Hoofdstuk 8. De eerste plas?
De wind trok aan hun jassen. De zee ruiste achter hen
Peter stond stil. Carolien zag het meteen.
Daar is hij, dacht ze. Niet bang. Maar open. En dat is veel kwetsbaarder.
‘Kom eens hier,’ zei ze.
Ze hoorde zelf hoe rustig haar stem was. Dat was geen toeval.
Rust is leidend, dacht ze. Altijd.
Hij kwam dichterbij. Niet aarzelend, maar ook niet zeker. Precies ertussenin. Ze legde haar hand op zijn arm.
Niet vasthouden, zei ze in zichzelf. Alleen laten voelen dat hij er niet alleen in staat.
‘Ik ga niet bepalen wat jij doet,’ zei ze.
Ze voelde zijn adem versnellen. Ze zag hoe zijn schouders zich spanden, alsof hij zich schrap zette voor iets wat hij al zo vaak had meegemaakt: verwachtingen, eisen.
‘Maar,’ vervolgde ze, en ze liet haar hand liggen, stevig genoeg om aanwezig te zijn,
‘ik bepaal wel dat jij hier veilig bent. Dat niemand je ziet. Dat niemand iets van je wil. Dat je niets hoeft te bewijzen.’
Ze liet een stilte vallen.
Stilte geeft ruimte, dacht ze. En ruimte geeft keuzes.
Ze voelde het moment waarop hij het losliet. Niet in woorden, maar in zijn lichaam. Zijn schouders zakten. Zijn gezicht ontspande.
Ja, dacht ze. Daar. Dáár gebeurt het.
‘Ik wil het,’ zei hij.
Ze voelde geen triomf. Geen opwinding. Alleen iets zachts en warms.
Hij kiest, dacht ze. Niet voor mij. Hij kiest voor zichzelf, zo moet het.
Ze knikte en deed een halve stap achteruit. Ruimte geven. Dat was belangrijk.
‘Dan doe je het,’ zei ze rustig.
‘En ik blijf.’
Ze draaide haar hoofd een fractie weg. Niet uit ongemak maar uit respect.
De woorden van Carolien hadden een rustgevend effect. De ontspanning kwam over Peter. In zijn schouders, in zijn borstkas en daarna in zijn buik. Hij ging iets wijdbeens staan en keek naar de klotsende zee. En toen kwam de eerste warme plas. Die verspreidde zich in zijn luier. Ongemerkt deed hij zijn ogen halfdicht en liet de 2e golf komen. Hij voelde zich licht in zijn hoofd worden en kreunde zachtjes van genot. De warme luier werd dik tussen zijn benen. Het voelde warm en veilig. En opwindend.
‘Goed,’ zei ze zacht. ‘Ik ben trots op jou, Peter. Dat je dit durfde, en vooral dat je mij hebt vertrouwd’.
Ze liepen terug. Hun passen vonden vanzelf hetzelfde ritme. Zijn broek nat, zijn laarzen zompig. Haar vingers koud, maar haar borst warm.
Binnen in de strandtent sloeg de warmte hen tegemoet. Carolien trok haar jas uit en ging meteen bij de houtkachel zitten. Peter volgde. Ze zaten dicht genoeg bij elkaar om elkaars warmte te voelen, zonder elkaar aan te raken.
Ze hield haar handen naar het vuur.
Dit is het moment daarna, dacht ze. Dit is minstens zo belangrijk.
‘Gaat het?’ vroeg ze.
Hij knikte langzaam.
‘Ja. Ik… ik voel me rustig. Alsof ik eindelijk niets moet, maar alleen mag.’
Ze glimlachte.
‘Dat zag ik,’ zei ze. ‘Je lichaam snapte het eerder dan je hoofd.’
Hij keek haar aan.
‘Wat jij deed… dat was niet wat ik verwachtte.’
‘Nee,’ zei ze zacht. ‘Ik weet het.’
Ze dacht even na.
Zeg het simpel. Niet uitleggen. Niet mooier maken.
‘Ik geloof niet zo in macht,’ zei ze. ‘Ik geloof in verantwoordelijkheid. En vandaag voelde het alsof ik die even kon dragen, zodat jij mocht kiezen.’
Hij liet haar woorden binnenkomen. Ze zag het.
‘Dat is nieuw voor me,’ zei hij.
Ze knikte.
‘Voor mij ook,’ antwoordde ze eerlijk. ‘Maar het voelt… kloppend.’
Ze zaten een tijdje zwijgend. Het hout knetterde. Buiten viel de schemering over zee.
Carolien keek naar hem, zijn natte broek, zijn ontspannen houding, zijn blik die niet meer zocht naar goedkeuring.
Misschien, dacht ze, zoeken we geen rollen. Maar een plek waar we elkaar afwisselen. Elkaar onszelf laten zijn.
‘Zullen we straks nog een stukje lopen?’ vroeg ze. ‘Of is dit genoeg voor vandaag?’
Hij glimlachte.
‘Dit is precies genoeg.’