Hoofdstuk 9. Haar geheim
Maandagavond. Peter opent zijn mail.
Hoi Peter,
Zaterdag. 16.00 uur. Strand.
Laarzen.
Regenponcho.
En een luier onder je spijkerbroek.
Geen discussie.
Be there.
Kus,
Carolien
Hij glimlacht. Typt niets terug. De rest van de week blijft het stil. Geen berichten. Geen uitleg. Alleen spanning.
Zaterdag.
Peter staat tien minuten te vroeg op het strand. Regenponcho aan, laarzen in het natte zand. Zijn hart klopt rustig maar stevig. 15:59. Voetstappen. Hij draait zich om. Carolien loopt op hem af. Geel regenjack, lichtblauwe spijkerbroek, zwarte Hunter laarzen.
Precies 16.00 uur staat ze voor hem. Ze kijkt hem aan. “Goed,” zegt ze zacht. “Je bent er.”
De zee ruist in de verte.
Carolien keek hem aan, serieuzer dan daarvoor. Indringend.
“Doe je ogen dicht.” Hij hoorde het zachte geritsel van een rugzak. Een rits die open ging. Iets wat tegen elkaar tikte. Metalen geluiden. “Blijf stil staan,” zei ze. Haar handen werkten rustig, precies, alsof ze dit eerder had gedaan. Eerst iets over zijn ogen. Een zware zonnebril. Stevig. Ongewoon zwaar. “Open je ogen maar.” Hij deed het. Zwart. Geen grijs, geen schaduw. Gewoon… niets.
“Het is een masker,” zei ze zacht. “Je ziet niets. Alleen voelen.”
Voor hij kon reageren, voelde hij haar handen bij zijn polsen. Koud metaal. Klik. Nog een klik. Polsboeien. Niet strak. Niet pijnlijk. Maar duidelijk aanwezig. Ze pakte zijn handen en stopte ze onder de poncho, uit het zicht. “Luister goed,” zei ze. “Je hoeft niets te beslissen. Alleen mij te vertrouwen.” “Kom,” vervolgde ze. “We gaan lopen.” Hij zette een eerste stap. Blind. Geleid.
Carolien nam hem mee. Stap voor stap, rustig. Haar hand stevig om zijn arm. Peter voelde het zand veranderen onder zijn laarzen. Natter. Zwaarder.
En toen… water. Koude golfjes tegen het rubber. Eerst zacht. Dan iets hoger. “Vertrouw op mij, Peter,” zei ze rustig.
“Ik leid je.” Hij knikte, al kon ze dat niet zien. Nog een paar stappen. De zee klotste tegen de randen van zijn laarzen. Nog één stap. Water over de rand. In één keer.
Zijn laarzen liepen vol, koud water trok omhoog langs zijn voeten. Zijn spijkerbroek werd zwaar en nat tot aan zijn knieën. Hij hapte kort naar adem. Toen voelde hij haar. Dichtbij. Haar handen om hem heen. Stevig. Warm, ondanks de kou. En daarna haar lippen op de zijne. “We doen dit samen,” fluisterde ze. “Ik ben ook nat.”
Ze draaide hem langzaam om en leidde hem terug. Zijn laarzen water zwaar van het zeewater. Zijn broek plakte tegen zijn benen. Het strand weer onder zijn voeten. Onderaan de duinen stopte ze. Haar handen bij zijn gezicht. De bril ging af.
Schemer licht. Het duurde even voor zijn ogen weer scherp zagen.
Carolien stond voor hem. Haar haren licht verwaaid, haar jeans donker en nat langs haar knieën. De zwarte Hunter laarzen glansden van het water.
Zij glimlachte. Zijn polsen zaten nog steeds in de metalen boeien. Ze deed een stap naar achteren. “Kijk naar mij, Peter,” zei ze zacht. “Ik heb een verrassing voor je.” Een korte stilte. Haar ogen bleven op de zijne rusten.
“Ik heb ook een geheim…”. Langzaam zag hij de spijkerbroek in het kruis van Carolien donker kleuren. Aan de binnenkant van haar benen maakte de donkere vlek contact met de rand van haar laarzen. Met haar ogen gesloten stond ze daar.
Ze plaste in haar broek. Voor hem….