Nog niet klaar De weduwnaar

beddenplasser

volwassen peuter
Goeiedag,

Zoals al eerder vermeld in mijn verhaal 'Winkelierster....' zit ik al een tijdje te broeden op een tweede verhaal. Toevallig zit dit ook onder de 'W'. Zoals de titel al aangeeft, gaat het over een weduwnaar. Al de rest gaan jullie moeten ontdekken.
Bij deze zo direct het eerste hoofdstuk.

Groetjes,
beddenplasser.
 

beddenplasser

volwassen peuter
HOOFDSTUK 1. PSYCHOSOMATISCH

‘Psychosomatisch.’
Ik voel van binnen woede, teleurstelling, verdriet, onmacht. Ik lees de brief onwillekeurig nog een keer door, goed genoeg wetende dat ik niets anders zal lezen dan de eerste keer. De brief is wel niet voor mij bedoeld, maar hij zit in een open envelop, en ik weet goed genoeg dat ik die brief ook mag lezen.

‘Geachte confrater,

Op basis van de door u beschreven pathologie werd overgegaan tot een uitgebreid anatomisch onderzoek, alsook bloed, urine en stoelgangonderzoek aangevuld met echografische en radiologische beeldvorming.
Uit geen van de onderzoeken is gebleken dat er enige schade is aan het fysiologisch apparaat, noch werden er neurologische beperkingen waargenomen.
Bijgevolg kunnen we besluiten dat de voornoemde klachten eerder een psychosomatische oorsprong kennen, mogelijk veroorzaakt door een psychologisch trauma. Aangeraden wordt om de patiënt door te verwijzen naar een psychiater of een klinisch psycholoog voor verdere behandeling.
In afwachting kan er altijd symptoombestrijding worden voorgeschreven.

Hoogachtend,
Prof. Dr. Segers.’


Typisch zo’n nietszeggend briefje waar tegelijkertijd veel in staat. Maar niks dat ik al niet wist. En jammer genoeg was heel dit circus nodig om terugbetaling te krijgen van de ziekenkas. Natuurlijk is het psychosomatisch. Dat was vanaf het begin wel duidelijk.
En dan die twee zinnetjes. Mogelijk veroorzaakt door een psychologisch trauma. Boem. Pats. Paukeslag. Mogelijk durft hij dan nog beweren. Maar ja, meneer is geen psychiater, dus hij moet zich op de vlakte houden. En dat andere dan. Er kan symptoombestrijding worden voorgeschreven. Het woord alleen al is belachelijk, maar het is dat zinnetje dat mijn huisarts nodig heeft.

Onwillekeurig dwalen mijn gedachten terug af naar die bewuste week einde februari. Mijn schoonvader op pensioen, en met ons zessen een midweek op zijn kosten naar de Efteling. Mijn schoonouders Rik en Magda, mijn vrouw Inge als enig kind, en ik dus als enige schoonzoon en onze Robbe en Janne, hun kleinzoon van vijf en kleindochter van drie.
Ik ben het altijd raar blijven vinden dat dit de volledige schoonfamilie is. Ook mijn schoonouders hebben geen broers of zussen en geen van hun ouders leeft nog. Ik heb ze zelfs nooit gekend. Ze waren al dood vooraleer ik met Inge een koppel werd, en dat is ondertussen toch ook al tien jaar geleden.

Met mijn gedachten zit ik terug in de Python met Inge, terwijl Rik en Magda met ons gasten andere dingen deden. Of nog samen in het zwembad, meestal in het kleuterbad, maar een enkele keer ook in het grote bad, met één van ons gasten in de nek bijvoorbeeld, of bubbelend in de bubbelzone.
Ik herinner me ook de twee natte broeken van ons Janne. De eerste in de Fata Morgana, toen ze schrok van de tijger, en de tweede keer tijdens Raveleijn. Voor haar was het metalen beest iets te echt gebleken.
Ik zie ons Janne en onze Robbe nog vechten wie er aan het stuur mocht in de oude Tufferbaan, en hen de ogen zien uitkijken in Symbolica. En mijn schoonvader toch misselijk Villa Volta zien buitenstrompelen. Al maar goed dat we toen nog geen pannenkoeken hadden gegeten.
Ik hoor Inge het terug uitschreeuwen boven op de Baron. Ik had haar uitgedaagd om samen te gaan, alhoewel ze veel hoogtevrees heeft. De andere achtbanen gingen goed, maar dit was natuurlijk andere koek. Om diezelfde reden bleef ze ook heel stilletjes van het uitzicht zitten genieten op de Pagode, terwijl ik de kinderen behoedde voor een diepe val.
Of het ontbijt in Bosrijk natuurlijk, met Roodkapje en iemand van Raveleijn die zich mee aan onze tafel zetten en er een onvergetelijk moment voor onze kinderen van maakten. En niet alleen voor hen eigenlijk.

Ik denk terug aan de heenrit. De rest met in die volgorde tram, trein en bus naar de Efteling, ik alleen met de auto en al het materiaal voor vier dagen. Ik voel terug de ambetantigheid die ik ook toen voelde toen er enkele honderden meters voor mij een zwaar accident gebeurde op de snelweg en ik noodgedwongen moest wachten tot de weg terug werd vrijgegeven.
En nogal logisch denk ik ook terug aan de terugrit. Het innige afscheid dat ik Inge gaf aan de bushalte voor de Efteling, vooraleer ik zelf terug naar de auto zou stappen. Die kus uit de duizenden, wetende dat er op dat moment bij haar zaadjes naar boven zwommen in de hoop dat ze een eitje tegenkwamen. We hadden net de avond ervoor besloten toch voor een derde te gaan.
Vol vlinders in de buik reed ik naar Mortsel, wachtend tot de vijf anderen hun bus-trein-tramrit hadden beëindigd. Ik werd pas ongerust tegen een uur of halftien ’s avonds. Al ons eigen materiaal was op dat moment al uitgeladen Ik was toch al een twee uur thuis, en kreeg geen gehoor, op geen van de twee gsm’s die mee waren.

Kort voor tien uur werd er eindelijk aangebeld. Met veel zwier zwaai ik de voordeur open en zie twee politiemannen staan. Tussen Roosendaal en Essen was een trein in botsing gekomen met een tankwagen en de twee voertuigen zijn daarna tegen een pyloon tot stilstand gekomen. De tankwagen met benzine is ontploft en heeft de eerste twee rijtuigen van de trein in een vuurzee veranderd.
In die coupés zaten op dat moment een vijftiental mensen, die allemaal zijn gestorven. Gelukkig voor hen zijn ze waarschijnlijk op slag dood geweest door de hitte. Min vrouw hebben ze nadien gevonden op het toilet met een gebroken nek. Ook zij moet op slag dood zijn geweest. Aan de hand van de vijf treinticketten die zij in haar handtas had, hebben ze kunnen nagaan dat ik geen gezin meer had.
 
Laatst bewerkt:

beddenplasser

volwassen peuter
HOOFDSTUK 2. MIJN BUURVROUW

“Mama, waarom weent die meneer ?”
Ik word uit mijn overpeinzingen terug naar de realiteit getrokken door een klein meisje dat naar me wijst. Haar moeder zit naast me in de wachtruimte en is overduidelijk gegeneerd door de vraag van haar dochtertje.
“Sorry, meneer. Sarah kan nogal rechttoe-rechtaan zijn.”
Ik wuif haar opmerking weg met de mededeling dat kinderen kinderen zijn en dat ik het niet erg vind. Ik voel inderdaad nu pas de tranen die over mijn kaken naar beneden rollen. Trillend probeer ik de brief terug in de envelop te steken om mijn zakdoek te pakken, maar het lukt me niet. Het verdriet is te groot.
Zonder ook maar iets te zeggen, neemt de vrouw de envelop en de brief uit mijn handen en doet wat ik van plan was. Enkele seconden later krijg ik een netjes gesloten omslag terug. Ik kan niet anders dan haar een warme “Dankjewel !” te geven. Sarah is blijkbaar al terug weg, want ik zie haar niet meer bij haar moeder.

“Mama, weent die meneer ?”
De vraag van het kleine meisje verbaast me. Zonet had ze me duidelijk zien wenen, en nu vraagt ze terwijl ik opnieuw tegen de tranen vecht en mijn zakdoek probeer te pakken of ik ween. Nog meer dan ervoor lijkt mijn buurvrouw zich te generen voor de vraag van haar dochter, waarschijnlijk omdat ze ook wel weet dat ze kort daarvoor al de vraag kreeg waarom ik weende.
“Sorry, meneer. Dit is niet van haar gewoonte. Sofie is meestal heel stil.”
Ik heb het echt wel goed gehoord. Daarnet was het Sarah, nu Sofie. Het gaat hier dus blijkbaar om een eeneiige tweeling. Om de één of andere idiote reden vinden mensen het altijd nodig hun identieke tweelingen ook nog eens in identieke pakjes te steken, zodat je ze nog minder uit elkaar kan houden.
Terwijl Sofie haar neus snuit bij haar moeder wuif ik opnieuw haar excuses weg. Het moet voor de meisjes waarschijnlijk een vreemd beeld zijn, een volwassen man die openlijk zijn tranen de vrije loop laat.
Ook nu loopt het kleine meisje snel weer weg. Waarschijnlijk is er hier ergens zo’n tafeltje met speelgoed of tekengerief. Of voor hetzelfde geld zit hun vader ergens anders in de ruimte. Van waar ik zit, weggedoken in een hoek, zie ik maar een heel beperkt gedeelte van de wachtruimte.

Het valt me op dat we een beetje uit de toon vallen in de wachtruimte. De gemiddelde leeftijd ligt volgens mij eerder in de zestig. Ik ben er zelf net dertig geworden, zo’n verjaardag die anders misschien een feestje waard is, maar één die ik nu vooral liever vergeet. En mijn buurvrouw is volgens mij nog een aantal jaren jonger.
Nu, het feit dat we overdag zijn speelt natuurlijk ook een rol. Onze leeftijdsgenoten zijn gewoon aan het werk. Ik zit nog thuis met ziekteverlof, nog zeker twee maanden. Mijn huisdokter heeft me duidelijk gemaakt dat dergelijk trauma zo volledig mogelijk moet zijn verteerd door het lichaam en de geest vooraleer er terug sprake kan zijn van te gaan werken. Ik moet aanvaarden dat ik op dit moment ziek ben, en het feit dat ik hier nu zit is daar een onderdeel van.
Ik ben al lang blij dat ik geen pillen moet nemen. Ik krijg alleen iets biologisch ter ondersteuning van de emotionele weerstand. Baat het niet, schaden zal het waarschijnlijk ook niet doen. En zelfs al is het een placebo-effect, ook dan kan het me maar geholpen hebben.
Ik besef wel dat ik dorst heb en water ben vergeten mee te nemen. Ik besluit om maar naar de cafetaria van het ziekenhuis te gaan vooraleer ik naar huis vertrek. Ik wil kunnen drinken, en ik wil ook de onderzoeken nog wat laten bezinken. Ze zijn meer dan een uur met me bezig geweest. Dat is niet in mijn koude kleren gaan zitten.

Ik blijf even besluiteloos zitten op de stoel, wachtend op niets. Ik heb vooral geen zin om naar huis te gaan, weer naar die leegte. Het alleen zijn op zich gaat nog wel, maar het is elke keer weer die confrontatie met een leeg huis dat het voor me ontzettend moeilijk maakt. Als ik een reden zie om nog niet naar huis te moeten, dan neem ik die.
Na een aantal minuten komen Sarah en Sofie drinken bij hun mama. In haar zak zie ik typisch gerief zitten voor een moeder met kleuters : een pak koeken, papiertjes van koeken en snoep, een drinkebus die nu leeggedronken wordt, een pak verzorgingsdoekjes of snoetedoekjes (ik kan het niet goed zien, maar ik vermoed het laatste), papieren zakdoeken, iets wat op reservekleren lijkt. Te laat besef ik dat ook zij doorheeft dat ik in haar zak kijk.
“Sorry. Het kwam me alleen heel herkenbaar over, zo’n zak met spullen.”
“Heb je ook jonge kinderen ?”
Ik weet niet goed hoe te reageren. Ik heb schrik om verder weg te zakken en verman me door te zeggen dat ik twee kinderen heb van vijf en drie, en dat de zak van mijn vrouw ook altijd uitpuilt met gerief waarvan ik dan het nut niet van inzie totdat je het wel nodig hebt.
Als ik de meisjes naast elkaar zie staan, valt het me pas op hoe sterk ze op elkaar lijken. Soms zie je toch nog verschillen in gezicht of zo, maar bij deze twee zie ik geen enkel verschil waaraan je kan merken wie wie is.
“Ze lijken echt wel heel sterk op elkaar. Nooit ze per ongeluk gewisseld ?”
Mijn buurvrouw moet glimlachen.
“Niet dat ik weet. En als ik het echt wil weten, dan zet ik hen in hun blootje. Sarah heeft een moedervlekje op haar poep.”

Zonder het te beseffen blijf ik de kinderen bekijken terwijl ze zich te goed doen aan hun koeken en het water. Nog meer zonder het te beseffen, dringt het terug tot me door wat ik ben verloren en komen er terug tranen in mijn ogen. Ditmaal merken niet de meisjes het op, maar de vrouw zelf. Nadat ze terug zijn gaan spelen, neemt ze zelf het woord.
“Ik zag daarnet tranen opkomen toen je naar hen keek. Ik neem aan dat het iets met hen te maken heeft ?”
“Nee, nee, mevrouw. Totaal niet. Of misschien ja, in zekere zin ook weer wel. Ze doen me aan mijn eigen kinderen denken.”
“Geen enkele man heeft verdriet enkel en alleen door naar andermans kinderen te kijken. Het is duidelijk dat je een groot verdriet met je meezeult. Wat het ook is, ik voel met je mee. En zeg maar Inge trouwens. Dat ge-mevrouw is zo afstandelijk.”
Bij het horen van haar voornaam voel ik me geschokt reageren. Ik hoop maar dat ze het niet heeft opgemerkt. Daar kan zij natuurlijk niks aan doen.
“Bedankt. Je hebt volledig gelijk over dat grote verdriet. Ik heet Koen, Decorte.”

Ik voel dat ik op het punt sta toch eens iets van mijn verdriet los te laten, nota bene tegen een totaal wildvreemde vrouw die ik tegenkom in een wachtzaal van het ziekenhuis. Ons gesprek wordt echt bruut onderbroken door dokter Segers die een naam afroept.
“Mevrouw Inge Cleynen ?”
Bij het horen van haar naam staat mijn buurvrouw op, en zie ik ook haar dochtertjes komen aanlopen. Op zich wel straf hoe gedisciplineerd ze afkomen terwijl toch alleen haar naam werd gezegd. Als dokter Segers dit ziet, reageert hij vrij fors.
“Mevrouw Cleynen, het is geen goed idee om die meisjes mee te nemen bij het onderzoek. We gaan meer dan een uur bezig zijn, en het zal voor u niet altijd even aangenaam zijn. Dat is geen omgeving voor kleine kinderen. Ik vrees dat we uw afspraak zullen moeten uitstellen. U begrijpt dat ik deze consultatie wel zal moeten aanrekenen.”
In de ogen van de vrouw die net nog naast mij zat, staat nu alleen nog maar paniek. Hier had ze duidelijk niet op gerekend.
 

luierdromer

Niet geschoten is altijd mis.
Een behoorlijk heftig verhaal, een verhaal wat ik niet zag aankomen.
Maar een mooi begin, vooral het 2e hoofdstuk.
Benieuwd waar het heen gaat. :)
 

beddenplasser

volwassen peuter
HOOFDSTUK 3. BABYSITTEN

Zonder er ook maar één keer bij na te denken of het wel gepast is, en of het wel zo verstandig is, schiet ik in actie. Haar bange ogen kan ik niet negeren. Een stem in me zegt me dat ik dit voor haar moet doen.
“Dokter Segers, wacht even alsjeblief. Ik wil Inge, mevrouw Cleynen, een voorstel doen. Geef me een minuutje.”
Alhoewel ik niets te zien heb in de relatie tussen de dokter en zijn patiënt, toch laat ik de dokter geen ruimte om te reageren en richt me onmiddellijk tot Inge.
“Inge, ik zie dat je er niet op had gerekend dat het zo ging lopen. Ik weet dat we elkaar eigenlijk niet kennen, maar ik vraag je om me te vertrouwen. Laat mij op je dochtertjes passen tijdens het onderzoek. Ik laat mijn pas, mijn autosleutel en mijn gsm-nummer hier achter bij de balie. Na je onderzoeken bel je me op. Dan kan je me mijn gerief teruggeven. Ik kan ondertussen met je dochtertjes het ziekenhuis verder verkennen. Dan zitten we niet zo vast aan deze wachtruimte.”
Ik kijk haar doelbewust diep in de ogen, zie eerst nog veel angst, dan vertwijfeling en tegelijkertijd ook hoop. Toch lukt het haar niet me onmiddellijk te vertrouwen. In haar stem, die ze zo vriendelijk mogelijk probeert te doen klinken, merk ik toch een diep wantrouwen. Tegenover mij, of tegenover mij als man misschien, wie zal het zeggen.
“Inge, ik ga echt niks met je kinderen doen. We gaan waarschijnlijk naar de kinderafdeling gaan. Daar is meestal een speelhoek. En hier is ergens ook een buitenspeeltuin, weet ik. Tenzij je niet wil dat we daar nu naartoe gaan. Bezie me gewoon maar als een oudere babysitter.”
“Ik heb schrik voor de meisjes.”
“Bedoel je dat de meisjes schrik zullen hebben, of dat jij schrik hebt ?”
“Alle twee. Ze weten niet wat dat is, een babysitter. Ik wil niet dat ze bang zijn van jou.”
“Inge, het laatste dat ik wil, is hen schrik aanjagen. Dat lijkt me nu maar normaal.”
Ik geef ze even de tijd om het verder in haar op te nemen. Ze kijkt me regelmatig aan, maar durft klaarblijkelijk geen besluit te nemen. Ik voel dat dokter Segers op het punt staat zijn geduld te verliezen en er de brui aan wil geven. Om mijn bedoelingen kracht bij te zetten neem ik haar handen vast en kijk haar terug aan.
“Inge, het komt echt in orde. Ga nu met dokter Segers mee, maar geef nog eerst ook jouw gsm-nummer. Als er dan echt iets is, dan bel ik .”
Quasi onmerkbaar knikt ze, waarna ze zich omdraait en naar de balie loopt om pen en papier te vragen. Sarah en Sofie volgen haar gedwee. Ze moeten het gesprek tussen mij en hun moeder hebben gehoord, maar ik kan niet inschatten of ze het echt begrepen hebben.

Vanaf dan gaat het snel. Ze geeft me haar telefoonnummer, en begint tegen de meisjes uit te leggen wat de bedoeling is. Ondertussen profiteer ik ervan om mijn identiteitskaart en mijn autosleutel achter te laten achter de balie.
Ik ben al blij dat de medisch secretaresse bereidwillig is. De foto van twee jongens aan haar desk doen me vermoeden dat ze het nodige inlevingsvermogen heeft om te beseffen dat dit een noodsituatie is, en dat er gewoon moet meegewerkt worden. Bovendien kennen ze mijn situatie hier ook wel.
Met nog een laatste knuffel en een zoen laat Inge de meisjes achter en vertrekt met dokter Segers naar de onderzoeksruimtes. In een laatste opwelling heeft ze me nog net het pak billendoekjes en een plastieken zakje in mijn pollen geduwd. Op mijn vragende blik antwoord ze enkel dat ze het gewend zijn.
Sarah en Sofie kijken hun mama toch maar bezorgd na. Ik hurk neer tussen hen.
“Dag Sarah, dag Sofie, ik ben Koen. Ik ga een uurtje of zo op jullie passen terwijl jullie mama met de dokter mee is. Kunnen jullie misschien eens laten zien waar jullie mee bezig waren voor mama jullie riep ?”
Verbazend genoeg krijg ik als antwoord twee uitgestoken handjes. Ze zeggen niets, maar trekken me mee naar een kinderhoek, waar ze blijkbaar bezig waren met tekeningen.
Glunderend laten ze allebei hun tekening zien. Ik sta toch wel te kijken naar hun werk. Ik schat ze zeker niet ouder dan onze Robbe, maar de tekeningen zijn van beduidend hogere kwaliteit dan wat hij ooit op papier heeft gezet. Niet dat ik onze Robbe ooit heb verdacht van veel tekentalent, maar het verschil vind ik toch wel treffend.
Het kost me dan ook geen enkele moeite om mijn bewondering te tonen voor wat ze hebben getekend. Ik zie dat hun oogjes beginnen blinken. Mijn complimenten worden duidelijk geapprecieerd.

Ik besef dat ik eigenlijk naar de wc moet. Ik geloof niet dat ik het nog een uur kan ophouden, en al zeker geen anderhalf uur mocht het onderzoek uitlopen. Ik kan niet anders dan hen eerst even alleen te laten.
“Meisjes, vinden jullie het een goed idee dat jullie een nieuwe tekening maken, voor jullie mama ?”
Ik moet hen zelfs niet aansporen of zo. Ze hebben amper ja geknikt of ze zitten al aan het kleine tafeltje met een nieuw leeg blad papier voor hen. Gretig worden er terug kleurpotloden en kleurstiften genomen.
“Sarah en Sofie, ik ga heel eventjes naar de wc. Blijven jullie hier flink verder kleuren tot ik terug ben ? Ik zal eventjes aan de mensen hier achter de balie zeggen waar ik naartoe ben.”
Aan de balie hebben ze gelukkig ook begrip voor mijn praktisch probleempje en zijn ze bereid enkele minuutjes een oogje in het zeil te houden.
Ik spurt naar de wc. Als er nu één ding is, dat ik niet graag doe, is het jonge kinderen onbewaakt achterlaten. Ik vond het altijd vreselijk onze Robbe gewoon aan de schoolpoort te moeten achterlaten. Er stond natuurlijk wel altijd bewaking aan de poort, dus weglopen konden ze niet, maar toch. Ik doe zo snel mogelijk mijn grote boodschap en stap dan gehaast terug. Als ik de hoek omdraai van de wachtruimte, gieren de zenuwen door mijn keel. Ik hoop echt dat ze er nog zitten.
 
Laatst bewerkt:

luierdromer

Niet geschoten is altijd mis.
Mooi vervolg met een mooie cliffhanger.
1 puntje tot 2 keer staat er het woordje wel, waar je volgens mij wil bedoeld.
Voor de rest prachtig;):)
 

beddenplasser

volwassen peuter
HOOFDSTUK 4. OP STAP

Ik kan een zucht van opluchting niet tegenhouden als ik de twee meisjes zie zitten, nog steeds ijverig bezig aan hun tekening. Onwillekeurig wordt mijn blik getrokken naar de balie, wat ook daar niet onopgemerkt passeert, want ik krijg een rechtopstaande duim in mijn richting.
Ook nu sta ik versteld van hun tekentalent. Grappig genoeg tekenen ze eigenlijk zowat hetzelfde. Wel met andere kleuren, maar wat er staat is heel gelijkaardig. Een vrouw met twee kinderen, een huis met veel ramen, bomen, gras en een bed. Van dit laatste ben ik niet helemaal zeker, maar ik gok dat het een bed is.
Ik profiteer er van om nog even mijn mails na te kijken. Niet dat er nog veel binnenkomt de laatste weken. Mijn sociaal leven staat op een heel laag pitje. Sommige dingen interesseren me gewoon niet meer, sommigen dingen zijn simpelweg te pijnlijk.
Het oudercomité van de school is bijvoorbeeld zoiets. Pas schoolfeest gehad, maar ik kon me er niet toe brengen er naar toe te gaan. Of de toneelgroep van Inge. Enkele weken geleden toneelvoorstelling gehad. Normaal gezien had ik gegarandeerd gaan tappen achteraf. Nu ben ik zelfs niet gewoon gaan zien, laat staan meehelpen.
Het resultaat zie ik stilaan in de mails. Er zijn er geen nieuwe binnengekomen, met uitzondering van één. Kathy vraagt of ze nog eens mag langskomen. Kathy is een agente van de dienst Slachtofferbegeleiding, en zij heeft me de eerste dagen opgevangen. Schat van een mens, en eigenlijk de enige waarmee ik zelf nog soms contact neem. Voor mij is ze meer een vriendin geworden, maar ik durf het voorlopig niet te vragen of dat voor haar ook zo is.

“Meneer, ik moet naar de wc.”
“Dan zullen we maar snel gaan, hé. En laat die meneer maar. Zeg maar gewoon Koen.”
“Ik ben klaar met tekenen.”
“Dan wil ik toch eerst komen kijken. En zullen we ook even opruimen ? Trouwens, wie van de twee ben jij, Sarah of Sofie ?”
“Ik ben Sarah.”
Als ik aan het tafeltje kom, zie ik dat ze eigenlijk zelf al bijna alles terug in de doos heeft gedaan. Ook Sofie is bezig haar stiften terug weg te steken.
“Ik ben ook klaar. Wat gaan wij doen ?”
“Ik ga met Sarah naar de wc gaan. Moet jij ook gaan ?”
Sofie schudt eerst het hoofd, houdt dan even in en knikt daarna toch ja. Bij het rechtstaan merk ik pas dat ze staat te dansen. Haar nood is volgens mij toch wel hoog. Dit zie ik trouwens nog bevestigd als ik enkele seconden later haar stoel onder het tafeltje schuif. Het zitvlak is zichtbaar nat. Gelukkig staat er een doos papieren zakdoekjes grijpklaar om het even op te kuisen.

Ik gris de tekeningen mee en samen leid ik hen naar de toiletten. Altijd lastig om als man in vrouwentoiletten te moeten wachten, maar het kan nu even niet anders. Gelukkig zijn de twee toiletten vrij en kan ik hen tegelijkertijd laten gaan.
Als ik opmerk dat ze gewoon in het hokje mogen gaan, zegt Sofie dat hun mama hen altijd helpt. Raar maar waar ben ik eigenlijk blij nog even iets om handen te hebben. Liever dat dan werkloos te moeten wachten in zo’n damestoilet. Het blijft voor mij te sterk vloeken in de kerk.
Eerst help ik Sofie, die ondertussen stokstijf staat van de spanning op haar blaas. Ik ga door mijn knieën en neem haar lange rok vanonder vast en trek die naar omhoog.
“Hou jij je rok even naar omhoog, meid ? Dan kan ik je onderbroekje naar beneden doen.”
Terwijl ik haar broekje naar benden trek, merk ik pas echt hoe nat die is. Blijkbaar heeft ze meer geplast dan ik eerst dacht. Of zou ze misschien toch nog wat hebben verloren tussen de tekentafel en hier ?
Ik zet het kleine meisje zelf maar even op de wc, en richt dan mijn aandacht op Sarah. Ook zij volgt gedwee mijn handelingen. Alsof de duivel er mee gemoeid is, heeft natuurlijk ook zij een onderbroekje dat nat staat van de urine. Terwijl ik haar op het toilet zet, merk ik pas de druppeltjes urine op die aan haar blote bovenbenen hangen. Zij heeft dus nog maar pas geplast.
“Sarah, meisje, je hebt pipi in je broekje gedaan. Heb je niet gevoeld dat het zo dringend was ?”
Mijn vraag lijkt van haar af te glijden. Ik heb zo’n vermoeden dat dit niet de eerste keer is dat ze dit voor heeft. Plots begrijp ik ook wat er nu in het plastiek zakje zit dat ik van hun moeder heb gekregen. Ze hebben dus wel degelijk al meerdere keren een ongelukje gehad.

Sarah is zelfs als eerste klaar. Ik moet zelfs niet zelf te vragen of ik hen even mag verschonen. Ik had al wel vochtige doekjes in de aanslag genomen, maar nog voor ik iets kan vragen, draait Sofie zich om nadat ik haar van het toilet heb geholpen en ze buigt diep voorover, klaar om proper gemaakt te worden.
Ik besef maar al te goed hoe raar dit is, een wildvreemd meisje dat haar blote poep naar me richt om afgekuist te worden. Er rest me dan ook maar één ding : in papa-modus gaan en doen wat ik behoor te doen op dat moment.
Ik neem de vochtige doekjes en begin haar poep en ook haar benen proper te maken, daar waar de druppeltjes pipi naar benden zijn gerold. In no time is terug helemaal fris en proper. Wel heb ik gemerkt dat ook haar sok het niet helemaal droog heeft gehouden, maar daar valt niets aan te doen. In het zakje zitten enkel twee droge onderbroeken.
Daarna is het de beurt aan Sofie, die ondertussen al een tijdje zit te wachten. Ook bij haar gebeurt hetzelfde ritueel. Ze zijn behoorlijk goed gedrild, lijkt me. Een moeder die blijkbaar goed haar grenzen kan stellen. Alhoewel het me ook wel doet denken aan de manier waarop er bij ons in de kleuterschool werd omgegaan met af te kuisen poepen voor en na de speeltijd. Ook daar was het een soort bandwerk waarbij er strikte medewerking van de kinderen werd geëist.
Ik ben alleen langer met Sarah bezig dan met haar zus. Ze heeft haar poep niet alleen beduidend vuiler gekregen dan haar zus, maar ook zo hard geplast dat het niet allemaal in de pot is gebleven. Ik ben al blij dat ze er niet in is geslaagd haar voeten te besproeien, iets wat mijn dochter wel meer dan eens lukte. Bij het afkuisen komt dicht bij haar anus trouwens een hartvormig moedervlekje piepen.
Afsluiten doe ik met het proper prepareren van Sofie. Onderbroek goed aan, onderhemdje naar beneden trekken, dan het t-shirt en daarna haar kleed in de juiste plooi krijgen. De twee natte onderbroeken gaan in het nu lege plastieken zakje.

Ik begin met de meisjes naar de kinderafdeling te trekken, die een gebouw op zichzelf vormt. Het kost me weinig moeite om de weg ernaartoe te herkennen van die week dat ons Janne er lag met een zware virale infectie. Ook de speeltuin waar ik met de meisjes naar toe kan, heb ik toen ontdekt.
Onderweg er naar toe denk ik terug aan hun natte broeken. Dit was duidelijk niet hun eerste keer, anders had hun moeder me het pakje niet gegeven. En de manier waarop ze zich klaarzetten om alles proper te maken was ook al veelzeggend.
Ook begrijp ik niet zo goed waarom ze niet op school zijn. We zijn nu dik half elf gepasseerd. Zelfs als haar onderzoek wat uitloopt, dan nog zou ze toch tijd genoeg moeten hebben om op tijd op school te geraken. En dan nog. Er moeten toch ouders zijn die hen kan opvangen. Vreemd.
Mijn gedachten springen terug over op de natte broeken. Wat mij vooral weer opvalt, is dat ze zelf totaal niets hebben gezegd. Het lijkt wel alsof ze het niet voelen. Ik schat ze een jaar of vier. Dan zou je toch verwachten dat ze door hebben dat hun kleren nat worden, zelfs al voelen ze niet dat ze plassen. En ik hoop maar dat ze geen andere ongelukjes hebben. Ik heb maar één paar propere onderbroeken meegekregen.

Aangekomen in het kinderziekenhuis neem ik hen mee naar de speelruimte. Er is hier natuurlijk ook een grote ziekenhuisschool, maar ze hebben ook de moeite genomen om een speelruimte te voorzien, vooral voor peuters en kleuters.
Het is er gelukkig vrij rustig. Ik zie enkele gesluierde mama’s met elkaar in gesprek terwijl hun koters zich amuseren. Twee ervan zijn zichtbaar opgenomen, want de één draagt een baxter en een hoofdverband, en de andere heeft een pyjama aan en de nodige verbanden aan de armen.
De meisjes storten zich onmiddellijk op de speeltoestellen, en ik zet me op één van de kinderstoeltjes die aan de kant staan. Alhoewel ik van mezelf kan zeggen dat ik redelijk sociaal ben aangelegd, heb ik nu totaal geen goesting om me in het gesprek van de dames te mengen. Liever neem ik de tijd om de kinderen te observeren.
Naast de meisjes zijn er nog vijf kinderen. Twee peutertjes, waarvan één amper zelf kan lopen. Hij heeft nog de typische waggel van iemand die leert te lopen. De tweede peuter is ouder, maar is volgens mij al bijna aan het eind van zijn latijn. Ik heb zo’n vermoeden dat die vroeg of laat de buggy opzoekt die klaarstaat.
De drie anderen zijn alle drie volgens mij van de leeftijd van de meisjes. Ze ravotten en spelen honderduit, voor zover hun medische beperkingen dit toelaten natuurlijk. Al snel zie ik hen trouwens contact maken met de meisjes. Eigenlijk ongelooflijk hoe sociaal kleuters ingesteld zijn. De pure nieuwsgierigheid om het andere te leren kennen, of het nu mens, dier of iets anders is.

Na een tiental minuten wordt het meisje dat aan de baxter hangt, geroepen door haar moeder. Die doet haar kleedje omhoog en begint het meisje gewoon open en bloot te verschonen. In no time heeft het meisje een droge luier, en zie ik de moeder de natte luier in een speciaal zakje steken en verzegelen. Ik heb zo’n vermoeden dat die voor onderzoek nodig is.
Toch bizar hoe andere culturen dikwijls compleet anders kunnen omgaan met zaken. Wij zouden gegeneerd zijn om ons kind open en bloot te verschonen. Wij zouden ons terugtrekken en ons bij wijze van spreken schamen dat ons kind luiers draagt. Terwijl deze moeder het de normaalste zaak van de wereld vindt dat haar dochtertje luiers draagt en verschoond wordt. En eigenlijk heeft ze overschot van gelijk. Des te meer het bewijs dat we nog veel van elkaar kunnen leren.
Enkele minuten later nemen de moeders afscheid van elkaar, en zie ik dat enkel de moeder van het meisje achterblijft. Het meisje is ondertussen volop plezier aan het maken met Sarah en Sofie, en ik herken de twijfel in het gezicht van de moeder, die typische twijfel tussen willen vertrekken, maar evengoed je kind nog het plezier gunnen nog even te blijven.
Ik besluit het haar gemakkelijk te maken, en verplaats me toch richting de vrouw. Ze staat te drentelen, besluiteloos, misschien ook de reactie van haar dochter vrezend als ze zegt dat ze doorgaat.

“Durf je niet vertrekken ?”
“Is het zo zichtbaar ? Onze dochtertjes zijn net zo fijn aan het samenspelen. En ik moet toch nergens naartoe.”
“Het zijn mijn dochters niet, hoor. Ik ben enkel babysit van dienst. Hun moeder is hier binnen voor onderzoeken.”
“Toch niks ernstigs, hoop ik.”
Ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden. Ik kan natuurlijk moeilijk bekennen dat ik hun moeder van haar noch pluimen ken, en zelfs niet weet wat voor onderzoek ze moet ondergaan, alhoewel ik wel zo’n vermoeden heb dat het een gelijkaardige problematiek als mezelf zal zijn.
“Geen idee. Dat zal het onderzoek moeten uitwijzen. En bij u is het je dochtertje dat hier moet zijn, zie ik.”
“Ja, nog maar eens. We proberen nog maar eens uit te vissen waarom ze niet droog geraakt. Ze is ondertussen al vlot vijf jaar en draagt nog steeds altijd luiers. Alles werkt zoals het zou moeten werken, er is geen enkele schade, alle signalen naar de hersenen vertrekken, enzovoort enzoverder maar toch gebeurt er iets waardoor ze zich totaal niet bewust is dat ze plast.”
“Da’s knap lastig. En geeft dat geen problemen op school ?”
“Nu nog niet, in de kleuterschool, maar vanaf september gaat die naar het eerste, en wat het dan gaat geven ? Ik hoop echt dat ze nu iets vinden. Maar het is wel heavy. Elk anderhalf uur een nieuwe luier, en ze moeten allemaal gewogen worden. En het ambetante voor haar is dat ze verplicht is ook de stoelgang in de luier te doen. Gelukkig is het maar voor 48 uur.”
“Moet ze nog lang ? En waarvoor dient die baxter ?”
“Die baxter zorgt er voor dat ze zeker vocht binnen krijgt, en dat haar lichaam dus wel moet plassen. Ze moet nu nog een nacht. Morgen tegen de middag stopt het.”
“Ik hoop voor jullie dat het resultaat heeft.”
We blijven nog even in gedachten verzonken. Onwillekeurig denk ik terug aan de natte broeken van de meisjes. Zouden zij misschien ook nog luiers dragen ? Zouden zij misschien ook al onderzocht zijn ? Het lijkt me in ieder geval dat ze hier nog niet eerder geweest zijn. Anders zou er toch minstens een blik van herkenning te zien zijn geweest.

Na enkele minuten draait de vrouw zich terug in min richting.
“Mag ik je eens iets vragen ? Ik weet dat ik je al eerder heb gezien, en toen ik de meisjes zag, was ik er gewoon van overtuigd dat jij hun papa was. Maar nu weet ik het terug. Jij zit toch in het oudercomité van de Zonnebloem. Ben jij niet de papa van de kindjes die gestorven zijn in dat treinongeluk een tijdje terug ?”
Haar directe vraag verrast me, en doet me onmiddellijk terugdenken aan die gruwelavond. Mijn gezicht geeft haar genoeg antwoorden.
“Sorry. Ik was misschien nogal direct. Maar nu begrijp ik ook hoe jij de meisjes kent. Zij zitten ook op de Zonnebloem, in dezelfde klas als Jasmine, bij juf Franka. Ken je hun moeder al lang ?”
Het ontgaat me niet dat er bij die vraag een grote achterdocht zit in haar stem.
“Nee. Totaal niet. We hebben elkaar nog niet zo lang geleden ontmoet. Ze zat voor vandaag met een opvangnood.”
Een blik van ongeloof zit in de ogen van de vrouw.
“Je hebt haar leren kennen op haar werk, neem ik aan ?”
“Nee. Verre van. Eerder een toevallige ontmoeting. Ik weet zelfs niet wat voor werk ze doet.”
Nu is in het gezicht van de vrouw vooral afschuw leesbaar.
“Is het zo erg ?”
“Mhm ! Ik weet zeker dat ze ’s avonds in een café werkt. Maar er wordt gefluisterd dat ze er nog een nachtelijke bijjob op nahoudt. Ik zal blij zijn dat Jasmine volgend jaar niet meer bij hen in de klas zit. Wij verhuizen van de zomer naar Beveren.”

Mijn hersenen draaien op volle toeren. Mijn gevoel dat Inge een alleenstaande moeder is, wordt in zekere zin bevestigd, maar tegelijkertijd ook tegengesproken door deze moeder. Ik zie haar niet direct twee jonge meisjes elke avond achterlaten.
“Weet jij iets over hun vader ?”
Ik flap het er uit, maar besef ineens dat het een vrij onzinnige vraag was.
“Ik dacht dat jij dat was. Dus neen. Ik zie enkel de moeder ’s avonds als ze de meisjes komt halen. En ’s morgens weet ik van de leerkrachten dat zij altijd één van de laatsten is. Nooit te laat, maar ook nooit zomaar te vroeg.”
“Praat je soms met haar ?”
“Nee, maar zij praat zelf ook nooit met iemand. Dikwijls gaat ze met haar dochtertjes eerst naar de wc om hun onderbroeken te verversen. Meerdere keren per week heeft wel minstens één van hen een natte broek.”
“Ze dragen geen luiers zoals je dochtertje ?”
“Nee, maar ze zouden dat beter wel doen. Alhoewel ik niet denk dat ze dat kan betalen. De dochters dragen hun kleren meestal een volle week. En zijzelf heeft wel heel dikwijls dezelfde broek en schoenen aan.”
“Jullie gaan toch niet weg om hen, neem ik aan ?”
“Tuurlijk niet. Het is voor Abdul vanuit Beveren gewoon veel korter tot zijn werk in Doel. Maar ik zal er niet rouwig om zijn dat ik uit haar buurt ben. Net zoals ik blij ben dat Jasmine niet meer beïnvloed kan worden door die meester Kevin. Zoiets onnatuurlijk.”

Waarom verbaast het me weer niet. Ze kan het zelfs niet uitspreken. Homoseksualiteit blijft toch een taboe in de islam, jammer genoeg. We zijn de enige school van de scholengroep die een mannelijke kleuterleider heeft. Meester Kevin, ne crème van ne kerel, maar op en top homo, niet zoals zijn man. Een geweldig koppel, dat gegarandeerd er staat bij activiteiten van het oudercomité.
Maar eens te meer blijkt dat culturen ook af en toe botsen. Daarnet bewonderde ik hen nog voor hun openheid over bepaalde zaken, maar op dit vlak lopen onze meningen duidelijk nog ver uiteen.
Ik voel ook aan dat het gesprek wat haar betreft is afgelopen. Mijn dorstgevoel doet me verlangen naar de cafetaria, maar ik wil ook nog eerst met de meisjes naar de buitenspeeltuin.
Tijdens de wandeling naar buiten besef ik ineens dat de meisjes ouder moeten zijn dan onze Robbe. Juf Franka heeft al jaar en dag de derde kleuterklas samen met juf Ilse. Onze Robbe zat nog maar in de tweede kleuterklas. Aan hun grootte is dat in ieder geval niet te merken. Ik ben er vrij zeker van dat ze kleiner zijn dan onze Robbe toen hij stierf.

Eenmaal buiten zet ik me op de bank en laat alles op me afkomen. De tweeling moet bij mij in de buurt wonen. En die nachtelijke bijverdienste. Uit de afschuw van de vrouw maak ik op dat het moet gezocht worden in de seksuele sfeer, maar dit blijft wat gissen. En zou er iemand anders in haar leven zijn ? Ik betwijfel het. Ik zou het zelf maar raar vinden mocht mijn vrouw of vriendin zo’n beroep hebben.
Bovendien blijf ik het maar vreemd vinden. Het lijkt me moeilijk dat ze nog bij haar ouders zou wonen en dat die het zouden toelaten dat de kinderen zo lang dezelfde kleren zouden aandoen. Langs de andere kant moeten de kinderen toch ergens blijven als zij werkt, en zeker mocht het verhaal kloppen als ze met mannen meegaat.
Ook het verschonen van de onderbroeken spookt door mijn hoofd. Niet moeilijk dat ze zei dat ze het gewoon waren. En waarom dan geen luiers of luierbroekjes, zoals het dochtertje van de vrouw. ?
Ik hoor terug de opmerkingen van de directeur van onze school die hij eens in vertrouwen tegen me zei. Er waren enkele ouders op de school die materieel werden gesteund, onder andere met kleren en gratis melk. Het leek me heel aannemelijk dat ik er nu een gezicht op kon kleven.

Al snel zie ik dat het buiten spelen de meisjes niet bevalt. Ze proberen de speeltoestellen uit, maar waarschijnlijk voelen ze gewoon te koud aan. Ik wenk hen bij me. Ze zijn blij genoeg dat ze terug kunnen komen.
“Ik heb dorst en ga iets drinken in de cafetaria. Ga mee en dan wachten we daar op jullie mama. Dan kunnen jullie zelf ook iets drinken.”
Ik zie de aarzeling in hun ogen. Waarschijnlijk zijn ze niet gewend om iets te gaan drinken, en het is natuurlijk heel aannemelijk dat hun moeder hen al duidelijk heeft gemaakt dat ze nooit iets van vreemde mannen mochten aannemen.
“Ik betaal natuurlijk jullie drinken. En ik kan nergens naartoe, want ik moet wachten tot jullie mama mij mijn autosleutel teruggeeft. Dus het wordt de cafetaria of hier buiten blijven spelen.”
Ik weet goed genoeg dat ze overstag gaan gaan met deze schijnkeuze, maar dat kan me even niet schelen. Ik heb dorst en wil nu eindelijk wel iets kunnen drinken.

Tien minuten later heb ik net twee warme chocolademelken besteld, met slagroom, en een koffie verkeerd voor mezelf als mijn GSM trilt en er op het scherm de naam Inge Cleynen verschijnt.
 
Laatst bewerkt:

beddenplasser

volwassen peuter
Het hoeft niet altijd een happy verhaal te zijn. Maar geen nood, er komen natuurlijk ook nog positieve elementen. Ik vind dat ook een luierverhaal wel wat diepgang mag gebruiken. We zijn tenslotte in real life geen kleuters.
 

beddenplasser

volwassen peuter
HOOFDSTUK 5. KOFFIE EN NOG WAT

We moeten lang wachten op onze dranken, want net op het moment dat de dienster langs komt met de drank, wordt Inge bestormd door haar twee dochters. Ik zie haar blik onmiddellijk naar de slagroom gaan, direct daarna gevolgd door angst in haar ogen. Onwillekeurig trekken haar ogen richting haar handtas, waarschijnlijk om zich af te vragen of ze wel voldoende geld op zak heeft.
“Inge, weet je toevallig al wat je wil drinken ? Op mijn kosten uiteraard.”
De dienster heeft het gehoord, en kijkt vragend naar Inge, haar elektronisch bestelkastje al in de hand.
“Is dat een koffie verkeerd ? Doe mij dat ook maar dan.”
Voor ze gaat zitten, geeft ze me mijn persoonlijke spullen terug.
“Enorm bedankt. Ik weet echt niet hoe ik je kan bedanken. Zonder jou was ik verloren. Zijn ze niet te moeilijk geweest ? En is alles gegaan ?”
Weer zonder er veel bij na te denken laat ik haar weinig keuze bij haar bedanking. Ik hunker nog eens naar een gewoon gesprek, zoals ik met mijn Inge kon voeren. En ik wil deze Inge ook leren kennen, en te weten komen wat nu haar echte situatie is.
“Ik weet wel hoe je mij kan bedanken. Mocht je nog even tijd hebben, dan zou ik het heel fijn vinden dat we alle twee op verhaal zouden komen. Ik vertel wat ik daarstraks niet heb kunnen vertellen, jij vertelt wat jij wil vertellen, en we eten hier samen. Ik ben al een tijdje alleen. Gewoon het feit dat ik hier samen met jullie zou kunnen eten, maakt van mij al even een gelukkig iemand en is voor mij al een klein beetje feest. Nogal logisch dus dat ik alles betaal.”
Ik voel aan dat ze nog niet goed zomaar ja durft te zeggen.
“Je aarzelt precies. Wat houdt je tegen om ja te zeggen op mijn voorstel ?”
“Ik kan dat toch niet aanvaarden. Het kost hier ik-weet-niet-hoeveel.”
De prijzen in de cafetaria van het ziekenhuis zijn natuurlijk niet van de laagste, maar om nu te zeggen duur vind ik zelf overdreven. Ik besef wel dat haar blik natuurlijk vertrekt vanuit een compleet andere maatstaf. Met hetgeen we hier nu deze middag zouden kwijt zijn, kan zij misschien drie, vier dagen eten.
“Inge, dat is volledig mijn beslissing om er aan te geven wat ik wil. Voor mij is even op gesprek komen die prijs vandaag waard. Alsjeblief, neem het aan.”
Ik zie een vreemde blik in haar ogen. Waarschijnlijk is ze het helemaal niet gewend dat iemand haar om een gunst vraagt. Wie weet hoeveel keer heeft zij al moeten bedelen om rond te komen. Het resultaat van dit alles is wel een diepe zucht nadat ze is gaan zitten.

“Gaat het ?”
Ze schudt het hoofd. Ze kijkt even wezenloos voor zich uit en laat dan tranen over het gezicht rollen. De meisjes, die tijdens ons gesprek rustig zaten af te wachten, zetten zich op haar benen als ze de tranen zien, en nemen haar goed vast.
“Een uitslag die je niet had verwacht ?”
Opnieuw schudt ze het hoofd.
“Mag ik eerst jouw verhaal horen, alsjeblief ? Ik wil even bekomen, en jij hebt ondertussen al wat kunnen nadenken terwijl je op de meisjes paste.”
Ik neem even de tijd om mijn gedachten te ordenen, daarbij geholpen door de dienster die nu wel de nodige vaart heeft kunnen zetten achter haar bestelling en een tweede koffie verkeerd bij ons op de tafel zet.
“Inge, toen ik daarstraks zei dat ik ook nog zo’n jonge kinderen had, was dat niet volledig waar. Mijn privésituatie is een paar maanden geleden dermate op zijn kop gezet dat ik eigenlijk niet meer kan zeggen dat ik nog kinderen heb.”
Ze kijkt me met het nodige medelijden aan.
“Bedoel je daarmee dat ze zijn gestorven ?”
Ik knik bevestigend.
“En je vrouw ? Ik zie dat je een trouwring draagt. Daarnet zei je dat je al een tijdje alleen bent. Is zij samen met je kinderen gestorven ? Of zijn jullie uit elkaar aan het gaan ?”
“Zij is samen met mijn kinderen gestorven. Ook mijn schoonouders zijn er in gebleven trouwens.”
Nu krijg ik een meer onderzoekende blik in mijn richting.
“Sorry dat ik het vraag, maar dat doet me denken aan iets dat ik enkele maanden geleden hoorde vertellen bij mij op het werk, maar ook bij de meisjes op ’t school. Zijn ze gestorven in een treinongeluk ?”
Ook nu knik ik. Mijn ondertussen meer afwezige blik doet haar weer handelen. Troostend neemt ze mijn handen vast. Een gebaar dat me tegelijkertijd veel herkenbaarheid bezorgt, en daardoor ook innerlijke warmte. Het was een typische gebaar van mijn Inge.
“Dan zaten jouw kinderen in dezelfde school als de meisjes. Hoe oud waren ze ?”
“Vijf en drie. Onze Robbe zat in de tweede kleuterklas en ons Janne in de instapklas.”
We blijven een tijdje zo hand in hand aan de tafel zitten, totdat ze het gesprek een andere wending geeft.
“Is er een link tussen je verlies en het feit dat je hier vandaag bent ?”
Ongetwijfeld voelt ze mijn handen wat verkrampen. Natuurlijk heeft ze dus al antwoord op haar vraag, maar ik verplicht mezelf open te worden. Iets wat mijn huisdokter me ook al heeft aangeraden.
“Er is heel zeker een link. Ik ben enkele dagen na het ongeluk beginnen bedplassen. Ik heb vandaag de nodige onderzoeken ondergaan om de oorzaak te kennen. Natuurlijk psychosomatisch, daar kon ik zelf ook wel op komen. Maar ja, je moet er door natuurlijk als je recht wil hebben op terugbetaling en zo.”

Ons gesprek wordt onderbroken doordat de meisjes zich toch willen storten op hun chocolademelk. Ze zijn duidelijk niet gewend slagroom te hebben op hun drank, want ze weten niet hoe er aan te beginnen. Inge laat daarop zien hoe ze met een lepeltje én drank én slagroom kan lepelen. De meisjes storten zich nu ook op het speculaasje dat erbij was geleverd, kort daarna gevolgd door dat van mij en Inge. Het blijft mooi om te zien dat een kind gewoon gelukkig kan zijn met een speculaasje.
Nadat wij zelf ook een eerste keer van onze koffie hebben gedronken, acht ik de tijd rijp om Inge haar verhaal te laten vertellen. Ik had op voorhand mezelf de vraag gesteld hoe ik het gesprek zou openen. Met de natte broeken van de meisjes, gewoon op de man af vragen naar haar onderzoek of met de toevallige ontmoeting met de moeder van Jasmine. Nu zij er zelf is achter gekomen dat mijn kinderen op dezelfde school zaten, kies ik voor de derde weg.
“Wij zijn daarjuist nog even naar de speelruimte van de kinderafdeling geweest, en daar was Jasmine toevallig ook binnen voor een plasonderzoek.”
“Ik neem aan dat die roddeltante van een moeder ook bij haar was. Wat ben je allemaal van mij of de meisjes te weten gekomen ?”
Ik ben verrast door de geërgerde toon. Ik heb Jasmine’s moeder blijkbaar wat verkeerd ingeschat, en speelt er al een langere geschiedenis mee.
“Inge, ik ben niet zo heel veel te weten gekomen over jou. Blijkbaar werk je in een café.”
“En verder ?”
Ik weet dat ik me nu op glad ijs begeef, maar ik gok er op dat directe openheid het meeste resultaat oplevert.
“Ze vermoedde dat je nog een bijverdienste had. En eerlijk gezegd bleef het daarbij met info over jou. Ze gaf enkel nog mee dat niet alleen haar dochter niet droog is, maar ook dat de meisjes hier regelmatig een natte broek hebben.”
Ik bedenk me dat ik de vochtige doekjes en het plastiek zakje met de natte onderbroken nog steeds in mijn zak heb zitten. Ik leg het voor haar op tafel.
“Daar had ik trouwens nog niet eens de mama van Jasmine voor nodig om daar achter te komen.”
Ik zie haar gezicht rood worden van schaamte. En het gesprek dat ik met haar wil voeren, lijkt me nog minder voor de oren van de meisjes bedoeld. Als ik de meisjes wijs op de kinderhoek die in het restaurant is opgesteld, spurten ze er onmiddellijk naartoe.
“Inge, ik ben niet de persoon die mensen veroordeelt zonder te weten wat er allemaal speelt. Dus al zeker niet op het feit dat je dochters het nog niet altijd droog houden. Het zijn kleuters.”
“Die over vier maanden naar het eerste leerjaar gaan. Tenminste, dat is toch de bedoeling.”
“Zijn zij al getest geweest ? Ik dacht eerlijk daarstraks dat je voor hen kwam, en niet voor jezelf. Plas jij ook in bed zoals ik ?”
Ze blijft even nadenken. Waarschijnlijk zoekt ze achter haar woorden.
“Ik heb al een tijd last van urineverlies, zowel overdag al ’s nachts. Ik kreeg vandaag eindelijk de kans om te laten testen.”
“En is er iets uit de onderzoeken gebleken ?”
“Ik heb onherstelbare neurologische schade opgelopen aan de sluitspier van mijn blaas. Ik voel het zo goed als niet dat ze open of toe is.”
“Is het geweten hoe dit komt ?”
“Door mijn bijverdienste. Ik neem aan dat je wel een vermoeden hebt wat dat is ?”
“Je doet aan actieve seksuele therapie.”
Inge kan een monkellachje niet onderdrukken.
“Zo kan je ook omschrijven dat iemand een hoer is, ja.”
 
Laatst bewerkt:

perasub

Toplid
Het is voor mij een verhaal dat mij toch heel af en toe een brok in mijn keel veroorzaakt als ik het aan het lezen bent
Je voelt toch dat je er emotioneel van word en niet kan wachten op het volgende hoofdstuk
Je voelt je er dan ook emotioneel bij betrokken ,hopende op een goede wending in het verhaal
 

lucsje66

Toplid
Dit verhaal leest weeral al erg lekker en vlot. Heb zo'n flauw vermoeden dat er heel veel luiers zullen gebruikt worden in de komende hoofdstukken.
 

beddenplasser

volwassen peuter
Het is voor mij een verhaal dat mij toch heel af en toe een brok in mijn keel veroorzaakt als ik het aan het lezen bent
Je voelt toch dat je er emotioneel van word en niet kan wachten op het volgende hoofdstuk
Je voelt je er dan ook emotioneel bij betrokken ,hopende op een goede wending in het verhaal
Ik beschouw dit als een groot compliment. Ik wil een verhaal dat je de adem afsnijdt, en er gaan toevallig luiers in voorkomen. Maar alles op zijn tijd.
 

peterpannie

Gewaardeerd Lid
Heb zojuist het hele verhaal in 1 keer gelezen. Wat een mooi en ontroerend verhaal! Vanaf de eerste regel metéén pakkend.
En ook nog eens prachtig geschreven. Erg bijzonder en kijk nu al uit naar het volgende hoofdstuk:)!
 
Bovenaan