Pissebed’ in Thailand, deel 38
Ik weet wel zeker dat ik Tan en Mak ga missen. Die twee vrolijke tienerjongens die de afgelopen weken mijn kamer hebben gedeeld, gaan morgen weer naar huis. Het zal mijn nachtrust allicht wel ten goede komen.
Want de beide jongens praatten graag tot diep in de nacht, tot de slaap hen overmeesterde en hun gesprek in slaperig gemompelde brokken uitmondde, om dan helemaal stil te vallen. Ook het spontane ochtendritueel zal ik missen, want het is altijd weer vermakelijk te zien hoe de beide jongens, bedplassers net als ik, vergelijken wie het natste is in hun leuke oranje en blauwe plasticbroekjes.
Een ritueel wat er bijna altijd mee eindigt dat de jongens hun luierbroekjes met opzet nog eens doorweken.
Wat meestal meer is dan die luierbroekjes aan kunnen. Hoe meer plas er onder in hun plasticbroekjes blijft staan, hoe leuker de jongens het vinden!
Ze genoten van de warmte voorin en schaamden zich duidelijk niet voor het feit dat ze op hun veertiende nog elke nacht in bed plasten!
De eerste nacht hadden ze mij vragend aangekeken, of ik dit niet erg vond.
Nee, natuurlijk niet.
Als bedplasser wist ik er alles van, inclusief de leuke momenten. En die zijn er wel degelijk.
Al zijn die diep geheim voor ieder die geen bedplasser is of was….
Het is nog vroeg, en ik lig nog in bed. Ik kijk naar de ventilator aan het plafond, die rusteloos zijn rondjes draait. Nog slapen Tan en Mak.
Pichan is wel wakker en kijkt om de hoek van de deur, komt verder binnen als hij ziet dat ik wakker ben.
Hij groet mij met een hi-five en gaat op het voeteneind van mijn bed zitten.
Hij kijkt serieus, en dat is vast niet omdat ook hij nat is.
“Het is Anan”, zegt hij.
Anan maakt zich zorgen om zijn vader. Dat wij jongens het alleen maar over hem hebben als ‘de boze oom’ zit hem toch niet helemaal lekker.
Ondanks de vernederingen en de klappen die hij heeft gekregen, is hij toch loyaal aan zijn vader.
Zo zijn kinderen nou een keer.
Anan heeft Pichan verteld dat hij er over in zit wat Tante, als hoofd van de familie zeer invloedrijk, voor zijn vader in petto heeft.
Tante heeft al aangegeven dat de boze oom voorlopig niet in de schoot van de familie terug zal keren.
Anan is blij dat hij bij Pichan en Tante mag blijven logeren.
Zelfs aan mij lijkt hij zo langzamerhand te wennen, al blijft hij wat afstandelijk, zeker in vergelijking met zijn neefjes Tan en Mak.
Maar goed, dat is de aard van het beestje.
Anan is altijd al een beetje eenkennig geweest, heeft Pichan me verteld.
“Maar hij is een beste jongen hoor, heus!”
En dat geloof ik ook wel.
Oom zit kennelijk nu al een paar dagen in een klooster. Veel van Thaise kloosters weet ik niet, en Pichan evenmin.
We besluiten om het gewoon aan Tante te gaan vragen. Maar nu nog niet, het is nog veel te vroeg!
Eerst douchen, onze plasticbroekjes te drogen hangen, ontbijten.
Hoe vroeg het ook is, er komen al lekkere geuren uit de keuken! Daar krijgt een jongen trek van.
Pichan lacht en wrijft over zijn buik.
“Breakfast, yummie!” zegt hij, en verdwijnt weer in zijn kamertje. “Maybe Anan is awake too!”
Na het gezellige ontbijt, waarbij iedereen aanzit, deel ik onder vier ogen de zorgen van Pichan en mij met Tante.
Die zegt dat ze inmiddels al meer weet. Vanmiddag zal ze ons wat vertellen, zegt ze toe.
Als direct betrokkenen hebben we daar recht op, verklaart ze, en Anan zeker.
En zo zitten we die middag met z’n allen op de veranda. Ook de vader van Tan en Mak is er bij.
De enigen die ontbreken zijn Klahan en Lom. Maar al waren die er bij toen Tante ingreep, zij zijn geen familie.
Dat ben ik natuurlijk strikt genomen ook niet, en ik aarzel dan ook of ik wel bij die familiebespreking aanwezig wil of mag zijn.
Maar ik ben wel al weken, ja maanden, lang huisgenoot en de leraar van Pichan.
En als vanzelfsprekend nodigt Tante mij met een handgebaar op de veranda te komen en plaats te nemen.
Pichan komt naast mij zitten, Tan geeft mij een dikke knipoog, Mak zit naast Anan en houdt zich rustig.
Anan is sowieso rustig, ook al weet hij dat dit over zijn vader gaat.
Maar het gezag van Tante als hoofd van de familie is onaantastbaar en wordt door niemand in twijfel getrokken.
Uiteraard wordt het gesprek in het Thai gevoerd. Pichan biedt aan om te vertalen, maar Tante gebaart stilte.
En zelfs ikzelf ben er verbaasd over hoe veel ik inmiddels kan verstaan en volgen.
Er gaat niets boven volledige onderdompeling om een vreemde taal te leren!
Oom (vanzelfsprekend noemt Tante hem niet “de boze oom”, zoals wij jongens doen) is inmiddels een week in dat klooster, dat Tante voor hem uitgekozen had. Ze kent de abt persoonlijk, en dat maakte het makkelijker om Oom geplaatst te krijgen, ook al is in principe iedereen er welkom.
De meeste Thaise kloosters staan open voor een retraite, ook van bezoekers uit het westen.
Eerst moest hij tot rust komen. En uitspreken waar hij problemen mee had.
Tante verklaart dat oom eigenlijk altijd al een hekel aan kinderen heeft gehad.
Ze maken lawaai en zijn druk, laten overal speelgoed slingeren, maken rommel, luisteren niet en zijn ongezeglijk, eten slordig en smakken.
Baby's zijn helemaal vreselijk. Ze dragen luiers en stinken. En tegen de tijd dat ze uit de luiers zouden moeten zijn, blijken ze in bed te plassen.
Zelfs zijn eigen zoon hield het niet altijd droog, ‘s nachts. Dat is toch walgelijk, vindt oom!
Kinderen horen volgens hem een soort volwassenen in mini-formaat te zijn.
“Opzitten en pootjes geven dus” fluistert Pichan mij toe.
De vader van Tan en Mak schudt vol onbegrip zijn hoofd. Hij is juist blij met zijn speelse zoons!
Oom had meer problemen met kinderen. Netjes gekleed ook graag. Overhemd. Geen spijkerbroeken, geen korte broeken.
En al helemaal niet van die walgelijke plasticbroekjes. Die dingen zijn alleen maar gemaakt om ‘s nachts of overdag in te plassen.
Als oom zoiets ziet haat hij het al!
Baby's zijn erg, maar tieners zo mogelijk nog erger!
Daar helpt alleen maar een flinke straf, om ze wat manieren bij te brengen.
Een stevige rotan stok, dat is de juiste manier!
De abt heeft alles aangehoord. Met Tante overlegd.
En samen hebben ze een klooster uitgezocht, waar oom de komende maanden door zal brengen.
Als een ander mens terug zal keren, is de hoop.
Eerst zal hij kennis maken met de gevolgen van agressie, van pijn, van straf.
Hij zal, vertelt Tante, voor elke overtreding van de regels zelf straf krijgen.
Ja, met een rotanstok. Hard en lang.
Anan wordt bleek. Dat gunt hij zijn vader nou ook weer niet.
Maar tante stelt hem gerust. Deze fase duurt niet lang. Al hangt het er wel van af hoe oom reageert.
Het kán langer duren tot de volgende fase in wordt gezet.
Wie niet horen wil, moet voelen! Het had een spreuk van de boze oom zelf kunnen zijn.
Maar het is ons duidelijk dat oom bij die strenge monniken in dat andere klooster de ontvangende partij zal zijn…..
Wat die volgende fase dan wel inhoudt, wil Anan weten.
“Misschien moet hij zelf wel een luier om”, fluistert Pichan.
Maar Tante hoort het, en glimlacht naar Pichan.
“Zo ver ben je niet mis” zegt ze.
“Hij krijgt een heel nieuw leven. Hij moet opnieuw opgroeien, en dan tot een beter mens!”
Helemaal begrijpen doen we het nog niet.
Tot Tante verklaart:
“Dat nieuwe leven van hem begint uiteraard als zuigeling!”
Wordt vervolgd.