Kiki en Ko
“Oh, en denk aan je medicatie, hè?”
“Mam! Is het nou een keer klaar? Ik heb net mijn propedeuse afgerond, dus je hoeft niet tegen me te praten alsof ik mijn veters nog niet kan strikken.”
“Oké, oké. Ik laat het los.”
“Graag”, verzucht Kiki, ook al weet ze dat haar moeder het toch niet gaat kunnen laten.
Het is irritant, maar Kiki dwingt haarzelf er toch toe om het hele gesprek te doorstaan. Haar ouders staan op het punt om een aantal weken op vakantie te gaan. Een soort tweede huwelijksreis. Aangezien haar broertje bij een oom en tante is gedumpt, heeft Kiki het huis dus drie weken voor haarzelf. De vrijheid roept en dus wil Kiki er hoe dan ook bij zijn zodra ze vertrekken.
Drie weken lang geen gezeur aan haar hoofd is iets waar Kiki normaal gesproken misschien wel een moord voor over zou hebben. Sterker nog, ze heeft wel een lijstje met namen voor het geval er geen andere mogelijkheid zou bestaan om tot rust te komen. Deze vakantie komt precies op tijd. Al die bemoeienis van haar moeder is soms gewoon teveel. Als er nu één van haar kinderen is die altijd haar zaakjes op orde heeft, dan is het Kiki wel.
Althans.. meestal wel. Want op de momenten dat het Kiki allemaal even teveel wordt, verliest Kiki zich soms in haar enige, echte geheim. Regressie. Even lekker helemaal klein zijn. Geen gedoe aan haar hoofd. Tot nu toe kon dat alleen maar als haar ouders een weekend weg waren, aangezien Kiki haar slaapkamer niet op slot kan doen van binnenuit. Omdat betrapt worden absoluut geen optie is, zijn mogelijkheden als deze absoluut goud voor Kiki.
Niemand die het weet, want waarschijnlijk niemand die het snapt. Grote kans dat haar ouders haar officieel gestoord zouden laten verklaren als ze dit zouden ontdekken. Of het helemaal gezond gedrag is, weet Kiki zelf ook niet. Maar ze voelt zichzelf altijd stukken gezonder als ze aan het verlangen toegeeft, dus dat zal het antwoord dan wel zijn.
Al is er één iemand die Kiki wel begrijpt. Zoals afgesproken wacht Ko stiekem op haar slaapkamer tot haar ouders echt, echt, echt honderd procent zeker weten zijn vertrokken. Kiki en Ko kennen elkaar al van toen ze nog heel jong waren. Altijd samen spelen, altijd samen de buurt onveilig maken. Waar Kiki was, was Ko ook.. en andersom. Zo is het nog altijd.
“Je ziet eruit als de grote, boze wolf nadat hij ein-de-lijk dat derde huis omver heeft geblazen en de barbecue kan beginnen”, grinnikt Ko, zodra Kiki haar slaapkamer binnenkomt.
“Mag het? Ik heb er zo lang op moeten wachten”, reageert Kiki.
Ze hijgt bijna – dat laatste gesprek met haar moeder heeft Kiki bijna alle levensenergie gekost die ze nog in haar had. De opluchting is immens.
“Dat zei de wolf ook..”, mompelt Ko, terwijl hij door de stapels kleding van Kiki zoekt. “Wil je die ene onesie?”
“Nee, die is voor bedtijd. Kijk even naar de klok, wil je?”
Kiki is te afgeleid om beleefd te zijn. Ze stapt uit haar schoenen, overigens zonder haar veters los te maken, en knielt voor haar nachtkastje neer. Ze trekt de onderste lade uit het meubel en steekt haar hand in de kleine ruimte erachter. De verstopplek van haar speen. Zo snel als menselijk mogelijk vindt die een weg naar haar mond.
“Ja, ik zie al hoe laat het is.. meid, doe eens rustig, dat ding is geen vape, hè?”
Als een ware verslaafde die veel te lang heeft moeten wachten op een nieuwe hit, geniet Kiki intens van het gevoel van de speen. Het is alsof de wereld van haar schouder smelt.
“Of meneer Fischer van bedrijfskunde..”, gaat Ko verder, met een ondubbelzinnig gebaar.
“KO!”
“Girl, ik bedoel alleen maar: ‘Get in line, the guy is mine’”, grinnikt hij.
Kiki besluit er verder geen aandacht meer aan te schenken. Toen ze voor het eerst naar het hbo ging had ze inderdaad een paar weken een crush op Fischer – of, ja, ze mocht gewoon Enzo zeggen – maar dat was al heel snel weer verdwenen. Ze had Ko nooit die foto moeten laten zien, want hij heeft het nooit losgelaten.
“Mag ik de tuinbroek en dat gele topje?”, vraagt Kiki, terwijl ze zich op de vloer laat zakken.
“Het is een wonder dat ik je nog versta met dat ding in je mond”, moppert Ko.
Hij draait zich om, pakt de aangewezen kleren uit de kast en duwt deze met zijn been demonstratief – en dus veel te hard – dicht. Als Ko zich weer richting Kiki draait, ziet hij dat ze haar shirt al uit heeft getrokken en bezig is om het haakje van haar bh los te maken. Overdreven dramatisch gooit hij de kleren in haar richting.
“Damn, een waarschuwing was wel fijn geweest..”
“Ach, stel je niet aan, je hebt me wel erger gezien.”
“Ain’t that the truth..”, bromt Ko, terwijl hij zich toch maar omdraait.
Kiki kent geen schaamte voor Ko. Ze vertrouwt hem en weet tweehonderd procent zeker dat ze toch zijn type niet zou zijn. Hij houdt gewoon van drama, dus zeurt hij nu een beetje over personal space. Maar Kiki is alleen bezig met little space. Al snel heeft ze haar broek en ondergoed ook uit. Ko kan horen wat er daarna gebeurt.
“Je dacht toch niet dat ik je die luier om zou doen, hè?”
“Kan ik zelf al en het is een broekje..”
“Nu je veters nog strikken..”
“KO!”
Hij heeft er nooit een probleem van gemaakt. Niet toen ze het hem vertelde, inmiddels alweer twee jaar geleden, maar ook daarna niet. Grapjes hier en daar, maar eigenlijk helpen die alleen maar. Ko is zelf ook geen gemiddeld mens, dus misschien is dat waarom hij anderen ook kan aanmoedigen in wat hen uniek maakt. Kiki weet het niet, maar ze vertrouwt volledig op hem. Ze deelt alles. Fijne tijden – goed voor een wijntje – en minder fijne tijden – wijn helpt tegen alles – worden eigenlijk altijd beleefd met Ko aan haar zijde. Zonder schaamte.
Zeker in zijn geval..
“Tadaa..”
Kiki is er klaar voor. Vanmorgen had ze bij het opstaan haar lange, blonde haar al in twee vlechten gedaan om nu geen tijd te hoeven verliezen. Ko draait zich weer om en ziet Kiki op haar meest kwetsbare. Helemaal klein. Al zou de gemiddelde persoon het niet kunnen zien. Het luierbroekje is diep verstopt onder de tuinbroek en zolang ze de speen niet inhoudt, zal de outfit geen vragen oproepen.
“Hoe laat is hij bij het station?”
“Over een kwartier al.. ik ben zo nerveus..”
“Oh, echt? Is dat waarom je zweet als een pinguïn in de woestijn?”
Kiki giechelt. Ze verstopt de speen in één van de vele zakken van haar fijne tuinbroek.
“Denk je echt dat het veilig is om te gaan?”, vraagt ze aan Ko.
“Girl, als ik je zeg dat ik niks over hem heb kunnen vinden, dan is dat ook zo. Ik ben een echte juice-magnet, dus wat denk je zelf?”
“Ja, snap ik, maar ik wil niet gewurgd in een put eindigen voor een paar luiers..”
“Koop ze dan gewoon in de winkel. Hebben we hier trouwens nog putten?”
“Die hebben ze niet in mijn maat. En via internet gaat niet. Mam en Pap zien alles.”
“Ja, ja, derde keer dit verhaal. Het is toch superdruk bij het station, dus gewoon gillen als het niet goed voelt.”
“Gillen?”
“Je kunt wel in je broek pissen, maar dat valt niemand op, hè?”
Kiki rolt haar ogen, maar ze weet zelf ook wel dat ze al lang heeft besloten om sowieso te gaan. Haastig vertrekken ze naar beneden, waar Kiki haar makkelijke schoenen aantrekt.
“Geen veters, hè?”
“Blijf je bezig?”
“Dat is m’n hele ding, toch?”
Kiki haalt nog een dun vestje van de kapstok en checkt of ze alles in haar handtas heeft gestopt. Sleutels, telefoon, pasjes, bus deo voor de geur, bus deo voor de ogen van creeps, flesje water, lipbalsem.. alles compleet.
“Jij wacht hier?”
“Ik beweeg niet tot je terug bent”, spot Ko, die inmiddels van verveling op de trap is gaan zitten.
“Als ik er over twee uur niet ben, dan..?”
“Dan kom ik de put wel dempen. Schiet nou maar op.”
Kiki opent de voordeur en wil naar buiten stappen.
“Oh, en niet weer binnen met die tropic coconut-vape van je klooien, want als m’n ouders het ruiken dan heb ik een probleem.”
“Ik zou niet durven..”
Kiki glimlacht en sluit de deur.
“..dit is bubblegum-vanilla. Ik heb klasse.”
Het is bijna twee uur later als Cas, het jongere broertje van Kiki, ineens naar binnen stuift. Hij heeft zo een voetbaltraining en is natuurlijk zijn shirt vergeten in te pakken voordat hij uit logeren ging. Gelukkig weet hij precies in welke van de verschillende puinhopen die zijn slaapkamer moeten voorstellen het shirt begraven ligt. Geheel volgens het puber-handboek.
Cas kijkt in zijn haast niet goed uit en struikelt bijna als hij veel te snel de trap op wil.
“Ko? Ze blijft jou ook maar dumpen wanneer het haar uitkomt, hè?”
Cas zet het pluche knuffelkonijn op een dressoir in de gang en vervolgt zijn weg naar boven. Hij heeft het altijd al vreemd gevonden dat zijn grote zus die knuffel nog altijd niet los kon laten, maar volgens hun moeder is ze nu eenmaal heel snel met bepaalde dingen en heel moeilijk met andere.. het zal ook wel.
Ko zakt op het dressoir een beetje in elkaar. Pluche blijft niet staan, maar kan in dit geval nog een beetje tegen de lamp leunen. Iets verderop, in de woonkamer, staat het potje met Kiki’s medicatie. Niet aangeraakt.
Als Cas weer naar vertrekt, is er buiten een sirene te horen. Als Ko het mee zou krijgen, zou hij inschatten dat deze richting het station lijkt te gaan..