Het schrijven valt me nog niet mee, en die sterke pijnstillers helpen ook niet. Maar toch is hier een vervolg, en ik hoop dat iedereen het met plezier leest!
‘Pissebed’ in Thailand, deel 37
Toen Tante haar machtswoord sprak, stond de wereld even stil. De boze oom blijft als bevroren staan, met de rotan stok in zijn hand, klaar om Pichan af te ranselen. De stilte is om te snijden. Het enige wat je nog hoort is hoe het uit Pichans volgeplaste spijkerbroekje op de houten vloer van de veranda druppelt.
Tante kijkt in het rond. Het is wel duidelijk dat er zich iets heeft afgespeeld en dat de jongens daar een hoofdrol in hebben gespeeld. Loms khaki broekje is doorweekt van voren. De vrolijk gekleurde plasticbroekjes van Tan en Mak zijn ook nat en duidelijk zichtbaar vol geplast, met de nadruk op vol. Het klotst de jongens tussen hun magere, gebruinde jongensbenen. Tante trekt een wenkbrauw op als het haar opvalt dat de tweeling geen luierbroekje draagt.
Klahan en ik zijn de enigen van de jongens die nog droog zijn. Zo lijkt het tenminste, want alleen ik weet dat ik voor alle zekerheid – wetende wat voor spektakel zich zou ontvouwen – onder mijn spijkerbroek een plasticbroekje en een drynite aan heb. En dat ik wel degelijk nat ben.
In de consternatie merkte ik dat pas – te laat! – toen ik zag hoe de onmiskenbare natte vlek in Pichans spijkerbroekje groter en groter werd en de boze oom op hem af stormde. Dat is me lang niet meer gebeurd, spontaan in m’n broek plassen, denk ik bij mezelf.
Normaliter plas ik alleen nog maar in bed.
Geluk dat ik met vooruitziende blik een nachtluier en m’n plasticbroekje heb aangetrokken!
Eigenlijk vind ik het wel grappig dat ik weer eens ouderwets ‘in m’n broekje heb gepist’, zoals mijn moeder altijd zei. Ik heb het niet eens gemerkt.
Tante zegt iets in het Thai tegen de boze oom. Het klinkt niet vriendelijk, en ik versta het niet. De Thaise jongens wel, en ik zie Pichan breed glimlachen.
Dat is Tante kennelijk te veel van het goede. Kleine potjes, grote oren en zo.
Met een korte maar niet onvriendelijke handbeweging stuurt ze de jongens van de veranda af, en ik ga met hen mee.
In Pichans slaapkamer komen we bij elkaar.
Pichan schuift het laken en het dunne dekbed aan de kant, zodat het grote, roodbruine bedplaslaken open en bloot ligt. Geen slecht idee, omdat hij zijn volgeplaste spijkerbroekje nog aan heeft en met die natte broek op het bed neerploft. Tan en Mak in hun plasticbroekjes gaan ook op Pichans bed zitten en omdat ze geen luierbroekjes aan hebben, lekt het vrijwel meteen op het bedplaslaken. Beide jongens zitten in een groter wordende natte vlek op het bedplaslaken.
‘Nice puddles’, lacht Pichan als hij het ziet.
Niet erg, want daar is zo’n rubberen bedplaslaken voor!
Straks even afdoen met een vochtige doek en dan te drogen hangen op de veranda.
Daar hangt dat bedplaslaken wel vaker, samen met de plasticbroekjes, drogend in de warme wind.
“Net als vroeger bij ons thuis”, denk ik bij mezelf. Het was voor niemand een geheim dat – en hoe lang! – ik in bed bleef plassen.
Hielp niets als ik er wat van zei: “Dan hou je maar op met dat bedplassen!” was het standaard antwoord.
En dat is me tot op heden nog niet echt gelukt….
Anak wordt wakker en kijkt verbaasd om zich heen. Het hele circus met zijn boze vader is aan hem voorbij gegaan en hij heeft lekker uit kunnen slapen.
Hij heeft dan ook geen idee waarom Lom, Klahan, Pichan, Tan en Mak en zelfs mister teacher (dat ben ik dus) hier op dit tijdstip, de vorderende morgen, nog in de slaapkamer zijn.
Anak schuift zijn slaapzak naar zijn voeten.
Wij stellen met enige opluchting vast dat Anak niet in bed heeft geplast. Het sportbroekje waarin hij slaapt is nog net zo droog als toen hij gisteravond naar bed ging. Voor de zekerheid voelt hij even – ja, droog! – gaapt uitgebreid en wenst ons goedemorgen.
Tan en Mak springen overeind, maken een komische Thaise buiging naar de oudere jongen, waarbij hun plasticbroekjes opnieuw behoorlijk lekken. Zonder luierbroekje houdt een plasticbroekje niet veel binnen, tenzij het elastiek in de pijpjes onaangenaam strak zit. En dan nog!
Pichan vertelt kortweg wat er is voorgevallen. Anak schudt zijn hoofd als hij hoort hoe woedend zijn vader is geworden.
Helaas kent hij dat maar al te goed. Als hij weer in bed had geplast, werd hij er vaak genoeg het slachtoffer van.
Hij rilt. Klappen heeft hij genoeg gehad, ook met die rotan stok.
Gelukkig plast hij haast nooit meer in bed, in tegenstelling tot zijn neefjes!
Maar Tan en Mak krijgen geen straf voor het bedplassen. De ene oom is de andere niet!
We kunnen het niet verstaan, maar we horen wel Tante aan het woord, en af en toe wat weerwoord van de boze oom.
Even stijgt het volume tot wat naar een stevige ruzie klinkt, maar dat duurt niet lang.
Dan horen we hoe de deur van ooms slaapkamer wordt geopend en gesloten, en twintig minuten later weer.
De jongens kijken elkaar aan. Wat heeft dit allemaal te betekenen?
Tante komt de slaapkamer binnen en kijkt de kring van nieuwsgierig toekijkende jongens rond. Dan neemt ze het woord.
Er wordt hier niet meer geslagen, zegt ze. En toont de kapotte rotanstok, in tweeën gebroken.
De jongens lachen. En er wordt ook niet gestraft voor iets waar je niets aan kan doen, voegt ze er aan toe, en kijkt naar Anak.
“Ik heb” vervolgt ze op een serieuze toon, “als hoofd van de familie jullie oom en vader moeten straffen.
Het hoe gaat jullie verder niet aan, dat is een zaak voor volwassenen. Jullie zullen hem het komende jaar niet meer zien.
Anak mag hier blijven, als hij dat wil, tot zijn vader terug keert.
Die verblijft voorlopig, voor tien dagen, te beginnen vandaag, in Wat Pa Tam Wua, een bosklooster hier in het noorden.
Daarna zoek ik een andere plaats voor hem.
Ik ken verscheidene kloosters. Het zal hem goed doen. Hij komt hopelijk als een ander, gelukkiger en tevredener mens terug."
Wij zijn er stil van. Anak kijkt blij.
Ook Pichan vindt het leuk dat zijn neef voorlopig bij hen in zal wonen!
“Misschien word ik ook wel droog ‘s nachts, net als jij!” lacht hij.
"Maar liever niet!" zegt hij stilletjes in zichzelf.
Voordat Tante ons alleen laat om al deze ontwikkelingen te bepraten, richt ze zich nog even tot Lom.
“Tijd om een droge broek aan te trekken!” zegt ze streng, en kijkt afkeurend naar Loms korte en van voren volkomen volgeplaste khaki broekje.
We zouden het bijna vergeten: Tante heeft geen moeite met bedplassers, maar heeft een hekel aan natte broeken!
“En het lijkt mij dat er hier en daar een paar jongens dringend onder de douche moeten!” voegt ze er aan toe, maar met een glimlach.
Wij jongens hebben genoeg te bepraten, en dat doen we wat later ook, uitgebreid op de veranda, nu weer een vredig oord.
Het is nog steeds vroeg op de dag, maar wat is er veel gebeurd!
De boze oom is weg.
Voor Anak begint er een nieuw hoofdstuk.
Pichan heeft zijn korte groene glanzende sportbroekje aangetrokken en kijkt verwachtingsvol naar mij, of ik de hint vat.
Klahan en Lom gaan weer naar hun eigen huis.
Onze plasticbroekjes hangen traag wuivend in de lauwwarme wind.
Wordt vervolgd.