Nog niet klaar Shorts van Snake

Welke 2025-short vind je het leukst? (Max. 2 opties)

  • Eerlijk Ruilen

    Stemmen: 1 7,7%
  • Elastiek

    Stemmen: 0 0,0%
  • Voorwaarts op Mars

    Stemmen: 2 15,4%
  • Makkelijk Praten

    Stemmen: 1 7,7%
  • Game of Potties

    Stemmen: 0 0,0%
  • Cultuurschok

    Stemmen: 10 76,9%
  • Ellis in Wonderland

    Stemmen: 2 15,4%
  • Pitstop

    Stemmen: 4 30,8%
  • Kiki en Ko

    Stemmen: 2 15,4%
  • De Bunker

    Stemmen: 0 0,0%

  • Totaal stemmers
    13

Snakebite

Niet voeren!
Forumleiding
Er begint wat schot in de zaak te komen.. hier nog een not-so-short .. hoop dat het bevalt! :)


DE BUNKER

Hakim staart naar Joey via diens reflectie in de voorruit. De omgebouwde pick-up heeft veel moeite om de dichte bebossing te doorkruisen en Joey is dan ook volledig geconcentreerd op het garanderen van een veilige rit. Dit is wellicht het beste moment om het onopvallend te doen.

Voorzichtig laat Hakim de inhoud van zijn blaas in de dikke luier onder zijn uniform lopen. Joey en Hakim werken al langere tijd samen, dus het gebruiken van een luier is inmiddels geen bron van schaamte meer. Toch is het zo dat Joey zich er altijd aan ergert als teamgenoten hun luier al vlak na vertrek bevuilen. De luiers horen erbij – niemand weet echt beter – maar Joey heeft een hekel aan de vele dieren die deze geuren mogelijk kunnen oppikken.

Er is niemand die zich er normaal gesproken echt iets van aantrekt, maar Hakim wil dolgraag indruk op Joey blijven maken. Het is in hun leefsituatie – en tijdens hun missies – compleet onhandig, maar Hakim is smoorverliefd op hem. Al een tijdje heeft hij het vermoeden dat er wel eens soortgelijke gevoelens in de gedachten van Joey bestaan. Of dat klopt of niet – Hakim wil het niet verpesten. Maar deze keer is hij nog nerveuzer dan normaal.

De nachten beginnen kouder te worden en in hun schuilplaats is er altijd noodzaak aan extra materiaal dat verbrand kan worden. Het kappen van bomen duurt lang en is gevaarlijk gebleken. De aandacht van anderen werd te makkelijk getrokken. Daarom heeft Lucia – de huidige leider van de missie – besloten dat Hakim en Joey bij hoge uitzondering de voormalig bewoonde wereld in mogen trekken. Er ligt een supermarkt op het randje van de toegestane bewegingsruimte.

De supermarkt ‘zou verlaten moeten zijn’, zo gaf Lucia aan. Het feit dat er zoveel ruimte voor twijfel werd gelaten heeft Hakim zijn zenuwen met behoorlijk enthousiasme op weten te roepen. Er is geen enkele manier om te voorspellen wat ze er tegen zullen komen. Vandaar dat zijn blaas zo opspeelt. Zelfs als hij voor vertrek zijn vorige luier nog eens gebruikt had, zou dit moment er zijn gekomen.

Joey merkt intussen dat Hakim met zijn gedachten ergens anders zit. De zenuwen zijn zo’n beetje voelbaar voor alles in een straal van twintig kilometer. Sussend legt hij zijn hand even op die van Hakim.

“Maak je geen zorgen. Er is geen reden om aan te nemen dat de supermarkt onveilig is. We zijn getraind.”

Hakim zijn hart klopt ineens drie keer zo snel, maar lijkt ook tegelijk zeventien keer over te willen slaan. Hij knikt voorzichtig. De sterke hand van Joey in de zijne. Dat heeft hij hem nog nooit eerder bij iemand zien doen.

“Zolang we binnen de grenzen blijven die op de kaart staan, kan ons niks gebeurd worden. Je weet wat Lucia heeft gezegd. We blijven zo dicht bij de schuilplaats uit absolute voorzorg. Niet omdat er geen ruimte is. Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn, maar ben niet bang dat ons iets overkomt. Binnen de grenzen zijn we veilig.”

Maar als de pick-up eenmaal aankomt bij de supermarkt, merken Joey en Hakim meteen een probleem op. Het gebouw en de wijde omgeving lijken inderdaad totaal verlaten sinds de Grote Ellende, maar de grens loopt dwars door de supermarkt. Het gebouw is enorm, maar ze kunnen slechts een gedeelte echt veilig verkennen.

Joey zet de pick-up uit en de twee bewapenen zich uit voorzorg. De auto staat achterstevoren geparkeerd. De zonnepanelen op het dak kunnen zo opladen, maar het maakt het ook makkelijker om snel met twee personen zoveel mogelijk voorraad in te kunnen laden.

Al snel hebben Joey en Hakim gezien dat er ook in het gebouw geen teken van leven te vinden is. De geur van verrot voedsel blijft ze – dankzij hun gasmaskers – bespaard. Ze nemen de tijd om hun opties af te wegen, maar blijven keurig aan hun kant van de denkbeeldige grenslijn. Hakim is er nog steeds maar halfjes bij. Een deel van zijn brein is alleen maar bezig met Joey. Heel even dacht hij dat hij kon zien dat Joey ook gebruik maakte van zijn luier. Het stelt hem wat gerust.

Er is enige mazzel. Een hoop blikken met voedsel staan aan de goede kant. Hoewel de houdbaarheidsdatum in zicht komt, zou het allemaal nog eetbaar moeten zijn. De jongens besluiten niet te twijfelen en te beginnen met laden. Joey zorgt voor twee winkelwagentjes en al snel liggen deze vol met blikken. De rest zal daar alvast blij mee zijn.

“Toojin-bonen? Wat zijn toojin-bonen nou weer?”

“Volgens mij spreek je het uit als tuinbonen. We zullen vanzelf wel ontdekken hoe ze smaken”, legt Hakim uit.

Het is even doorwerken, maar het lukt de jongens om het hele schap leeg te halen. Blikken en potten vullen een groot deel van de laadbak van de pick-up. Hoewel het waarschijnlijk extra lawaai zal veroorzaken op de terugweg, is de missie voorlopig een succes.

“Wacht eens – is dat niet brandbaar?”, wijst Joey, zodra ze de supermarkt weer inlopen.

Hij wijst naar een gangpad dat gevuld is met grote plastic plakken vol met wc-papier. Het ligt nog net op de grens van de toegestane bewegingsruimte.

“Tu-waa-letpapier..”, leest Hakim voor. “Nog nooit van gehoord.”

“Papier.. dat is brandbaar, toch?”

Hakim knikt instemmend. Hij ziet ook een rek met allerlei kleine doosjes, die gevuld lijken te zijn met medicatie. Ook liggen er een paar verbandtrommels en wat verzorgingsproducten. Joey loopt intussen door.. precies tot op de grens.

“Het is lang geleden dat ik iemand zo blij heb zien kijken”, glimlacht Joey, terwijl hij naar een plastic verpakking wijst.

Een blije baby giechelt.

“Loe.. Lewie.. Wacht, zijn dit.. luiers?”, stamelt Hakim.

“Check gewoon.”

Joey scheurt een pak open en haalt één van de zogenaamde luiers eruit. Hij is zacht, wit, schattig en lijkt behoorlijk comfortabel. Geen wonder dat die baby zo gelukkig lijkt. Het lijkt in niks op de luiers die hun groep draagt. Die zijn veel dikker, steviger en hebben microchips.

“Raar..”, zucht Hakim. “Ik kan me zoiets helemaal niet herinneren van voor de Grote Ellende..”

“Ik ook niet”, bevestigt Joey. “Maar deze zijn zo klein dat we er toch niets mee kunnen.”

“Verbranden.. volgens mij fikken ze prima.”

“Dan laden we ze allemaal gewoon in. We hebben nog plaats. Als we slim zijn, dan proppen we ze tussen die blikken en potten. Dan maakt het allemaal niet zo’n kabaal.”

Hakim knikt instemmend. Hij werpt snel de relevante medicatie en EHBO-dozen in de winkelwagen. Joey blijft even staan en staart naar de luiers. Er is iets dat hem intrigeert. Bij het inladen valt het hem op dat de pakken soms groter zijn en ook de kinderen die er opstaan steeds ouder lijken te zijn. Nog even en misschien staat er dan wel iemand op die zo oud is als zij. Maar de twintig wordt niet gehaald.

“Daar staan er ook nog een paar..”, wijst Joey.

“Dat kan niet. Dan stappen we de cirkel uit.”

“Ja, maar kijk.. daar staat een groot mens op. Die kunnen we misschien wel zelf nog aan?”

Hakim twijfelt. Hij wil zich niet laten kennen.

“Ik probeer het gewoon. Het zijn maar vijf pakken. Als er iets gebeurt, dan zijn we zo buiten, oké?”

“Vooruit dan maar”, moppert Hakim.

Joey slikt even en stapt dan op zijn doel af. Meteen begint zijn horloge te piepen. Losse, luide piepjes. Hij pakt een verpakking en gooit hem naar Hakim. Dan nog één. Hakim propt ze zo snel als hij kan in een kar. De piepjes worden luider en langer. Drie.. De hoge toon dringt bijna zo diep door dat hun hele lichaam trilt. Vier.. Joey lijkt te verwachten dat zijn trommelvliezen zullen springen. Vijf.. snel grijpt hij het pak en springt hij terug binnen de cirkel.

Het laatste pak verdwijnt in de winkelwagen en het luide gepiep stopt meteen. Wantrouwig kijken Hakim en Joey de omgeving rond. Geen beweging. Geen teken van leven. Alles lijkt nog veilig.

Opgelucht laten de jongens na een aantal tellen hun schouders zakken. Zonder er echt bij na te denken pakt Joey Hakim even vast en geeft hem een stevige knuffel. Dat hebben ze toch maar mooi voor elkaar.

Anderhalf uur later komen Joey en Hakim inderdaad aan bij de bunker. De bovengrondse ingang ligt diep verstopt in wat men ooit een grot zou hebben genoemd. Bij het schaarse laatste daglicht, laden de jongens de lift helemaal vol met de buit van hun missie.

“Wie gaat er eerst naar beneden? Het lijkt er niet op dat we er allebei nog bij zullen passen”, vraagt Hakim.

“Ga jij anders de pick-up maar wegzetten. Je weet waar de verstopplek is, toch?”

Joey overhandigt de sleutels aan Hakim, die hem verbaasd aankijkt.

“Je laat nooit iemand in de pick-up rijden..”

“Jij redt je wel”, knipoogt Joey, terwijl hij zichzelf in de lift propt. Hij duwt op een knop en de grote deur begint langzaam met sluiten.

“En ik kan sneller uitladen dan jij.. geen zorgen, ik stuur hem zo snel mogelijk terug naar boven.”

Hakim glimlacht.

“Oh – je weet: de laatste moet verslag uitbrengen bij Lucia!”

“Nee, wacht! Ik wil ruilen!”

Te laat. De lift is al in beweging naar de werkelijke bunker. Hakim baalt en straalt tegelijk. Joey laat hem de pick-up besturen. Dat is een grote stap. Misschien is dat het wel waard om verslag aan Lucia te moeten uitbrengen..

Al snel is alles gelukt. De pick-up is naar de verstopplek gebracht. Hakim is daarna met de lift naar beneden gekomen, nadat hij de schuilplaats nog eens nagelopen is op mogelijke beveiligingsgevaren. Hij heeft – zo stoer als het maar kon – de sleutels naar Joey gegooid. Joey ving ze, gaf een duimpje en ging daarna verder met het uitladen van de nieuwe voorraad.

Dromerig stapt Hakim door naar het kantoor van Lucia. Het moet maar.

Joey wijst intussen een aantal van de anderen hoe ze de nieuwe spullen moeten inruimen. Hij grijpt zelf een paar pakken van die vreemde nieuwe luiers – inclusief één in die grote maat – en loopt naar een verlaten deel van het magazijn. Hij opent de verpakkingen en stapelt de luiers keurig één voor één op een plank. Elke maat keurig bij elkaar. Behalve de grootste. Eén verdwijnt er in zijn uniform.

Hakim zucht en klopt op de deur van het kantoor. Lucia roept hem om binnen te komen.

“Alles gelukt?”

“We hebben wat moeten improviseren, maar alles is goed gedaan.”

“Waarom heb ik dan een melding gekregen dat jullie over de grens zijn gegaan?”

Hakim staat even als verstijfd.

“De grens liep dwars door de supermarkt, Lucia. Het was bijna onmogelijk om te zien hoe hij precies liep. We hebben echt geprobeerd om ons er aan te houden, maar het was gewoon heel onduidelijk. De indeling van het gebouw was desoriënterend. Een cirkel zien tussen de rechte lijnen? Geef ons wat vertrouwen..”

“Mhm.. vooruit dan maar. Het lijkt erop dat jullie in elk geval genoeg hebben gevonden. Het zal het gevaar wel waard zin geweest?”

“Ja, het voedsel in de blikken en potten is nog goed, dus daarvan alleen al zouden we met zijn allen een half jaar vooruit moeten kunnen.”

Lucia knikt en lijkt zowaar onder de indruk.

“En brandbaar materiaal?”

“Tuwa.. toiletpapier? Daar hebben we heel veel van.”

“Perfect. Dat spul is hier toch nutteloos.”

“Ja, we hebben ook iets anders gevonden. Hele rare luiers. Superklein. Sommige dan. En die waren heel zacht en voelden best wel comfortabel.”

“Ach, die oude rotzooi. Goed dat jullie ze hebben laten staan.”

Hakim slikt opnieuw.

“Ehm.. we hebben die ook meegenomen. Allemaal.”

Lucia haar ogen worden zo groot als schoteltjes.

“Dat meen je toch niet serieus, hè?”

“Jawel.. hoezo?”

“Die dingen zijn levensgevaarlijk, Hakim!”

Hakim kan zich niet voorstellen hoe dingen die zo zacht zijn, zogenaamd ‘levensgevaarlijk’ zouden kunnen zijn.. maar Lucia houdt nu eenmaal van een beetje drama op z’n tijd.

“Nee, ik meen het Hakim!”

“Maar wij dragen hier toch ook allemaal de hele tijd een luier?”

“Ja, uit noodzaak! Om ons te beschermen tegen de Grote Ellende!”

Hakim staart Lucia stomverbaasd aan. De luiers zijn er met een reden? Hij – en de rest – weten niet beter dan dat iedereen nu eenmaal een luier draagt..

“Ik snap het niet..”

“Wat een verrassing”, zucht Lucia. “Mannen.. onze luiers zijn veel verder ontwikkeld dan die goedkope prut die je hebt meegenomen. Ze sluiten ons als het ware af, zodat ons.. lichaamsafval.. nooit in aanraking komt met de rest van de bunker. Daarom verschoon je jezelf in de Kribbe en wordt je volledig gedesinfecteerd bij elke nieuwe luier. Dat is niet voor je huid, maar uit veiligheid!”

“Is dat waarom onze luiers een chip hebben, en zo?”

“Ja, de AI die de Kribbe bestuurt zorgt ervoor dat de luiers compleet gereinigd worden voordat een mogelijke besmetting de ruimte kan verlaten.”

“En als we een oude luier zouden dragen, dan..?”

“Dan niks”, zucht Lucia. “Maar zodra iemand hem gebruikt, dan kan er op vrijwel elke plek in de bunker een besmetting ontstaan!”

Hakim kan het maar moeilijk bevatten. De bunker was juist bedoeld om de Grote Ellende ‘buiten’ te houden..

“Je moet ze zo snel mogelijk vernietigen, Hakim. Gooi ze in de oven en tel ze na. Voor mijn part schiet je iedereen die ermee loopt te kloten voor z’n .. naja.. kloten. We kunnen het risico niet lopen. Eén uitbraak en de Bunker is niet langer veilig!”

“Ik snap het..”, knikt Hakim.

“Schiet op dan!”




Intussen stapt Joey zijn kamer aan de andere kant van de Bunker binnen. Hij fluit een vrolijk deuntje en sluit de deur, die hij vervolgens op slot draait. Hij doet zijn uniform uit en gaat op bed zitten. De vreemde luier die hij uit het magazijn heeft gestolen. In de Kribbe is zijn eigen luier net verschoond, maar Joey heeft niet de bedoeling om deze om te houden.

Hij heeft het nog nooit eerder gedaan, maar weet wel degelijk hoe hij de beveiliging op zijn luier kan verbreken, zonder dat de microchip een signaal naar de Kribbe zal sturen. Het kan, maar het zal wel snel moeten.

Joey wrijft even over de vreemde, oude luier. Zo zacht. Hij is benieuwd of hij dadelijk net zo blij gaat zijn als die baby op de verpakking. Een glimlach. Hij kan niet wachten..
 

Snakebite

Niet voeren!
Forumleiding
Heerlijk geschreven weer. Leuke setting, beetje een apocalyptisch wereldbeeld. Nice!
Thanks! Apocalyptisch is het goede woord, maar ik wilde niet te diep op de oorzaak ingaan. Stel dat ik er ooit iets groters mee wil doen, dan is het wel zo handig om wat vraagtekens te laten. :)

Inmiddels bezig met een 'short' in het Harry Potter-universum. Had gedacht dat die iets vrolijker zou kunnen zijn, maar het enige interessante stukje daar is net na het laatste boek. Dus.. ook die is tegen een redelijk donkere achtergrond.. maar wel een leuk haakje kunnen vinden in de mythologie. :)
 

Snakebite

Niet voeren!
Forumleiding
Kleine disclaimer voor HP-stans: ik heb mijn best gedaan om de juiste vertalingen van de namen te vinden en gebruiken. Ik lees en kijk HP altijd in het Engels, dus er is een kans dat ik niet alles perfect vertaald heb. Just go with it. :)

GINNY

Op de eerste dag van het nieuwe schooljaar voelt alles altijd anders, maar deze keer is het zelfs nog anders dan anders. De eerstejaars zullen het verschil niet opmerken, maar voor Ginny Wezel en haar jaargenoten in de zevende is het overduidelijk. Niets in Zweinstein is nog zoals het ooit was.

Natuurlijk is het een andere ervaring om als laatstejaars door je school te struinen. Iedereen kijkt in zekere zin naar je op. Voor Ginny was dit al een tijdje zo, aangezien haar positie in het zwerkbalteam haar al een aantal jaar veel respect oplevert. Nu is het alleen maar sterker. Ginny zit niet alleen in haar zevende en laatste jaar, maar ze is één van de overlevenden van de Slag om Zweinstein.

In elke ruimte waar Ginny komt, voelt ze nog steeds de littekens van die zwarte dag. Hoewel ze Voldemort uiteindelijk hebben kunnen verslaan, heeft dat de nodige offers gekost. Het schoolgebouw is grotendeels hersteld, maar er is een soort vernietiging die je zelfs met magie niet zomaar kunt herstellen. Haar oudere broer Fred was één van de vele magiërs die hun leven hebben gegeven om het goede te laten overwinnen.

Als Ginny in haar slaapkamer komt, is ze opgelucht om te zien dat ze opnieuw is ingedeeld bij haar beste vriendinnen. Als er één ruimte is die je niet wilt delen met mensen die je niet mag, dan is het je slaapkamer wel. Bovendien zijn er inmiddels niet meer zoveel mensen waar Ginny echt een goede band mee heeft. Harry, Ron en Hermelien zijn met vlag en wimpel geslaagd en begonnen aan het nieuwe hoofdstuk in hun leven.

Natuurlijk heeft Ginny nog innig contact met Harry, haar vriendje. Toch hebben ze besloten dat het goed is om tijdens Ginny haar laatste jaar in Zweinstein wat ruimte te nemen. Harry wil onder geen omstandigheid een afleiding voor haar zijn. Ginny voelt daarnaast ook steeds meer druk om op haar eigen benen te willen staan. Niet langer het vierde wiel.. of iets dergelijks..

Dit jaar gaat het even alleen om Ginny zelf. Haar eigen verhaal.

Dat verhaal heeft in de eerste nacht al een vervelende wending voor Ginny in petto. Halverwege de nacht schrikt ze wakker uit een nare droom. Het zweet parelt van haar voorhoofd en langs haar rug. In haar droom werd ze teruggebracht naar die vreselijke dag. De Slag om Zweinstein. Waarschijnlijk is haar onderbewustzijn nu pas begonnen aan het verwerken van al die traumatische momenten.

Het gevecht met Bellatrix. Dat ene moment, waarop Ginny – geheel willekeurig – een spreuk ter bescherming uitsprak en daarmee een dodelijke vloek afweerde. Tot op de dag van vandaag begrijpt ze niet hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen. Er was geen moment waarop ze de doodsspreuk aan zag komen en als ze een halve seconde later was geweest..

Het was een soort primitief instinct.. iets diep in haarzelf dat Ginny op dat moment redde.

De beelden van haar moeder, daarna in gevecht met Bellatrix op leven en dood. Ja, haar moeder won, maar het waren doodsbenauwde momenten voor Ginny. Nog steeds onder de indruk van het moment waarop ze er zelf bijna geweest was, kon ze niets anders dan toekijken.

Of iets later op die dag – de dood van Harry. Of in elk geval, het moment waarop Ginny en alle anderen dachten dat het zo was. Misschien was het ook wel zo. Niemand begrijpt nog precies hoe het zit, ook al doen ze nog zo grandioos alsof het wel zo is.

Werkelijk alles kwam naar boven geborreld in deze nachtmerrie. Ginny heeft ze nooit eerder gehad, ook niet als kind. Waarschijnlijk komt het gewoon omdat ze voor het eerst weer op die plek is. De plek waar het allemaal gebeurd is. Waar ze haar broer verloor, en bijna nog veel meer dan alleen hem..

Ginny gaat rechtop zitten en kijkt stilletjes de kamer rond. Parvati en Belinda slapen nog. Niets aan de hand. Dat nieuwe meisje – hun vierde kamergenoot – is ook niet meer wakker. Ginny zweert dat ze die Indra ergens van herkent, maar ze kan het niet thuisbrengen. Hoe dan ook. Er is niemand die haar moment van zwakte heeft kunnen bewonderen..

Dan beseft Ginny dat het altijd nog veel erger kan. Zodra ze haar dekbed openslaat, ontdekt ze de grote, natte vlek pas. Haar pyjamabroek, haar dekbed, haar matras.. alles lijkt doorweekt. Ginny beseft dat ze in bed heeft geplast, ongetwijfeld door die nachtmerrie.

Ze kan wel janken..

Voorzichtig trekt Ginny haar staf van onder haar kussen. Zo stil als ze maar kan gebruikt ze een spreuk om alles droog te krijgen. Ze wacht een paar tellen, maar de spreuk werkt niet. Een herstelspreuk dan? Ook die werkt niet. Gefrustreerd probeert Ginny een terugdraaispreuk, maar ook deze sorteert geen enkel resultaat. Wat is hier aan de hand? Droomt ze soms nog steeds?

Bijna wanhopig probeert Ginny een spreuk tegen de doordringende geur van het ongelukje dat ze zo dringend wil verbergen. Uit het niets lijkt er een klein vlaagje wind door de slaapkamer te ontstaan, die vluchtige, bloemige tonen met zich meebrengt.

“Gelukkig..”, fluistert Ginny.

Blijkbaar kan ze nog altijd toveren. Het zijn gewoon bepaalde spreuken die niet mee willen werken. Zou ze misschien gewoon wat roestig zijn? Met een beetje creativiteit lukt het Ginny uiteindelijk om een onzichtbare bubbel om haar bed heen te creëren, waarbinnen ze haar bed en pyjama kan verschonen zonder dat iemand op kan schrikken van het geluid.

Ginny is blij dat ze tijdens de zomervakantie was extra zakgeld had voor nieuwe pyjama’s. Op deze manier zou ze er wel erg snel doorheen raken. Ze draait de matras om en maakt het bed op. Het natte wasgoed verstopt ze uiteindelijk in een tas. Na even twijfelen besluit Ginny wat ze kan doen om het probleem voor nu geheim te houden.

Diep in haar bagage vindt Ginny wat ze nodig heeft. De onzichtbaarheidsmantel die Harry haar heeft meegegeven komt meteen al goed van pas. Ginny slaat de mantel om, pakt de tas met natte was stevig bij zich en vertrekt muisstil uit de slaapkamer.

De Kamer van Hoge Nood..

“Wat een toepasselijke naam”, bromt Ginny, terwijl ze stilletjes door de gangen van het kasteel dwaalt.

Ron was nog zo bang dat de kamer na de Slag om Zweinstein onbruikbaar zou zijn geworden, maar een dag later was al duidelijk dat alles gewoon in orde was. Sommige magie kun je niet zomaar vernietigen, in tegenstelling tot Ginny’s eigen kunsten.. zo blijkt maar weer.

Zo snel als ze kan baant Ginny zich een weg naar de Kamer van Hoge Nood. Ze weet simpelweg niet waar ze met de natte was naartoe moet. Er is geen manier om het met de hand te wassen, aangezien Ginny zelf de materialen niet heeft. Zelfs als die in Zweinstein aanwezig zouden zijn, dan nog zou Ginny niet weten waar ze die kan vinden. Tot ze haar problemen heeft opgelost, zal de Kamer haar moeten helpen om het bewijs te verstoppen.

Het kan niet anders. Ginny beseft maar al te goed dat als ze de zooi op de slaapkamer zou proberen te verstoppen, dat haar kamergenoten de stank binnen de kortste keren zullen oppikken. Het is slechts een tijdelijke oplossing, maar wellicht koopt het Ginny de tijd om uit te vogelen wat er precies met haar aan de hand is.

Nadat Ginny helemaal naar de zevende verdieping is geklommen, vindt ze al snel het portret van Barnabas de Onbenullige. Zoals altijd loopt ze er drie keer langs, terwijl ze zich focust op wat ze nodig heeft: de Rommelkamer. Het is één van vele gedaanten die de Kamer van Hoge Nood kan aannemen, en perfect geschikt om iets te verstoppen.

Geruisloos materialiseert de ingang van de Kamer. Ginny strekt een hand van onder de mantel vandaan en opent de deur met trillende vingers. Het was juist deze vorm – de Rommelkamer – die door het duivelsvuur werd vernietigd tijdens de Slag om Zweinstein. Opnieuw schieten er enkele beelden door haar gedachten en Ginny voelt haar knieën zwakker worden.

Toch zet ze door. De Rommelkamer is net zo gigantisch als Ginny zich kon herinneren van vóór de Slag. Het lijkt er niet op dat er iets is veranderd, afgezien van de vernietiging van één van Voldemort zijn Gruzelementen. Alle andere spullen voelen vertrouwd, ondanks dat ze zijn opgeslagen in een oceaan van chaos. De enige manier waarop je hier iets vindt, is als het ook echt de bedoeling is. Geen wonder..

Tijdens de eerste weken van het schooljaar raakt Ginny tegen wil en dank steeds bekender met de inrichting van de Rommelkamer. Hoewel het bedplassen niet elke nacht voorkomt, gebeurt het wel steeds vaker. Elke keer na een heftige nachtmerrie. Niets helpt om het te voorkomen. Ginny slaapt elke nacht met de mantel in haar armen, omdat ze zo Harry’s geur kan ruiken als ze in slaap valt. Maar zelfs dat stelt haar lichaam en geest blijkbaar niet gerust.

Beelden van het gevecht met Bellatrix, het duel van Harry en Voldemort, de ogenschijnlijke dood van Harry.. ze dringen zichzelf steeds vaker aan Ginny op. Soms begint zo’n droom kalm en ziet ze iemand die ze verloren heeft. Haar broer Fred, Perkamentus of zelfs professor Sneep. Elke keer zeggen ze plotseling hetzelfde.

“Er is er nog een..”

Uit het niets verschijnt Voldemort dan achter Ginny, met zijn vreselijke, kakelende lach. Een flits van licht lijkt alles over te nemen.. en dan wordt ze steeds wakker. Nat. Beschaamd. Amper in staat om haar sporen uit te wissen. Compleet machteloos.

Tijdens de lessen verloopt alles wonderwel goed. Ginny haar magie werkt daar wel perfect mee. Ook tijdens Zwerkbal gaat het goed, zowel bij de trainingen als tijdens wedstrijden. Ginny’s gedachten zijn natuurlijk altijd voor een deel afgeleid door haar nieuwe probleem, maar het lijkt zich alleen maar te manifesteren als het donker wordt.

Er is daarnaast niemand die Ginny met haar geheim durft te vertrouwen. Wat zouden ze wel niet denken? Ginny Wezel, één van de helden van de Slag.. aanvoerder van het Zwerkbalteam.. laatstejaars.. die in haar bed plast? Ginny is nooit een prater geweest – behalve als haar verliefdheid het overneemt – maar in dit geval KAN ze haar geheim niet delen, hoe graag ze ook zou willen. Haar sociale kring is maar beperkt en die wil ze niet riskeren.

Ginny heeft er vaak aan gedacht om Hermelien te schrijven en om hulp te vragen. Er is niemand die ze liever in vertrouwen zou nemen. Ten opzichte van Harry wil ze haar kwetsbaarheid niet laten zien. Maar ook Hermelien was een risico. Wat als Ginny’s broer Ron – en helaas Hermelien haar vriendje – de brief per ongeluk zou lezen? Het gepest zou nooit ophouden. Ron is een goede broer, maar hij heeft nog altijd de vervelende gewoonte om zijn kleine zusje op haar plek te willen zetten.

Dit zou zomaar de enige manier kunnen zijn waarop hem dat eens lukt..

Uiteindelijk behelpt Ginny zich met de Kamer. Vrijwel dagelijks maakt ze een geheime wandeling naar de zevende verdieping om daar te verstoppen wat ze niet wil dat er gevonden wordt. In een grote kist, diep in de Rommelkamer, is inmiddels zoveel beddengoed verstopt dat het bijna ongezond wordt. Gelukkig is de Rommelkamer zo groot en gevuld, dat Ginny nog jarenlang schoon beddengoed kan opduiken tussen de verstopte schatten. Het haalt wat druk van haar schouders, ook al lost dit het overkoepelende probleem natuurlijk niet op.

Aan het begin van de derde week veranderen de zaken. Ginny voelt zichzelf langzaam maar zeker zwakker worden. Soms lijkt ze wel een passagier in haar eigen lichaam. De nachtmerries blijven elke keer hetzelfde, maar lijken steeds intenser. Steeds vaker verdwijnen er fragmenten uit Ginny’s geheugen. Het is een staat van zijn die akelig bekend aanvoelt, maar die Ginny nog altijd niet kan verklaren. Ze heeft geen keuze meer.

In het midden van de nacht staat Ginny op – deze keer bewust – om een brief aan Hermelien te schrijven. Ginny stort haar hart uit en vraagt eindelijk om hulp. Het is duidelijk dat Ginny het probleem nu al niet kan oplossen, laat staan wat er gaat gebeuren als het steeds erger wordt. In alle stilte – en doodop – weet Ginny de brief via een uil de lucht in te krijgen.

Plotsklaps schrikt Ginny wakker. Het ene moment stond ze bij de uilen en nu ligt ze ineens tegen een muur op de zevende verdieping. Ginny heeft geen enkele herinnering aan hoe ze hier terecht is gekomen. Er was ook geen reden om richting de Kamer te gaan. Ze is opzettelijk wakker gebleven en dus is er geen nat beddengoed om te verstoppen.

Suf en voorzichtig probeert Ginny vervolgens op te staan. Ze leunt sterk tegen de muur om overeind te komen. De mantel zakt langzaam maar zeker op de grond, waardoor de grote vlek in Ginny’s pyjamabroek zichtbaar wordt. In het donker van de nacht kan Ginny het niet zien, maar de geur is onmiskenbaar. Het natte, plakkerige gevoel is haar de laatste weken maar al te bekend geworden.

Ginny kan niet meer. Tranen van wanhoop zwellen op in haar ogen, terwijl ze ook boosheid voelt. Vanuit zijn portret kijkt Barnabas de Onbenullige ongemakkelijk toe hoe Ginny verschillende keren op en neer beent om haar emoties weg te werken zonder dat anderen het mee kunnen krijgen.

“Ik wil dat het stopt..”, sist Ginny gefrustreerd, een mix van schreeuwen en fluisteren.

En dan nog eens.

“Ik wil dat het stopt..”

En nog eens..

“Ik wil dat het stopt!”

Uit het niets verschijnt de ingang naar de Kamer van Hoge Nood. Drie keer is genoeg, hoewel Ginny het nog honderd keer had kunnen uitkramen voordat ze dat gevoel van machteloosheid kwijt zou zijn geraakt. De Kamer luistert en levert. Het transformeert altijd in datgene wat je ervan nodig hebt. Ginny staart verbaasd naar de deur. Zou het? Zou de Kamer haar een oplossing kunnen bieden?

Hoopvol, maar tegelijkertijd voorzichtig, opent Ginny de deur en stapt ze de Kamer binnen. Ze heeft geen idee welke vorm die deze keer zal hebben aangenomen, aangezien ze niet specifiek om bijvoorbeeld de Rommelkamer heeft gevraagd.

Ginny is stomverbaasd door wat ze aantreft. De Kamer is klein en hoog geworden. Een enkel raam aan de bovenkant laat net genoeg maanlicht door om de spullen te kunnen zien die de Kamer voor haar heeft verzameld. Ginny ziet dezelfde kist, als waar ze normaal gesproken haar natte beddengoed in verstopt. Zo lijkt het althans, want het moet haast wel een replica zijn. Geen beddengoed, maar verschillende andere spullen zijn gebruikt om deze variant te vullen.

Een stapel luiers is hetgeen dat Ginny als eerste opvalt. Het is alsof de Kamer met haar spot. Als er nou één ding is dat ervoor zou zorgen dat Ginny zich een nog grotere loser, of kleuter, zou voelen.. dan zou het wel een luier zijn. Uit een soort nieuwsgierigheid die ramptoeristen ook moeten kennen, voelt Ginny zacht aan het dikke plastic. Een koude rilling loopt - synchroon met het gekraak - langs haar ruggengraat. Het lijkt alsof er twee stemmen in haar hoofd discussiëren. Eentje die de luiers absoluut niet wil..

..en een tweede die erkent dat Ginny waarschijnlijk geen echte keuze meer heeft.

Uiteindelijk komt Ginny tot een irritant compromis met zichzelf – ze neemt de luiers aan, maar wel uiterlijk tot ze van Hermelien hoort. Die zal vast een oplossing weten waardoor deze vernedering compleet onnodig zal blijken.

Dat de Kamer het enigszins goed met Ginny voor moet hebben, blijkt wel uit het feit dat er onder de stapel luiers ook een schone pyjama voor haar ligt. Ginny kleedt zich snel om en verstopt de luiers door de onzichtbaarheidsmantel er omheen te vouwen.

“Er is er nog een..”

Ginny schrikt op. De woorden schoten als uit het niets door haar gedachten. Ze klinken precies hetzelfde als in haar nachtmerries..

Als Ginny zich omdraait en opnieuw in de kist kijkt, ziet ze een boek. De kaft is donker. Ginny moet het oppakken en in het maanlicht houden om de titel te kunnen lezen.

“Nee..”

Geheimen van de Zwartste Kunsten. Ginny herkent de titel meteen. Ze weet van Harry, Ron en Hermelien dat dit het boek is waaruit Voldemort ooit heeft geleerd hoe hij zijn ziel kan splitsen. Iets dat hij verschillende keren heeft gedaan, waarna elk stukje ziel werd verbonden aan een voorwerp of persoon..

Ginny haar gedachten gaan meteen terug naar haar eerste schooljaar op Zweinstein. Het dagboek. Dat jaar heeft Ginny grotendeels doorgebracht met één van Voldemorts Gruzielementen in haar bezit. Of, ja, háár bezit.. het stukje van Voldemorts ziel kon via het dagboek een steeds groter bezit van Ginny nemen. Het zijn nu vooral enge herinneringen, maar het proces waar Ginny nu mee kampt voelt akelig gelijk aan die periode..

Maar dit kan niet door het dagboek komen. Harry heeft het uiteindelijk vernietigd. De eerste van alle Gruzielementen die uitgeschakeld was. De eerste van zeven.. waarna Voldemort eindelijk verslagen kon worden..

Opnieuw schieten er allerlei beelden door Ginny haar gedachten. De Slag om Zweinstein, Harry, het dagboek, Perkamentus, Sneep, de slang, haar bed..

Dan laat Ginny het boek vallen. Het is alsof de muren op haar afkomen. Alle lucht ontsnapt uit haar longen en de angst slaat haar om het hart..

“Voldemort leeft nog.. De Gruzielementen.. we hebben ze niet allemaal vernietigd..”, fluistert ze met een stille paniek in haar stem.

Ginny kan het niet geloven. Iedereen was er zo zeker van.. maar wat als ze het mis hadden? De woorden.. is dit wat ze betekenen?

“Er is er NOG een..”
 
Bovenaan