Hoofdstuk 93: Max III
“Weet je zeker dat je zonder ons wilt gaan?”, vraagt Anne.
We zitten aan de keukentafel, die gevuld is met allerlei lekkers voor het ontbijt. Een ritueel waar ik vroeger absoluut niet voor te porren was, maar dat door het gezinsleven nu eenmaal afgedwongen wordt. De kinderen moeten eten en naar school. Dat kan nu eenmaal niet om half tien ’s avonds, de tijd waar ik normaal gesproken op mijn best ben.
“Nee, lief van je, maar jij gaat gewoon je toetsen maken vandaag. Het is nergens voor nodig om mij te zien janken.”
Vandaag is de uitvaart van Max. Ik zie er al de hele tijd behoorlijk tegenop. Roos heeft me gevraagd om te spreken. Een eer die je in mijn wereld nu eenmaal niet kunt weigeren. Helaas is het papier tot nu toe beschamend leeg gebleven. Geen goed teken voor iemand die een boek gaat uitbrengen.
“Ach, we zien je zo vaak janken”, reageert Anne. “Films, muziek..”
“.. als de koffie op is..”, vult Noor aan.
“Ook gij, Snotneus?”, brom ik terug.
Sinds het overlijden van Max is Noor elke ochtend komen ontbijten. Ik besef maar al te goed hoeveel offer dat van een puber vraagt, extra vroeg opstaan. Het is echter duidelijk dat ze zowel mij als Chantal niet het gevoel wil geven dat ze één van ons laat vallen. Het is veel te veel druk op die jonge schouders en ik realiseer me dat het tijd is om daar een einde aan te maken.
Aan de andere kant zal het Noor ook weer niet slecht uitkomen dat Dee-Mie-Jun hier blijkbaar vlakbij woont, zodat ze alsnog samen naar school kunnen fietsen. Ze weet niet dat ik dat doorheb, maar Anne en Eva kletsen nu eenmaal. Men hoort wel eens wat. Ook over die flamingo..
“Suki gaat straks mee, dus maak jullie vooral geen zorgen. Ik vermoed dat ze jullie in geuren en kleuren kan vertellen over hoe hysterisch ik ben geweest.”
“Vast niet zo hysterisch als Anne tijdens haar wiskundetoets”, gniffelt Noor.
“Ga je het nu voor HEM opnemen, ja?”, reageert Anne. “Wacht jij maar tot je zelf in de vijfde zit.”
“Zo moeilijk kan het toch niet zijn?”
“Google maar eens wat logaritmen zijn..”, snuift Anne, voordat ze een hap neemt.
Ik heb dit gemist. Meer dan ik ooit zal kunnen uitleggen. Het gekibbel, de steekjes onder water.. dat echte familiegevoel..
De deur gaat voorzichtig open en Eva stapt stilletjes binnen. In pyjama, met kleine oogjes. Hoewel ze zich redelijk goed weet te houden, is mijn vrees wel uitgekomen. Alleen al het horen over een sterfgeval heeft Eva een knauw gegeven. De herinneringen aan haar ouders, Italië.. ze slaapt duidelijk slecht.
“Goedemorgen”, zegt Noor met de vrolijkheid van iemand die weet dat ze haar vriendje zo weer gaat zien.
Ik zie hoe Noor haar ogen afdwalen om te zien of Eva een luier draagt. Toen ik haar de situatie van Eva heb uitgelegd, was ze uiterst begripvol. Noor is altijd al de meest volwassene van ons allemaal geweest, dus verrast was ik niet. Het gesprek op haar eigen nachtelijke issues brengen is nog niet gelukt. Dat er dingen door haar hoofd spelen, is echter wel duidelijk. De nieuwsgierigheid naar Eva is groter dan een gewoonlijke interesse in het vriendinnetje van je zus.
Eva laat zich in de stoel naast Anne zakken.
“Als je wilt, dan kan ik je wel helpen met die logaritmen”, mompelt ze.
“Jij?”
“Ik mocht in de tweede al examensommen oefenen”, vertelt Eva. “Ik vond het allemaal best makkelijk en ze wilden me uitdagen.”
“Wist je dat niet?”, vraag ik Anne. “Waar praten jullie dan in ’s hemelsnaam over?”
“Nuttige dingen..”
De deurbel gaat. Een bijzonder moment in Casa Blanca, aangezien het mogelijk de eerste keer is sinds ik hier verblijf.
“Ik ga wel”, zegt Noor.
“Als het die bloedzuiger is, dan laat je ‘m maar fijn buiten staan”, mopper ik.
“Mis je het niet? School?”
“Niet echt”, reageert Eva. “Misschien ooit.”
“Tijd genoeg”, stel ik gerust.
Ik heb Eva nog niet kunnen vertellen dat we haar onder de radar moeten houden tot ze achttien is, maar als ik zie hoe ze er nu aan toe is.. liggen de prioriteiten duidelijk op andere plaatsen.
“Kijk eens wie er is!”, roept Noor vrolijk, als ze weer binnenkomt.
“The Muffin Man?”, zucht ik.
Ellen stapt de keuken in. Ze heeft Mick op haar arm. Emiel – haar nieuwe vent – volgt op gepaste afstand met een gezicht dat op onweer staat. Dat vrolijkt een mens op!
“Hé, Mick! Is dat mijn favoriete broertje?”, roept Anne, voordat ze haar boterham laat vallen en de kleine man van Ellen overneemt.
Ik kijk verbaasd toe hoe het ventje Anne een high-five geeft. Hij weet blijkbaar al perfect hoe hij de meisjes moet imponeren..
“Ik dacht dat het misschien beter was om hier even kennis te komen maken”, zegt Ellen.
“Hoewel de begraafplaats natuurlijk meer jouw d..”, vult Emiel aan, voordat hij een flinke por van Ellen krijgt.
Ach, meneertje is jaloers. Love it. Het is bijna voedend..
“Kijk eens, Mickey..”, wijst Anne. “Dat is Rick.. niet schrikken, hij is een béétje dom..”
“..maar óók heel lief..”, vult Noor aan.
Uiterst voorzichtig neem ik het mannetje aan.
“Hé, muffin man”, zeg ik zachtjes, terwijl ik Mick van Anne overneem. “Ben jij toevallig diezelfde Mick die zo van dino’s houdt?”
Mick knikt voorzichtig. Natúúrlijk is hij dat. Wie zou dat anders moeten zijn? Over een beetje dom gesproken..
Ik gebaar naar Noor, die precies weet wat de bedoeling is. Ze loopt naar de woonkamer en haalt de dino’s die ik laatst voor Mick heb gekocht uit de kast. Enthousiast als ze is, zet ze die één-voor-één voor Mick op de ontbijttafel neer. Het mannetje kijkt zijn ogen uit.
“Koffie?”, brabbelt hij ineens. Een vingertje in de richting van mijn mok.
Iedereen lacht, behalve Emiel natuurlijk.
“Ja, dat is koffie.. goed zo!”, speel ik mee.
Mijn zoon..
Als we even later klaar zijn om te vertrekken, neemt Noor me nog even apart. De blik in haar ogen staat ernstiger dan normaal.
“Oké, hoeveel gaat me dit kosten?”, vraag ik.
“Nee, niets.. ik vroeg me gewoon af.. mag ik dit weekend nog eens blijven slapen?”
“Natuurlijk, lieverd. Dat hoef je niet te vragen.”
“Maar.. als ik dan blijf slapen.. moet ik dan ook weer een luier om?”, fluistert ze.
“Je moet niks. We hebben er genoeg, maar ik denk dat je het nu heel goed zelf kunt bepalen. Denk er maar eens over na en dan vertel je mij zaterdag gewoon wat je fijner vindt, oké?”
“Oké”, knikt Noor tevreden.
Hoewel ik er zo mijn eigen mening over heb, besluit ik om niets te zeggen. Ik wil geen extra druk op haar schouders leggen. Bovendien ben ik al veel te blij dat ze wil komen logeren. Een nieuwe stap in de goede richting. We komen er wel..
Enkele uren later staan Suki en ik buiten het uitvaartcentrum. Ik rook een sigaretje en maak een stomme grap over koffietafels. De begrafenis was mooi en indrukwekkend. Drukbezocht bovendien, iets dat een mooi eerbetoon was aan de vele mensen die Max in zijn leven heeft geholpen.
Maar al die mensen op de koffietafel? Dat is mij nu even te veel. De drukte grijpt me af en toe naar de keel. Ik heb liever dat nicotine dat doet..
Ineens valt me iets op. Ik zie iemand over het terrein van het kerkhof slenteren. Ik knijp mijn ogen een beetje dicht en meen Chantal te herkennen. Ik tik Suki aan en leg uit dat ik even naar haar toe wil. Suki wrijft over mijn arm en zegt dat ze binnen op me zal wachten. Ik mag in mijn handjes knijpen met een steun en toeverlaat als Suki..
Chantal staat bij het graf van Max. Ze was bij de uitvaart. Tijdens mijn speech heb ik haar in een hoekje zien staan, maar geprobeerd om haar vooral niet aan te staren. Ik stap voorzichtig op haar af, terwijl het grind kraakt onder mijn schoenen.
Ik zie hoe ze een stukje opzij kijkt. Het onaangeraakte gras waar de volgende mensen begraven zullen worden. De rustplaats van toekomstige tragedie. Stilletjes veegt ze tranen weg.
“Gaat het?”
Chantal schrikt en draait zich om.
“Sorry..”
“Geeft niet. Het gaat wel.”
Ik knik en kijk even naar hetzelfde gras als waar zij naar staarde.
“Het leven is te kort..”
“Veel te kort..”
“Zouden we niet eens tijd maken om te praten, Chantal? Om echt te praten. De kinderen..”
“Je hebt gelijk”, geeft ze toe. “Kom vanavond maar langs.”
Met een veelzeggend knikje nemen we afscheid en ik staar naar het graf van Max. Ineens herinner ik me iets. Uit de binnenzak van mijn colbert haal ik een sigaartje. Zijn favoriete merk. Ik zucht en leg het bij hem neer. Een beetje verstopt in de omgewoelde aarde.
“Laat het Roos niet zien”, fluister ik. “Bedankt voor alles, Max.. Take care, ouwe.”
Enigszins verbaasd dat hij vanuit zijn plek niet in staat blijkt te zijn om het sigaartje spontaan te laten ontbranden, kijk ik naar zijn laatste rustplaats. De vogeltjes fluiten, in de verte spelen konijntjes.. hij zou zeggen dat het zo goed is.
Ik draai me om en stap weg, terug richting de koffietafel. Vanaf nu ga ik het zelf moeten doen. Zelf, maar niet alleen.