondjes om de molen draafde, gevolgd door zijn boze vader, molenaar Dijkstra!
“Blijf staan, aap van een jongen!” hoorden ze de molenaar roepen.
Maar Kees dacht er niet aan. Hij kende de harde handen van zijn vader!
Hielke nam gas terug en liet de Kameleon op een afstandje van de molen dobberen.
De jongens vonden het schouwspel heel vermakelijk!
De dikke Kees was sneller dan zijn vader, die zo mogelijk nog dikker was.
Hijgend gaf de molenaar het op toen hij de Kameleon in het oog kreeg.
“Daar zijn je vrienden! Ga die maar lastig vallen! Ik krijg je nog wel!” riep hij dreigend, maar ging door de kleine zijdeur de molen binnen.
Kees kwam de steiger op en Hielke stuurde de Kameleon er naar toe.

“Wat had je nou weer gedaan, Kees?” vroeg Sietse.
“Oh niks!” antwoordde Kees.
Zijn vader stak zijn hoofd om de hoek van het deurtje.
“Niks gedaan, dat klopt! Nog te lui om zijn natte laken te wassen en op te hangen! Je moest je schamen!”
Kees haalde zijn schouders op en sprong bij Hielke en Sietse aan boord. Leniger dan je misschien van zo’n dikke jongen zou verwachten.
“Nat laken?” vroeg Hielke. “Had je weer in je bed geplast?”
Kees knikte. “Elke nacht”, deed hij onverschillig. “Dat weet je toch?”
“Maar waarom was je vader dan kwaad? Toch niet omdat je nat was?”
Kees vertelde dat zijn ouders vonden dat hij nu oud en groot genoeg was om zelf voor zijn natte beddengoed te zorgen. Sinds een paar dagen moest hij zelf elke morgen zijn natte lakens en z’n pyjama wassen en te drogen hangen aan de balustrade van de molen. En dat was hij die morgen vergeten. Hij had uitgeslapen, want daar was hij een groot liefhebber van. Toen was hij naar beneden gegaan en had zijn natte bed gewoon open laten liggen. Dat had zijn vader ontdekt. Er zwaaide wat voor Kees, want zijn vader had een kort lontje.
“Maar waarom waren je lakens dan zo nat?” vroeg Sietse. “Iedere bedplasser heeft wel eens wat gelekt. Ik ook. Maar dat is toch echt een uitzondering?!”

Kees werd knalrood.
“Ik heb alleen nog maar een zeiltje in bed”, zei hij.
“Geen luier om?” zei Sietse verbaasd.
“Geen plasticbroekje aan?” echode Hielke.
Kees schudde zijn hoofd.
“Ze zeggen dat ik eerder van het bedplassen af ben als ik in een nat en koud bed lig.”
“En werkt dat?” zei Hielke. “Ben je nu vaker droog ‘s morgens?”
“Was het maar waar!” zei Kees treurig. “Ik pis nog steeds elke nacht in bed.”

Geen luier en geen plasticbroekje! Dat leek Hielke maar niks. Hij was blij met zijn plasticbroekje ‘s nachts. Hij hield van het zachte, gladde plastic. Het voelde veilig. Het plasticbroekje hield zijn bed droog, ook als zijn luier al doorweekt was. En wat werd het plastic weer lekker warm als hij ‘s morgens nog wel eens met opzet in bed plaste.
Waarom ook niet! Hij was dan toch al nat. En hij wist heel goed dat zijn tweelingbroer vaak genoeg hetzelfde deed.

“Maar hoe kwamen ze daar nou ineens op?” vroeg Sietse verbaasd. “Ideetje van een buurvrouw?”
Daar hadden de jongens ervaring mee. Als Mem de luiers uitgewassen had en op ging hangen, maakten de vrouwen uit het dorp vaak genoeg een praatje. En als die de luiers en de plasticbroekjes zagen, die zo overduidelijk getuigden van het feit dat beide jongens nog altijd in bed plasten, kwam er vaak ongevraagd advies.
Vrouwenpraat!
Hoe je een bedplasser droog kon krijgen.
Hoe je mooie witte luiers kreeg.
Dat hun eigen zoon al op z’n derde droog was.
Of juist op zijn tiende ook nog steeds in bed plaste.
Dat een pak slaag kon helpen.
Dat een pak slaag niets hielp.
Dat er nieuwe luiers op de markt zouden komen, uit Amerika!
Dat daar geen plasticbroekjes meer overheen hoefden. Zou dat echt kunnen?
Onzin, veel te modern!
Daar heb ik geen vertrouwen in!
Dat meisjes zo makkelijk waren.
Dat jongens lastig waren.
Dat juist de jongens niet lastig waren.
Dat de vaders altijd voor de jongens op kwamen.
Dat het altijd de jongens waren die zo lang in bed bleven plassen….
Dat je bedplassers na 6 uur niets meer moest laten drinken.
Bla bla bla!
Gelukkig trok Mem zich niets van de ongevraagde adviezen aan. Maar Hielke en Sietse vluchtten in huis als ze een flard van zo’n gesprek over hun bedplassen opvingen!

Kees schudde zijn hoofd. Nee, geen idee van een goedwillende buurvrouw. Het zat anders.
“Ik had ‘s nachts altijd een plasticbroekje aan. Net als jullie. En dat hing ‘s morgens te drogen. Net als bij jullie.”
Kees liet even heel goed weten dat hij niet de enige bedplasser was, maar dat zijn maten het ook nog deden.
Hielke en Sietse vonden het niet erg. Kees had tenslotte gelijk. Ze wáren bedplassers.
“Maar een paar dagen geleden, op een morgen, vlak voor mijn verjaardag, was het plasticbroekje weg. Verdwenen. Foetsie!”
Kees dacht dat zijn moeder het al binnen had gehaald, omdat het broekje al droog was en er regen dreigde. Maar dat was niet zo. Was het weg gewaaid? Los geraakt van de waslijn? Niet onmogelijk.
Kees had natuurlijk meer dan één plasticbroekje en trok de volgende nacht een ander broekje aan.
Dat hij uiteraard nat plaste en dat dus 's morgens op de waslijn kwam te hangen. Maar tegen de avond was ook dat broekje weg….
Het was een raadsel!
 

diaperguynl

Luier en plastic broekjes liefhebber, uit Thailand
Ik was er niet op voorbereid anders had ik dit verhaal wel in mijn natte :zzznachtluier en plastic broekje gelezen.
Ja, pampers waren er nog niet in de tijd van de originele Kameleon boekjes dus katoenen luiers en plastic broekjes zijn een natuurlijk gegeven in dit verhaal. Ik heb de boeken als kind letterlijk stuk gelezen en net als jij ervan gedroomd dat ze ook in luiers en plastic broekje sliepen.
Dat plastic broekjes wel eens van de waslijnen verdwenen was een gegeven, de jongens die heimelijk er naar verlangde om nog een luier om te moeten.
Maar welke puberende jongen zou in dit verhaal de dief kunnen zijn?? :love:love Dank je voor dit fantastische idee en verhaal :tnky
 

Bedplasser91

Plasticbroekjesfan!
De Kameleon en het Raadsel van de Verdwenen Plasticbroekjes - deel 4

Zijn vader was kwaad geworden. Riep dat plasticbroekjes geld kostten en dat het geld hem niet op de rug groeide. De molenaar was verre van arm, maar stond als vrek bekend die maar moeilijk van zijn geld af wilde. Vader Dijkstra vermoedde dat Kees zijn plasticbroekjes zelf weg had gemaakt.
“Ik ben je plaswekker nog niet vergeten!” schreeuwde hij boos.
Kees wist precies wat zijn vader bedoelde. Een paar jaar geleden, toen Kees een jaar of twaalf was, mochten ze een nieuwe uitvinding proberen. Een plaswekker! Zodra Kees in bed plaste, ging er een alarm af en schrok Kees wakker. Meestal schrok hij zo van het lawaai dat hij alleen van schrik al in zijn bed bleef plassen. Hij was dus net zo nat als zonder plaswekker, maar nu werd hij wakker – en niet alleen hij, maar ook de andere mensen in de molen. Die waren daar niet blij mee, maar het was om die jongen eindelijk 's nachts droog te krijgen. Dus het moest maar!

Het duurde niet lang of Kees haatte de plaswekker. Een keer had hij een draad binnen in het apparaat losgetrokken en sliep voor het eerst in weken weer ongestoord. Dat hij nat wakker werd en in bed had geplast vond hij niet erg. Alles beter dan die ellendige plaswekker! Zijn vader had het losse draadje gevonden en weer vast gezet. Maar toen het alarm de volgende nacht weer afging, had Kees de plaswekker gepakt en was er mee op de balustrade van de molen gelopen. Vanuit de hoogte slingerde hij het gehate apparaat met een grote boog in het meer. Daar was hij van af! Hij ging terug naar bed en sliep tevreden in. Om na een lange, ononderbroken nacht kletsnat wakker te worden. Het kon hem niets schelen. Liever bedplassen dan elke nacht wakker te worden gemaakt door die nare, lawaaierige plaswekker!
Zijn vader dacht daar heel anders over. Woedend was de molenaar geweest toen hij erachter kwam dat de dure plaswekker in het donkere water van het meer was verdwenen. Kees had heel wat rondjes om de molen moeten draven om aan een ongenadig pak slaag te ontkomen! En toen waren zijn plasticbroekjes ook nog weg. De molenaar verdacht Kees, want die had ooit gezegd dat de plasticbroekjes om zijn benen knelden. Maar Kees was onschuldig.

Kees kreeg geen nieuwe plasticbroekjes. Hij had er nog meer, maar mocht ze ‘s nachts niet meer aan. Hij kreeg ook geen luier meer om. Het zeiltje moest maar genoeg zijn.
Voor straf moest hij nu elke morgen zijn natte laken en natte pyjamabroek zelf wassen en op de lijn hangen. En dat was hij vanmorgen vergeten, zo vertelde hij aan Hielke en Sietse.
“Raar dat je plasticbroekjes weg waren” vond Sietse. “Heb je ze niet meer terug gevonden?”
Kees schudde zijn hoofd en zei: “Ik wou wel dat ik ze weer had.”
En toen, hoopvol: “Maar misschien gaat het bedplassen wel gauw over!”
Hielke en Sietse hielpen het hem hopen.

De jongens besloten om hun vriend Louw op te halen en zetten koers naar diens huis. De vier waren werkelijk gezworen kameraden. Ook Louw plaste nog in bed. Dat de vrienden alle vier nog in bed plasten maakte hun band alleen maar sterker. Onder elkaar hoefden ze zich niet te schamen. Ze konden bij elkaar blijven slapen als het zo uitkwam, zonder moeilijk te hoeven doen of iets te moeten verbergen. En ze konden er zelfs gewoon grapjes over maken en er om lachen zoals alleen tienerjongens dat kunnen.

Met flinke vaart stoof de Kameleon over het meer.
“Kom achterin zitten, dikke!” riep Hielke tegen Kees, die op de voorplecht zat.
En toen Kees achterin zat, kwam de neus van Kameleon zelfs uit het water en suisde in plané door de golven! Dit was waar de Kameleon op z’n best was! De jongens genoten. Veel te gauw kwam het steigertje bij het huis van de familie Vrolijk in zicht. Sietse nam gas terug en voer met een grote boog op de steiger af, om precies daar tot rust te komen. De jongens wisten hoe met hun boot om te gaan. Aanleggen en de boot vastmaken aan de bolder was een kwestie van seconden. De drie jongens sprongen uit de boot en liepen over het grasveld naar het huis, dat een eindje van de oever stond. Het was een klein huisje van rode baksteen. De pittoreske groen-en-witte luiken naast de ramen stonden overdag uiteraard open. Het schoorsteentje van de vuurhut rookte – een kleine bijkeuken naast het huisje, waar vrouw Vrolijk water warm hield. Gas of elektriciteit hadden ze hier nog niet, maar de kolenkachel hield het in de winter gezellig warm en de vuurhut zorgde er voor dat er dag en nacht warm water beschikbaar was. Niet onbelangrijk, want de familie hield een paar schaapjes en geiten en ook op een zo klein boerenbedrijfje was altijd wel warm water nodig. Om over het wasgoed maar te zwijgen! Want Louw plaste niet alleen nog elke nacht in bed, maar had ook op z’n 15e nog af en toe een natte broek.

Vrouw Vrolijk en Louw stonden naast het huis bij de waslijnen. Een katoenen luier en een plasticbroekje aan de lijn maakten duidelijk dat Louw het ook de afgelopen nacht niet droog had gehouden. Hij was zo te zien al klaar met het verzorgen van de dieren. Hij had geen overal meer aan, maar was stoer gekleed in een T-shirt zonder mouwen en een kort spijkerbroekje.
Louw was kennelijk een beetje aan het ruzie maken met zijn moeder.
“Nee!” riep hij. “Ik heb gistermiddag niets binnen gehaald!”
“Waar is het dan?” zei vrouw Vrolijk streng. “Ik heb alleen je luier van de lijn gehaald. Ik dacht dat je zelf je plasticbroekje al gepakt had!”
“En waarom zou ik dat doen?” vroeg Louw verontwaardigd.
“Misschien wilde je het aantrekken! Om naar het dorp te gaan?!”
Louw ontkende het ten stelligste.
“Ik ben de hele dag niet in het dorp geweest!”
Louw had inderdaad af en toe, zoals zijn vrienden wel wisten, ook overdag een plasticbroekje aan.
“Ik heb alleen een stuk gelopen met Bijke!” zei hij.
Bijke was de Stabij van de familie Vrolijk, een speelse jonge hond.
“En ik heb hout gesprokkeld in het bos, voor de vuurhut.”
Dat hoorde bij zijn dagelijkse taken in het huishouden.
Nu kreeg hij de andere jongens in de gaten en liep naar hen toe.
“Je zorgt maar dat dat broekje terug komt!” riep zijn moeder hem na. “Je hebt het nog hard genoeg nodig elke nacht, met je bedplassen!”
Ze was duidelijk boos.
 

Bedplasser91

Plasticbroekjesfan!
@ luierdromer: Hielke en Sietse willen niet aan Veldwachter Zwart vertellen dat ze nog in bed plassen. Dus ze zullen het zelf op moeten lossen! ;-)

Bedankt voor het compliment. Vanmiddag komt er weer een nieuw hoofdstuk!
 

Bedplasser91

Plasticbroekjesfan!
De Kameleon en het Raadsel van de Verdwenen Plasticbroekjes - deel 5

“Wat is er aan de hand?” vroeg Hielke.
“Mijn witte plasticbroekje is weg.” antwoordde Louw. “Ik kon het gisteravond niet vinden. Toen heb ik mijn blauwe maar aangetrokken.”
Hij knikte in de richting van de waslijn, waar het blauwe plasticbroekje te drogen hing.
“Mijn moeder haalt het meestal binnen ‘s middags. Dan legt ze het terug op mijn bed. Met een droge luier er bij.”
“Heb je maar twee plasticbroekjes?” vroeg Sietse.
Zelf hadden de jongens van Klinkhamer een hele lade vol met luiers en plasticbroekjes, speciaal voor hun bedplassen. En boven elk bed hing een bedplaskalender, waar Hielke en Sietse elke morgen een zonnetje of een regenwolkje op tekenden. Dat ging bij de tweeling vrijwel altijd gelijk op. En de zonnetjes werden wat meer de laatste weken, al wonnen de regenwolken nog makkelijk.
Louw knikte. “Een witte en een blauwe. Eén van de twee heb ik altijd de hele week aan. En maandag doet ús mem de was. Dan neem ik weer een week dat andere broekje. Door de week spoel ik het gewoon af onder de pomp!”
“En is je witte nu weg?” deed Hielke ook een duit in het zakje.
Louw knikte bevestigend.
“De mijne was ook weg!” riep Kees uit. “Twee zelfs!”
Dat was vreemd.

“Misschien is er wel een plasticbroekjesmonster die ze opeet” opperde Sietse, die een levendige fantasie had.
De andere drie jongens negeerden die onnozele opmerking. Maar toen Sietse “Of een plasticbroekjesdief!” toevoegde, luisterden ze wel.
“Heb je niets gezien of gehoord gisteren?” vroeg Hielke. “Hing het plasticbroekje nog aan de lijn toen je er met Bijke op uit ging?”
“Of toen je hout ging halen?” voegde Sietse toe.
Louw dacht na.
“Ik zou het niet weten. Heb er niet op gelet.”
“Een plasticbroekjesdief!” riep Kees uit. “Dan is het niet mijn schuld dat ze weg zijn!”
Louw hernam het woord.
“Toen ik met Bijke langs het meer liep, heb ik wel een roeiboot gezien. In de buurt van onze steiger. Maar er zijn wel meer bootjes…. “
“Als er een dief is, moeten we veldwachter Zwart inschakelen” zei Kees.
Hielke en Sietse protesteerden.
“Zwart heeft wel wat anders te doen!”
“Het gaat nou niet echt over bankrovers of autodieven!” zei Sietse.
En Hielke sprak nadenkend:
“Ik ga echt niet aan de veldwachter vertellen dat ik nog elke nacht een plasticbroekje en een luier aan heb!”
Dat vonden de andere jongens ook.
“Nee!”
“Ik ook niet!”
“Ben je gek?”

De jongens dachten na.
“Een dief zou kunnen. Louw en Kees wonen allebei aan het water. En Louw heeft een roeiboot gezien, en toen was het broekje weg… “
Louw zei: “Maar wij hebben ook een weg achter langs het huis. Zo zouden ze ook kunnen komen…?”
“Kan je jullie waslijn zien vanaf de weg dan?” vroeg Hielke.
Louw dacht na.
“Eigenlijk niet. De waslijn staat naast ons huis, maar de heg staat langs de weg.”
En dat was, zoals de jongens wel wisten, een dichte, behoorlijk indrukwekkende beukenheg van wel twee meter hoog, de trots van Louws vader.
“Dus alleen vanaf het water” dacht Sietse hardop.
“Bij ons ook!” riep Kees.
“Dus als er een dief is, komt ‘ie vast over het water!” concludeerde Hielke, en de andere jongens knikten.
Dat was een logische gedachte.
“Hoe zag die roeiboot er uit, Louw?”
Maar Louw haalde zijn schouders op en had geen idee. Hij had het roeibootje niet belangrijk gevonden.
“We gaan een stuk varen!” zei Hielke resoluut. “Het is mooi weer en we hebben geen school!”

Louw haalde gauw zijn hengel op. Hij hield van vissen, en zijn moeder zou vast een beter humeur krijgen als hij een lekkere snoekbaars voor haar mee zou nemen! Er zou vast wel gelegenheid zijn om zijn dobbertje uit te gooien, ook al hadden de andere jongens voor hengelen geen geduld. Kees al helemaal niet! Die at liever worst of koekjes dan op een visje zitten te wachten aan de waterkant.
De vier jongens stapten in de Kameleon.
Sietse gooide het touw los en even later stoof de boot weer over het meer.
De tieners genoten van hun vrijheid op het water in het weidse Friese land. En voor het moment dacht geen van allen meer aan plasticbroekjes of bedplassen!

Daar lag het dorp. Het kerktorentje tekende zich tegen de hemel af, boven de bomen die het gebouw omgaven. Ginder lag de molen, waar Kees woonde. Aan de andere kant van het meer zag je het Paviljoen, waar toeristen graag aanlegden en een hapje of een drankje tot zich namen. Verderop lag ook het Doolhof, een moerassig gebied vol kleine eilandjes , waartussen mensen soms verdwaalden. Al menig keer hadden Hielke en Sietse hier bootjes losgetrokken of mensen de weg gewezen uit de wirwar van kanaaltjes en vaarten. Dat leverde vaak een leuk zakcentje op, wat de jongens goed konden gebruiken om benzine te kopen!
Louw, die nu de plaats van Kees op de voorplecht had ingenomen, werd wat onrustig en draaide zich naar Hielke en Sietse om.
“Zullen we naar het Konijneneiland varen?” stelde hij voor.
Dat was een van de eilandjes in het grote meer, waar soms boten aanlegden en mensen gingen picknicken, ook al was dat eigenlijk niet toegestaan. Er was dan ook geen aanlegsteiger, maar dat weerhield de schippers van de Kameleon niet om hier af en toe een kijkje te nemen.
“Je kan daar goed vissen!” zei Louw en duidde in de richting van het eilandje, dat aan de horizon zichtbaar was.
“Eerst nog even een rondje varen” zei Hielke. “Het gaat net zo lekker!” En hij gaf gas.

Het was Sietse, die tegenover Louw zat, die het als eerste in de gaten kreeg. Voorin Louws korte, versleten spijkerbroekje verscheen een donkere vlek rechts boven! Eerst niet groter dan een rijksdaalder, maar al gauw groter wordend, zowel naar beneden als naar opzij. Louw zat in zijn broekje te plassen!
“Louw!” riep Sietse waarschuwend, “je pist in je broek!”

Louw had het zelf nog niet eens in de gaten, maar nu wel. Hij sprong overeind en sloeg zijn handen voor zijn kruis, maar het was te laat. De donkere, natte vlek werd groter en groter. Sietse keek gebiologeerd toe hoe het broekje doorweekt werd. Nat door de dubbele stof bij het ritsje, glanzend waar de doorweekte stof niets meer opnam. Nat naar beneden, de natte vlek breder wordend waar Louws korte broekje ophield. Sietse, die niet altijd even goed oplette op school, wist even niet of dat nou cohesie of adhesie was. Maar het oponthoud duurde niet lang. Even later liep het in straaltjes uit het korte broekje, tussen en langs Louws magere jongensbenen. De plas stroomde niet te stoppen door het spijkerbroekje. Louw was nat! En goed nat ook.

Sietse, die onder zijn overall ook een kort spijkerbroekje aan had, kreeg er bijna zin in om ook in zijn broek te plassen. Maar nee, dat kon niet.
Hij was bedplasser, maar geen broekplasser!
"Al zou je het waarschijnlijk niet eens zo gauw zien als ik nat was", dacht hij bij zichzelf, "zo onder m'n overall!"

Sietse kon zich maar al te goed voorstellen wat Louw voelde toen hij op de voorplecht in zijn broek stond te plassen. Zo lekker warm! Net als toen hijzelf vanmorgen zijn plasticbroekje nog eens met opzet vol plaste.
Maar dat was wat anders. Want waarom zou je het niet doen, als je toch al nat was?! Spaarde weer een loopje naar de wc, toch? En Hielke deed het ook, dus… Hun plasticbroekjes hielden het wel binnen. Soms wel tot na het ontbijt. Sietse had aan tafel wel eens stiekem een derde keer zijn luier volgeplast.
Zijn plasticbroekje had het maar met moeite binnen gehouden, maar Sietse genoot er van. Ook al kwam het binnen in zijn plasticbroekje ver boven NAP en dreigde er een overstroming!
Maar zo vaak kregen ze van Mem de kans niet om ‘s morgens in hun natte luiers en plasticbroekjes aan tafel te zitten! Dat zag ze liever niet. De smid, heit Klinkhamer, had er minder moeite mee als de jongens wat langer in hun natte luiers rond bleven lopen.

Zo zat Sietse te denken, terwijl hij keek hoe Louws spijkerbroekje van voren al donkerder kleurde. In gedachten stond hij weer in zijn slaapkamertje, plaste met opzet zijn natte luier nog eens vol en voelde weer hoe zijn plasticbroekje warm werd van binnen en van buiten! Het was niet altijd vervelend om nog bedplasser te zijn!
Maar Louw stond niet in z'n slaapkamertje. Louw had geen luier om, en ook geen plasticbroekje aan.
Louw stond voorin de boot van zijn vrienden in zijn broek te plassen als een klein jongetje.
 
Laatst bewerkt:

Tom-dl

Superlid
Mooi verhaal! Echt in de stijl van Hotze de Roos (de orignele schrijver).

De eerste 10 boeken uit de serie stammen uit de jaren 50, dan een heleboel uit de jaren 60. En dan pas jaren 70 en later.
Ik kom van het platteland. We hadden in de jaren 60 geen korte spijkerbroekjes, dat kwam pas midden jaren 70 overwaaien uit het westen. Onder onze overall droegen we of een lange broek of gewoon een grote degelijke witte onderbroek en een singlet (onderhemd zonder mouwen). Later werd dat moderner.
Ik zie voor me hoe Louw in zijn broek plast. Prachtig! Mocht het zo uitkomen is plassen in een overall nog leuker!

Maar ga door!
 

dljj

weg
Leuk nieuw hoofdstuk weer Hotze;) , en stijlvast, ik ben weer helemaal terug in mijn jeugd, de jaren vijftig begin zestig, lekker bij de kolenkachel in een boek verdwijnen. Toen had ik geen luier om, maar nu wel:)
 

luierdromer

Niet geschoten is altijd mis.
Mooi verhaal! Echt in de stijl van Hotze de Roos (de orignele schrijver).

De eerste 10 boeken uit de serie stammen uit de jaren 50, dan een heleboel uit de jaren 60. En dan pas jaren 70 en later.
Ik kom van het platteland. We hadden in de jaren 60 geen korte spijkerbroekjes, dat kwam pas midden jaren 70 overwaaien uit het westen. Onder onze overall droegen we of een lange broek of gewoon een grote degelijke witte onderbroek en een singlet (onderhemd zonder mouwen). Later werd dat moderner.
Ik zie voor me hoe Louw in zijn broek plast. Prachtig! Mocht het zo uitkomen is plassen in een overall nog leuker!

Maar ga door!
Geweldig weer, meen zelfs dat er in de jaren 80 en, 90 nog nieuwe Kameleonboeken uitkwamen.
Zelfs na het overlijden van Hotze nog maar, dan onder P. De Roos.
Schrijf lekker door benieuwd naar het vervolg
 

Bedplasser91

Plasticbroekjesfan!
De Kameleon en het Raadsel van de Verdwenen Plasticbroekjes - deel 6


“Hoe had je dat nou, Louw?” vroeg Kees. “Had je niet in de gaten dat je moest?”
Louw haalde zijn schouders op.
“Als ik het merk is het meestal te laat.” antwoordde hij.
Louw had een zwakke blaas, mocht op school ook altijd zonder te vragen naar de wc gaan. Hij wist het meestal wel droog te houden, maar soms ging het mis. Zoals nu.
“Maar je hebt het toch niet meer zo vaak!” zei Kees.
“Gelukkig niet!” zei Louw. “Alleen als ik ergens anders ben met m'n gedachten.”
En toen, met een brede glimlach:
“Maar als we 's avonds thuis monopoly spelen, stuurt mem mij altijd eerst naar boven om mijn luier en m'n plasticbroekje aan te doen. Drie uur lang spelen! En als het dan spannend wordt, nou ja! Monopoly eindigt altijd met een natte broek voor mij!”
Hij lachte.
“We zouden een kaart moeten maken: “Ga direct naar de wc. Je ontvangt geen tweehonderd gulden!”

Hielke, altijd de meest praktische van de tweelingbroers, stuurde ondertussen de boot naar het Konijneneiland. Hij zei tegen Louw: “Ik heb nog een sportbroekje aan onder mijn overall. Doe jij dat maar aan. Dan spoelen we jouw spijkerbroekje even uit in het meer en hangen het te drogen! Kan nooit zo lang duren, met die hitte van vandaag!”
Louw keek hem dankbaar aan. Zo hoefde hij niet met een natte broek thuis te komen. Niet dat hij er straf voor kreeg. Zijn ouders wisten wel dat hij er niets aan kon doen, net zo min als aan het bedplassen. Maar voor een natte broek schaamde hij zich toch altijd wat. Gelukkig was hij deze keer onder vrienden en waren er geen vreemden bij.
Al riep Kees nog even plagerig bij het aanleggen dat de konijnen hun oren over hun ogen moesten houden.
“Dan hoeven jullie dat pisbroekje niet te zien, konijntjes! Schrik niet! Hij is vergeten z'n plasticbroekje aan te trekken!”
De konijnen reageerden daar niet op, maar Sietse wel.
“Toch raar, van die verdwenen plasticbroekjes!” zei hij nadenkend.
Hielke deed ondertussen zijn overall en zijn sportbroekje uit. Dat laatste legde hij aan de oever voor Louw, die zijn T-shirt, sokken en schoenen had uitgetrokken en toen gewoon met zijn natgeplaste spijkerbroekje en doorweekte onderbroekje in het water was gesprongen. Het was tenslotte ook heerlijk zwemweer en zo sloeg hij twee vliegen in één klap.


Toen Louw uit het water kwam en zijn “gewassen” spijkerbroekje en onderbroek in een struik te drogen had gehangen, gingen de jongens rond het kampvuurtje zitten dat Kees, Hielke en Sietse inmiddels hadden opgebouwd en aangestoken. Met alleen kurkdroog hout rookte het vuur nauwelijks en werd er dus niemand gealarmeerd. Aan pottenkijkers hadden de vier geen behoefte! Sietse had aan boord zowaar nog twee blikken knakworstjes gevonden, tot grote vreugde van vooral Kees, die volgens eigen zeggen “zowat dood ging van de honger!”

Sietse kwam terug op de verdwenen plasticbroekjes.
“Dat kan geen toeval zijn. Twee van Kees zijn er weg. En eentje van Louw.”
“Als er een dief is, komt hij vast over het water”, zei Hielke.
“Onze waslijnen kan je alleen maar zien vanaf het water!” voegde Kees er aan toe.
Louw knikte. “Onze kan je ook wel vanaf de weg zien, maar vanaf het meer veel beter.”
Hielke kreeg een idee.
“Als er een dief is, kunnen we hem uit z'n tent lokken!”
De andere jongens keken hem vragend aan.
“Onze plasticbroekjes...” – hij knikte naar Sietse – hangen we altijd in de tuin achter de smederij. Dan ziet niemand het als wij weer in bed hebben geplast.”
“Dat weet iedereen toch wel!” lachte Kees. “Dit is een dorp!”
En daar had hij niet helemaal ongelijk in.
“Maar wij hebben ook nog een waslijn aan de overkant van de weg, direct aan het water. Die gebruikt ús mem ook wel, als er veel was is.”
Wat uiteraard geregeld voorkwam: de kleding van de smid werd vaak vuil en zwart van het werk, het smidsvuur en het roet. En dan waren er nog de twee bedplassers, wat soms natte lakens extra opleverde als één van de jongens in zijn bed had gelekt. Als het plasticbroekje niet helemaal over hun katoenen luier zat. Tienerjongens zijn niet altijd even zorgvuldig in dat soort dingen, en mem Klinkhamer controleerde ze niet meer zoals vroeger, toen de jongens nog klein waren.

“Wat wil je zeggen, Hielke?” vroeg Louw. “Heb je een plan?”
Hij kende Hielke langer dan vandaag!
“Ja. Luister. Als die dief of dieven over het water komen, moet er wat voor hun te halen zijn. En daar gaan wij voor zorgen. Als Sietse en ik morgen nat zijn, hangen we onze plasticbroekjes voor in plaats van achter huis. We houden ze in de gaten. En als de dief komt, dan pakken we hem!”
Sietse wilde protesteren en zag het niet zitten om het bewijs van hun bedplassen voor ieder zichtbaar op te hangen.
Maar Kees had wel gelijk. De meeste dorpelingen wisten wel dat de jongens van Klinkhamer nog in bed plasten.
Ach, overal was wel wat, nietwaar? Trouwens, veel mensen kwamen er toch niet langs de weg, en vreemd volk al helemaal nooit.
“Okee, doen we!” bromde Sietse naar zijn tweelingbroer.
“Maar wat als de dief nou groot en sterk is?” vroeg Louw, die noch groot, noch sterk was.
“Dan zijn wij nog altijd met z'n tweeën!” zei Hielke, “en anders roepen we Heit erbij. Dan maakt die dief geen schijn van kans!”
De kracht van de dorpssmid was legendarisch.


Het was net vier uur geweest. Vier uur 's nachts. Sietse was wakker geworden en hoorde in de verte de kerkklok slaan, één, twee, drie, vier keer.
Waarom was hij wakker geworden, vroeg Sietse zich af.
Hielke, aan de andere kant van de jongenskamer, sliep als een roos. Sietse hoorde zijn rustige ademhaling en toen hij zachtjes 'Hielke?' zei, volgde er geen reactie.
Sietse voelde even onder zijn plasticbroekje. Zijn luier was nog droog! Hij had dus nog niet in bed geplast. Hij lag op zijn rug en keek naar het plafond, waar een streepje maanlicht op viel door een kiertje langs het gordijn. Met een beetje goede wil – zijn ogen waren nu aan het donker gewend – kon hij de wekker ontwaren, die op het nachtkastje tussen de bedden van de jongens stond. Kwart over vier. Hij was nooit wakker om deze tijd. Vreemd!
Hij luisterde, maar hoorde niets. Het Friese platteland is 's nachts echt stil. En toen drong het langzaam tot hem door wat hem wakker had gemaakt: hij voelde dat hij moest plassen! Dat was gek. Overdag voelde hij dat natuurlijk wel, hij was Louw niet. Maar 's nachts? Zou hij opstaan en naar beneden gaan? Het huis van de smid was redelijk modern. Ze hadden een wc binnen. Er was een wastafel en zeep en warm water. Ze hadden zelfs een douche! Enkele huizen en zeker sommige boerderijen in het dorp hadden nog een 'húske' buitenshuis, soms boven een sloot, soms met een ton die om de zoveel tijd geleegd werd door de mannen van de Boldootwagen.

Even wilde Sietse opstaan en naar de wc gaan. Maar het was donker op de trap. En hij had zijn luier om. Natuurlijk kon hij die los spelden en ook weer vastmaken als het moest. De tweeling kon zich hier al jaren mee redden. Mem Klinkhamer controleerde hen nog maar zelden 's avonds. Met het babypoeder en, indien nodig, de zinkzalf konden ze ook overweg. Maar midden in de nacht wakker worden en nog droog zijn, dat was nieuw voor Sietse. Hij dacht na, vaag en half in slaap, maar toch.....

Wat was zijn plasticbroekje zacht en glad en warm! En veilig. En waar was het voor gemaakt? Juist ja. Wilde hij morgen wel droog zijn, terwijl Hielke nat was? En ze zouden morgen toch hun plasticbroekjes voor het huis ophangen in plaats van achter? Hun plan om de plasticbroekjesdief te vangen! Zo was het en niet anders! Sietse wilde nog maar even bedplasser blijven. Nu plaste hij met opzet in bed. Het was fijn. Hij voelde de warme stroom over zijn buik lopen, tussen zijn benen en onder zich. Zijn luier werd warm en doorweekt. Sietse voelde dat ook zijn plasticbroekje warm werd, toen hij het zachte, gladde materiaal aanraakte.
Nee, droog worden kon nog wel even wachten. En Hielke was ook nog bedplasser, toch?!
Sietse stelde zich voor dat hij geen plasticbroekjes meer aan zou hoeven. Die zou hij zeker missen! De natte luier voelde vertrouwd aan. Het plasticbroekje geruststellend. Sietse draaide zich op zijn zij en viel al gauw vredig in diepe slaap, om pas de volgende ochtend zijn ogen weer open te doen. Dat hij 's nachts even wakker was geworden, was hij allang weer vergeten. Een nieuwe dag brak aan. De jongens van Klinkhamer hadden weer allebei in bed geplast.



Vrolijk sprongen de jongens uit hun bed. Van een ochtendhumeur hadden ze nooit last. Het was een vreugd om een nieuwe dag te beginnen! Sietse kon het niet laten om nog even zijn luier lekker vol te plassen. Hij zag aan Hielkes natte plasticbroekje dat zijn broer zoals gewoonlijk hetzelfde deed. De jongens gingen naar beneden. Mem zuchtte toen ze zag dat beiden weer nat waren. Het was de beurt van Hielke om te helpen met het ontbijt. Omdat het zondag was deed hij voor elk lid van de familie een ei in een pannetje met water en zette dat op het gasstel. En ook die heerlijke sûkerbôle* mocht vandaag op tafel!

Sietse was klaar in de douche en kwam de kamer binnen. Hij had zijn zondagse kleren al aan: een nette korte broek en een keurig geruit hemd. De overalls mochten de jongens pas na de kerkgang aan.
“Waar is je plasticbroekje?” vroeg Hielke aan zijn broer.
Die zou vast vergeten zijn dat die vandaag op de waslijn voor het huis moesten.
Maar nee, Sietse was het niet vergeten.
“Ligt nog in de badkamer. Hang ik straks wel samen met die van jou aan de lijn!”
En dat was het teken dat Hielke nu zijn natte luier en plasticbroekje uit mocht doen en onder de douche kon springen.
De familie genoot daarna samen van het heerlijke zondagse ontbijt!

De preek duurde de jongens natuurlijk veel te lang. Samen met de andere jongens uit het dorp zaten ze boven in de kerk, achter het orgel. Hielke zag dat er een stuk van een plasticbroekje zichtbaar was boven Louws korte broek. Hij mocht natuurlijk niet het risico lopen om met een natte broek in de kerk te zitten!
Meneer Pastoor zou dat vast niet kunnen waarderen. Veel geduld met jongens had hij toch al niet, dat was bekend. En toen hij had gehoord dat Hielke en Sietse allebei nog in bed plasten, hoefden ze geen misdienaar te worden. Te veel gedoe tijdens de gezellige uitstapjes die de kerk geregeld voor de misdienaars en acolieten organiseerde en waar ze soms ook bleven kamperen.
“Bedplassers kan ik niet gebruiken!” had Meneer Pastoor gezegd.
En daarmee waren niet alleen Hielke en Sietse vrijgesteld, maar ook hun vrienden Kees en Louw. Dat vond geen van de jongens erg.
Hielke tikte Louw even op zijn schouder, wees op het zichtbare plasticbroekje.
Louw trok gauw zijn overhemd naar beneden.
“Ik ben droog hoor!” zei hij zachtjes.
“Vannacht ook?” knipoogde Hielke.
“Wat dacht je! Nat natuurlijk” zei Louw.
“Ik ook, hoor” antwoordde Hielke, en daarna waren de jongens stil.
Het orgel barstte los en de gemeente werd geacht te zingen.
Wat de mensen beneden ook braaf deden, maar de jongens op de kreake** natuurlijk niet!

Na de dienst weer thuis gekomen deden de jongens meteen hun zondagse kleren weer uit. Ze schoten in hun korte spijkerbroek en hun vertrouwde hemd. Daar overheen hun geliefde overall. Mem had ze het liefst de hele zondag in nette kledij gezien, maar ze wist wel beter dan dat te verlangen. De jongens zouden vast en zeker kans zien om ze vuil te maken of te scheuren. En de zondagse kleren moesten langer mee! Dus het was verstandiger om ze maar in hun overalls rond te laten lopen.
Sietse dook de douche in en kwam met de twee plasticbroekjes weer te tevoorschijn.
“Vergeten te drogen te hangen vanmorgen!” loog hij met stalen gezicht.
En meteen liep hij de voordeur uit, gevolgd door Hielke.
Mem Klinkhamer zag tot haar verwondering dat de jongens hun natte plasticbroekjes vóór het huis aan de waslijn hingen.
Maar ze dacht er verder niet over na. Jongens deden wel vaker dingen die moeders niet helemaal konden volgen!

* (Fries: suikerbrood)
** (* Fries: het balkon achter in de kerk)
 
Laatst bewerkt:

rog

Superlid
Ik herken mij wel in Louw :tmb
Wat een leuk verhaal, ik heb de films gezien :dans
We hadden wel een paar boeken, maar ben niet zo lezer van een boek.
 
Laatst bewerkt:
Similar threads




Bovenaan