Interview met een DL

Cyril Archambault

Frans-Nederlandse luierliefhebber
Interview met een DL

PERSONAGES
- Peter Storm — luierliefhebber, archeoloog in opleiding
- Willem Storm — zakenman, vader van Peter
- Helena Brink — zakenvrouw, stiefmoeder van Peter
- Merel van Zandt — archeologe, biologische moeder van Peter
- Cornelia ‘Nelly’ Waters — assistente van Merel, vriendin van Peter
- Sander Dijkstra — talkshowpresentator

VERHAAL
Heden — In de televisiestudio

Ik zat op het gemakkelijke scharlakenrode bankstel, op het podium van een praatprogramma, wat gepresenteerd werd door 1 van mijn favoriete presentatoren aller tijden; Sander Dijkstra.

SANDER: Goedenavond, welkom bij “Speciaal is niet raar”. Vandaag praten we over luierliefhebbers. Hiervoor hebben we er eentje bij ons te gast. Zou jij je even willen voorstellen?
PETER: Vanzelfsprekend. Mijn naam is Peter Storm, ik ben 30 jaar en ik kom uit Amersfoort. Mijn hobbies zijn lezen, televisie, computergames, muziek, taal en sport.
SANDER: Nou, welkom in de studio. Jij bent dus een luierliefhebber.
PETER: Ja, dat klopt.
SANDER: Zou je ons willen vertellen hoe dit tot stand is gekomen?
PETER: Natuurlijk.

Flashback — 17 jaar geleden

Het begon allemaal toen ik nog maar net 13 was. Mijn vader, Willem Storm, en mijn stiefmoeder, Helena Brink, hadden een zakendeal gesloten met bepaalde louche figuren in Japan, terwijl ik op een archeologische expeditie was, samen met mijn moeder, archeologe Merel van Zandt, en haar assistente, Cornelia Waters, mijn allerbeste vriendin sinds de kleuterschool, die ik altijd Nelly noemde. Toen we door de Westelijke Sahara liepen, struikelde ik ineens en viel voorover in het zand. Mijn moeder haastte zich naar mij toe en hielp me overeind.

MEREL: Ben je in orde, lieverd?
PETER: Ja hoor, mam. Alhoewel ik erg benieuwd ben waar ik over struikelde.

Nadat ze mij had schoon-geklopt, zoals alleen een moeder dat kon doen, bekeken we het object dat Nelly op had gepakt van de plek waar ik gestruikeld was. Ze had van tevoren speciale handschoenen aangedaan, want je wist nooit of er iets op zat, waar je ziek van kon worden. Het was een tablet, dat helemaal zwart-geroest was.

NELLY: Hm, misschien is dit ding wel van zilver.
MEREL: Dat kan. Zilver is minder edel dan goud of platina, en wordt zwart na verloop van tijd, maar als je het goed schoonpoetst, is het weer mooi te krijgen.
PETER: Zullen we dat eventjes doen? Dan kunnen we het meteen grondig onderzoeken.

Dat vonden mijn moeder en vriendin een uitstekend idee. We boenden, schrobden en spoelden het tablet grondig af… en inderdaad, het was van zilver gemaakt. Er stond een witte kater op, wiens ogen werden voorgesteld door rode robijnen. Een aantal Arabieren, die met ons meegekomen waren, herkenden het echter als iets boosaardigs en doken weg achter hun kamelen. Ik vond dit wel heel vreemd en vroeg wat er aan de hand was.

PETER: ماذا يحدث هنا؟ (Wat is er aan de hand?)
ARABIER 1: هذا الكمبيوتر اللوحي ينتمي إلى إلهة الإغراء. (Dat tablet behoort toe aan de Godin van Verleiding.)
ARABIER 2: إذا كنت على اتصال مع هذا الشيء من دون حماية، وسوف تكون لعنة لا رجعة فيه وضوحا عليك. (Als je dat tablet zonder bescherming aanraakt, wordt er een onomkeerbare vloek over je worden uitgesproken.)
ARABIER 3: بسرعة، رميها بعيدا! (Vlug, gooi het weg!)

Ik moest hier wel een beetje om lachen. Zelfs mijn moeder en Nelly geloofden er niet in.

PETER: هيا، الآلهة واللعنات ليست حقيقية. (Kom op, Goden en vervloekingen bestaan niet.)
NELLY: في الواقع، تلك هي قصص لتخويف الآخرين. (Inderdaad, dat zijn verhalen om anderen bang te maken.)
MEREL: أنت حقا لا تحتاج إلى الاعتقاد في ذلك. (Daar hoeven jullie echt niet in te geloven.)

Plotseling werd de eerst zo heldere blauwe hemel donkergrijs en klonk er gerommel in de lucht. Toen raakte een felle bliksemschicht het tablet, die het afkaatste op Nelly en mij, waardoor we achterover op de grond vielen. We hadden geen verwondingen opgelopen, maar we waren wel erg geschrokken. Meteen werden we weer overeind geholpen door mijn moeder en de Arabieren, die ons weer schoon klopten.

ARABIER 1: حسنا، ماذا قلنا لك!؟ (Nou, wat hebben we je gezegd!?)
ARABIER 2: إلهة إغراء وضع لعنة عليك! (De Godin van Verleiding heeft een vloek over jullie uitgesproken!)
ARABIER 3: على محمل الجد، لم نكن نمزح! (Het was absoluut geen grap!)

Verbaasd keken Nelly en ik elkaar aan en ineens zag ik een vreemde twinkeling in haar ogen, waardoor het leek alsof ze enkel een T-shirt en een wegwerpluier droeg. Zij zag precies hetzelfde bij mij.

NELLY: Dit is niet normaal, zeg. Eerst waren we allebei gewone archeologen en nu hebben we allebei een groot verlangen naar wegwerpluiers gekregen.
PETER: En dat allemaal door dit stomme tablet. Nog erger is dat we het niet meer kunnen terugdraaien.

Gelukkig had mijn moeder hier een alternatieve oplossing voor gevonden.

MEREL: Zodra we een winkel hebben gevonden, waar ze wegwerpluiers in jullie formaat verkopen, nemen we twee jumbopakken mee, zodat jullie het voor een tijdje kunnen proberen.

Zuchtend haalden Nelly en ik onze schouders op en konden niets anders doen dan ermee in te stemmen.

Heden — In de studio

De presentator kon zijn oren niet geloven.

SANDER: Dus als ik het goed begrijp, komt het door een vloek dat je nu een luierliefhebber bent?
PETER: Helaas wel. Eerst geloofde ik het ook niet, maar ja, dit is de oorzaak van wat er gebeurd is.

Direct verscheen er een rode gloed om mij heen, waar de presentator en het publiek nogal van schrokken.

SANDER: Wauw… dit is… buitengewoon speciaal, zeg.
PETER: Tja, zoals de titel van dit programma het al zegt; speciaal is niet raar.

Daar lachten we allemaal ontzettend om. Meteen ging ik verder.

Flashback — 17 jaar geleden

Na een uur vonden we die winkel. We kochten twee jumbopakken wegwerpluiers en gingen verder, totdat we een overnachtingsplaats troffen bij een vijver. De vloek had echter ook een positieve kant, want hierdoor konden wij luchtspiegelingen en de werkelijkheid gemakkelijk van elkaar konden onderscheiden. Mijn moeder was daar zo blij mee, dat ze onze Arabische metgezellen vroeg om hun drinkflessen te vullen. Intussen zetten wij de tenten op en richtten die netjes in. De bedden werden opgemaakt, de tafels werden gedekt voor het avondeten, alle lampen gingen aan, enzovoort. Na een paar uur tijd zag alles er pico bello uit. Toen trokken Nelly en ik onze spullen uit en gingen op ons gezamenlijke bed liggen, waarop mijn moeder het eerste jumbopak openmaakte. Ze pakte er 2 grote en dikke wegwerpluiers uit, vouwde die open, legde die onder onze billen, smeerde onze prive-gedeeltes in met anti-uitslag-olie, strooide er wat talkpoeder erover heen, trok de voorkanten van de luiers omhoog en plakte alle 4 plakstrips erop. Toen stapten Nelly en ik van het bed af, trokken onze T-shirts aan en bekeken onszelf in de grote spiegel, die bij ons bed stond. Met een tevreden glimlach knikten we allebei.

NELLY: Dit ziet er eigenlijk best wel goed uit, professor.
PETER: Sterker nog, het is perfect. Nu hoeven we niet steeds onnodige stops te maken.
MEREL: Fijn om dat te weten. Ga nu maar gauw verder met jullie werk.

Natuurlijk keken de Arabieren verbaasd, toen ze ons zo zagen lopen. Ik gebaarde hen dat alles in orde was, dus slaakten ze een zucht van verlichting. Zodra het avondeten klaar stond, gingen we netjes bij de tafel zitten. Mijn moeder schepte drie dikke aardappelen op ieder bord en legde er een lekker mals stuk vlees naast, gevolgd door wat verse sla en tomaten bij. Qua drinken kregen we verse jus d’orange. Dit alles smaakte zo goed, dat we niets anders meer wilden. Na afloop wilden we gaan afruimen, toen er plotseling geweerschoten en geschreeuw klonk van buitenaf. Voorzichtig keken we door de opening en zagen een groep woestijnrovers te paard naderen.

NELLY: Ik weet het niet zeker, maar misschien hebben ze van het tablet gehoord.
PETER: Wat moeten we nou doen, mam?
MEREL: Verstop je en hou dat ding bij jullie.

We knikten, deden onze handschoenen aan, pakten het tablet, doken in ons bed en trokken vlug de beddenlakens over ons heen. Stilletjes hoopten we allebei dat ons niets zou overkomen. Toen ging het tablet gloeien, alsof het in de gaten had dat wij in gevaar verkeerden. Even later, toen het licht verdwenen was, keken we naar buiten en zagen opeens dat de woestijnrovers ons niet meer zagen.

ROVER 1: وساعدهم اللوح الفضي على الفرار. (Dat zilveren tablet hielp hen te ontsnappen.)
ROVER 2: استكشاف المنطقة. سنجد لهم. (Verken de omgeving. We vinden ze wel.)

Mijn moeder gniffelde zachtjes, toen ze zag hoe het geboefte te voet wegging, de paarden achterlatend.

MEREL: Wat zijn die woestijnrovers toch een stelletje sufferds, zeg. Het tablet beschermt degenen die het tablet hebben gevonden, maar het niet gebruiken voor persoonlijke doeleinden.

We knikten glimlachend en kwamen opgelucht ons bed uit. Opeens zag ik een bekend teken, dat op de zadels van de achtergebleven paarden stond afgebeeld.

PETER: Oh nee, Ze werken voor de Japanners, die een zakendeal gesloten hebben met pap en Helena.
NELLY: Rustig maar, maatje. Ik weet zeker dat je vader en stiefmoeder je nooit in gevaar zouden brengen.
MEREL: Inderdaad. Als ze op de hoogte waren van je betrokkenheid bij deze expeditie, zouden ze de zakendeal nooit hebben gesloten. Dat kunnen we je verzekeren.

Ze kregen nog gelijk ook. Toen ik mijn vader en stiefmoeder alles had verteld, schrokken zij enorm.

WILLEM: Zijn jullie verder in orde?
PETER: Jazeker. Die woestijnrovers kammen de omgeving echter wel uit. Het zal waarschijnlijk niet lang meer duren, voordat ze ons weer gevonden hebben.
HELENA: Gelukkig hebben jullie het tablet nog. Hou het goed bij je en zorg ervoor dat ze het niet krijgen.
WILLEM: En als jij je luier hebt gebruikt als je toilet, maar je archeologen-werk nog niet klaar is, maak dat dan eerst af en laat jouw moeder je dan direct verschonen.
PETER: Helemaal duidelijk.

Daarna gingen Nelly en ik verder met ons werk, terwijl mijn moeder nog eventjes met mijn vader sprak. Ook al waren ze van elkaar gescheiden, ze konden nog wel samen door 1 deur.

MEREL: Het spijt me ontzettend, Willem. Ik zou Peter nooit willens en wetens in gevaar brengen.
WILLEM: Dat weet ik, Merel. Onze zoon is altijd al in goede handen geweest bij jou en Cornelia.
HELENA: Zo is het maar net. Jij bent vanuit ons perspectief hun beschermengel.

Mijn moeder giechelde daar een beetje om.

MEREL: Hihi, zoiets heb ik nog nooit eerder gehoord.
WILLEM: Bij deze. Hang nu maar vlug op, voor onze contacten het in de gaten krijgen.
HELENA: En ook vanwege de kosten, haha.

Zodra het gesprek was afgerond, lichtte mijn moeder ons in, waardoor we opgelucht adem haalden.

PETER: Godzijdank dat ze aan onze kant staan, zeg.
NELLY: Precies zoals ik je al had verteld.
MEREL: Inderdaad. Trouwens, over een uur gaan we naar bed, dus als jullie je luiers nog niet gebruikt hebben, moet dat nog voor die tijd gebeuren, zodat ik jullie kan verschonen.

En als je het over de duivel hebt; ineens moesten Nelly en ik nodig poepen en plassen, dus gingen we vlug op de hurken zitten, sloten onze ogen en deden het in onze luiers. Het werden 3 flinke stevige drollen, die ook nog eens voor een enorme stank zorgden. Zodra we allebei verschoond waren en weer nieuwe luiers droegen, verdwenen de gebruikte luiers in het niets, door toedoen van het tablet. Toen poetsten we onze tanden grondig, trokken onze pyjama’s aan, wensten de anderen een goede nachtrust toe, kropen in ons bed en vielen als een blok in slaap.

Heden — In de studio

De presentator en het publiek waren opgelucht om te weten dat ons niets was overkomen.

SANDER: Hebben jullie daarna contact opgenomen met de autoriteiten?
PETER: Nee, dat niet. Stel je voor dat we zouden zeggen: ‘Er rust een onomkeerbare vloek op ons door toedoen van een oud zilveren tablet’. Dat geloven ze niet.

Dat kon de presentator wel begrijpen, net als het publiek. Toen ging ik weer verder.

Flashback — 17 jaar geleden

De volgende dag, toen ik wakker werd, zag ik opeens de grote horde woestijnrovers om de tent heen staan, met hun wapens op mij gericht.

ROVER 1: الرجل الشاب، لدينا أمك وصديقتك. (Jongeman, we hebben je moeder en vriendin.)
ROVER 2: تأتي خارج مع قرص والاستسلام. (Kom naar buiten met het tablet en geef je over.)

Ik realiseerde me dat ik geen enkele kant op kon, dus zuchtte ik van teleurstelling en liep voorzichtig, met alleen mijn luier en T-shirt aan (omdat het ’s nachts nogal warm was geworden door onze open haard, ging de pyjama uit), de tent uit. Alle woestijnrovers lagen in een deuk, toen ze mijn luier zagen.

ROVER 1: هل لديك قرص؟ (Heb je het tablet?)

Ik knikte en liet het zilveren ding aan de woestijnrovers zien. Ze glimlachten geniepig en tevreden.

ROVER 2: ممتاز. الآن، وضعه على الأرض بعناية ثم العودة إلى الخيمة. (Uitstekend. Leg het nu voorzichtig op de grond en ga dan de tent weer in.)

Zodra ik eenmaal binnen was, kwamen mijn moeder, Nelly en onze Arabische metgezellen er ook bij staan. Mijn grootste schrik kwam toen ik de mannen hoorde zeggen dat ze 10 tellen moesten wachten, alvorens ons allemaal neer te schieten. De rest schrok er ook van, maar we konden gewoon niets tegen de woestijnrovers beginnen, nu het tablet in hun bezit was. Opeens klonk er een luid koorgezang vanuit de lucht. Direct keken we allemaal naar boven en zagen haar naderen; de Godin van Verleiding. Zij gebruikte haar krachten om niet alleen het geboefte te doen verdwijnen, maar ook om haar het tablet weer toe te eigenen.

GODIN: Kom maar tevoorschijn, Peter. De kust is veilig.

Ik deed wat de Godin zei en maakte een diepe buiging voor haar.

PETER: Bedankt voor uw hulp, mevrouw. Als u er niet was geweest…
GODIN: Och, het was niets. Eigenlijk zou ik je ook mijn excuses moeten aanbieden, omdat ik jou en je vriendin eigenlijk niet had moeten vervloeken.
PETER: Tja, om eerlijk te zijn, heeft het ook zijn vruchten afgeworpen.

Daar keek de Godin van op. Nog nooit had ze meegemaakt dat iemand haar dankbaar was voor het uitspreken van een onomkeerbare vloek. De anderen waren inmiddels ook naast mij komen staan.

PETER: Niet alleen zorgde het tablet ervoor dat Nelly en ik dol werden op luiers, maar ook hielp het ons om de werkelijkheid en luchtspiegelingen van elkaar te onderscheiden.
NELLY: Daarom vragen wij u nu of u van de vloek een zegen kunt maken. Ons leven is nu een heel stuk mooier geworden, voor zowel Peter als voor mij.

Mijn moeder was het daar helemaal mee eens. Glimlachend knikte de Godin.

GODIN: Jullie hebben mij bewezen dat jullie het waard zijn en dat jullie mijn tablet nooit en te nimmer zouden gebruiken voor eigen gewin, maar om andere mensen te helpen. Althans, degenen die het verdienen.

Toen werden we omgeven door een blauwe gloed, die na 5 seconden alweer verdween. Ook zag de Godin er nou uit als een echte jonge mensenvrouw, die net zo goed door zou kunnen gaan als mijn tante. Hierdoor kreeg mijn moeder ineens het idee om de Godin te registreren als Nefertiti Sultan, haar halfzus van moederskant.

MEREL: Ik heb altijd al een zusje willen hebben, vandaar.
PETER: Goed idee, mam. Dan heb ik er ook nog eens een tante bij.

Dat snapte de Godin, eh, mijn tante maar al te goed, dus dankzij haar krachten was ze nu officieel geregistreerd als inwoner van Egypte. Nelly was nu ook haar dochter geworden, omdat ze ooit als baby door haar ouders bij het weeshuis was gedumpt, zonder enige reden. Daarna gingen we gezamenlijk verder met onze archeologische expeditie. Onze Arabische bondgenoten begrepen dat ze niets meer te vrezen hadden en dus zagen ze mijn tante nu als een gelijke. Toen ik mijn vader en stiefmoeder alles had verteld, waren zij heel blij voor ons.

WILLEM: Wauw, je hebt dus letterlijk de Godin van Verleiding als je nieuwe tante.
HELENA: Dat is heel bijzonder, als je het ons vraagt. Misschien kan jij je verhaal kwijt in die nieuwe talkshow, waar je het laatst nog over had.
PETER: Nou, als tante Nefertiti akkoord gaat, dan wel, ja.

Heden — In de studio

Ik ronde toen het verhaal af.

PETER: En zo is het allemaal tot stand gekomen.
SANDER: Ongelofelijk hoor, maar wel een prachtige afsluiter van je avontuur.
PETER: Bedankt, daar denk ik zelf ook zo over.

Toen was het publiek echter wel nieuwsgierig geworden of ik nu ook een luier droeg. Daarom stond ik langzaam op, haalde de deken weg en liet hem, met een brede glimlach op mijn gezicht, aan alle mensen zien, een grote en dikke wegwerpluier, helemaal wit van kleur, alhoewel de plakstrips oceaanblauw waren. Direct kwamen de twee assistenten van de presentator naast mij staan en wezen mijn luier allebei met hun open handen aan, terwijl alle mensen klapten van bewondering. De presentator stapte toen uit zijn stoel en bekeek de jury.

SANDER: Wat is uw oordeel, jury?

De leden van de jury knikten allemaal positief, waarop de voorzitter het woord nam.

VOORZITTER: Het is zo speciaal, dat het niet eens raar is. Oftewel, een 10 voor de jongeheer Storm.

Tevreden slaakte ik een zucht van verlichting, terwijl het publiek mij toejuichte. Mijn moeder, tante, nicht, vader, stiefmoeder en Arabische bondgenoten knikten mij toe, als teken dat ze trots waren op mij. De assistenten zetten toen een gouden lauwerkrans op mijn hoofd, gaven mij een bosje bloemen en drukten ook een zoen op de beide wangen. De presentator schudde me toen de hand en nam direct het woord.

SANDER: Dat was het dan voor nu. Hopelijk zien wij u volgende week weer terug in een nieuwe aflevering van “Speciaal is niet raar”. Nog een fijne avond verder, dag.

Daarna liepen we allemaal rustig de studio uit en volgde ik mijn familie naar onze auto. Zodra we daarin zaten, persten Nelly en ik een paar dikke en stevige drollen in onze luiers, gevolgd door een flinke straal warme urine.

GODIN (plagerig): Tjonge-jonge, het is toch wat met jullie tweetjes, zeg.
NELLY (giechelend): Van wie zouden we dat nou hebben meegekregen, Peter?
PETER: (grinnikend): Hm, geen idee. Misschien wel van een zekere Godin?

Hierop lagen we allemaal in een deuk, terwijl we rustig naar huis reden, blij dat dit alles achter de rug was.
 
Bovenaan