Nog niet klaar Peetoom

Hoe goed is dit verhaal?

  • 1

    Stemmen: 1 1,3%
  • 2

    Stemmen: 0 0,0%
  • 3

    Stemmen: 1 1,3%
  • 4

    Stemmen: 0 0,0%
  • 5

    Stemmen: 0 0,0%
  • 6

    Stemmen: 0 0,0%
  • 7

    Stemmen: 0 0,0%
  • 8

    Stemmen: 1 1,3%
  • 9

    Stemmen: 10 13,3%
  • 10

    Stemmen: 62 82,7%

  • Totaal stemmers
    75

Snakebite

Niet voeren!
Forumleiding
Hoofdstuk 91: Benauwd

“Dus het was een prettig gesprek?”, vraagt Max.

Hij zucht en puft behoorlijk terwijl we het meubilair in de riante woonkamer van het huis verschuiven. Ik mag dan roken, echter blijkt mijn conditie toch nog enigszins mee te vallen. Je hoeft het maar met de juiste persoon te vergelijken.

“Het was goed om eens met Tom te kunnen praten”, bevestig ik.

Inmiddels zijn we alweer twee dagen verder en ben ik de trotse bezitter van een identiteit. Niet langer dood-ish, niet langer vermist-ish, gewoon volledig terug. Nieuwe bankpas, oude rekening. De krabbel die ik eerder deze week onder het contract met de uitgeverij heb gezet is zowaar rechtsgeldig nu. Ideaal, aangezien ik het voorschot ieder moment kan ontvangen.

Niet dat het nodig is, besef ik maar al te goed. Geld uit de erfenis is er nog voldoende. In tegenstelling tot de legende heb ik nog lang niet alles opgerookt. Dan is er nog de grote voorraad cash, met dank aan mijn uitgelopen tripje naar Italië. De knaken zullen voorlopig het probleem niet zijn.

“Wat doet hij voor de kost? Anne praat eigenlijk nooit over hem.”

“Dat zal wel”, gooi ik argeloos uit.

Max laat zich op de zetel zakken, terwijl hij mij met een goedkeurend knikje richting de eetstoelen wijst. Vooruit dan maar. Het is de man die ervoor heeft gezorgd dat ik mijn zoontje kan ontmoeten. We moeten dan wel eerst zijn halve huis verbouwen om plaats te maken voor een binnenbarbecue. Je zou denken dat hij de halve stad heeft uitgenodigd.

“Ik snap er geen bal van”, begin ik, terwijl keukenstoel 1 verhuist.

“Het is duidelijk dat hij op de één of andere manier in de drugs zit. De hele straat stonk daar naar wiet, laat staan zijn eigen woning.”

“Triest genoeg komt dat meer voor dan je denkt. Dat schokt jou toch niet?”

“Dat niet. En begrijp me niet verkeerd. Het is een goede vent. Gebroken op zijn eigen manier, maar een goed hart. Ik ga niet oordelen over zijn uitspattingen.”

“Ik denk ook niet dat jij iemand bent die zou moeten oordelen over andermans uitspattingen”, lacht Max.

Ik kijk hem met een frons aan, terwijl stoelen 2 en 3 hun nieuwe plek vinden.

“Het is wel zo, jongen. Je hebt het zelf ook flink uitgehangen. Mijn stramme ledematen werken wellicht tegen, echter is mijn geheugen nog steeds dat van een jonge god.”

“Bacchus neem ik aan?”

“Hilarisch.”

“Het is niet zo zeer dat hij met wiet rommelt. Ik snap niet hoe hij dat kan doen, terwijl hij samenwoont met een agente. Kim of all people!”

“Wacht..”, denkt Max hardop.

“De oude partner van Marnix?”, help ik. “Niet iemand die ik ken als een regelbreker.”

“Dat is vreemd.”

“Vreemd is niet het woord dat ik in gedachte had. Verdacht klinkt beter.”

“Ben je de boel niet gewoon aan het overdenken, jongen?”

“Max, we weten allebei waar Luca al dat geld mee heeft verdiend. Drugs. Als Tom nog op de één of andere manier in die wereld zit, dan wil ik Anne daar niet in de buurt hebben.”

Ik verplaats stoel 4 en 5, terwijl ik Max de boel zie overdenken. Het gaat blijkbaar niet zo makkelijk, aan de zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd te zien.

“Waarom benoem je specifiek Anne?”

“Omdat zij het blijkbaar ook aardig kan uithangen. Laten we maar zeggen dat haar nieuwe favoriete oom niet zo goed is in het bewaren van geheimen.”

Max knikt begripvol en afgeleid.

Ik krijg een berichtje op mijn telefoon binnen. Het is van de uitgeverij. Of ik zo snel mogelijk langs kan komen. Waarom ook niet? Ik ben werk aan het doen dat niet geschikt is voor iemand die nog niet zo lang geleden dood-ish was.

“Moet gaan, sorry.”

“Maar we zijn pas halverwege!”, reageert Max, iets te overdreven naar mijn smaak.

“Ellen en haar nieuwe vriend kunnen morgen ook vast wel helpen. Het feestje gaat om de mensen, Max, niet om de inrichting.”

“Daar ben ik mooi klaar mee dan.”

Ik pak mijn jas en geef hem speels een zoen op zijn kalende hoofd.

Take care, ouwe. Ik zie je morgen.”

Hij gniffelt. Ik zie het niet.

Mijn hoofd is bij het volgende ritje dat ik in mijn huurauto kan maken. Het is even wachten tot mijn nieuw uitgezochte voertuig rijklaar is, dus in de tussentijd heb ik een Alfa te leen van de dealer. Eentje die ik kosteloos af kan trappen. Heerlijk. Ik stap in, doe de gordel om en zwaai nog even terug naar Max voordat ik start en wegrijd.

Even later parkeer ik de auto bij de uitgeverij, waar al snel duidelijk wordt dat er iets meer aan de hand is dan ik had vermoed. Brandweer en politie, nooit een goed voorteken. Sinds ik terug ben uit Italië krijg ik al kriebels bij het horen van een sirene. Dan heb ik het nog niet over situaties als deze. Jakkes.

Loïs, van Human Capital Dinges, staat met de politie te praten. Ik kijk snel of ik Kim tussen de dienders kan ontdekken, maar blijkbaar heeft zij deze klus mogen overslaan. Nieuwsgierig stap ik richting het gesprek om te zien of ik één en ander mee kan krijgen.

“Ah, je bent er..”, zucht Loïs zodra ze me ziet.

“In levende lijve”, reageer ik overdreven. “Dat blijft gek om te zeggen.”

Loïs rolt met haar ogen en stelt me voor aan de typische bromsnor die met haar in gesprek was.

“Meneer Volders? Er is zojuist een brandbom tegen de gevel van dit bedrijf gegooid. Er zijn gelukkig geen slachtoffers en de schade is minimaal. Heeft u enig idee wie dit gedaan zou kunnen hebben?”

“Is dat niet een vraag die ik aan u zou moeten stellen? Waarom zou ik dat moeten weten?”

Loïs laat me iets op haar tablet lezen.

“Dit kregen we vlak na de persverklaring binnen. Nog geen half uur nadat we aankondigen jouw boek uit te gaan geven. Drie minuten later stond de voordeur in brand.”

Ik kijk naar de anonieme e-mail met drie woorden. “Vlammen voor Volders”.

Dat kan niet missen. De Italianen. Luca mag dan vastzitten aan de andere kant van Europa, maar zijn oompa loompa’s zijn blijkbaar nog altijd productief. Flitsen van mijn hel in Italië schieten voorbij.

Ik beantwoord wat vragen, maar besluit mijzelf er zo snel mogelijk vanaf te maken. Het is blijkbaar nog altijd niet voorbij. Zodra ik een opening vind om te kunnen vertrekken, doe ik dat ook meteen. Pas bij het eerste rode stoplicht, neem ik de tijd om met trillende handen een sigaret aan te steken. Als ik bij Casa Blanca ben, blijf ik even in de auto zitten om mijzelf tot kalmte te manen.

“Er is geen enkel bewijs dat zij het zijn”, rationaliseer ik. “Ik bedoel, wat willen ze nog van me?”

Maar wie dan?

Een ambulance die met veel kabaal en zwaailichten door de straat scheurt, trekt me uit mijn gedachten. De ademhalingsoefeningen die Suki me heeft geleerd helpen om wat kalmte te vinden. Eerst een plan en daarna is er nog altijd voldoende tijd voor paniek, besluit ik.

Als ik naar binnen stap, zie ik Anne en Eva op de bank hangen. Klef als altijd, giechelend om iets op Anne haar tablet. Business as usual, concludeer ik.

Suki is in de tuin, aan het mediteren voor de viooltjes of iets dergelijks. Ik moet echt eens beter naar haar luisteren. In elk geval lijkt er hier precies niets aan de hand. Snel vind ik mijn weg naar boven, waar ik check of de geheime voorraad cash nog altijd verstopt is. Zodra ik mij ervan heb verzekerd dat dit het geval is, durf ik los te laten.

Niet veel later zit ik achter mijn nieuwe laptop aan de keukentafel. Ik doe alsof ik werk aan het boek, maar in gedachte ben ik bij de aanslag op de uitgeverij. De kans dat Luca zijn gevolg nu al achter mij aan heeft gestuurd is klein, maar niet nihil. Het verklaart echter niet waarom ze mij dan niet persoonlijk zouden hebben aangepakt. Of zelfs maar zouden hebben bericht.

Als je iets van iemand wilt, dan zul je dat diegene toch op zijn minst moeten laten weten?

Even denk ik aan Marnix. Tom en Kim waren er heel duidelijk over: zij hebben hem ook niet meer gesproken sinds hij is vertrokken. Niemand weet waar hij precies uithangt. Wat hij zich in zijn hoofd haalt. Het zal toch niet?

Ineens staat Anne naast me en krijg ik wederom een tablet onder mijn neus geduwd.

“Mogen we deze bestellen?”, vraagt ze, opvallend beleefd.

Ik zie een stapel luiers op het scherm die zo felroze zijn dat het bijna onbeschoft is. Prinsesjes. Alles erop en eraan..

“We hebben toch net een hoop gekocht?”

“Ja, weet ik. Maar deze zijn.. anders. En de rest kunnen we toch aan Noor geven?”

“Ik weet niet of ze dat überhaupt wel wil. Bovendien.. ga eens even zitten.”

Zuchtend neemt Anne plaats op de stoel tegenover de mijne.

“Kun jij mij uitleggen waarom de politie met jou wil spreken?”

“Misschien willen ze iets leren?”

“Anne, ik meen het serieus. Ik was bij Tom en Kim vandaag en Kim gaf aan dat ze binnenkort met je in gesprek moet. Waar gaat dat over? Heeft dat met het blowen te maken?”

Anne haar wangen kleuren rood.

“Je hoeft het me niet uit te leggen”, ga ik verder. “Ik ben ook jong geweest en – ja – dat kan ik me nog herinneren. Even geen slimme opmerkingen over mijn leeftijd. Je bent slim genoeg om te weten hoe slecht dat spul is. Je maakt je eigen keuzes. Maar wat wil Kim?”

“Ik weet het echt niet”, fluistert Anne bedeesd.

“Er moet toch een reden zijn? Heb je iets uitgevreten?”

Anne schudt haar hoofd en ik krijg sterk het vermoeden dat ze echt niet weet wat er speelt.

“Als je iets te binnen schiet, dan kom je het me vertellen. Free pass. Geen preek, geen gedoe. Ik wil gewoon voorbereid zijn en zorgen dat er geen gezeik komt met de politie, oké?”

“Beloofd.”

Goed genoeg.

“En over die luiers: ik wil eerst dat je goed door de toetsweek komt. Ik heb je nog geen boek open zien slaan en daar ben ik bezorgd over. Als je daarna op overgaan staat, bestel je wat je wilt. Zelfs al is het zo belachelijk duur als dit, zeg..”

“Wie schattig wil zijn, moet pijn lijden”, glimlacht Anne.

“Gelukkig ben ik schattig geboren.”

“Ja, in 1912.”

Anne komt er goed mee weg, aangezien precies op dat moment mijn telefoon overgaat. Ik schrik op, aangezien ik een oproep van Loïs vrees. Zij is het echter niet. De woorden die een tijd geleden al door mijn hoofd spookten, worden werkelijkheid en slaan de grond onder mijn voeten vandaan.

“De dokter kan niets meer doen”, snikt de persoon aan de andere kant van lijn.
 

Snakebite

Niet voeren!
Forumleiding
Hoofdstuk 92: Max II

Zo snel als ik kan rijden zonder onnodige slachtoffers te maken volg ik de borden naar de parkeergarage. Ik zoek naar de borden en moet me uiteindelijk inhouden om niet dwars door de slagboom te rijden. Het is tenslotte een huurauto en de borg is betaald door een maffioso waarvan ik het niet hoogst noodzakelijk vind dat die hem ooit terugkrijgt. Afschrijvingen horen er nu eenmaal bij. Tergend traag wordt het kaartje geprint en ik gris hem nog net mee voordat ik met piepende banden naar binnen rijd.

Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat ik een vrije parkeerplek vind, die niet eigenlijk bedoeld is voor mensen die slecht ter been zijn. Ik overweeg meerdere keren een hinkje te faken, maar blijkbaar is mijn geweten alsnog te groot. Zodra ik een plek heb, sprint ik naar binnen.

De veertiende verdieping. Véértien. Dat je bij een ziekenhuis niet wegkomt met een zolderverdieping is me duidelijk, maar hoe lang kan een mens in de lift staan als het om een noodgeval gaat? De knoop in mijn maag lijkt bij elke passerende verdieping verder te groeien. Kan dat ding nou echt niet sneller? Zodra de deuren opengaan, sprint ik een paar anderen voorbij en zoek mijn weg naar de afdeling.

Eenmaal in gang loop ik bijna tegen Roos op. Haar betraande ogen vertellen slechts het halve verhaal.

“Waar is Max? Hoe gaat het met hem?”

“De dokter kan niets meer doen”, snikt ze. “Ze houden hem nog even hier, zodat we.. dat we..”

Ik sla mijn armen om de lieve vrouw en probeer niet te denken aan de woorden die deze zin af horen te maken. Dit kan toch niet waar zijn?

“Wat is er dan gebeurd? Hoe kan dat nou ineens?”

“Het is zijn hart.. ik kwam thuis en alles leek gewoon zoals normaal. Tien minuten later lag hij ineens op de grond..”

Ik vloek. De ambulance die langsreed toen ik bij Casa Blanca op de oprit stond..

“Ze hebben hem nog gereanimeerd, maar de dokter zegt dat hij te lang zonder zuurstof heeft gedaan. Er is niets meer dat ze kunnen doen.”

Ik wrijf zachtjes over haar rug. Verder voel ik mij compleet verlamd. Alles duizelt. Dit kan toch niet waar zijn? Max is als een vader voor me en ik ben er nog lang niet klaar voor om.. om dit te moeten doen..

We zouden morgen die stomme binnenbarbecue hebben.. hij keek er zo naar uit.. en nu dit..

“Kan ik iets doen.. iemand bellen? Gewoon.. iets?”

“Nee, jongen”, snikt ze, terwijl ze zich losmaakt uit mijn armen.

“De kinderen zijn gebeld. Ellen is onderweg en Erik komt ook. Hij was al onderweg vanaf Ameland.”

“Ik blijf bij je tot ze er zijn. Ik heb jullie zoon nog nooit ontmoet. Na al die tijd..”, besef ik hardop.

“Onze andere zoon”, reageert Roos. Ze klopt zachtjes op mijn borst. “Je weet heel goed hoe Max over je dacht. Dus denk er niet aan om te vertrekken.”

Ik knik.

“Ga anders maar even koffie halen”, zegt Roos. “Ze zijn nog wel even met hem bezig hier.”

Ik kijk naar de gesloten deur van de ziekenhuiskamer waar het straks allemaal gaat gebeuren. De kamer waar Max gaat sterven. Met knikkende knieën volg ik het verzoek van Roos op.

Er staat een kleine rij voor de koffieautomaat en ik voel me niet echt geroepen om een nummertje te trekken. Nog altijd versuft laat ik me op een stoeltje zakken. De wereld lijkt op mijn schouders te drukken. Ik laat mijn hoofd in mijn handen rusten en probeer te zoeken naar iets.. wat dan ook.. dat Max nog zou kunnen helpen.

Ik denk terug aan vanmorgen. Hoe heb ik het kunnen missen? De kortademigheid, de zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd. Ik had het moeten zien! Ik had iets moeten zien. Iets dat hem zou kunnen hebben gered. Hoe dom kan een mens zijn?

Met alle zelfbeheersing die ik nog heb – en dat is normaal al veel te weinig – praat ik mijzelf van het idee af om de wachtruimte kort en klein te slaan. Dit is zo verdomde oneerlijk! Ik ben net terug. Wij hadden nog zoveel meer tijd moeten hebben! Ik wil die tweeëneenhalf jaar terug. Nu!

Alles duizelt nog steeds als ik probeer op te staan. Ik treuzel bij het koffieapparaat en doe maar wat. Het gaat niet. Het is alsof ik alles ineens compleet.. vergeten ben.

Er stapt iemand binnen en ik draai me met een ruk om. Voor het eerst in lange tijd zie ik Ellen. Ze is net zo overstuur als ik. De blik in haar ogen trekt me terug naar de realiteit. Dit is echt. Dit gebeurt echt.

“Rick..”, stamelt ze.

Ellen kijkt alsof ze een geest heeft gezien. In haar wereld is dat natuurlijk ook zo. De bedoeling was dat we elkaar morgen op de barbecue weer zouden zien. Een prettige, misschien zelfs gezellige sfeer. Ik zou onze kleine Mick ontmoeten. Ongedwongen. Vrolijk. Het had een geweldig moment moeten zijn. Nu loopt het compleet anders.

Het kaartenhuis stort niet in. De tafel is er compleet onder vandaan geschopt.

De wereld staat even stil, terwijl onze ogen elkaar ontmoeten in deze slechtst denkbare situatie. Ik adem uit en stap op Ellen af. Een innige omhelzing volgt, vergezeld door nog meer tranen. Met wat bekertjes willekeurige koffie in de hand wijs ik haar daarna naar haar moeder.

Het blijkt dat Erik nog een half uurtje van het ziekenhuis verwijderd is en ik besluit dat ik die tijd mogelijk het beste benut door Chantal te bellen. Suki weet al min of meer wat er aan de hand is, maar het is belangrijk dat ze allebei precies weten wat er speelt. De kinderen moeten voorbereid worden op dat wat komen gaat.

Suki is begripvol en empathisch. Alsof ze precies weet hoe ze in deze situatie moet handelen. Het is niet voor het eerst dat ze me verbaasd met haar interpersoonlijke skills. Ze zal het Anne en Eva vertellen en ze daarna een beetje in het oog houden. Hoewel Eva Max nooit heeft gekend, kan het overlijden van iemand op zich al een trigger voor haar zijn.

Chantal is stomverbaasd als ik het haar vertel. Het had me eerder al de grootst mogelijke moeite gekost om haar te overtuigen om naar die barbecue te komen. Het trucje had gewerkt. Ze was het uiteindelijk zowaar met me eens dat het de beste manier zou zijn om Joni weer te kunnen zien, zonder dat de situatie te heftig wordt voor de kleine.

Noor zou ook komen en daarna voor het eerst blijven slapen in Casa Blanca. De puzzelstukjes waren nog niet allemaal gelegd, maar er leek zowaar eindelijk schot in de zaak. Nu dondert de boel maar weer eens in elkaar. We spreken af dat ze het Noor voorzichtig zal vertellen en inschat of het nodig is dat ik vanavond zelf langskom.

De regen slaat zachtjes tegen de ramen. Zelfs op de veertiende verdieping. Ik voel dat het moment is gekomen om afscheid te nemen. Er is geen weg meer terug. Het leven wint vandaag niet. Het leven verliest. Wij verliezen allemaal. Een man, een opa, een vader. In mijn geval gewoonweg een Max. De man die altijd voor me klaarstond. De beste bondgenoot die ik me ooit heb kunnen wensen.

Terwijl ik over de gang richting zijn kamer loop, herinner ik me het moment dat Joni net geboren was. De onmogelijk grote knuffel die hij bij zich had. Zijn kleine rondjes joggen, naar de frituur en terug. De wijze woorden. Al die wijze woorden..

Ik stap de kamer binnen en schud de hand van Erik. Stilletjes ga ik achter Roos staan en leg mijn hand op haar schouder. Max slaapt. Er rust een glimlach op zijn gezicht die haast ondeugend is. Tekenend. Ellen streelt zijn hand, terwijl we samen wachten op het onvermijdelijke.

Uren later kom ik pas thuis. Het is hartstikke donker, midden in de nacht. Het is doodstil in Casa Blanca. Niet zo gek, gezien het tijdstip. Ik doe het licht in de woonkamer aan en schrik als ik iets zie bewegen op de bank. Anne en Noor, allebei onder een dekentje genesteld, worden wakker.

“Noor?”

Ik stap op mijn meiden af en houd ze stevig vast. Waar ik had gedacht dat ik nu eindelijk even een stevig potje kon janken, vecht ik nu alsnog tegen de tranen.

“Weet Chantal dat je hier bent?”

“Ze heeft ze me zelf gebracht. Ik wilde persé komen.”

“We dachten allebei.. we maakten ons zorgen om je”, geeft Anne toe.

“Dat hoeft niet”, lieg ik.

“Dat hoeft bij jou altijd. Ga zitten. Ik maak koffie.”

Ik ga naast Noor op de bank zitten en sla een arm om haar heen. Ze kruipt terug onder het dekentje en slaat het gedeeltelijk ook over mij. Anne komt al gauw naast ons zitten. Ze zet een grote mok koffie voor me neer.

Dan pas zie ik het.

“Beste Rick van de wereld”

Prima. Als ze erop staan, dan jank ik wel.

“Ik dacht dat je er blij van zou worden”, zegt Noor bezorgd. “We hebben hem bewaard. Van vroeger.”

“Ik ben ook blij, lieverd”, snuif ik. “Let maar niet op mij.”

“Het is de leeftijd”, mompelt Anne, terwijl ze met haar rug tegen me aan komt zitten en mijn hand stevig vastpakt.

Even is het zoals vroeger. Ik hou de meiden stevig vast. Ze vallen al snel in slaap. Ik laat ze niet los tot de zon – na een tijdje – weer opkomt.
 

Snakebite

Niet voeren!
Forumleiding
Hoofdstuk 93: Max III

“Weet je zeker dat je zonder ons wilt gaan?”, vraagt Anne.

We zitten aan de keukentafel, die gevuld is met allerlei lekkers voor het ontbijt. Een ritueel waar ik vroeger absoluut niet voor te porren was, maar dat door het gezinsleven nu eenmaal afgedwongen wordt. De kinderen moeten eten en naar school. Dat kan nu eenmaal niet om half tien ’s avonds, de tijd waar ik normaal gesproken op mijn best ben.

“Nee, lief van je, maar jij gaat gewoon je toetsen maken vandaag. Het is nergens voor nodig om mij te zien janken.”

Vandaag is de uitvaart van Max. Ik zie er al de hele tijd behoorlijk tegenop. Roos heeft me gevraagd om te spreken. Een eer die je in mijn wereld nu eenmaal niet kunt weigeren. Helaas is het papier tot nu toe beschamend leeg gebleven. Geen goed teken voor iemand die een boek gaat uitbrengen.

“Ach, we zien je zo vaak janken”, reageert Anne. “Films, muziek..”

“.. als de koffie op is..”, vult Noor aan.

“Ook gij, Snotneus?”, brom ik terug.

Sinds het overlijden van Max is Noor elke ochtend komen ontbijten. Ik besef maar al te goed hoeveel offer dat van een puber vraagt, extra vroeg opstaan. Het is echter duidelijk dat ze zowel mij als Chantal niet het gevoel wil geven dat ze één van ons laat vallen. Het is veel te veel druk op die jonge schouders en ik realiseer me dat het tijd is om daar een einde aan te maken.

Aan de andere kant zal het Noor ook weer niet slecht uitkomen dat Dee-Mie-Jun hier blijkbaar vlakbij woont, zodat ze alsnog samen naar school kunnen fietsen. Ze weet niet dat ik dat doorheb, maar Anne en Eva kletsen nu eenmaal. Men hoort wel eens wat. Ook over die flamingo..

“Suki gaat straks mee, dus maak jullie vooral geen zorgen. Ik vermoed dat ze jullie in geuren en kleuren kan vertellen over hoe hysterisch ik ben geweest.”

“Vast niet zo hysterisch als Anne tijdens haar wiskundetoets”, gniffelt Noor.

“Ga je het nu voor HEM opnemen, ja?”, reageert Anne. “Wacht jij maar tot je zelf in de vijfde zit.”

“Zo moeilijk kan het toch niet zijn?”

“Google maar eens wat logaritmen zijn..”, snuift Anne, voordat ze een hap neemt.

Ik heb dit gemist. Meer dan ik ooit zal kunnen uitleggen. Het gekibbel, de steekjes onder water.. dat echte familiegevoel..

De deur gaat voorzichtig open en Eva stapt stilletjes binnen. In pyjama, met kleine oogjes. Hoewel ze zich redelijk goed weet te houden, is mijn vrees wel uitgekomen. Alleen al het horen over een sterfgeval heeft Eva een knauw gegeven. De herinneringen aan haar ouders, Italië.. ze slaapt duidelijk slecht.

“Goedemorgen”, zegt Noor met de vrolijkheid van iemand die weet dat ze haar vriendje zo weer gaat zien.

Ik zie hoe Noor haar ogen afdwalen om te zien of Eva een luier draagt. Toen ik haar de situatie van Eva heb uitgelegd, was ze uiterst begripvol. Noor is altijd al de meest volwassene van ons allemaal geweest, dus verrast was ik niet. Het gesprek op haar eigen nachtelijke issues brengen is nog niet gelukt. Dat er dingen door haar hoofd spelen, is echter wel duidelijk. De nieuwsgierigheid naar Eva is groter dan een gewoonlijke interesse in het vriendinnetje van je zus.

Eva laat zich in de stoel naast Anne zakken.

“Als je wilt, dan kan ik je wel helpen met die logaritmen”, mompelt ze.

“Jij?”

“Ik mocht in de tweede al examensommen oefenen”, vertelt Eva. “Ik vond het allemaal best makkelijk en ze wilden me uitdagen.”

“Wist je dat niet?”, vraag ik Anne. “Waar praten jullie dan in ’s hemelsnaam over?”

“Nuttige dingen..”

De deurbel gaat. Een bijzonder moment in Casa Blanca, aangezien het mogelijk de eerste keer is sinds ik hier verblijf.

“Ik ga wel”, zegt Noor.

“Als het die bloedzuiger is, dan laat je ‘m maar fijn buiten staan”, mopper ik.

“Mis je het niet? School?”

“Niet echt”, reageert Eva. “Misschien ooit.”

“Tijd genoeg”, stel ik gerust.

Ik heb Eva nog niet kunnen vertellen dat we haar onder de radar moeten houden tot ze achttien is, maar als ik zie hoe ze er nu aan toe is.. liggen de prioriteiten duidelijk op andere plaatsen.

“Kijk eens wie er is!”, roept Noor vrolijk, als ze weer binnenkomt.

The Muffin Man?”, zucht ik.

Ellen stapt de keuken in. Ze heeft Mick op haar arm. Emiel – haar nieuwe vent – volgt op gepaste afstand met een gezicht dat op onweer staat. Dat vrolijkt een mens op!

“Hé, Mick! Is dat mijn favoriete broertje?”, roept Anne, voordat ze haar boterham laat vallen en de kleine man van Ellen overneemt.

Ik kijk verbaasd toe hoe het ventje Anne een high-five geeft. Hij weet blijkbaar al perfect hoe hij de meisjes moet imponeren..

“Ik dacht dat het misschien beter was om hier even kennis te komen maken”, zegt Ellen.

“Hoewel de begraafplaats natuurlijk meer jouw d..”, vult Emiel aan, voordat hij een flinke por van Ellen krijgt.

Ach, meneertje is jaloers. Love it. Het is bijna voedend..

“Kijk eens, Mickey..”, wijst Anne. “Dat is Rick.. niet schrikken, hij is een béétje dom..”

“..maar óók heel lief..”, vult Noor aan.

Uiterst voorzichtig neem ik het mannetje aan.

“Hé, muffin man”, zeg ik zachtjes, terwijl ik Mick van Anne overneem. “Ben jij toevallig diezelfde Mick die zo van dino’s houdt?”

Mick knikt voorzichtig. Natúúrlijk is hij dat. Wie zou dat anders moeten zijn? Over een beetje dom gesproken..

Ik gebaar naar Noor, die precies weet wat de bedoeling is. Ze loopt naar de woonkamer en haalt de dino’s die ik laatst voor Mick heb gekocht uit de kast. Enthousiast als ze is, zet ze die één-voor-één voor Mick op de ontbijttafel neer. Het mannetje kijkt zijn ogen uit.

“Koffie?”, brabbelt hij ineens. Een vingertje in de richting van mijn mok.

Iedereen lacht, behalve Emiel natuurlijk.

“Ja, dat is koffie.. goed zo!”, speel ik mee.

Mijn zoon..

Als we even later klaar zijn om te vertrekken, neemt Noor me nog even apart. De blik in haar ogen staat ernstiger dan normaal.

“Oké, hoeveel gaat me dit kosten?”, vraag ik.

“Nee, niets.. ik vroeg me gewoon af.. mag ik dit weekend nog eens blijven slapen?”

“Natuurlijk, lieverd. Dat hoef je niet te vragen.”

“Maar.. als ik dan blijf slapen.. moet ik dan ook weer een luier om?”, fluistert ze.

“Je moet niks. We hebben er genoeg, maar ik denk dat je het nu heel goed zelf kunt bepalen. Denk er maar eens over na en dan vertel je mij zaterdag gewoon wat je fijner vindt, oké?”

“Oké”, knikt Noor tevreden.

Hoewel ik er zo mijn eigen mening over heb, besluit ik om niets te zeggen. Ik wil geen extra druk op haar schouders leggen. Bovendien ben ik al veel te blij dat ze wil komen logeren. Een nieuwe stap in de goede richting. We komen er wel..

Enkele uren later staan Suki en ik buiten het uitvaartcentrum. Ik rook een sigaretje en maak een stomme grap over koffietafels. De begrafenis was mooi en indrukwekkend. Drukbezocht bovendien, iets dat een mooi eerbetoon was aan de vele mensen die Max in zijn leven heeft geholpen.

Maar al die mensen op de koffietafel? Dat is mij nu even te veel. De drukte grijpt me af en toe naar de keel. Ik heb liever dat nicotine dat doet..

Ineens valt me iets op. Ik zie iemand over het terrein van het kerkhof slenteren. Ik knijp mijn ogen een beetje dicht en meen Chantal te herkennen. Ik tik Suki aan en leg uit dat ik even naar haar toe wil. Suki wrijft over mijn arm en zegt dat ze binnen op me zal wachten. Ik mag in mijn handjes knijpen met een steun en toeverlaat als Suki..

Chantal staat bij het graf van Max. Ze was bij de uitvaart. Tijdens mijn speech heb ik haar in een hoekje zien staan, maar geprobeerd om haar vooral niet aan te staren. Ik stap voorzichtig op haar af, terwijl het grind kraakt onder mijn schoenen.

Ik zie hoe ze een stukje opzij kijkt. Het onaangeraakte gras waar de volgende mensen begraven zullen worden. De rustplaats van toekomstige tragedie. Stilletjes veegt ze tranen weg.

“Gaat het?”

Chantal schrikt en draait zich om.

“Sorry..”

“Geeft niet. Het gaat wel.”

Ik knik en kijk even naar hetzelfde gras als waar zij naar staarde.

“Het leven is te kort..”

“Veel te kort..”

“Zouden we niet eens tijd maken om te praten, Chantal? Om echt te praten. De kinderen..”

“Je hebt gelijk”, geeft ze toe. “Kom vanavond maar langs.”

Met een veelzeggend knikje nemen we afscheid en ik staar naar het graf van Max. Ineens herinner ik me iets. Uit de binnenzak van mijn colbert haal ik een sigaartje. Zijn favoriete merk. Ik zucht en leg het bij hem neer. Een beetje verstopt in de omgewoelde aarde.

“Laat het Roos niet zien”, fluister ik. “Bedankt voor alles, Max.. Take care, ouwe.”

Enigszins verbaasd dat hij vanuit zijn plek niet in staat blijkt te zijn om het sigaartje spontaan te laten ontbranden, kijk ik naar zijn laatste rustplaats. De vogeltjes fluiten, in de verte spelen konijntjes.. hij zou zeggen dat het zo goed is.

Ik draai me om en stap weg, terug richting de koffietafel. Vanaf nu ga ik het zelf moeten doen. Zelf, maar niet alleen.
 

Snakebite

Niet voeren!
Forumleiding
Waarom twijfelt Noor over een luier, het is toch bij Marnix een No Go, of ziet noor het zelf als last
Noor heeft ze daardoor dan ook al jaren niet meer gedragen.. en ook niet de leeftijd dat je zo gemakkelijk teruggrijpt. Het hebben van een keuze is voor haar een proces waarop ik nog wel terug zal komen in volgende hoofdstukken. :)
 
Laatst bewerkt:

VERWIJDER ACCOUNT AUB

VERWIJDER ACCOUNT AUB
Uhm..... Waar zijn de laatste 6 dagen van mijn leven gebleven. Holy F, het fijnste aan deze week pas ontdekken hoe goed Snakebite schrijft is dat ik door Sofie, wisselspoor, ontspoort en Peetoom heen ben gevlogen...

Makkelijke de beste schrijver hier op het forum.
 

Daltons

Toplid
Uhm..... Waar zijn de laatste 6 dagen van mijn leven gebleven. Holy F, het fijnste aan deze week pas ontdekken hoe goed Snakebite schrijft is dat ik door Sofie, wisselspoor, ontspoort en Peetoom heen ben gevlogen...

Makkelijke de beste schrijver hier op het forum.
vind hem inderdaad ook 1 van de beste schrijvers op het forum. Vind in zijn verhalen mooi maar de hoofdzaak gaat niet over het abdl/luiers maar is een "bijrol" in zijn verhalen
 

Miche

Toplid
Na enkele jaren weer op het verhalendeel van het forum beland, wat prachtig geschreven weer allemaal! Ik kan niet wachten op hetvolgende deel, en moet echt even de tijd gaan nemen het verhaal in zijn geheel opnieuw te gaan lezen!
 

Snakebite

Niet voeren!
Forumleiding
Thanks voor de reacties en de likes. Altijd fijn! :D Vervolg komt begin volgend jaar pas, vrees ik. De tussentijd is al aardig gevuld met andere verhalen die even prioriteit hebben. :)
 

dikdekok

Toplid
WOW.

Wat een mooi verhaal! Op een of andere manier heb ik dit nooit gelezen. Nu dus in orde tijd, ademloos.

Ik ben ook erg benieuwd naar de volgende hoofdstukken.

Hartelijke dank voor al jouw mooie werk.

Dik
 
Bovenaan