Er begint wat schot in de zaak te komen.. hier nog een not-so-short .. hoop dat het bevalt! 
DE BUNKER
Hakim staart naar Joey via diens reflectie in de voorruit. De omgebouwde pick-up heeft veel moeite om de dichte bebossing te doorkruisen en Joey is dan ook volledig geconcentreerd op het garanderen van een veilige rit. Dit is wellicht het beste moment om het onopvallend te doen.
Voorzichtig laat Hakim de inhoud van zijn blaas in de dikke luier onder zijn uniform lopen. Joey en Hakim werken al langere tijd samen, dus het gebruiken van een luier is inmiddels geen bron van schaamte meer. Toch is het zo dat Joey zich er altijd aan ergert als teamgenoten hun luier al vlak na vertrek bevuilen. De luiers horen erbij – niemand weet echt beter – maar Joey heeft een hekel aan de vele dieren die deze geuren mogelijk kunnen oppikken.
Er is niemand die zich er normaal gesproken echt iets van aantrekt, maar Hakim wil dolgraag indruk op Joey blijven maken. Het is in hun leefsituatie – en tijdens hun missies – compleet onhandig, maar Hakim is smoorverliefd op hem. Al een tijdje heeft hij het vermoeden dat er wel eens soortgelijke gevoelens in de gedachten van Joey bestaan. Of dat klopt of niet – Hakim wil het niet verpesten. Maar deze keer is hij nog nerveuzer dan normaal.
De nachten beginnen kouder te worden en in hun schuilplaats is er altijd noodzaak aan extra materiaal dat verbrand kan worden. Het kappen van bomen duurt lang en is gevaarlijk gebleken. De aandacht van anderen werd te makkelijk getrokken. Daarom heeft Lucia – de huidige leider van de missie – besloten dat Hakim en Joey bij hoge uitzondering de voormalig bewoonde wereld in mogen trekken. Er ligt een supermarkt op het randje van de toegestane bewegingsruimte.
De supermarkt ‘zou verlaten moeten zijn’, zo gaf Lucia aan. Het feit dat er zoveel ruimte voor twijfel werd gelaten heeft Hakim zijn zenuwen met behoorlijk enthousiasme op weten te roepen. Er is geen enkele manier om te voorspellen wat ze er tegen zullen komen. Vandaar dat zijn blaas zo opspeelt. Zelfs als hij voor vertrek zijn vorige luier nog eens gebruikt had, zou dit moment er zijn gekomen.
Joey merkt intussen dat Hakim met zijn gedachten ergens anders zit. De zenuwen zijn zo’n beetje voelbaar voor alles in een straal van twintig kilometer. Sussend legt hij zijn hand even op die van Hakim.
“Maak je geen zorgen. Er is geen reden om aan te nemen dat de supermarkt onveilig is. We zijn getraind.”
Hakim zijn hart klopt ineens drie keer zo snel, maar lijkt ook tegelijk zeventien keer over te willen slaan. Hij knikt voorzichtig. De sterke hand van Joey in de zijne. Dat heeft hij hem nog nooit eerder bij iemand zien doen.
“Zolang we binnen de grenzen blijven die op de kaart staan, kan ons niks gebeurd worden. Je weet wat Lucia heeft gezegd. We blijven zo dicht bij de schuilplaats uit absolute voorzorg. Niet omdat er geen ruimte is. Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn, maar ben niet bang dat ons iets overkomt. Binnen de grenzen zijn we veilig.”
Maar als de pick-up eenmaal aankomt bij de supermarkt, merken Joey en Hakim meteen een probleem op. Het gebouw en de wijde omgeving lijken inderdaad totaal verlaten sinds de Grote Ellende, maar de grens loopt dwars door de supermarkt. Het gebouw is enorm, maar ze kunnen slechts een gedeelte echt veilig verkennen.
Joey zet de pick-up uit en de twee bewapenen zich uit voorzorg. De auto staat achterstevoren geparkeerd. De zonnepanelen op het dak kunnen zo opladen, maar het maakt het ook makkelijker om snel met twee personen zoveel mogelijk voorraad in te kunnen laden.
Al snel hebben Joey en Hakim gezien dat er ook in het gebouw geen teken van leven te vinden is. De geur van verrot voedsel blijft ze – dankzij hun gasmaskers – bespaard. Ze nemen de tijd om hun opties af te wegen, maar blijven keurig aan hun kant van de denkbeeldige grenslijn. Hakim is er nog steeds maar halfjes bij. Een deel van zijn brein is alleen maar bezig met Joey. Heel even dacht hij dat hij kon zien dat Joey ook gebruik maakte van zijn luier. Het stelt hem wat gerust.
Er is enige mazzel. Een hoop blikken met voedsel staan aan de goede kant. Hoewel de houdbaarheidsdatum in zicht komt, zou het allemaal nog eetbaar moeten zijn. De jongens besluiten niet te twijfelen en te beginnen met laden. Joey zorgt voor twee winkelwagentjes en al snel liggen deze vol met blikken. De rest zal daar alvast blij mee zijn.
“Toojin-bonen? Wat zijn toojin-bonen nou weer?”
“Volgens mij spreek je het uit als tuinbonen. We zullen vanzelf wel ontdekken hoe ze smaken”, legt Hakim uit.
Het is even doorwerken, maar het lukt de jongens om het hele schap leeg te halen. Blikken en potten vullen een groot deel van de laadbak van de pick-up. Hoewel het waarschijnlijk extra lawaai zal veroorzaken op de terugweg, is de missie voorlopig een succes.
“Wacht eens – is dat niet brandbaar?”, wijst Joey, zodra ze de supermarkt weer inlopen.
Hij wijst naar een gangpad dat gevuld is met grote plastic plakken vol met wc-papier. Het ligt nog net op de grens van de toegestane bewegingsruimte.
“Tu-waa-letpapier..”, leest Hakim voor. “Nog nooit van gehoord.”
“Papier.. dat is brandbaar, toch?”
Hakim knikt instemmend. Hij ziet ook een rek met allerlei kleine doosjes, die gevuld lijken te zijn met medicatie. Ook liggen er een paar verbandtrommels en wat verzorgingsproducten. Joey loopt intussen door.. precies tot op de grens.
“Het is lang geleden dat ik iemand zo blij heb zien kijken”, glimlacht Joey, terwijl hij naar een plastic verpakking wijst.
Een blije baby giechelt.
“Loe.. Lewie.. Wacht, zijn dit.. luiers?”, stamelt Hakim.
“Check gewoon.”
Joey scheurt een pak open en haalt één van de zogenaamde luiers eruit. Hij is zacht, wit, schattig en lijkt behoorlijk comfortabel. Geen wonder dat die baby zo gelukkig lijkt. Het lijkt in niks op de luiers die hun groep draagt. Die zijn veel dikker, steviger en hebben microchips.
“Raar..”, zucht Hakim. “Ik kan me zoiets helemaal niet herinneren van voor de Grote Ellende..”
“Ik ook niet”, bevestigt Joey. “Maar deze zijn zo klein dat we er toch niets mee kunnen.”
“Verbranden.. volgens mij fikken ze prima.”
“Dan laden we ze allemaal gewoon in. We hebben nog plaats. Als we slim zijn, dan proppen we ze tussen die blikken en potten. Dan maakt het allemaal niet zo’n kabaal.”
Hakim knikt instemmend. Hij werpt snel de relevante medicatie en EHBO-dozen in de winkelwagen. Joey blijft even staan en staart naar de luiers. Er is iets dat hem intrigeert. Bij het inladen valt het hem op dat de pakken soms groter zijn en ook de kinderen die er opstaan steeds ouder lijken te zijn. Nog even en misschien staat er dan wel iemand op die zo oud is als zij. Maar de twintig wordt niet gehaald.
“Daar staan er ook nog een paar..”, wijst Joey.
“Dat kan niet. Dan stappen we de cirkel uit.”
“Ja, maar kijk.. daar staat een groot mens op. Die kunnen we misschien wel zelf nog aan?”
Hakim twijfelt. Hij wil zich niet laten kennen.
“Ik probeer het gewoon. Het zijn maar vijf pakken. Als er iets gebeurt, dan zijn we zo buiten, oké?”
“Vooruit dan maar”, moppert Hakim.
Joey slikt even en stapt dan op zijn doel af. Meteen begint zijn horloge te piepen. Losse, luide piepjes. Hij pakt een verpakking en gooit hem naar Hakim. Dan nog één. Hakim propt ze zo snel als hij kan in een kar. De piepjes worden luider en langer. Drie.. De hoge toon dringt bijna zo diep door dat hun hele lichaam trilt. Vier.. Joey lijkt te verwachten dat zijn trommelvliezen zullen springen. Vijf.. snel grijpt hij het pak en springt hij terug binnen de cirkel.
Het laatste pak verdwijnt in de winkelwagen en het luide gepiep stopt meteen. Wantrouwig kijken Hakim en Joey de omgeving rond. Geen beweging. Geen teken van leven. Alles lijkt nog veilig.
Opgelucht laten de jongens na een aantal tellen hun schouders zakken. Zonder er echt bij na te denken pakt Joey Hakim even vast en geeft hem een stevige knuffel. Dat hebben ze toch maar mooi voor elkaar.
Anderhalf uur later komen Joey en Hakim inderdaad aan bij de bunker. De bovengrondse ingang ligt diep verstopt in wat men ooit een grot zou hebben genoemd. Bij het schaarse laatste daglicht, laden de jongens de lift helemaal vol met de buit van hun missie.
“Wie gaat er eerst naar beneden? Het lijkt er niet op dat we er allebei nog bij zullen passen”, vraagt Hakim.
“Ga jij anders de pick-up maar wegzetten. Je weet waar de verstopplek is, toch?”
Joey overhandigt de sleutels aan Hakim, die hem verbaasd aankijkt.
“Je laat nooit iemand in de pick-up rijden..”
“Jij redt je wel”, knipoogt Joey, terwijl hij zichzelf in de lift propt. Hij duwt op een knop en de grote deur begint langzaam met sluiten.
“En ik kan sneller uitladen dan jij.. geen zorgen, ik stuur hem zo snel mogelijk terug naar boven.”
Hakim glimlacht.
“Oh – je weet: de laatste moet verslag uitbrengen bij Lucia!”
“Nee, wacht! Ik wil ruilen!”
Te laat. De lift is al in beweging naar de werkelijke bunker. Hakim baalt en straalt tegelijk. Joey laat hem de pick-up besturen. Dat is een grote stap. Misschien is dat het wel waard om verslag aan Lucia te moeten uitbrengen..
Al snel is alles gelukt. De pick-up is naar de verstopplek gebracht. Hakim is daarna met de lift naar beneden gekomen, nadat hij de schuilplaats nog eens nagelopen is op mogelijke beveiligingsgevaren. Hij heeft – zo stoer als het maar kon – de sleutels naar Joey gegooid. Joey ving ze, gaf een duimpje en ging daarna verder met het uitladen van de nieuwe voorraad.
Dromerig stapt Hakim door naar het kantoor van Lucia. Het moet maar.
Joey wijst intussen een aantal van de anderen hoe ze de nieuwe spullen moeten inruimen. Hij grijpt zelf een paar pakken van die vreemde nieuwe luiers – inclusief één in die grote maat – en loopt naar een verlaten deel van het magazijn. Hij opent de verpakkingen en stapelt de luiers keurig één voor één op een plank. Elke maat keurig bij elkaar. Behalve de grootste. Eén verdwijnt er in zijn uniform.
Hakim zucht en klopt op de deur van het kantoor. Lucia roept hem om binnen te komen.
“Alles gelukt?”
“We hebben wat moeten improviseren, maar alles is goed gedaan.”
“Waarom heb ik dan een melding gekregen dat jullie over de grens zijn gegaan?”
Hakim staat even als verstijfd.
“De grens liep dwars door de supermarkt, Lucia. Het was bijna onmogelijk om te zien hoe hij precies liep. We hebben echt geprobeerd om ons er aan te houden, maar het was gewoon heel onduidelijk. De indeling van het gebouw was desoriënterend. Een cirkel zien tussen de rechte lijnen? Geef ons wat vertrouwen..”
“Mhm.. vooruit dan maar. Het lijkt erop dat jullie in elk geval genoeg hebben gevonden. Het zal het gevaar wel waard zin geweest?”
“Ja, het voedsel in de blikken en potten is nog goed, dus daarvan alleen al zouden we met zijn allen een half jaar vooruit moeten kunnen.”
Lucia knikt en lijkt zowaar onder de indruk.
“En brandbaar materiaal?”
“Tuwa.. toiletpapier? Daar hebben we heel veel van.”
“Perfect. Dat spul is hier toch nutteloos.”
“Ja, we hebben ook iets anders gevonden. Hele rare luiers. Superklein. Sommige dan. En die waren heel zacht en voelden best wel comfortabel.”
“Ach, die oude rotzooi. Goed dat jullie ze hebben laten staan.”
Hakim slikt opnieuw.
“Ehm.. we hebben die ook meegenomen. Allemaal.”
Lucia haar ogen worden zo groot als schoteltjes.
“Dat meen je toch niet serieus, hè?”
“Jawel.. hoezo?”
“Die dingen zijn levensgevaarlijk, Hakim!”
Hakim kan zich niet voorstellen hoe dingen die zo zacht zijn, zogenaamd ‘levensgevaarlijk’ zouden kunnen zijn.. maar Lucia houdt nu eenmaal van een beetje drama op z’n tijd.
“Nee, ik meen het Hakim!”
“Maar wij dragen hier toch ook allemaal de hele tijd een luier?”
“Ja, uit noodzaak! Om ons te beschermen tegen de Grote Ellende!”
Hakim staart Lucia stomverbaasd aan. De luiers zijn er met een reden? Hij – en de rest – weten niet beter dan dat iedereen nu eenmaal een luier draagt..
“Ik snap het niet..”
“Wat een verrassing”, zucht Lucia. “Mannen.. onze luiers zijn veel verder ontwikkeld dan die goedkope prut die je hebt meegenomen. Ze sluiten ons als het ware af, zodat ons.. lichaamsafval.. nooit in aanraking komt met de rest van de bunker. Daarom verschoon je jezelf in de Kribbe en wordt je volledig gedesinfecteerd bij elke nieuwe luier. Dat is niet voor je huid, maar uit veiligheid!”
“Is dat waarom onze luiers een chip hebben, en zo?”
“Ja, de AI die de Kribbe bestuurt zorgt ervoor dat de luiers compleet gereinigd worden voordat een mogelijke besmetting de ruimte kan verlaten.”
“En als we een oude luier zouden dragen, dan..?”
“Dan niks”, zucht Lucia. “Maar zodra iemand hem gebruikt, dan kan er op vrijwel elke plek in de bunker een besmetting ontstaan!”
Hakim kan het maar moeilijk bevatten. De bunker was juist bedoeld om de Grote Ellende ‘buiten’ te houden..
“Je moet ze zo snel mogelijk vernietigen, Hakim. Gooi ze in de oven en tel ze na. Voor mijn part schiet je iedereen die ermee loopt te kloten voor z’n .. naja.. kloten. We kunnen het risico niet lopen. Eén uitbraak en de Bunker is niet langer veilig!”
“Ik snap het..”, knikt Hakim.
“Schiet op dan!”
Intussen stapt Joey zijn kamer aan de andere kant van de Bunker binnen. Hij fluit een vrolijk deuntje en sluit de deur, die hij vervolgens op slot draait. Hij doet zijn uniform uit en gaat op bed zitten. De vreemde luier die hij uit het magazijn heeft gestolen. In de Kribbe is zijn eigen luier net verschoond, maar Joey heeft niet de bedoeling om deze om te houden.
Hij heeft het nog nooit eerder gedaan, maar weet wel degelijk hoe hij de beveiliging op zijn luier kan verbreken, zonder dat de microchip een signaal naar de Kribbe zal sturen. Het kan, maar het zal wel snel moeten.
Joey wrijft even over de vreemde, oude luier. Zo zacht. Hij is benieuwd of hij dadelijk net zo blij gaat zijn als die baby op de verpakking. Een glimlach. Hij kan niet wachten..
DE BUNKER
Hakim staart naar Joey via diens reflectie in de voorruit. De omgebouwde pick-up heeft veel moeite om de dichte bebossing te doorkruisen en Joey is dan ook volledig geconcentreerd op het garanderen van een veilige rit. Dit is wellicht het beste moment om het onopvallend te doen.
Voorzichtig laat Hakim de inhoud van zijn blaas in de dikke luier onder zijn uniform lopen. Joey en Hakim werken al langere tijd samen, dus het gebruiken van een luier is inmiddels geen bron van schaamte meer. Toch is het zo dat Joey zich er altijd aan ergert als teamgenoten hun luier al vlak na vertrek bevuilen. De luiers horen erbij – niemand weet echt beter – maar Joey heeft een hekel aan de vele dieren die deze geuren mogelijk kunnen oppikken.
Er is niemand die zich er normaal gesproken echt iets van aantrekt, maar Hakim wil dolgraag indruk op Joey blijven maken. Het is in hun leefsituatie – en tijdens hun missies – compleet onhandig, maar Hakim is smoorverliefd op hem. Al een tijdje heeft hij het vermoeden dat er wel eens soortgelijke gevoelens in de gedachten van Joey bestaan. Of dat klopt of niet – Hakim wil het niet verpesten. Maar deze keer is hij nog nerveuzer dan normaal.
De nachten beginnen kouder te worden en in hun schuilplaats is er altijd noodzaak aan extra materiaal dat verbrand kan worden. Het kappen van bomen duurt lang en is gevaarlijk gebleken. De aandacht van anderen werd te makkelijk getrokken. Daarom heeft Lucia – de huidige leider van de missie – besloten dat Hakim en Joey bij hoge uitzondering de voormalig bewoonde wereld in mogen trekken. Er ligt een supermarkt op het randje van de toegestane bewegingsruimte.
De supermarkt ‘zou verlaten moeten zijn’, zo gaf Lucia aan. Het feit dat er zoveel ruimte voor twijfel werd gelaten heeft Hakim zijn zenuwen met behoorlijk enthousiasme op weten te roepen. Er is geen enkele manier om te voorspellen wat ze er tegen zullen komen. Vandaar dat zijn blaas zo opspeelt. Zelfs als hij voor vertrek zijn vorige luier nog eens gebruikt had, zou dit moment er zijn gekomen.
Joey merkt intussen dat Hakim met zijn gedachten ergens anders zit. De zenuwen zijn zo’n beetje voelbaar voor alles in een straal van twintig kilometer. Sussend legt hij zijn hand even op die van Hakim.
“Maak je geen zorgen. Er is geen reden om aan te nemen dat de supermarkt onveilig is. We zijn getraind.”
Hakim zijn hart klopt ineens drie keer zo snel, maar lijkt ook tegelijk zeventien keer over te willen slaan. Hij knikt voorzichtig. De sterke hand van Joey in de zijne. Dat heeft hij hem nog nooit eerder bij iemand zien doen.
“Zolang we binnen de grenzen blijven die op de kaart staan, kan ons niks gebeurd worden. Je weet wat Lucia heeft gezegd. We blijven zo dicht bij de schuilplaats uit absolute voorzorg. Niet omdat er geen ruimte is. Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn, maar ben niet bang dat ons iets overkomt. Binnen de grenzen zijn we veilig.”
Maar als de pick-up eenmaal aankomt bij de supermarkt, merken Joey en Hakim meteen een probleem op. Het gebouw en de wijde omgeving lijken inderdaad totaal verlaten sinds de Grote Ellende, maar de grens loopt dwars door de supermarkt. Het gebouw is enorm, maar ze kunnen slechts een gedeelte echt veilig verkennen.
Joey zet de pick-up uit en de twee bewapenen zich uit voorzorg. De auto staat achterstevoren geparkeerd. De zonnepanelen op het dak kunnen zo opladen, maar het maakt het ook makkelijker om snel met twee personen zoveel mogelijk voorraad in te kunnen laden.
Al snel hebben Joey en Hakim gezien dat er ook in het gebouw geen teken van leven te vinden is. De geur van verrot voedsel blijft ze – dankzij hun gasmaskers – bespaard. Ze nemen de tijd om hun opties af te wegen, maar blijven keurig aan hun kant van de denkbeeldige grenslijn. Hakim is er nog steeds maar halfjes bij. Een deel van zijn brein is alleen maar bezig met Joey. Heel even dacht hij dat hij kon zien dat Joey ook gebruik maakte van zijn luier. Het stelt hem wat gerust.
Er is enige mazzel. Een hoop blikken met voedsel staan aan de goede kant. Hoewel de houdbaarheidsdatum in zicht komt, zou het allemaal nog eetbaar moeten zijn. De jongens besluiten niet te twijfelen en te beginnen met laden. Joey zorgt voor twee winkelwagentjes en al snel liggen deze vol met blikken. De rest zal daar alvast blij mee zijn.
“Toojin-bonen? Wat zijn toojin-bonen nou weer?”
“Volgens mij spreek je het uit als tuinbonen. We zullen vanzelf wel ontdekken hoe ze smaken”, legt Hakim uit.
Het is even doorwerken, maar het lukt de jongens om het hele schap leeg te halen. Blikken en potten vullen een groot deel van de laadbak van de pick-up. Hoewel het waarschijnlijk extra lawaai zal veroorzaken op de terugweg, is de missie voorlopig een succes.
“Wacht eens – is dat niet brandbaar?”, wijst Joey, zodra ze de supermarkt weer inlopen.
Hij wijst naar een gangpad dat gevuld is met grote plastic plakken vol met wc-papier. Het ligt nog net op de grens van de toegestane bewegingsruimte.
“Tu-waa-letpapier..”, leest Hakim voor. “Nog nooit van gehoord.”
“Papier.. dat is brandbaar, toch?”
Hakim knikt instemmend. Hij ziet ook een rek met allerlei kleine doosjes, die gevuld lijken te zijn met medicatie. Ook liggen er een paar verbandtrommels en wat verzorgingsproducten. Joey loopt intussen door.. precies tot op de grens.
“Het is lang geleden dat ik iemand zo blij heb zien kijken”, glimlacht Joey, terwijl hij naar een plastic verpakking wijst.
Een blije baby giechelt.
“Loe.. Lewie.. Wacht, zijn dit.. luiers?”, stamelt Hakim.
“Check gewoon.”
Joey scheurt een pak open en haalt één van de zogenaamde luiers eruit. Hij is zacht, wit, schattig en lijkt behoorlijk comfortabel. Geen wonder dat die baby zo gelukkig lijkt. Het lijkt in niks op de luiers die hun groep draagt. Die zijn veel dikker, steviger en hebben microchips.
“Raar..”, zucht Hakim. “Ik kan me zoiets helemaal niet herinneren van voor de Grote Ellende..”
“Ik ook niet”, bevestigt Joey. “Maar deze zijn zo klein dat we er toch niets mee kunnen.”
“Verbranden.. volgens mij fikken ze prima.”
“Dan laden we ze allemaal gewoon in. We hebben nog plaats. Als we slim zijn, dan proppen we ze tussen die blikken en potten. Dan maakt het allemaal niet zo’n kabaal.”
Hakim knikt instemmend. Hij werpt snel de relevante medicatie en EHBO-dozen in de winkelwagen. Joey blijft even staan en staart naar de luiers. Er is iets dat hem intrigeert. Bij het inladen valt het hem op dat de pakken soms groter zijn en ook de kinderen die er opstaan steeds ouder lijken te zijn. Nog even en misschien staat er dan wel iemand op die zo oud is als zij. Maar de twintig wordt niet gehaald.
“Daar staan er ook nog een paar..”, wijst Joey.
“Dat kan niet. Dan stappen we de cirkel uit.”
“Ja, maar kijk.. daar staat een groot mens op. Die kunnen we misschien wel zelf nog aan?”
Hakim twijfelt. Hij wil zich niet laten kennen.
“Ik probeer het gewoon. Het zijn maar vijf pakken. Als er iets gebeurt, dan zijn we zo buiten, oké?”
“Vooruit dan maar”, moppert Hakim.
Joey slikt even en stapt dan op zijn doel af. Meteen begint zijn horloge te piepen. Losse, luide piepjes. Hij pakt een verpakking en gooit hem naar Hakim. Dan nog één. Hakim propt ze zo snel als hij kan in een kar. De piepjes worden luider en langer. Drie.. De hoge toon dringt bijna zo diep door dat hun hele lichaam trilt. Vier.. Joey lijkt te verwachten dat zijn trommelvliezen zullen springen. Vijf.. snel grijpt hij het pak en springt hij terug binnen de cirkel.
Het laatste pak verdwijnt in de winkelwagen en het luide gepiep stopt meteen. Wantrouwig kijken Hakim en Joey de omgeving rond. Geen beweging. Geen teken van leven. Alles lijkt nog veilig.
Opgelucht laten de jongens na een aantal tellen hun schouders zakken. Zonder er echt bij na te denken pakt Joey Hakim even vast en geeft hem een stevige knuffel. Dat hebben ze toch maar mooi voor elkaar.
Anderhalf uur later komen Joey en Hakim inderdaad aan bij de bunker. De bovengrondse ingang ligt diep verstopt in wat men ooit een grot zou hebben genoemd. Bij het schaarse laatste daglicht, laden de jongens de lift helemaal vol met de buit van hun missie.
“Wie gaat er eerst naar beneden? Het lijkt er niet op dat we er allebei nog bij zullen passen”, vraagt Hakim.
“Ga jij anders de pick-up maar wegzetten. Je weet waar de verstopplek is, toch?”
Joey overhandigt de sleutels aan Hakim, die hem verbaasd aankijkt.
“Je laat nooit iemand in de pick-up rijden..”
“Jij redt je wel”, knipoogt Joey, terwijl hij zichzelf in de lift propt. Hij duwt op een knop en de grote deur begint langzaam met sluiten.
“En ik kan sneller uitladen dan jij.. geen zorgen, ik stuur hem zo snel mogelijk terug naar boven.”
Hakim glimlacht.
“Oh – je weet: de laatste moet verslag uitbrengen bij Lucia!”
“Nee, wacht! Ik wil ruilen!”
Te laat. De lift is al in beweging naar de werkelijke bunker. Hakim baalt en straalt tegelijk. Joey laat hem de pick-up besturen. Dat is een grote stap. Misschien is dat het wel waard om verslag aan Lucia te moeten uitbrengen..
Al snel is alles gelukt. De pick-up is naar de verstopplek gebracht. Hakim is daarna met de lift naar beneden gekomen, nadat hij de schuilplaats nog eens nagelopen is op mogelijke beveiligingsgevaren. Hij heeft – zo stoer als het maar kon – de sleutels naar Joey gegooid. Joey ving ze, gaf een duimpje en ging daarna verder met het uitladen van de nieuwe voorraad.
Dromerig stapt Hakim door naar het kantoor van Lucia. Het moet maar.
Joey wijst intussen een aantal van de anderen hoe ze de nieuwe spullen moeten inruimen. Hij grijpt zelf een paar pakken van die vreemde nieuwe luiers – inclusief één in die grote maat – en loopt naar een verlaten deel van het magazijn. Hij opent de verpakkingen en stapelt de luiers keurig één voor één op een plank. Elke maat keurig bij elkaar. Behalve de grootste. Eén verdwijnt er in zijn uniform.
Hakim zucht en klopt op de deur van het kantoor. Lucia roept hem om binnen te komen.
“Alles gelukt?”
“We hebben wat moeten improviseren, maar alles is goed gedaan.”
“Waarom heb ik dan een melding gekregen dat jullie over de grens zijn gegaan?”
Hakim staat even als verstijfd.
“De grens liep dwars door de supermarkt, Lucia. Het was bijna onmogelijk om te zien hoe hij precies liep. We hebben echt geprobeerd om ons er aan te houden, maar het was gewoon heel onduidelijk. De indeling van het gebouw was desoriënterend. Een cirkel zien tussen de rechte lijnen? Geef ons wat vertrouwen..”
“Mhm.. vooruit dan maar. Het lijkt erop dat jullie in elk geval genoeg hebben gevonden. Het zal het gevaar wel waard zin geweest?”
“Ja, het voedsel in de blikken en potten is nog goed, dus daarvan alleen al zouden we met zijn allen een half jaar vooruit moeten kunnen.”
Lucia knikt en lijkt zowaar onder de indruk.
“En brandbaar materiaal?”
“Tuwa.. toiletpapier? Daar hebben we heel veel van.”
“Perfect. Dat spul is hier toch nutteloos.”
“Ja, we hebben ook iets anders gevonden. Hele rare luiers. Superklein. Sommige dan. En die waren heel zacht en voelden best wel comfortabel.”
“Ach, die oude rotzooi. Goed dat jullie ze hebben laten staan.”
Hakim slikt opnieuw.
“Ehm.. we hebben die ook meegenomen. Allemaal.”
Lucia haar ogen worden zo groot als schoteltjes.
“Dat meen je toch niet serieus, hè?”
“Jawel.. hoezo?”
“Die dingen zijn levensgevaarlijk, Hakim!”
Hakim kan zich niet voorstellen hoe dingen die zo zacht zijn, zogenaamd ‘levensgevaarlijk’ zouden kunnen zijn.. maar Lucia houdt nu eenmaal van een beetje drama op z’n tijd.
“Nee, ik meen het Hakim!”
“Maar wij dragen hier toch ook allemaal de hele tijd een luier?”
“Ja, uit noodzaak! Om ons te beschermen tegen de Grote Ellende!”
Hakim staart Lucia stomverbaasd aan. De luiers zijn er met een reden? Hij – en de rest – weten niet beter dan dat iedereen nu eenmaal een luier draagt..
“Ik snap het niet..”
“Wat een verrassing”, zucht Lucia. “Mannen.. onze luiers zijn veel verder ontwikkeld dan die goedkope prut die je hebt meegenomen. Ze sluiten ons als het ware af, zodat ons.. lichaamsafval.. nooit in aanraking komt met de rest van de bunker. Daarom verschoon je jezelf in de Kribbe en wordt je volledig gedesinfecteerd bij elke nieuwe luier. Dat is niet voor je huid, maar uit veiligheid!”
“Is dat waarom onze luiers een chip hebben, en zo?”
“Ja, de AI die de Kribbe bestuurt zorgt ervoor dat de luiers compleet gereinigd worden voordat een mogelijke besmetting de ruimte kan verlaten.”
“En als we een oude luier zouden dragen, dan..?”
“Dan niks”, zucht Lucia. “Maar zodra iemand hem gebruikt, dan kan er op vrijwel elke plek in de bunker een besmetting ontstaan!”
Hakim kan het maar moeilijk bevatten. De bunker was juist bedoeld om de Grote Ellende ‘buiten’ te houden..
“Je moet ze zo snel mogelijk vernietigen, Hakim. Gooi ze in de oven en tel ze na. Voor mijn part schiet je iedereen die ermee loopt te kloten voor z’n .. naja.. kloten. We kunnen het risico niet lopen. Eén uitbraak en de Bunker is niet langer veilig!”
“Ik snap het..”, knikt Hakim.
“Schiet op dan!”
Intussen stapt Joey zijn kamer aan de andere kant van de Bunker binnen. Hij fluit een vrolijk deuntje en sluit de deur, die hij vervolgens op slot draait. Hij doet zijn uniform uit en gaat op bed zitten. De vreemde luier die hij uit het magazijn heeft gestolen. In de Kribbe is zijn eigen luier net verschoond, maar Joey heeft niet de bedoeling om deze om te houden.
Hij heeft het nog nooit eerder gedaan, maar weet wel degelijk hoe hij de beveiliging op zijn luier kan verbreken, zonder dat de microchip een signaal naar de Kribbe zal sturen. Het kan, maar het zal wel snel moeten.
Joey wrijft even over de vreemde, oude luier. Zo zacht. Hij is benieuwd of hij dadelijk net zo blij gaat zijn als die baby op de verpakking. Een glimlach. Hij kan niet wachten..
